Wanneer kwamen de eerste mensen in Amerika aan?

 
Alalska tijdens het Laatste Glaciaal Maximum

Kaart van Alaska en West-Canada tijdens aan het einde van de laatste ijstijd

Een nieuwe datering, 30.000 jaar voor de vondsten van de Bluefish Cave in Alaska
Sites aan de West-Siberische Yana Rivier tonen aan dat mens leefde in het westen van Beringia (een nu onder het zeewater liggend groot gebied tussen Siberië en Alaska) rond 32.000 cal BP. Er werden ook nederzettingen gevonden in Oost- en West-Beringia die 13.000 tot 14.000 cal jaar oud zijn. Nieuwe radiokoolstof AMS-datering van vondsten van botten in de Bluefish Cavessite in Noord-Yukon, Alaska, schoof de ouderdom van van die grotten nog wat achteruit, van 22.680 jaar naar 24.000 jaar.
Een belangrijke vondst in Texas
In Buttermilk Creek, ten noorden van Austin in Texas, vonden onderzoekers werktuigen die tussen 13.200 en 15.500 jaar oud zijn. De vondst is uitzonderlijk omdat ze niet enkele maar 15.528 artefacten opleverde. Ze waren mooi, laag per laag, achter gelaten.

Sedert tientallen jaren is er controverse bij onderzoekers over de juiste periode dat de eerste mensen Amerika bereikten. Kort samengevat komt die er op neer dat het waarschijnlijk voor of na het Laatste Glaciaal Maximum (LGM, tussen 24.000-15.000 BP, met als koudste piek 22.000 en 18.000 jaar geleden) moet geweest zijn. Toen bedekte een gigantische ijskap het noordelijk halfrond. Ze kwam tot in het noorden van de VSA. De omstandigheden om toen door, onmetelijke ijsvlaktes, Amerika te bereiken konden niet slechter zijn.

Dertig jaar geleden was de meerderheid van de academici er van overtuigd dat de oversteek van Siberië naar Alaska na het LGM moest gebeurd zijn. Het aantal gedane vondsten in Noord- en Zuid-Amerika dat jonger is dan13.000 jaar is tamelijk groot. Waarschijnlijk liet het einde van de laatste ijstijd toe dat planten en dieren snel konden toenemen en was dit op zijn beurt voordelig voor de mens die aan de top van de voedselketen stond. In het noorden had men vanaf dit tijdstip de Cloviscultuur die technisch hoogstaande stenen Clovisspeerpunten maakte. Het groot aantal sites na 13.000 jaar geleden werpt de vraag op of het wel mogelijk was dat culturen zich op amper een paar duizend jaar, dus uiterst snel, zouden verspreiden over heel Amerika. De site van Buttermilk Creek die terug gaat tot 13.260 BP (BP = Before Present of Voor Vandaag) leverde werktuigen op die een klassen eenvoudiger zijn dan de Cloviscultuur.

De aanhangers van ‘na het LGM’-stelling kregen de afgelopen twintig jaar klappen te verwerken. Op de site van Monte Verde in Chili vond men resten die 14.500 jaar oud zijn. Ook hier heel wat controverse maar er zijn nog weinig academici die er nog aan twijfelen dat ook Monte Verde bewijst dat de mens voor het Laatste Glaciaal Maximum Amerika moet bereikt had en dat hij zijn tijd kon nemen om door vele klimaatzones en nog meer ecologische zones te reizen en er zich onderweg aan aan te passen.

Er werd in Buttermilk Creek ook een stuk hematiet (roodijzersteen), zo groot als een golfbal, gevonden dat duidelijk gebruikt was. Hematiet gemengd met dierlijk of plantaardig vet geeft rode oker. Rode oker werd gebruikt als lichaamsversiering, werd op objecten aangebracht of als poeder op lijken gestrooid bij begrafenissen. Het heeft in de eerste plaats een religieuze betekenis. Het was voor jagers en verzamelaars, maar voor de vroege boeren, het symbool van bloed en leven. Het werd wereldwijd honderdduizenden jaren gebruikt door verschillende mensentypes.

De vondst in Buttermilk Creek is een nieuwe breuk in de verdediging van stelling dat mensen recent in Amerika in weken. De vondst is belangrijk door het groot aantal artefacten dat mooi in lagen werd aangetroffen. De grote meerderheid van de onderzoekers heeft die stelling al jaren verlaten. Er waren belangrijke vondsten in o.a. Bluefish Caves (Alaska)22.670 BP, Meadowcroft Rockshelter (Zuidwest-Pennsylvania) tussen 23.000-16.225 BP, Cactus Hill (Virginia) 16.700–15.000 BP, Topper/Big Pine, Allendale (South Carolina) 20.000–16.000 BP.
Bron: Lauriane Bourgeon, Ariane Burke, Thomas Higham. Earliest Human Presence in North America Dated to the Last Glacial Maximum: New Radiocarbon Dates from Bluefish Caves, Canada. PLOS ONE, 2017; 12

Dr. Marc Vermeersch, Marc.Vermeersch@gmail.com

In Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens.
Het gebruik van rode oker bij mensentypes voor Homo sapiens (2014).
Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars,
Van Siberië naar Amerika (2014), p.214-245, bespreek ik ook de taalkundige redenen en de resultaten van het genetisch onderzoek die er op wijzen dat de mens veel langer geleden dan gedacht Amerika moet bereikt hebben. Gebruik van rode oker wordt op veel plaatsen vermeld. Dit kan best via de index opgezocht worden. De belangrijkste bladzijden: p.411.-413 waar het verban tussen rode oker en religie besproken wordt.

Advertisements

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Amerika, Indianen, religie, rode oker. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s