Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (2) en het ontstaan van de landbouw

Om bij het Afro-Aziatisch en zijn thuisland terecht te komen is een algemene uitleg over de verspreiding van de landbouw noodzakelijk.

Verspreiding van de landbouw in Noord- en Oost-Afrika

Verspreiding van de landbouw in Noord- en Oost-Afrika

Ontstaan en verspreiding van de landbouw

De landbouw ontstond ongeveer 11.000 jaar geleden in Zuidoost-Anatolië en het noorden van Syrië en Irak. Van daaruit verspreidde hij zich in meerdere richtingen. Europa was een van die richtingen. Een route die hier gevolgd werd was de kustlijn van de Middellandse Zee. Daarbij werden zeewaardige boten gebruikt. Cyprus werd voor het eerst door de mens bevolkt rond 11.750 jaar geleden uit Noord-Syrië of Libanon. Via Griekenland of de Bosporus trokken boeren naar het noorden. Het zou duizenden jaren duren vooraleer de landbouw Ierland en Skandinavië bereikte.

Een tweede grote richting was naar Centraal-Azië, een derde richting naar Iran, de Indusvallei en zo verder in Indië tot aan de zuidelijkste punt van het subcontinent en Ceylon. Een vierde trek ging naar Arabië. Langs de westelijke kant trokken boeren naar het Zuiden. In Jemen vonden ze een gunstig klimaat voor landbouw. Jemen is slecht onderzocht maar ten laatste vijfduizend jaar geleden bloeide de landbouw er. Jemen was in de oudheid zo bekend dat het zowel in het Oud als het Nieuw Testament vermeld wordt. Een vijfde richting was van Zuidwest-Azië naar Egypte en langs de zuidelijke rand van de Middellandse Zee verder in Noord-Afrika, tot in Marokko en zelfs de Canarische eilanden. Die oudste migraties vertrokken uit het landbouwcentrum dat Zuidwest-Azië was met planten, gedomesticeerde dieren en werktuigen zoals die toen in Zuidwest-Azië beschikbaar waren zoals geiten en schapen, de eerste gedomesticeerde dieren na de hond, maar ook sikkels, huizen bij. Zij reisden vrij snel mee met de eerste uitzwermende boeren, die toen nog geen potten bakten. Toen dat uitgevonden werd reisde die kennis a.h.w. de eerste boeren achterna. Toen het rund (Bos taurus) gedomesticeerd was verspreidde het fokken van runderen zich vrij snel in de sporen van boeren die veel vroeger vertrokken waren. Boeren hadden een hoge productiviteit in vergelijking met jagers en verzamelaars en konden daarom veel voedsel produceren en dus meer kinderen onderhouden. In vergelijking met jagers en verzamelaars steeg het aantal boeren zeer snel, hun genen verspreidden zich. Ze vermengden zich wel met jagers en verzamelaars maar op veel plaatsen vervingen ze hen in aanzienlijke mate of bijna volledig. Soms stokte de opmars van de boeren. Ze waren aangekomen in andere klimaatzones en hun gewassen waren in het begin niet altijd aangepast aan vochtiger en/of kouder weer, of omgekeerd droger en warmer weer. Dit vertraagde soms lange tijd hun opmars maar zij wisten in veel gevallen ook plaatselijke planten en dieren te domesticeren. Zo werd in Indië de zeboe (Bos indicus) gedomesticeerd. Die was beter geschikt dan het Zuidwest-Aziatisch rund om in een zeer warm klimaat te leven. Vandaag zie je in India nog altijd koeien met een bult.

Verspreiding van boeren en hun talen

Aangezien het aantal boeren talrijk was, was de kans groot dat ze met hun landbouwtechniek ook hun talen wisten te verspreiden. Er is tussen mensengroepen altijd een lingua franca nodig. Daartegenover stonden jagers en verzamelaars waarvan de talen sedert de aankomst van Homo sapiens 30.000 à 40.000 jaar geleden veel tijd hadden gehad om zeer sterk uit elkaar te groeien. Die verschillen zullen in het nadeel van de gevestigde talen gespeeld hebben. Daartegenover zal de snelle expansie van de boeren ook meegebracht hebben dat hun taal in het begin weinig verschillen toonde. Toen veel later in de geschiedenis de Indo-Europeanen zich van de Pontisch-Kaspische steppe verspreidden in Europa dat het dank zij paard, wagens en ijzerbewerking innamen was een aspect van de overheersing van hun talen dat ze snel als lingua franca dienden.

Een tweede golf kon een eerste overspoelen. De Galliërs hadden hun taal en gewoontes verspreid van Oostenrijk over Noord-Italië tot in Spanje en Ierland. Zij zouden door een volgende golf, de Germanen en Italiërs zelf overspoeld worden.

Maar de taal van de boeren won het niet altijd. We weten niet welke taal de of talen de eerste Anatolische boeren spraken: voorlopers van Afro-Aziatisch, Kaukasisch of nog een andere taal (waar Etruskisch en de taal van Lemnos een jongere tak zouden kunnen van zijn. Ze verspreidden zich maarkonden ook op een grens stootten waar volkeren hun taal oude behielden. De taal van de eerste Europese boeren stootte bijvoorbeeld aan de westelijke rand van de Pontisch-Kaspische steppe op een volk dat een voorloper van proto-Indo-Europees sprak. Wat die eerste Europese boeren ook spraken, hun taal zou zich niet ten noorden van de Zwarte Zee verspreidden.

Het Semitisch is een tak van het Afro-Aziatisch die zich uit Zuidwest-Azië verspreidde naar het zuiden, naar Arabië. Daarna kwamen nieuwe golven die vernieuwing mee brachten. Het kon ook in omgekeerde richting. Het Hebreeuws kwam uit de woestijn om het land van Kanaan te veroveren. De genen en talen van eerste boeren van Zuidwest-Azië verspreidden zich echter niet van het begin tot het einde van de verspreiding van de landbouw. In bepaalde gebieden werden landbouw en veeteelt overgenomen maar verwaterde de verspreiding van de genen en behielden jagers en verzamelaars die landbouw en veeteelt overnamen hun taal. Zij verspreidden die meestal na het overnemen van de landbouw ook verder en vaak werd hun taal dan mee verspreid. Dat is wat b.v. waarschijnlijk in Indië gebeurde waar de Dravidische talen zich van in Pakistan tot in Zuid-Indië verspreidden. Samengevat: de eerste boeren verspreidden zich door hun snel groeiende bevolking met hun landbouwtechnieken en hun talen over grote gebieden. (zie verder deel 3)

Marc.Vermeersch@gmail.com

Andere blogs over taal?
Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (1) Afro-Aziatisch
Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (2) en het ontstaan van de landbouw
Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (3) reizende genen
Over Etruskisch:
De oorsprong van de Etrusken
Over Turks en Japans:
Een verband tussen Turks en Japans
Over paleosiberische talen waaronder Tsjoektsjisch:
De domesticatie van wilde dieren (10 a) het rendier  bij de Tsjoektsjen
Over Altaïsche talen, Aino, Japans en paleo-siberisch:
Aino, Japans, Paleosiberische talen en meer (1) Aino

In: Marc Vermeersch,
De geschiedenis van de mens. Deel I, Jagers en verzamelaars.
Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, 472 pagina’s.
vindt u 15 bladzijden over:
De grote taalgroepen in de wereld: p.365-379.
o.a.  deoudste (klik)talen, Dravidisch, Inuit-Aleoet, Amerind, Fins-Oegrisch, Baskisch enzovoort.

 

Advertenties

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Afro-Aziatisch, landbouw en veeteelt, taal en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s