God en de vrouw: het is complexer

Vrouw begin landbouw 222Vrouw begin landbouw 223
Het is waarschijnlijk dat landbouw door vrouwen werd ontwikkeld. Hierboven: p. 222-223 ban Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië.
De Morgen nam op 7 maart 20116 een interview met Carel van Schaik van de Volkskrant over. De titel was ‘Hoe landbouw God groot en de vrouw klein maakte. Beschrijft de Bijbel de bruuske evolutie van de mens van jager-verzamelaar naar landbouwer?’. De verdedigde visie is op meerdere punten onjuist.
Het ontstaan van de landbouw was helemaal niet het begin van de onderdrukking van de vrouw. In veel maatschappijen van jagers en verzamelaars werden vrouwen ook onderdrukt. Zo hadden sommige Australische stammen de gewoonte om een vrouw te verplichten een vingerkootje te amputeren, zichzelf te snijden om te bloed te laten vloeien bij het overlijden van een clanlid. Mijn vriend prof. Marcel De Cleene zag en fotografeerde de gevolgen van hetzelfde gebruik bij een bezoek aan Irian Jaya enkele jaren geleden. Bij de meeste jagers en verzamelaars werd de vrouw onderdrukt maar er waren uitzonderingen. Bij pygmeeën waren mannen vrouwen grosso modo gelijk. Mannen hielpen bij de verzorging van baby’s, mannen en vrouwen trokken er vaak samen op uit om planten te verzamelen. Geweld kwam zelden voor en als het voorkwam kregen mannen soms meer slagen dan vrouwen.
Mensen delen overal ter wereld dezelfde biologie maar hun culturen verschillen vaak zeer sterk. Op basis van dezelfde productiewijze (jagen en verzamelen, landbouw en veeteelt, industriële productie en informatiemaatschappij) kan de verhouding tussen man en vrouw helemaal anders zijn. Bij de Irokezen in het noordoosten van Amerika deden de vrouwen aan landbouw handen. Ze hadden er sociaal en politiek een sterke positie. Bij de Buid van Mindoro (een Filippijns eiland) was de positie van de vrouw, die haar eigen grond bewerkte, gelijke aan die van de man.
In Europese en Zuidwest-Aziatische landbouwmaatschappijen was de vrouw ten laatste vanaf 5000 jaar geleden overal onderdrukt. Over de periode ervoor weten we niet veel. Er was nog geen schrift. Misschien was de positie van de vrouw in het egalitaire stadje Çatal Höyük 7400-5700 VOT (Voor Onze Tijd) gelijk maar harde bewijzen zijn er niet voor.
Bij veel Nieuw-Guinese stammen met landbouw en veeteelt was de onderdrukking van de vrouw groot. De Franse antropoloog Maurice Godelier maakte een haarfijne analyse van de ideologische technieken die mannen er gebruikten om de vrouwen ondergeschikt te houden.
Bij boeren zien we dus ook een gediversifieerd beeld. Vrouwen werden in de meeste maatschappijen onderdrukt maar er waren ook maatschappijen waar dat niet het geval was. Voor we het vergeten: landbouw werd waarschijnlijk door vrouwen ontwikkeld. Zij waren de verzamelaarsters die de grootste kennis van planten hadden en praktijken ontwikkelden die tot landbouw leidden. Mannen bleven zouden veeteelt pas 1000 jaar na het begin van de landbouw in Zuidwest-Azië tot stand brengen. De Irokezen hadden geen veeteelt. Mannen waren er jagers en beruchte krijgers die regelmatig de Fransen versloegen maar thuis waren hun vrouwen baas.

Religies

Er kan weinig twijfel over bestaan dat Homo sapiens religie had. We mogen aannemen dat religie minstens 200.000 jaar bestaat. Zelf denk ik -op basis van archeologische vondsten en etnologische verslagen- dat religie veel ouder is.
De oudste religie van de mens is de vooroudercultus. Het is vandaag nog altijd de tweede of de derde grootste religie van de mensheid, voor of na de islam. Springlevend in Oost-Azië, in Afrika en bij kleine groepen mensen verspreid over andere continenten. De vooroudercultus is hier niet gekend en ook niet erkend hoewel die ook in het christendom sporen heeft nagelaten, b.v. allerzielen en allerheiligen.
In de vooroudercultus gelooft de mens dat de zielen van zijn voorouders nog bestaan en over hem waken maar hem ook kunnen afkeuren en straffen. Hij gelooft vaak ook dat vijanden geesten op hem af kunnen sturen die hem schade kunnen toebrengen en zelfs doden. Hij gelooft ook dat plaatsen (Ayers Rock, AU), rivieren als de Ganges, bomen enz. een ziel hebben, heilig zijn. Jahwe is waarschijnlijk een voorvader van de Hebreeuwen. Karl Kautsky stelde in 1908 in zijn “Der Ursprung des Christentums” dat de ballingschap in Babylonië het begin van een proces was waarin het denken over Jahwe een hoger abstractieniveau haalde bij de priesters. Er was voor de Joden geen veelheid voorouders meer slechts één, Jahwe. Dat maakt van het judaïsme enkel in naam een monotheïsme. Men, zeker het volk, bleef geloven in geesten, engelen, duivels, heiligen enz. Het christendom en de islam zijn in die zin evenmin monotheïstisch. De eerste keer dat een zogenaamd monotheïstische religie een staatsreligie werd was pas in 381 OT toen het christendom dat werd in het Romeinse rijk. Dat was bijna 10.000 jaar na het ontstaan van de landbouw.
Tussen het begin van de landbouw in Zuidwest-Azië rond 9.500 jaar VOT, 1000 jaar later gevolgd door het begin van de veeteelt, en het begin van de eerste stedelijke beschavingen, iets voor 3000 VOT, zit 6500 jaar tijdens dewelke de manier van leven in de dorpen weinig veranderde. Er waren plaatsen waar een dorp gedurende een bepaalde tijd kon groeien tot een kleine stad maar geen van deze stadjes zou uitgroeien tot een stedelijke beschaving voor de stadstaten van Mesopotamië verschenen. Er was geen reden waarom de religie van jagers en verzamelaars wezenlijk zou veranderen toen ze boer werden. De verandering in hun manier van leven ging traag. Ze bleven nog lang verzamelen en jagen. Landbouw en veeteelt werden stede belangrijker maar het was een traag proces. In de vooroudercultus en elke daarvan afgeleide religie is de verhouding tussen de mens en de bovennatuurlijke entiteit er één van ‘do ut des’, geven om te krijgen. Jagers en boeren offerden hun gebeden en wat voedsel (dat ze daarna opaten) en in ruil vroegen ze veel wild, veel eetbare planten en vruchten, een goede oogst, veel jongen. Hoewel de productiewijze veranderde was er geen reden waarom religie wezenlijk zou veranderen. Daar bestaat een goed voorbeeld van. Jagers en verzamelaars bouwden in Anatolië vanaf 11.750 jaar geleden stap voor stap 20 stenen tempels, de oudst bekende in de wereld. Op de stenen zuilen van die tempels hakten ze symbolen uit, bijna allemaal dieren. Toen in die streek een paar eeuwen later de landbouw begon bleven die tempels nog meer dan duizend jaar in gebruik. Dat moet niet verwonderen. De afgebeelde dieren waren symbolen voor totemgroepen, groepen mensen die elkaar steun verschuldigd waren en hetzelfde totemdier hadden waarmee ze zich vereenzelvigde. Men vond er ook tienduizenden botten van dieren waar men op gejaagd had. Er was nauwelijks een overeenkomst tussen de verhouding van deze botten en de afgebeelde dieren. Het meest afgebeelde dier was de slang waarvan geen bot werd teruggevonden. Ze was waarschijnlijk een totemdier, een symbool, het meest voorkomende dier op de zuilen van de tempels van Göbekli Tepe (Zuidoost-Anatolië). De slang zou een blijvend symbool blijven in Zuidoost-Azië tot in Genesis. Het is een voorbeeld van een symbool dat van de maatschappij van jagers en verzamelaars naadloos overging in de boerenmaatschappij.
De bijbel is m.i. niet in de eerste plaats een weerspiegeling van de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt niet weer. Toen die verhalen opgeschreven werden lag de overgang al 6000 à 7000 jaar achter de rug. De tegenstelling tussen Kaïn en Abel is er geen tussen een jager en een boer maar tussen een boer en een herder. Het louter hoeden van kuddes is een tijd na de veeteelt ontstaan. De meeste herders deden ook -mogelijk beperkt- aan landbouw of waren aangewezen op ruil met landbouwers, b.v. vlees voor granen.

Dr. Marc Vermeersch   Marc.Vermeersch@gmail.com

In de verschillende boeken over de geschiedenis van de mens en het doctoraat wordt in elk boek aandacht besteed aan de positie van de vrouw.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars. –
Boek 1, van Pan tot  Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€ –
Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. –
Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika. 35€
Marc Vermeersch, Doctoraat Ugent, Om zich te reproduceren moet de mens zich ook ideologisch reproduceren, 2012.
Een vijfde boek is in voorbereiding:
Boek 4, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
over hetzelfde onderwerp:
De positie van de vrouw bij de Baruya van Papoea-Nieuw-Guinea
over Göbekli Tepe, de oudste tempels ter wereld
Göbekli Tepe, de oudste tempels ter wereld (1)
Göbekli Tepe, de oudste tempels ter wereld (2)
Göbekli Tepe, de oudste tempels ter wereld (3)

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in landbouw en veeteelt, positie van de vrouw, religie, Uncategorized, vooroudercultus en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s