Op zoek naar de wortels van religie (5) wie leerde wie wat?

Initiatie bij de Enga van Papoea-Nieuw-Guinea.

Initiatie bij de Enga van Papoea-Nieuw-Guinea.

De mens had in zijn ontwikkeling kennis geaccumuleerd die hem toeliet om aan de top van de voedselketen te staan. Hij had een ontwikkelde kennis van dieren, planten, jagen, verzamelen, geografie, seizoenen, exogamie, kennis van oorlog voeren maar ook geweld te vermijden enzovoort.

In de ontwikkeling van de mens moet een punt, een periode, gekomen zijn waar de mens zich niet meer op kon reproduceren zonder ook zijn kennis, minstens deels, te reproduceren. Indien dat niet zou gebeurd zijn zou de mens zich niet op dezelfde manier kunnen reproduceren hebben.

(7) Men leerde van zijn ouders …

In clans van jagers en verzamelaars leerden kinderen voornamelijk van hun ouders wat ze moesten weten om te (over)leven. Kinderen leerden ook van hun ooms, tantes, grootouders en van andere clanleden. De kennis die doorgegeven werd was zeker als er een grote crisis was een kwestie van overleven. Als er extreem grote droogtes waren in Zuidwest-Afrika of Australië was de kennis van waar de laatste zekere waterbron lag een kwestie van leven en dood. Als dergelijke situaties slechts een maal om de dertig jaar voorkwamen maakte de overgedragen kennis het verschil tussen al dan niet overleven. Weten waar medicinale planten konden gevonden worden, hoe een gebroken been moest gespalkt worden en zelfs hoe een been aangetast door gangreen kon geamputeerd worden.

Kinderen leerden vooral door te kijken hoe volwassenen iets deden. Natuurlijk werden hen ook zaken uitgelegd. Verhalen en mythes waren momenten waar kennis en morele lessen werden doorgegeven. Jagers en verzamelaars en later in de geschiedenis boeren, erkenden dat de ouderen levensnoodzakelijke kennis hadden en dat de jongeren die kennis moesten overnemen.

(8) en de maatschappij leerde de jongeren

Die kennisoverdracht moest voor elke generatie opnieuw gebeuren. De initiaties van de jongeren waren de periode dat hen de regels (zo men wil: wetten) van de waaronder het religieuze leven maatschappij werden bijgebracht.

Vooral jongens werden aan initiatieriten onderworpen. Deze konden enkele dagen, enkele maanden en soms vele jaren duren. Ze werden daarbij vaak afgezonderd en aan allerlei proeven onderworpen. De initiatie was voor wat betreft de jongens ook een grote ideologische disciplineringsactie. Wilden ze opgenomen worden in de mannengemeenschap dan moesten ze zich onderwerpen aan die gemeenschap en bewijzen dat ze haar regels en wetten kenden, moedig waren, pijn konden doorstaan en uithoudingsvermogen hadden. De laatste eigenschappen waren nodig bij jacht en oorlog.

Op de dag van de initiatie werd aan Australische jongens gezegd dat men hun die dag hun voorouders ging tonen. (Spencer & Gillen, p.137) De initiaties werden door verschillende totems of clans georganiseerd. De band met de vooroudercultus was een essentieel

element.

Bij Noord-Amerikaanse indianen moesten de jongens vasten, zichzelf kastijden en verschillende mutilaties toebrengen. Soms doolden ze huilend rond. Ze dansten, baden tot de gewone geesten. Ze kwamen vaak in een staat van intense opwinding, dicht bij een delirium waarop soms hallucinaties volgden. Bij andere stammen werden drugs en intoxicerende dranken ingenomen die leidden tot een staat van verdwazing. Ze kregen dan visioenen, buitengewone dromen waarin ze vlogen, onder de grond reisden en van bergtop tot bergtop sprongen. Als ze dan een dier dachten te zien dat zich vriendelijk tegenover hen opstelde dan werd dit hun individuele totem.[1] Een onderdeel van initiatierites was wereldwijd het uitslaan van of vijlen aan bepaalde tanden.

De initiatierites bij meisjes waren vaak veel korter en soms onbestaande. Als een meisje haar regels kreeg werd ze als volwassen beschouwd en huwde ze. Ook bij jagers en verzamelaars gebeurde het vaak dat de vaders of de ouders bepaalden wie met wie huwde en dat waren niet de enige beperkingen. Waren de zeden i.v.m. seks vaak (vrij) los, de huwelijksgebruiken waren vaak veel strenger en aan veel beperkingen onderhevig.[2]

Initiatierites gingen – zeker bij jongens – bij besnijdenis of de incisie vaak gepaard met bloedverlies. De betekenis van dit bloedverlies zou kunnen zijn dat de initiatie als een vorm van hergeboorte werd beschouwd waarbij de jongen een man werd. Naar analogie met een echte geboorte was er ook lijden en echt bloedverlies of misschien was dit naar de gelijkenis met de meisjes die aan het einde van hun initiatie in de regel ontmaagd werden, waarbij ook bloed vloeide.

We hebben (voor een blog) een lang weg afgelegd om in de volgende aflevering te komen tot wat wereldwijd de oudste religie van de mensheid is. Ze ontstond in Afrika, verspreidde zich met Homo sapiens wereldwijd, bestaat tot vandaag en is integraal onderdeel van alle religies. (Commercie als Scientology niet meegeteld).

Marc.Vermeersch@gmail.com


[1] Emile Durkheim, Les formes elementaires de la vie religieuse, 1910 (2003), Paris, p.406, p.231-232.
[2] Wie hierover meer wil lezen: Marc Vermeersch, De geschiedenis van de mens. Deel I, Jagers en verzamelaars. Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, 472 pagina’s.
 
Ander artikels over of i.v.m. religie:
In de reeks ‘Op zoek naar de wortels van religie’
(1) kennisreproductie en aanpassingen
(a) vragen
(b) Wat is een mens?
(2) het biologische nut van religie
(c) Wat is het biologisch nut van religie?
(c) Geen recent fenomeen: archeologische sporen
(3) kennis en reproductie
(e) Kennis werd geaccumuleerd en gereproduceerd
(4) kennisreproductie en aanpassingen
(f) De mens was afhankelijk geworden van de reproductie van zijn kennis
(g) Aanpassingen bij de mens
(5) wie leerde wie wat?
(h
) Men leerde van zijn ouders …
(i) en de maatschappij leerde de jongeren
(6) in oorsprong was er … één religie, de vooroudercultus
(j) De functies van de oudste religie van de mensheid

De ziel, het leven, in het Hebreeuws

Rode oker in Maastricht-Belvédère 200.000 tot 250.000 jaar oud

De Kalahari 70.000 jaar geleden: religie, totem, kunst en een python (a)
De Kalahari 70.000 jaar geleden: religie, totem, kunst en een python (b)

Advertisements

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Leren, Opvoeding, religie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s