Toen indianen Europeanen overwonnen en verdreven. Jivaros, West-Ecuador 1599.

Jivaro_Warrior

Jivarokrijgers met blaaspijpen

De geschiedenis van de verovering van Amerika door de Europeanen lijkt wel één lange lijst van nederlagen van de indianen. De daar bestaande ontwikkelde culturen van Inca’s en Azteken waren kwetsbaarst. Zij werden op zeer korte tijd veroverd door kleine Spaanse legers die deze gecentraliseerde staten overnamen.

Natuurlijk was er indiaans verzet. De Tupi-indianen lieten zich niet zomaar onder de voet lopen door de Portugezen. De Irokezen brandden Montréal af. Het ontbrak de indianen zelden aan moed. Ze hadden in vergelijking met Europese soldaten ware doodsverachting. Boog en pijl waren geduchte wapens. Ze hadden weliswaar minder penetratiekracht op grote afstand dan geweren maar een man met pijl en boog kon veel pijlen afvuren terwijl een soldaat zijn geweer met poeder en lood moest herladen. Europeanen brachten echter ziektes mee naar Amerika die vaak duizenden jaren er voor de Europese bevolkingen hadden gedecimeerd waardoor zij er voor een groot deel immuun waren voor geworden. Ziektes als de mazelen waren vaak dodelijk voor indianen. Charles Mann legde in zijn boek ‘1491: New Revelations of the Americas Before Columbus’ uit 2005, uit hoe Europese ziektes misschien de hoofdrol speelden in de uiteindelijke overwinning van de Europese machten. Daar moet aan toegevoegd worden dat zich uit Zuidwest-Azië vanaf 11.500 jaar geleden een zeer productieve combinatie van landbouw en veeteelt had ontwikkeld die geen partij was voor de weliswaar hoog opbrengende Amerikaanse landbouw maar een zeer kleine veeteelt (kalkoenen, lama’s, alpaca’s). De indianen hadden ook geen dier als het paard of de ezel dat voor ploegen, transport en militair kon ingezet worden.

jivaros talen 2

In het geel-groene gebied woonden en wonen Shuar (17) en ten westen van hen de Achuar (1) In de roze gebieden worden vandaag nog Quechea-dialecten, de taal van de Inca’s, gesproken.

Groot was mijn verrassing toen ik enkel dagen geleden las dat er toch indianen waren geweest die de Spanjaarden een zware nederlaag hadden toegediend en hen uit hun gebied verdreven.

De Jivaros waren koppensnellers die van de hoofde van hun slachtoffers tsantsas maakten. De huid van hoofd en hals werd over de schedel getrokken, intensief bewerkt om sterk verkleind over te blijven als trofee.
De eerste keer dat de Jivaros van West-Ecuador (weliswaar niet bij naam) vermeld werden is in een brief van Hernando de Benavente aan de koninklijke audiëntie van Spanje op 25 maar 1550. Hij schreef: “Et je dis en vérité à Vos Majestés que ces gens sont les plus insolents que j’aie jamais rencontrés depuis que je voyage aux Indes et que j’ai entrepris leur conquête.”  De Jivaros zouden zijn gelijk bewijzen. Ze leefden in het gebied waar beken en riviertjes van de oostelijke Andes in Ecuador naar het Amazonebekken vloeiden. Ze waren ook bekend onder de namen Jibaro, Shuar of Shuara. Waar het landschap vlakker werd en de waterlopen begonnen te meanderen, leefde een verwant volk, de Achuar, vijanden van de Jivaros. Zij verplaatsen zich vooral per kano. Het landschap was een factor die de Jivaros beschermde tegen verovering: bergachtig, vochtig, regenwoud, quasi ondoordringbaar.

In de 16de eeuw was het gebied ten westen van de Jivaros onder controle van de Inca’s. In 1527 had de grote Inca, Huayna Capac, geprobeerd de Jivaros te onderwerpen. De weerstand was echter zo groot dat hij zich moest terugtrekken in het hooggebergte van de Andes. Hij werd achtervolgd en gaf de Jivaros geschenken om hen te kalmeren.

De Spanjaarden probeerden voor het eerst in 1549 o.l.v. Hernando de Benavente de Jivaros te onderwerpen. Hij stootte op grote weerstand en moest zich terugtrekken.

De vicekoning van Peru zond een nieuwe expeditie naar Jivarogebied met soldaten en kolonisten. Zij dreven handel met de Jivaros en ontgonnen goud langs de rivieren Paute, Zamora, Upano en hun zijrivieren. Dat was rendabel en trok veel mensen aan. De Spanjaarden stichtten twee stadjes, Logroño en Sevilla de Oro. De Spanjaarden hadden een aantal Jivaros weten te overtuigen om met hen samen te werken bij de goudexploitatie maar de meerderheid bleef vijandig. Juan Aldrete schreef in 1582 “Het is een zeer vijandig volk met een sterk krijgersinstinct. Ze hebben een groot aantal Spanjaarden gedood en ze doden er nog elke dag.”

Toen de Spanjaarden het Jivarogebied hadden opgeëist, eisten ze een tribuut in goud waarvan ze het bedrag elk jaar verhoogden. In 1599 waren de Spaanse eisen buitensporig groot. Dat leidde tot de befaamde revolte van de Jivaros die door Juan de Velasco beschreven werd. De hebzucht van de laatste gouverneur van de Macas (zowel de naam van een stad als van een stam)  voor de kroning van Filips III van Spanje werd de directe aanleiding van de opstand. Hij weet de opstand o.a. aan het feit dat de meeste Jivaros niet echt onderworpen waren geweest. Ze waren b.v. niet bekeerd tot het christendom. De inwoners van Logroño stonden zeer vijandig tegenover de belastingen die ze moesten betalen. De gouverneur maakte van de feesten voor Filips III gebruik om een nieuwe zware belasting te heffen die zou dienen om een geschenk voor de koning te kopen. De Spaanse onderdanen weigerden die belasting te betalen en de gouverneur krabbelde terug: iedereen mocht geven wat hij wilde. Dat gold echter niet voor de indianen. De Macas- en Huamboyastammen plooiden. De Jivaros verenigden zich onder leiding van een buitengewone chef, Quirruba. Ze bereidden zich in het geheim voor waarbij ze zo veel mogelijk goud verzamelden om de indruk te wekken dat ze de belasting zouden betalen. Quirruba verenigde alle Jivaros. Dat was op zich een indrukwekkende prestatie want zij waren vooral bezig geweest met elkaar en leden van naburige stammen in raids te vermoorden. Hij zond ook gezanten naar de Macas en de Huamboya. Zij durfden niet meedoen maar zouden het geheim bewaren. Quirruba wilde dezelfde dag, op hetzelfde uur in opstand komen tegen het Spaanse gezag in de regio. Quirruba zou Logroño aanvallen en twee vertrouwelingen de steden Sevilla de Oro en Huamboya (naam voor de stam en de stad).

Toen de gouverneur in Longroño aankwam vielen de Jivaros daar en in Sevilla de Oro en Huamboya om middernacht aan. Naar verluid waren ze in Longroño met 2000. Quirruba zelf viel binnen in het huis van de gouverneur waar iedereen behalve de gouverneur zelf vermoord werd. De indianen hadden hun goud meegebracht en materiaal om het te smelten. Toe het goud gesmolten was deden ze zijn mond open met een bot, zogezegd om te kijken of er deze keer genoeg goud zou zijn. Ze goten stap voor stap gesmolten goud in zijn mond en gebruikten een ander bot om hem te doen slikken. Uiteindelijk barsten zijn ingewanden wat op gelach en geschreeuw werd onthaald. Geen enkele mannelijke bewoner overleefde de aanval. De huizen werden daarna één voor één in brand gestoken De Jivaros zonden een deel van hun manschappen naar de twee andere steden om er te helpen. Bij de vrouwen die ze gevangen hadden genomen werden de oudere vrouwen en de jongere die hen zouden gehinderd hebben vermoord. Ze hielden de andere voor “leur usage”. Daarbij waren bijna alle nonnen van een klooster dat een paar jaar er voor was gesticht. Longroño telde toen waarschijnlijk ongeveer 12.000 inwoners.

In Sevilla de Oro, een grote stad van 25.000 inwoners, hadden de Macas hun gelofte niet gehouden en de Spanjaarden niet aangevallen. Toen het bericht dat Longroño gevallen was het stadsbestuur bereikte, begon het met de verdediging. Een deel van de gevluchte bewoners van Huamboya kwamen daar ook aan. De Spanjaarden stelden zich op in een vlakte bij de stad. De Jivaros naderden en in de confrontatie werden velen van hen gedood. De Spanjaarden hadden echter te weinig kruit en het aantal geweerschoten verminderde. De Jivaros bleven aanvallen met hun speren en vochten bijna een hele dag. ’s Avonds namen ze bijna heel de stad in die ze in brand staken. Naar schatting zou slechts een kwart van de bevolking, voornamelijk vrouwen en kinderen, de verovering overleefd hebben. Velen verlieten de stad waar slechts een klein aantal overbleef nadat Spaanse versterking uit Quito was aangekomen.

De overwinning van de Jivaros was quasi totaal Tot 1870 was Macas (het stadje) de enige vestiging waar blanken woonden. Ze was slechts met een pad verbonden met een ander blank stadje, Riobamba. De afstand werd in acht dagen afgelegd, Macas was bijzonder afgelegen. Het isolement was naast de handel in machetes, bijlen, kleren, naalden en vuurwapens bijna compleet. Er was waarschijnlijk gedurende eeuwen vijandigheid en geweld tussen Macas en de Jivaros, zeker tot 1837. Daarna ontspanden de relaties zich een beetje, mogelijk omdat de onderlinge handel begon toe te nemen. De Jivaros hadden o.a. varkens en zout die ze konden ruilen. De Macabeos, inwoners van Macas, begonnen dan ook om tsantsas, gereduceerde hoofden te kopen. Als u zich ooit zou afgevraagd hebben waar de gereduceerde in Suske en Wiske, Nero en Kuifje vandaan komen: van de Jivaros.

Het voorbeeld van de Jivaros leidde tot onrust in andere delen van het oude Incarijk, b.v. bij de Popoyàn in Colombia.

Michael Harner sprak, meer dan 360 jaar later met een oude Jivaro die uit de overlevering enkel zaken wist te vertellen die waarschijnlijk teruggingen tot 1599. De ‘blanken’ waren gemaakt uit één bot van de schouder tot de knieën. Dit was waarschijnlijk een vervormde indruk van het harnas dat Spaanse soldaten droegen. Ze waren “wreed en zeer groot”.

Tot daar het verhaal van de enige indianen die in de beide Amerika’s een verpletterende overwinning behaalden op de Spanjaarden en zo hun vrijheid voor bijna vijf eeuwen veilig stelden. Dit liet antropologen als Michael Hamer en Philippe Descola in de jaren 1960 en 1970, bij de Jivaros en de Achuar onderzoek te doen. Waarschijnlijk was hun levenswijze nauwelijks veranderd. Geen vrolijke lectuur want de Jivaros toonden een zelden geëvenaarde wreedheid. Ze haalden de hoofden voor hun tsantas bij hun buren de Achuar. Ze zetten speciale moordexpedities op om ver van hun eigen woonplaatsen Achuar te overvallen, zo veel mogelijk koppen te snellen om zich dan naar eigen gebied terug te trekken. Het lijdt geen twijfel dat hun moed, oorlogszucht en meedogenloosheid onder een bekwame strateeg als Quirruba een noodzakelijke voorwaarde waren om de Spanjaarden voor vele eeuwen uit hun streek te verdrijven. Om een ander bekend stripverhaal te parafraseren: de Europeanen veroverden heel Amerika behalve een klein gebiedje in het Westen van Ecuador.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Voornaamste informatie uit: Michael J. Harner, Les Jivaros.-, Bibliothèque Payot. Uit het Engels vertaald. Eerste druk 1972.
Over de Achuar: Philippe Descola, Les lances du crépuscule, Avec les Indiens Jovaros de haute Amzonie. Ed. Terre Humaine Poche, Plon. 1993. De titel is een beetje misleiden. Op de achterkant van het boek staat “On les appelle Jivaros. Ils préfeèrebt se dénommer Achuar, les Gens du palmier d’eau”. In het boek van Harner zijn de Achuar de slachtoffers van de koppensnellerij van de Jivaros.
Ik ben mijn vrienden Christian Vandekerckhove, Jozef Schilderman en Wim Thienpont dankbaar voor volgende informatie. Stripverhalen waarin koppensnellers en/of tsantsas voorkomen.
Nero: De prinses van Wataboeng
Nero: De man met het gouden hoofd
Nero: Zonen van Dracula
Nero: de sprekende draak
Kuifje: Het gebroken oor
Suske en Wiske: De vogels der goden
en hieronder rechts: Natacha uit 1981

Suske en Wiske Het zoemende ei Jivaros 1971_comics_natacha_koppensnellers

Andere blogs over indianen en Amerika

Pocahontas in IJsland

Wanneer kwamen de eerste mensen in Amerika aan?

Indianen kwamen uit Siberië, verwant met Europeanen

Hans Staden en kannibalisme bij de Tupi-indianen

Slavernij bij de indianen van de Amerikaanse Noordwestkust

Indianen in Zuid-Amerika en de Aleoeten met genen van een ouder mensentype dan Homo sapiens

De oudste sites in Zuid-Amerika

 

Advertisements

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Achuar, Ecuador, Jivaros, Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s