Het begin van landbouw in Tibet


De landbouw in China ontstond eerst in het noorden in de vallei van de Gele Rivier of Huang He. Twee soorten gierst waren de eerste gewassen die er gecultiveerd werden. Een tweede zone waar landbouw ontstond was in de vallei van de Jangtsekiang of Blauwe Rivier waar men rijst zou telen.
Van beide zones zou de Chinese landbouw zich in alle richtingen verspreiden. Eén van de eerste gebieden waar dat gebeurde was aan het uiterste westen van de Gele Rivier. Landbouw en varkensteelt verspreiden zich aan de zuidelijke rand van het Tibetaans plateau.
Deze tekst is een onderdeel van het te verschijnen boek:
Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens, Boek 4,
Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding in Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië, Polynesië en Madagaskar.

Deze blog kan nog aangepast worden voor het te verschijnen boek.

De verspreiding van de landbouw uit China was een proces dat duizenden jaren zou doorgaan. Heel de zuidelijke rand van de Himalaya werd zo Tibetaans. Tibetaanse talen werden verspreid in hetzelfde gebied en tot in Birma/Myanmar

Tibet, autonoom gebied van China

De oppervlakte van het autonoom gebied Tibet bedraagt 1.228.400 km². De oppervlakte van de Europese Unie (zonder GB) is 4.272.769 km²

Er zijn ook aan Tibet aanpalende Chinese provincies, Qinghai, Sichuan, Gansu en Yunnan, waar Tibetaans gesproken wordt. Tibetaanse talen werden met de landbouw ook verspreid naar Jammu en Kashmir, Gilgit-Baltistan, Pradesh (in het deel dat in de Himalaya ligt), Bhutan, Sikkim, Nepal.
De Mount Everest is gedeeltelijk Tibetaans of. De scheidingslijn tussen Bhutan en Tibet, China, loopt door de top van de berg.

De Tibetaanse bevolking telt vandaag ca. 3 miljoen mensen in het Tibetaanse Autonoom Gebied. Er woonden in 2014 ongeveer 5.800.000 Tibetanen in China, een vervijfvoudiging ten opzichte van 1950. De Chinese éénkindpolitiek was niet van toepassing op etnische minderheden, waaronder de Tibetanen. Ongeveer 50% van de Tibetanen wonen in de Tibetaanse Autonome Regio. Iets meer dan 50 % woont in de gebieden ten oosten daarvan en die worden aangeduid met de historische namen Amdo en Kham.[1]

Tibet heeft een hooglandklimaat en veel zonneschijn. Er zijn tussen het noorden en het zuiden van Tibet grote temperatuurverschillen.

Klimaat vandaag

Maandelijkse gemiddelde temperaturen en neerslag in Lhasa

JanFebMaaAprMeiJunJulAugSepOktNovDeGemidd.
Max. Temperatuur (°C)6,89,212,015,719,722,521,720,719,616,411,67,7Ø15,3
Min. Temperatuur (°C)−10,2−6,9−3,20,95,19,29,99,47,61,4−5,0−9,1Ø0,8
Temperatuur (°C)−2,21,14,68,012,015,615,414,512,88,02,2−1,8Ø7,5
Neerslag (mm)01282571118131601021Σ429

In het noorden van Tibet stijgt het Tibetaanse plateau tot een hoogte van meer dan 4500 meter en in de noordelijke helft van Tibet ligt de gemiddelde jaartemperatuur onder 0 °C (permafrostgebied).

De meeste Tibetanen wonen in het gebied tussen Lhasa en Shigatse (in het zuidwesten van Tibet) en aan de oostelijke rand van de Tibetaanse hooglanden, terwijl het noorden, het centrale gebied en het westen van Tibet door de permanente vorst bijna onbewoonbaar zijn.

Landbouw in Tibet

Het Tibetaans Plateau is één van de meest onherbergzame gebieden voor landbouw op de planeet. Het ligt op grote hoogte, gemiddeld 4000 meter. Het is er aride en koud, het vriest er een groot deel van het jaar. Planten hebben er een kort groeiseizoen. De Tibetanen slaagden er desondanks in om er aan landbouw en veeteelt te doen. Het is iets warmer in het zuidoosten van het Plateau. In het noordoosten is het zeer koud, een koude woestijn die bijna onbewoond bleef. Het westen van Tibet krijgt slechts 5 mm regen per jaar. Er werd aan landbouw gedaan in de lager gelegen delen van Tibet met voldoende regen en mildere temperaturen dan in de ijswoestijn.

Er werden oude landbouwsites gevonden waarvan de oudste dateert uit de periode van3500 cal VOT.

De vroegste landbouw in Tibet was gebaseerd op de aan de Gele Rivier gedomesticeerde gierstsoorten, gewone gierst en trosgierst, en op varkensteelt. De gierstsoorten werden in het oosten van het Tibetaanse Plateau rond 3500 VOT geteeld. Dit is duizenden jaren na de ontwikkeling van de Chinese landbouw. Later zou broodtarwe, afkomstig uit Zuidwest-Azië, gierst aanvullen, net als het hoeden van schapen en geiten die ook uit Zuidwest-Azië kwamen. Jacht, visvangst en verzamelen vulden het dieet aan.[2]

De site Karuo, 2700 – 2300 cal VOT

Alhoewel ze duizenden jaren jonger is dan de introductie van landbouw in Tibet is de site Karuo in Changdu (Chamdo) één van de oudste landbouwsites in Tibet. Ze ligt aan de Mekong Rivier in Oost-Tibet. Er werden resten van trosgierst (66 granen en fragmenten) en gewone gierst (11 granen) gevonden waarvan de ouderdom zich situeerde tussen ca. 2700 en 2300 cal VOT. Er werden zowel ronde als rechthoekige huizen gevonden die voor een deel onder grondniveau waren aangelegd. Men vond er veel stenen en benen werktuigen en potten die op lage temperatuur waren gebakken. Er was een nauwe verwantschap met sites in het westen van Sichuan en Noordwest-China.

“Huisfundamenten, verharde straten, stenen muren, stenen altaren en greppels werden in de goed bewaard gebleven stad blootgelegd en er werd een groot aantal stenen gereedschappen, potten, botten en andere artikelen ontdekt die van ornamenten zijn voorzien.” En: “Sinds 1996 staat Karub (Kazuo) op de lijst van culturele erfgoederen in de Tibetaanse Autonome Regio.”[3]

Changguogou, ca. 1400 cal VOT

Changguogou, ligt 50 km ten westen van Lhasa, de hoofdstad van Tibet,langs de Yarlung Rivier (Tsangpo, Brahmapoetra) in Zuid-Tibet is een jongere site, opgericht rond ca. 1400 cal VOT. Vanaf toen begon de introductie van gewassen afkomstig uit Zuidwest-Azië. Ze zouden een belangrijke rol spelen in de aanpassing van de mens aan het Tibetaanse hoogland. Tarwe en gerst van Zuidwest-Azië werden gezaaid in de herfst, sliepen a.h.w. in de winter en groeiden verder in de lente. Zo kon al in juni geoogst worden. Zomertarwe is een variant die zich pas later ontwikkelde, als een aanpassing aan het koudere klimaat van bv. Noord-Europa. Zomertarwe wordt pas in augustus geoogst.

Het oudste bewijs voor tarwe komt van de Tibetaanse site Xishanping, waar tarwe, gerst en andere planten, in een context gedateerd tussen 2700 en 2350 VOT, gevonden werden.

Gedomesticeerde planten uit Zuidwest-Azië zouden in China niet aangekomen zijn voor het 2de millennium VOT, bv. in Gansu. Op de site Liangchenzhan, Shandong, werd tarwe gevonden samen met potten van de Longshan periode (2600–1800 VOT) al werden geen dateringen gemaakt van de tarwekorrels. Een gedateerd bewijs voor tarwe en gerst komt van de site Donghuishan, Gansu, ca. 1700 VOT.

Deze tekst maakt onderdeel uit van het dit jaar nog te verschijnen boek:
Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens, Boek 4,
Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding in Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië, Polynesië en Madagaskar.  


Dr. Marc Vermeersch Marc.Vermeersch@gmail.com

[1] Tibet, https://en.wikipedia.org/wiki/Tibet

[2] Jade d’Alpoim Guedes & Hongliang Lu & Yongxian Li & Robert N. Spengler & Xiaohong Wu & Mark S. Aldenderfer, Moving agriculture onto the Tibetan plateau: the archaeobotanical evidence, Archaeol Anthropol Sciences, Received: 3 December 2012.

[3] Karuo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Karuo#cite_note-1  

English text

introduction

Agriculture in China first originated in the north in the valley of the Yellow River or Huang He. Two types of millet were the first crops to be cultivated there. A second area where agriculture originated was in the valley of the Jangtsekiang or Blue River where rice was to be grown.
From both zones Chinese agriculture would spread in all directions. One of the first areas where this happened was at the far west of the Yellow River. Agriculture and pig farming spread on the southern edge of the Tibetan plateau.

Tibet, autonomous region of China
The surface area of the autonomous region of Tibet is 1,228,400 km². The surface area of the European Union (excluding GB) is 4,272,769 km².
There are also neighbouring Chinese provinces, Qinghai, Sichuan, Gansu and Yunnan, where Tibetan is spoken. Tibetan languages were also spread with agriculture to Jammu and Kashmir, Gilgit-Baltistan, Pradesh (in the Himalayan part), Bhu-tan, Sikkim, Nepal.
Mount Everest is partly Tibetan. The dividing line between Bhutan and Tibet, China, runs through the top of the mountain.
The Tibetan population today counts about 3 million people in the Tibetan Autonomous Area. Approximately 5,800,000 Tibetans lived in China in 2014, a fivefold increase compared to 1950. The Chinese one-child policy did not apply to ethnic minorities, including Tibetans. Approximately 50% of Tibetans live in the Tibetan Autonomous Region. Slightly more than 50% live in the areas to the east and are referred to by the historical names Amdo and Kham.
Tibet has a highland climate and lots of sunshine. There are large temperature differences between the north and the south of Tibet.

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in landbouw, verspreiding, Tibet en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s