De Transeuraziatische taalfamilie

undefined

Blauw = Turkse talen; Groen = Mongools, Rood = Toengoezische talen. Oranje = Koreaans; Purper = Japans; Donkerrood = Aino

Het begin van de Chinese landbouw en taalverspreiding

De Chinese landbouw breidde zich van zijn oorspronkelijk gebied aan de Gele Rivier uit naar het westen, het zuiden en het noordoosten. In het noordoosten ontstonden nieuwe culturen die in het begin gierst als voornaamste gewas teelden maar die nog in belangrijke mate afhingen van jagen en verzamelen.

De taal van deze eerste Chinese boeren, de voorloper van het hedendaagse Chinees (of Han) verspreidde zich met de migranten. Dit Oud Chinees versplinterde in vele dialecten waarvan sommige vandaag beschouwd kunnen worden als verschillende talen, zelfs taalfamilies zoals Tibetaans-Birmaans en Austronesisch, Tai-Kadai en Austroaziatisch. Eén van de tien grote taalfamilies in de wereld is Transeuraziatisch.[1]

Transeuraziatisch

In het gebied van de Rivier Liao, Liaoning, werd waarschijnlijk een taal gesproken die geen aanwijsbaar verband had met het oude Chinees, Transeuraziatisch.
Wat is Transeuraziatisch? Een “(…) grote groep geografisch aangrenzende talen, traditioneel bekend als ‘Altaïsch’, die een aanzienlijk aantal taalkundige eigenschappen gemeen hebben en tot vijf verschillende taalfamilies omvatten: Japans, Koreaans, Toengoezisch, Mongools en Turks.”(2)

Martine Robbeets stelde voor dat het thuisland van de Transeuraziatische taalfamilie, vanaf ca. 6000 VOT, het westen van de Liao River Vallei was, de Xinglongwa Cultuur in Noordoost-China. (Zie p. ??) Die was gebaseerd op gierstteelt maar ook het verzamelen van o.a. wortels en noten.

De rivier Liao in Noordoost-China, in de provincie Liaoning, wordt verondersteld het gebied te zijn waar Transeuraziatisch zijn ontwikkelde. Mongools, Turks, Toengoesisch, Koreaans en Japans en misschien Aino horen bij deze talfamilie.

Indo-Europees en Transeuraziatisch zijn twee taalfamilies die landbouw en veeteelt overnamen van een cultuur met een andere taal maar hun eigen taal behielden. Waarschijnlijk was de neolithische Xinglongwa Cultuur de eerste met een Transeuraziatische taaldie de landbouw die zich in China aan de Gele Rivier had ontwikkeld overnam. Dat moet gebeurd zijn in het zesde millennium VOT in het westen van het Liao Rivierbekken. Martine Robbeets: “Ik stel dat de scheiding van de Japanse tak van de andere Transeuraziatische talen en de verspreiding ervan naar de Japanse eilanden kan begrepen worden als een gevolg van de verspreiding van de gierstlandbouw en de daaropvolgende integratie met de rijstlandbouw. Verder suggereer ik dat een prehistorische laag van leenwoorden met betrekking tot de rijstlandbouw het Japans binnenkwam uit een moedertaal van het proto-Austronesisch, in een tijd dat beide taalfamilies nog in de Shandong-Liaoning-interactie sfeer lagen.”[1] In de Xinglongwa Cultuur teelde men varkens.


Indo-Europees en Transeuraziatisch zijn twee taalfamilies die landbouw en veeteelt overnamen van een cultuur met een andere taal maar hun eigen taal behielden. Waarschijnlijk was de neolithische Xinglongwa Cultuur de eerste met een Transeuraziatische taaldie de landbouw die zich in China aan de Gele Rivier had ontwikkeld overnam. Dat moet gebeurd zijn in het zesde millennium VOT in het westen van het Liao Rivierbekken. Martine Robbeets: “Ik stel dat de scheiding van de Japanse tak van de andere Transeuraziatische talen en de verspreiding ervan naar de Japanse eilanden kan begrepen worden als een gevolg van de verspreiding van de gierstlandbouw en de daaropvolgende integratie met de rijstlandbouw. Verder suggereer ik dat een prehistorische laag van leenwoorden met betrekking tot de rijstlandbouw het Japans binnenkwam uit een moedertaal van het proto-Austronesisch, in een tijd dat beide taalfamilies nog in de Shandong-Liaoning-interactie sfeer lagen.”(3) In de Xinglongwa Cultuur teelde men varkens.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Deze blog over Transeuraziatisch is een deel van de voorbereiding van Boek 4. De tekst zal waarschijnlijk verder bewerkt worden.
Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens, Boek 4,
Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding in Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië, Polynesië en Madagaskar.  

Ik ben dankbaar voor foutmeldingen, vragen en bijdragen.

(1) Ze werd tot voor kort de Altaïsche genoemd. Transaziatisch

(2) Robbeets, Martine 2017. Japanese, Korean and the Transeurasian languages. In: Hickey, Raymond (ed.) The Cambridge handbook of areal linguistics (Cambridge Handbooks in Language and Linguistics.), 2017, Cambridge University Press.
Tot voor kort warden bij de Altaische talen Koreaans en Japans niet meegerekend terwijl ze er duidelijk bijhoren. De nieuwe term ‘Transeuraziatisch’ zet dat recht.

(3) Robbeets, Martine, Shared verb morphology in the Transeurasian languages: copy or cognate? In: Johanson, Lars & Robbeets, Martine (eds.) (2012). Copies vs. cognates in bound morphology. (Brill’s Studies in Language, Cognition and Culture.) Leiden: Brill, 427-446.

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Koreaans, Mongools, Toengoezische talen, Transeuraziatsich, Turkse talen, Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s