1302, klassenstrijd in Vlaanderen (7. De Brugse Metten)

 

1302 Brugse Metten

middeleeuwse prent van de zgn. “Brugse metten”  in de Grandes Chroniques de France, 14e eeuw

Tijdens de winter van 1301–1302 kwam de graaf in contact met Pieter de Coninck. Hij raadde hem aan om naar Brugge terug te keren. De Coninck deed dat. Hij kwam er in februari 1302 aan. Hij en zijn aanhangers kregen direct de steun van het volk en het duurde niet lang voor de Fransgezinde poorters de stad verlieten. De Coninck was verstandig genoeg om de poorters niet uit het stadsbestuur te sluiten. Ze kregen met vier op 13 raadsleden zelfs een oververtegenwoordiging. Jan Heem en Jan Breydel werden burgemeesters. Nieuw was dat een korps gecreëerd werd van ‘hondermannen’, 100 afgevaardigden van de ambachten die voortaan zouden toezien op de stadsrekeningen. ”De mandatarissen in dat korps kregen jaarlijks een vergoeding van 20 £. Op die dure manier poogden de nieuwe heersers duidelijk zoveel mogelijk lagen van de bevolking aan zich te binden. Dat lukte hen ook. In de daaropvolgende jaren zou de grote massa van Brugse handwerkers lijf en leven wagen om de verworven rechten (…) te kunnen handhaven.”

 

Op 2 april hadden Gentse poorters een opstand van de ambachten uitgelokt. Deze slaagden er in de poorters te verslaan, niet zonder er 10 of 12 geëxecuteerd te hebben. Toen men dit in Brugge vernam smeedde Pieter De Coninck plannen om de opstand over heel Vlaanderen uit te breiden. “Ze verzamelden fondsen, door steun te vragen bij graafgezinde poorters en door de bezittingen van de koningsgezinden aan te slaan. Damme, Aardenburg en de kleinere steden aan het Zwin deden mee met Brugge. Dat betekende meteen ook dat ze een stadsbestuur van de ambachten kregen en dat de goederen van de koningsgezinde poorters er werden aangeslagen.” De opstand werd uitgebreid naar Sijsele en Male. Een kleinzoon van de Graaf, de populaire militaire leider Willem van Gulik, stond aan het hoofd van de Brugse troepen die hij organiseerde en uitbreidde. Toen een poging om Gent bij het verzet te betrekken mislukte vertrok Pieter De Coninck voor een tweede keer uit Brugge, net als Willem van Gulik.

Rond half mei kwam Jacques de Châtillon in de omgeving van Brugge. Het stadsbestuur bood hem de onderwerping van de stad aan en ze gingen akkoord om diegenen te straffen die in Male Fransen hadden gedood. De Fransen beloofden dat ze met slechts 300 ruiters zonder bewapening de stad zouden binnengaan. (Verbruggen en Falter, p. 139-140)

Op 16 mei konden alle Bruggelingen die vervolging moesten vrezen de stad verlaten voor de middag van de volgende dag. Duizenden mannen verlieten Brugge en trokken naar Damme, Aardenburg en Oostburg. Velen bleven slapen aan de oevers van het Zwin. In Damme lag een klein Frans garnizoen. De Bruggelingen overvielen hen doodden er enkele, verwondden er anderen en genoten van de voorraden voedsel en drank.

De Brugse Metten

Op de vooravond van 17 mei rukte Jacques de Châtillon aan het hoofd van 120 Franse ridders en een leger van 800 gepantserde ruiters en 300 kruisboogschutters en voetvolk Brugge binnen. De Fransen verspreidden zich over de stad om te gaan slapen. De bannelingen werden verwittigd e, besloten om terug te keren en te vechten. Ze keerden ‘s nachts terug naar de stad waarbij ze gemakkelijk via de gedeeltelijk gesloopte wallen binnen konden dringen. Ze vielen de Fransen aan waarvan er tientallen werden gedood voor ze hun wapenrusting aan hadden. Het was toen dat de woorden ‘scilt ende vrient’ gebruikt werden om de Fransen te herkennen. Jacques de Châtillon kon ternauwernood ontsnappen, zijn paard werd gedood, en 120 van zijn mannen sneuvelden. De Bruggelingen namen minstens 85 edellieden, ridders en edelknapen gevangen onder wie 19 Vlaamse ridders. Het nieuws over deze Franse nederlaag ging Europa rond en maakte Filips de Schone woedend. Ten oorlog!

Begin juni volgde de intocht van Gwij van Namen, die in Brugge ontvangen werd als een vorst. De Bruggelingen bezochten daarna Aardenburg, Kortrijk, Gent, Aalst en Ieper om hun bondgenootschap te vergroten. Gedurende al deze jaren was één van de sterke punten van Brugge dat het een goed financieel beleid voerde. De stad was telkens weer in staat om de dure krijgshandelingen en de voorbereiding van de oorlog te financieren.

Op 31 mei vertrok Willem van Gulik met Pieter De Coninck aan het hoofd van een leger Bruggelingen en mannen uit het Brugse Vrije[1] de stad uit. Ze trokken langs de kuststreek tot in Sint-Winoksbergen (nu Bergues, F) dat verlaten werd door het Franse garnizoen. Ieper werd daarna ook bevrijd. Het kon direct 500 gewapende gemeentenaren en een aantal kruisboogschutters leveren. Gwij van Namen kon Kortrijk inpalmen op 23 juni de Fransen bleven echter het kasteel bezetten met 334 soldaten. Zij staken met de vuurpijlen een groot aantal huizen in brand.

In Gent bleven de leliaards aan de macht. Omdat Oudenaarde overgestapt was naar de Bruggelingen werd graantransport over de Schelde naar Gent afgesloten. Brood werd er schaars, er was honger. Onder leiding van Jan Borluut verlieten honderden Gentenaars in het geheim hun stad om zich bij de Bruggelingen aan te sluiten.

Intussen had de Franse koning ook gemobiliseerd. Hij verbleef op 23 juni in Atrecht (Arras). Op 18 juli vielen de Fransen de Doornikpoort in Kortrijk aan en ‘s anderendaags de Rijselpoort. Tevergeefs, want de Vlamingen hielden stand.

Robert van Artois, die aan de Maas, in Spanje, Calabrië, Sicilië en Apulië had gevochten en de Engelsen uit Italië had verdreven, was de roemrijke hoofdaanvoerder van de Franse troepen. Hij had in 1296 en 1297 al in Vlaanderen gevochten. Het terrein was hem dus niet onbekend. Hij wilde de Vlamingen tot een open veldslag dwingen op de Groeningekouter.” (Verbruggen en Falter, p. 147) De twee partijen maakten zich op om op 11 juli te vechten.

Dr. Marc Vermeersch@gmail.com

[1]Het Brugse Vrije was de grootste kasselrij in het graafschap Vlaanderen. Het omvatte de streek rond Brugge, begrensd door de Noordzee, de Westerschelde en de IJzer. In oorsprong was het de kasselrij van Brugge, maar later werden de stad en het Vrije als aparte gewoonterechtsgebieden beschouwd. Het Brugse Vrije was een rijk landbouwgebied. Het had een eigen burggraaf, die zetelde op de Burg in Brugge, en maakte vanaf het einde van de 14e eeuw deel uit van de Vier Leden van Vlaanderen, samen met de drie grote steden Gent, Brugge en Ieper. Het Brugse Vrije zetelde ook in de bijeenkomsten van de Staten van Vlaanderen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Brugse_Vrije 

1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (1, economie)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (2, wol en landwinning)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (3, sociale klassen)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen
(4, invloed, kunst enz.)
1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (5, handel)

1302, Klassenstrijd in Vlaanderen (6, Brugse Metten)

Advertenties

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in 1302, guldensporenslag, Brugse Metten, Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op 1302, klassenstrijd in Vlaanderen (7. De Brugse Metten)

  1. erik zegt:

    Mooi zo alles op een rijtje en bekeken door de bril van de stedelingen en gewone mensen.
    Ik kijk sterk uit naar je volgende 4de boek over de landbouw in de rest van de wereld. Van de eerste 3 en je doctoraat geweldig genoten. Dit is wetenschap waar je iets een hebt, aan de ribben blijft plakken en je doet nadenken en da’s wat onafhankelijke wetenschap moet doen.
    Als ik de lotto win financier ik je projecten. Nu moet ik met helaas beperken tot het kopen van je boeken en er enthousiast over vertellen aan iedereen die ik tegenkom.
    veel succes, en merci voor het licht in m’n hoofd dat jij mee brandend houdt.
    Erik

    • Dag Erik,
      bedankt voor de aanmoedigende woorden. Dat doet deugd.
      Ik werk momenteel hard aan het vierde boek. Meer concreet: ik ben al 11 weken bezig aan de vierde ronde over de Chinese landbouw, nu een boek met 30 wetenschappelijke artikels. Een harde noot om te kraken maar ik hoop zondag naar de volgende fase over te kunnen gaan. De definitieve tekst beginnen schrijven over China.
      mvg
      Marc

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s