De domesticatie van wilde dieren. Het rendier (10 b) half wild en half tam

Rendieren leven rond de noordpoolcirkel zowel in Amerika als in Eurazië maar het is enkel in het laatste dat de mens rendierkuddes controleert. Dit gebeurt door de volkeren die tot aan de Noordelijke IJszee leven.

Rendieren leven rond de noordpoolcirkel zowel in Amerika als in Eurazië maar het is enkel in het laatste dat de mens rendierkuddes controleert. Dit gebeurt door de volkeren die tot aan de Noordelijke IJszee leven.

Verspreiding

Het rendier leeft in de toendra en de noordelijke naaldwouden, de taiga, in Europa, Azië en Amerika. Het komt zelfs voor op polaire eilanden als Svalbard, de Ellesmereeilanden en Groenland. Rendieren trekken tijdens de polaire winter naar het zuiden omdat ze er meer voedsel vinden. Ze leggen daarbij soms 5000 km af. Het is de mens die de kuddes volgde en volgt op hun trek. In Amerika wordt het rendier meestal kariboe genoemd, een woord uit de taal van de Oost-Canadese indiaanse stam de Mi’Kmaqk. Het rendier is een hert, het enige dat de mens, enkel in Eurazië, half kon temmen. Tot vandaag leven daar ook nog wilde kuddes.

Het rendier is het grootste zoogdier van de toendra. Rendieren eten vooral gras en rendiermos, een korstmos, een symbiose van een schimmel en algen. Als de toendra bedekt is met sneeuw en ijs, kunnen ze die met hun hoeven te verwijderen en zo toch het mos te bereiken. De voornaamste natuurlijke vijand van de kariboe is de wolf die vooral zwakke dieren grijpt maar beren, veelvraten en lynxen lusten ook rendieren.[1] Rendieren zijn niet onvoorwaardelijk schuw. Mensen kunnen hen tot op 5 à 10 meter en dichter naderen als de dieren mensen gewoon zijn.

In Siberië werd op rendieren gereden, ze waren er groter dan in Scandinavië. Eigenaars van rendierkuddes konden honderden, uitzonderlijk duizenden dieren bezitten. Naast het vlees waren de huiden een belangrijke bron van inkomsten. In Amerika werden rendieren of kariboe’s nooit gedomesticeerd. Rond 1900 werden er rendieren uit Lapland en Siberië ingevoerd die onder controle van de mens hadden gestaan. De Inuit van Alaska behielden echter hun jagersmentaliteit, zij stapten niet over op het kweken van rendieren maar bleven er op jagen.

Een prooi voor jagers in een ver verleden

Rendieren zijn gedurende tienduizenden jaren een belangrijke voedselbron geweest voor jagers en verzamelaars, waaronder Homo heidelbergensis, de neanderthaler en Homo sapiens[2] in Europa, Azië en Noord-Amerika. Rendieren werden in het verleden ook door holenleeuwen, holenhyena’s, smilodons, jaguars en poema’s bejaagd.

Als het ijs en bijgevolg toendra en taiga tijdens de ijstijden naar het zuiden opschoven volgden rendieren en kwamen ze voor tot in Iberië en zelfs Zuidwest-Azië. In het laat-paleolithicum waren ze in Frankrijk de meest bejaagde diersoort.[3] Ze werden afgebeeld in de grottenkunst van het laat-paleolithicum.Niets wijst er op dat de mens toen aan enig beheer van kuddes zouden gedaan hebben.

Jacht naast beheer van kuddes

Toen rendieren onder controle van de mens waren gekomen werd nog uitgebreid gejaagd op wilde kuddes. In de niet-beboste bergen van centraal-Noorwegen, zoals in Jotunheim, zijn overblijfselen van met steen gebouwen valkuilen. Valputten werden gebruikt vanaf het late Mesolithicum, ca. 7000 VOT. Valputten werden tot de 13de eeuw gebruikt. Een andere techniek was dat men geleidomheiningen maakte, speciaal voor de jacht op rendieren. De dieren werden naar een omheining gedreven om daar geslacht te worden maar men hield ze er soms een tijd in leven. Op het Varangerschiereiland in het noorden van Noorwegen werden twee grote constructies gevonden. Rendieren werden tussen afsluitingen ook in een meer gejaagd in het zuiden van Noorwegen. Dergelijke massaslachtingen kwamen in Europa voor tot in de 17de eeuw.

De oorsprong van rendierhoeden

Wanneer rendieren onder controle van de mens kwamen is niet precies geweten. Schattingen lopen uiteen tussen 1000 en 1500 VOT. Er zijn geen archeologische vondsten waar men kan op steunen. Er zijn ook vandaag nog geen morfologische veranderingen bij rendieren. Rendieren komen niet voor buiten hun natuurlijke habitat, ook een aanduiding dat ze niet gedomesticeerd zijn.

Rendierzadels bij de Sayan lijke afgeleid te zijn van Mongoolse paardenzadels. Zadels van de Toengoezen lijken afgeleid van Turkse culturen van de Altaisteppe. Sledes werden in het Balticum gebruikt rond 6000 VOT maar door de mens zelf getrokken en uiteraad veel later door rendieren..

De Saami (of Lappen), Nenetsen (of Joeraken), Chanten (of Ostsjaken), Evenen, Evenken, Joekagieren, Tsjoektsjen en Korjaken waren Euraziatische rendierhoeders. De Tsjoekstsjen van de toendra in Oost-Siberië noemen zichzelf Ankalyn maar ook Chavchu, rendiermens. Evenken en Evenen  spreken Toengoezisch, de andere volkeren Fins-Oegrische, of paleosiberische (Oost-Aziatische) talen.

Rendieren werden waarschijnlijk getemd tussen 1500 en 1000 VOT. Rond 1000 VOT was het gedomesticeerde rendier in Scandinavië in gebruik.

Waarschijnlijk is het rendiertype dat in het open gebied van de toendra, leefde, socialer dan het type de taiga, een bosomgeving. Dat laatste leefde in kleinere groepen. Het is mogelijk dat het eerste type daarom gemakkelijker onder controle van de mens kwam. De mens kon grote kuddes kon volgen en er ook voordeel uit haalde. Rendieren worden niet als volledig gedomesticeerd beschouwd omdat ze vrij rond lopen. Ze werden niet in gevangenschap gehouden. Herders volgden en volgen hen op hun migratieroute. Ze konden hun dieren soms wel melken (wel de Saami maar niet de Tsjoektsjen), gebruiken als trek- en lastdieren en sommigen hadden er een rijdier aan.

Rendieren worden beschouwd als zijnde in “(…)een vroege fase van domesticatie (…) en zouden daarom kunnen dienen als een uitstekends modelsoort om te begrijpen hoe de vroege domesticatieprocessen kunnen hebben plaats gevonden.”[4]

Ondersoorten en mtDNA

Een studie over rendier-mtDNA toonde minstens twee aparte controle-evenementen, een in Oost-Siberië en een in Fenno-Scandia door de Saamicultuur.[5] Het vermengen van wilde en gedomesticeerde dieren was courant maar sommige wilde populaties hebben niet bijgedragen aan de kuddes onder beheer van de mens.

Er is zeer weinig overeenkomst tussen de genen van rendieren in Fennoscandia en Rusland wat een verschillende oorsprong suggereert in de twee gebieden. Kuddes zelf hebben intern een grote genetische verscheidenheid, soms groter dan in wilde kuddes. Dit zou kunnen verklaard worden doordat rendierherders regelmatig dieren ruilden en dat historisch grote migraties voorkwamen.

Rendieren kunnen opgedeeld worden in verschillende populaties: wilde rendieren in Centraal-Noorwegen (1) en in Finland (2), groepen die weinig bijdroegen tot de rendieren onder controle van de mens. Ze leven in Hardangervidda, in het zuiden van Noorwegen en een andere groep in Finland, een taigarendier. Ze hebben een apart mtDNA en hebben niet bijgedragen hebben aan de kuddes onder menselijk beheer. Een groep (3) rendieren in de bergachtige taiga van Zuidoost-Rusland hebben ook aparte mtDNA-kenmerken. Daarnaast de gedomesticeerde dieren in Fennoscandia (4), West (5)- en Oost-Siberië (6). Het bestaan van deze drie groepen zou kunnen wijzen op 3 aparte pogingen om rendieren te controleren.[6]
Dr. Marc Vermeersch
Marc.vermeersch@gmail.com
Eerste deel over het rendier: het rendier (10 a)

Dit artikel is onderdeel van de voorstudie van:
Marc Vermeersch,
De geschiedenis van de mens. Deel II,Landbouwers en veetelers. Boek 3, Het ontstaan
van lanbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië. Oktober 2014.

[1] Ren, Wikipedia DE,  http://de.wikipedia.org/wiki/Ren, 2.8.2011.

[2] Zie Boek 1, p.181, 227, 263, 272, 273, 274; Boek 2, p.141, 150, 159, 166, 179, 180, 190, 192, 193, 208, 234, 383, 384.

[3] Graeme Barker, The Agricultural Revolution in  Prehistory, op.cit., p.69. was half wild en half getemd.

[4] Knut H Røed, Øystein Flagstad, Mauri Nieminen, Øystein Holand, Mark J Dwyer, Nils Røv and Carles Vilà, Genetic analyses reveal independent domestication origins of Eurasian reindeer, Proceedings of the Royal Society. Biological Sciences, 22 August 2008, vol. 27,5 no. 1645, p.1849-1855.

[5] begrip Fenno-Scandinavië omvat de landen Noorwegen, Zweden en Finland, de Russische deelrepubliek Karelië en het Russische schiereiland Kola.

[6] Knut H Røed, Øystein Flagstad, Mauri Nieminen, Øystein Holand, Mark J Dwyer, Nils Røv and Carles Vilà, Genetic analyses reveal independent domestication origins of Eurasian reindeer, Proceedings of the Royal Society. Biological Sciences, 22 August 2008, vol. 27,5 no. 1645, p.1849-1855.

Advertenties

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in domesticatie van dieren, Eurazië, landbouw en veeteelt, rendier, Saami - Lappen, Tsjoektsjen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s