1302, klassenstrijd in Vlaanderen (6, politiek, aanloop naar 1302)

Politiek

Na het verdrag van Verdun in 843 werd het Karolingische rijk in drie gedeeld. In het oosten/noordoosten Duitsland, het Heilig Roomse Rijk, in het centrum Lotharingen en in het westen/zuidwesten Francia, het land van de Franken. Lotharingen zou vrij snel uit elkaar vallen en voor een groot deel opgaan in het Heilig Roomse Rijk. De grens tussen Duitsland en Frankrijk, de Schelde, liep door België. Het grootste deel van België hoorde bij Duitsland, het toenmalige Vlaanderen, Kroon Vlaanderen, maar ook het zuiden van Zeeland, lag voor het belangrijkste deel in Frankrijk. Het deel dat bij het Heilig Roomse Rijk hoorde is Rijks Vlaanderen.

1302 Pieter De Coninck Jan Breydel

standbeeld van Pieter De Coninck en Jan Breydel op de markt van Brugge

De Vlaamse graven
De Vlaamse graaf een vazal van de Franse koning. Dank zij zijn lakenindustrie en zijn hoge bevolkingsdichtheid was Vlaanderen het rijkste gebied van Frankrijk. De Franse koningen hadden als ambitie om elk gebied dat ze in Frankrijk niet controleerden over te nemen van de plaatselijke graven, hertogen enzovoort. Het zou eeuwen duren voor ze daar in slaagden, behalve voor Vlaanderen dat ze wel gedeeltelijk maar niet volledig, in handen zouden krijgen.

 

De 13de eeuw was in dat opzicht niet goed begonnen voor de toenmalige Vlaamse graaf, Ferrand van Portugal die van Portugese afkomst was en door zijn huwelijk Graaf van Vlaanderen. De Franse koning had in 1214 de slag van Bouvines gewonnen tegen een coalitie van Engeland, Vlaanderen en de Duitse keizer. Daarna werd de Vlaamse graaf, geketend aan handen en voeten door Parijs gedragen waar hij door de Parijzenaars kon uitgejouwd en bespuwd worden. Hij werd opgesloten in het Louvre. “Pas 12 jaar later, met kerstmis 1226, kon hij Parijs weer verlaten, als een gebroken, oude man van 40.“ Het was een keerpunt. Voor het eerst in drie eeuwen kon de Franse koning zeggen dat hij sterker was dan zijn belangrijkste vazal, de graaf van Vlaanderen.

Gwij van Dampierre. werd graaf van Vlaanderen in 1252. Door zijn huwelijk werd hij ook graaf van Namen.

De staten van Vlaanderen

De staten van Vlaanderen waren de vertegenwoordiging van Gent, Ieper en Brugge, een soort parlement avant la lettre. Rond 1350 kwam er een vierde lid bij, het Brugse Vrije. De state van Vlaanderen zouden blijven bestaan tot de Franse hen afschaften in 1794.

De aanloop naar 1302

Na 1270 ging het economisch niet goed in Vlaanderen. Gravin Margaretha werd door de Engelse koning gedwongen haar lening aan hem kwijt te schelden. Koning Henry had haar daartoe gedwongen door de uitvoer van Engelse wol naar Vlaanderen te verbieden. Dat leidde hier tot een economische crisis. “Het conflict leverde enkele jaren van crisis en dus ellende in de Vlaamse steden op en dat maakte ook de sociale en politieke verhoudingen heel wat scherper. Al in het voorjaar van 1274, enkele maanden voor het afsluiten van het verdrag met de Engelse koning, moet het in Gent tot een samenzwering of revolte gekomen zijn van het gewone volk, het gemeen, tegen het oligarchisch stadsbestuur.” (Verbruggen en Falter, p. 38)

In de Vlaamse steden hadden de poorters de macht in het stadsbestuur maar de graaf had vaak ook nog een deel van de macht. “Gent had sedert 1228, toen het fors had bijgedragen in de koopsom voor de vrijlating van graaf Ferrand, een zeer aristocratisch stadsbestuur, de XXXIX. Het bestond uit 13 zetelende schepenen, 13 raadslieden die hen het jaar nadien zouden opvolgen, en 13 zogenaamde vacui, de schepenen van vorig jaar die 12 maanden aan de kant bleven alvorens het volgend jaar weer raadslid te worden. Stierf of stopte iemand van de XXXIX, dan verkozen zijn 12 collega’s binnen elk van de drie geledingen een opvolger. Elk jaar op Maria Hemelvaart vond rotatie plaats. Een dergelijk gesloten systeem vormde onvermijdelijk een vrijbrief voor een oligarchisch bewind van een kleine kern poorters.

Het bleef in Gent ook gisten in 1275. Vermoedelijk in de zomer ging de gravin zelf een kijkje nemen in de stad, waar zij, volgens een verslag van afgevaardigden van het gemeen aan de Franse koning enkele maanden later, het volk ‘in ontelbare aantallen zag toestromen’. Margareta (…) ‘aanhoorde hun verschrikkelijke kreten en begreep hun trieste smeekbeden’ want ‘allen riepen met één stem dat ze de stad zouden verlaten, om er nooit meer weer te keren als de gravin de organisatie van de schepenbank van stad niet zou wijzigen.’ De gewone burgers konden ‘noch rustig, noch veilig meer leven, maar werden dagelijks vernederd en onderdrukt, zoals slaven. De schepenen gaven dagelijks meer uiting aan hun hebzucht en hun arrogantie omdat ze, ondanks alle wandaden, er zeker van waren dat ze niet konden worden afgezet.’” (Verbruggen en Falter, p. 39)

“De gravin was in dit conflict de bondgenote van de ambachtslui. In oktober 1275 wilde ze het stadsbestuur, de XXXIX raaadsleden, ontbinden. De poorters gingen echter in beroep bij het hoogste juridische gezag van het koninkrijk, het Parlement van Parijs aan het hof van de koning. Dat vellde zijn besluit, na een onderzoek ter plaatse, in juli 1277. Het systeem van de XXXIX, zoals vastgelegd in 1228, bleef gehandhaafd. Maar acht schepenen die zich schuldig hadden gemaakt aan te grove misbruiken moesten opstappen. Koning Filips III hield zich ten slotte het recht voor om op een later tijdstip een besluit te nemen over de meeste betwiste punt. Het nazicht van de stadsrekeningen.” (Verbruggen en Falter, p. 39)

De koning was nu eens de bondgenoot van de ene partij, dan van de andere in Vlaanderen maar hij volgde altijd zijn eigen belang. Hij was bijna permanent in oorlog en had daar veel geld voor nodig. Hij was een valsmunter die zijn eigen munt tot een derde van de waarde had vervalst. In de periode die hier besproken wordt concentreerde hij zijn aandacht op Vlaanderen dat in vergelijking met andere gebieden in Frankrijk zeer rijk was en dus veel belastingen kon opbrengen. Filips gedroeg zich als een buitenlandse machtshebber. Hij hield weinig rekening met de kwestbare Vlaamse economie die afhankelijk was van de wolimport uit Engeland.

Zoals dit conflict waren er talrijke  in deze periode van de middeleeuwen. Er werden door de Franse koning, maar door de Vlaamse graaf aan stadsbesturen gigantische boetes opgelegd al waren deze van Filips de grootste. Inwoners die bij een verliezende partij hoorden konden een deel van hun bezittingen of al hun bezittingen verliezen. Niet zelden werden mensen terechtgesteld of verbannen.

De strategie van de Franse koning was Vlaanderen veroveren. Alle middelen waren goed om dat doel te bereiken: het brandschatten van het zuiden van Vlaanderen, het opleggen van belastingen, het betrekken van de paus(en) in bondgenootschappen. De paus verbood op een bepaald moment b.v. om in het graafschap Vlaanderen nog de mis te lezen wat veel gelovige christenen als een zware straf beschouwden. Het is opvallend dat de troepen van Filips de Schone bij het plunderen vaak brand stichtten, mensen vermoordden en er ook niet voor terug schrokken kerken en kloosters in brand te steken. Op een bepaald moment plunderden ze een vrouwenklooster en verkrachtten de zusters. “Toen al te drieste manschappen het cisterciënzerklooster van Flines ten zuiden van Orchies overvielen, waar de moeder van de graaf van Vlaanderen begraven lag, daar de nonnen verkrachtten en ze naakt meenamen tot in het legerkamp, werd het koning Filips iets te bar en liet hij de ontvoerders straffen.”

Een ander voorbeeld uit tientallen mogelijke voorbeelden uit het jaar 1300, het jaar waarin Filips de Schone Vlaanderen onderwierp. “Dergelijke schermutselingen en plundertochten vormden de essentie van de oorlog in de daaropvolgende weken. Op een dag organiseerde Charles van Valois en zijn leger een expeditie naar Gent, waar ze misschien proberen in contact te treden met de graaf en zijn medestanders. Die waren er op dat ogenblik niet en dus keerden de Fransen terug naar Brugge, niet zonder eerst Nevele en 12 andere dorpen in de buurt geplunderd en in brand gestoken te hebben. Strooptochten, van beide partijen, vonden ook plaats in de streek van Deinze en van Veurne, en rond Ieper en Damme. Mogelijk vanaf maart begonnen de Fransen de twee laatstgenoemde steden te belegeren. Gwij van Namen leidde de Vlaamse troepen in de Lakenstad, Willem van Dendermonde die in de haven, terwijl Robrecht van Bethune de rol van zijn vader had overgenomen in de vesting Gent.“ (Verbruggen en Falter, p. 113)

Na de Franse overwinning waren sommige steden in handen van fransgezinden, de leliaards, maar andere toch nog in handen van aanhangers van de graaf, de liebaards (men sprak toen niet van klauwaards). Steden die voor de graaf hadden gekozen werden gestraft. Ieper kreeg bijvoorbeeld een astronomisch hoge boete: 120.000 £ en een jaarlijkse rente van 3000 £, uitsluitend te betalen door de aanhangers van de graaf. Het gevolg was dat die laatsten de stad verlieten, wat de schepenen enkele maanden later deed klagen bij de vorst dat de boete niet betaald moest worden door zijn aanhangers. Maar ook toen veranderde Filips niet. Vlaanderen was door de koning quasi geannexeerd en toegevoegd aan zijn kroondomein.

In 1301 was Brugge de enige grote Vlaamse stad die de koning steunde hoewel het al drie jaar door hem van de zee was afgesneden want hij had Damme bevoordeligd. Hij slaagde er echter in om ook de Bruggelingen tegen zich in het harnas te jagen. Uit een toenmalige kroniek: “Hij kwam naar Brugge en werd daar goed gezien en ontvangen door de goede mensen van de stad. Zo ook zijn mannen. Ze bleven er met zovelen. Zolang dat sommigen de goede vrouwen ontvoerden en verkrachtten, van de burgerij van de stad, en andere, en jonge meisjes. Zozeer dat het die van Brugge begon tegen te steken. En om die feiten, en om andere, begon ze in het geheim samen te komen.” (Verbruggen en Falter, p. 126)

Ook in Gent kon de koning het verkerven. “Toen koning Filips op 22 mei zijn intrede deed in de straten van Gent, juichte het volk hem toe maar uit de massa stegen meteen ook stemmen op om de koning te vragen een einde te maken aan het ongeld, een speciale belasting op voedingswaren, en vooral op bier en mede (een soort honingdrank). De koning was goedgehumeurd, meldt de minderbroeder, en stemde toe. De toezegging kostte hem ook niets, wel veel geld aan het stadsbestuur dat alles behalve enthousiast reageerde, niet alleen omdat Gent nog met hoge schulden opgezadeld zat, maar ook omdat de schepenen hun percentage op de inning van de belasting zagen verdwijnen.”  (Verbruggen en Falter, p.127) Het Brugse stadsbestuur had schrik dat de koning het zelfde zou doen als in Gent. Het besloot om de kosten van het voorbije bezoek van de koning af te wentelen op de ambachten. Dat was voldoende voor een explosieve situatie Toen verscheen een wever, Pieter de Coninck, voor het eerst op de voorgrond. “’Maar hij was welbespraakt en kon zo mooi spreken dat men van een werkelijk wonder kan spreken. En de wevers, de volders en de scheerders[1] geloofden hem zozeer en zagen hem zo graag dat hij niets zeggen of bevelen kon of ze voerden het uit.’ Schreef de burger van Atrecht.” (Verbruggen en Falter, p. 127-128)

De wevers waren het grootste ambacht in Brugge. In 1321-22 nam men aan dat er in de stad evenveel wevers waren als poorters: 1280 man, daarnaast waren er 853 volders, 426 scheerders en 320 vleeshouwers. Wie ook op de voorgrond kwam was Jan Breydel, een vleesschouwer (slager) en Jan Heem, een volder. Het stadsbestuur sloot Pieter De Coninck in juni 1301 op, wat tot oproer leidde. De Coninck werd vrijgelaten maar de vertegenwoordiger van de koning in Vlaanderen, Jacques de Châtillon, vormde een leger van 500 ruiters. Poorters zouden de stadspoorten voor hem openen maar de ambachten verzamelden snel en hielden de poorters buiten. De massa doodde daarna enkele poorters, verwondde anderen en nam er ook enkele gevangen. De Fransen verzamelden een groter leger en trokken opnieuw op tegen Brugge. Het stadsbestuur wilde onderhandelen en verbande Pieter de Coninck en zijn felste aanhangers uit de stad en het graafschap. De Châtillon legde d stad een zware boete op en verplichtte een deel van de wallen af te breken en schafte de vrijheid en voorrechten van de stad opnieuw af. De Fransen namen ook 466 gijzelaars die ze lieten afvoeren naar Doornik. Zelfs de poorters en het koningsgezinde stadsbestuur vonden dit van het goede teveel. Ze dienden klacht in bij het Parlement van Parijs, de hoogste rechtbank in Frankrijk.

Jan van Namen, zoon uit het tweede huwelijk van Gwij van Dampierre met Isabella van Luxemburg, kreeg van hen het graafschap Namen. Hij was in 1301 vooraan in de twintig, een bekwaam militair leider die het lange verzet in 1300 tegen de Fransen in Ieper had geleid. Een koener Vlaming werd nooit geboren’ schreef de kroniekschrijver van zijn Hollandse tegenstanders, Melis Stoke.

Dr. Marc Vermeersch    marc.vermeersch@gmail.com

Zie ook andere delen van deze reeks:
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (1, economie)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (2, wol en landwinning)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (3, sociale klassen)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen
(4, invloed, kunst enz.)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (5, handel)

Advertenties

[1] Scheerders moeste het gevolde laken egaal afwerken.

Advertenties

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in 1302, guldensporenslag, middeleeuwen, Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s