Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (3) reizende genen

De landbouw is eerst ontstaan in Zuidwest-Azië, dat is onbetwist. Alles wijst er op dat de Afro-Aziatische talen daar ontstonden en zich van daaruit naar met landbouw en veeteelt, m.a.w. met boeren en herders naar Arabië en Afrika verspreidden. Er is een derde as die Zuidwest-Azië als thuisland van Afro-Aziatisch aangeeft: met de trek naar Afrika verspreidden zich ook menselijke genen naar Afrika. Ik werk hier een voorbeeld uit: hoe blanke mannen zich vermengden met zwarte vrouwen en met hun Afro-Aziatische taal aan het Tsjaadmeer eindigden.

mannelijk en vrouwelijk DNA van smmige Tsjaadsprekers

Kaart Afro Aziatisch Tsjaads

De voorhoede van de Zuidwest-Aziatische boeren en herders kwam Noord-Afrika binnen in Noord-Egypte. Van daaruit verspreidden zij zich in de westelijke Sahara en naar Zuid-Egypte. In die voorhoede was het mannelijk Y-chromosoom R1b1aY goed vertegenwoordigd wat zowel de sterke aanwezigheid zowel in het noorden (6,1%) als in het zuiden van Egypte (5,8%) als in de West-Egyptische oases van Siwa (26,9%) en Baharia (4,9%)verklaart. Waarschijnlijk bestond de voorhoede van R1b1aY uit herders. Herders zijn mobiel, ze kunnen zich veel sneller verspreiden dan boeren. Een deel van deze herders verspreidde zich tot aan het Tsjaadmeer. Ze  zorgden er voor een sterke aanwezigheid van R1b1aY in Tsjaad, Niger, Noord-Nigeria en Noord-Kameroen. In sommige zwarte stammen is het van oorsprong blank mannelijk DNA zeer sterk vertegenwoordigd (Fulbe 14,3%, Toeareg 4,5%, Hausa 20%, en bij sommige stammen zelfs alles overheersend, zoals in Noord-Kameroen de Ouldeme 95,5% Mada  82,4%, Mafa 87,5%, Guiziga 77,8%.

Groepen mensen wisselden vrouwen uit en vaak werden vrouwen geroofd. Herders schrokken daar meestal niet voor terug. De van Zuidwest-Azië afkomstige herders vermengden zich op hun weg naar het zuiden met zwarte Oost-Afrikaans vrouwen. Dat weten we omdat vrouwelijke genen, mitochondriaal mtDNA mtL3f en mtL3f3, sterk vertegenwoordigd zijn rond het Tsjaadmeer. mtL3f, de moeder van L3f3, heeft haar basis in Oost-Afrika. Een dochter van mtL3f, mtL3f3, komt bijna uitsluitend voor bij Tsjaads sprekende mensen in het Tsjaadbekken. Het heeft intern weinig variatie wat wijst op een recente oorsprong. Het is rond 6000 (± 2500) jaar VOT (voor vandaag) ontstaan.

Het mannelijke R1b1aY komt nauwelijks of niet voor in Oost-Afrika, i.t.t. het vrouwelijke mtL3f. Het besluit ligt voor de hand: herders afkomstig uit Zuidwest-Azië die een proto-Afro-Aziatische taal spraken trokken ten westen van de Nijl door de nog groene Sahara. Zij vermengde zich verder naar het zuiden, b.v. in Soedan met zwarte vrouwen die mtL3f droegen. Van daar trokken ze naar het Tsjaadmeer. Zijn bleven hun versie van Afro-Aziatisch spreken. Zo ontstond de Tsjaadse taalfamilie. Een gelijkaardig proces zou ook elders gebeuren. Jemenitische boeren trokken in hetzelfde tijdbereik naar Eritrea/Ethiopië en verspreidden er de landbouw en hun taal, die evolueerde tot Omotisch en Koesjitisch. Zij zouden zich ook vermengen met plaatselijke jagers en verzamelaars.

Duizenden jaren later zouden Noord-Afrikaanse stammen die een andere Afro-Aziatische taal, Berbers, spraken zich met dromedarissen naar het zuiden verplaatsen. In de Sahel zouden ze zich vermengen met zwarte vrouwen. De Toearegs, want dit gaat over hen, hebben voor 80% Noord-Afrikaanse mannelijke genen en voor 80% sub-Saharaanse vrouwelijke genen.

Besluit. Alles (taalkundig bewijs, de verspreiding van landbouw en veeteelt, en de verspreiding van menselijke genen) wijst er op dat Afro-Aziatisch zich verspreidde van Zuidwest-Azië naar Afrika.

(stuk als voorbereiding van het boek: De geschiedenis van de mens. Deel II, landbouw en veelteelt. Boek 1, het ontstaan van landbouw en veeteelt.)

Wie meer wil lezen over DNA: Marc Vermeersch, de geschiedenis van de mens, Deel I, jagers en verzamelaars, Boek 1, van Pan tot Homo sapiens, p.236-243.

Andere blogs over taal?
Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (1) Afro-Aziatisch
Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (2) en het ontstaan van de landbouw
Het probleem van het thuisland van Afro-Aziatisch (3) reizende genen
Over Etruskisch:
De oorsprong van de Etrusken
Over Turks en Japans:
Een verband tussen Turks en Japans
Over paleosiberische talen waaronder Tsjoektsjisch:
De domesticatie van wilde dieren (10 a) het rendier  bij de Tsjoektsjen
Over Altaïsche talen, Aino, Japans en paleo-siberisch:
Aino, Japans, Paleosiberische talen en meer (1) Aino

In: Marc Vermeersch,
De geschiedenis van de mens. Deel I, Jagers en verzamelaars.
Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, 472 pagina’s.
vindt u 15 bladzijden over:
De grote taalgroepen in de wereld: p.365-379.
o.a.  deoudste (klik)talen, Dravidisch, Inuit-Aleoet, Amerind, Fins-Oegrisch, Baskisch enzovoort.

Advertisements

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Afro-Aziatisch, L3f3, landbouw en veeteelt, mtDNA, prehistorie, R1b1a, taal, Tsjaads, Y-chromosoom en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s