Transeuraziatische talen (2) Toengoezisch en Japonic

Toengoezische taalfamilie

Toengoezisch heeft volgens sommige onderzoekers zijn thuisland aan de Amoer Rivier, die voor een groot deel in Rusland loopt en uitmondt in de Stille Oceaan maar ook voor veel kilometers de grens vormt tussen Rusland en Noordoost-China. In totaal zijn er vandaag maar 75.000 sprekers die tientallen verwante maar verschillende talen spreken. De meest bekende van deze bedreigde talen zijn Eveki, Evenk en Mantsjoe.

Toengoezische volkeren zouden later in de geschiedenis een belangrijke rol spelen in China. De Jin dynasty (1115–1234) was Toengoezisch. In 1644 veroverde de Mantsjoestam, waarschijnlijk in coalitie met andere Toengoezische groepen, de macht in China. Deze Qingdynastie zou 1911 de laatste Chinese keizer leveren. Hij werd toen afgezet tijdens de eerste Chinese revolutie.

de stamboom van Transeuraziatisch

De Toegoezische talen worden in drie groepen opgedeeld. Japonic en Koreaans hebben zich ontwikkled uir de Zuidwest-Toengoezisch ook bekend als de Mandsjoegroep

Japonic

In Korea en Japan woonden voor de verspreiding van de uit China afkomstige landbouw en veeteelt jagers en verzamelaars. De boeren die Korea binnen kwamen, zeker via Noord-Korea, mogelijk ook over zee uit Liaoning, China, brachten een Transeuraziatische taal mee. De oudste vorm kreeg de naam ‘Japonic’ mee. Japonic werd lang voor de jaartelling gesproken in Korea en werd van daaruit verspreid naar Japan. Misschien al vanaf ca. 900 VOT.

De stamboom van Transeuraziatisch zoals Prof. Dr. Martine Robbeets die opstelde.

De term ‘Japonic’ werd voorgesteld door Leon Serafim. De term werd door onderzoekster Juha Janhunen gebruikt om de historische varianten van de Japanse taal die op het Koreaanse schiereiland en op de Japanse eilanden, waaronder de Riukiu-eilanden, werden gesproken, te beschrijven.[1] De Japonicdialecten in midden- en Zuid-Korea zouden later vervangen worden door het Koreaans dat in Noord-Korea gesproken werd.[2]

De achtergrond: zeevaart en handel in de Bohai Zee

Waarschijnlijk was er al een vrij ontwikkelde zeevaart in de Bohai Zee, tussen Shandong en Liaoning, meer dan 5000 jaar geleden. Er zijn geen archeologische vondsten die over de toenmalige ontwikkeling en de eigenschappen van de boten die men toen bouwde. We mogen echter redelijkerwijs aannemen dat men in Shandong en gebieden aan de Bohai Zee zeewaardige boten had ontwikkeld.

Waarschijnlijk was er al tussen 4000 en 3500 VOT een drukke zeevaart tussen Shandong en Liaoning en werd o.a. de gierstteelt zo verspreid.

Ter vergelijking. Wij weten met zekerheid dat de zeevaart in de vaak woeste Atlantische Oceaan tot in de 16de eeuw voornamelijk kustvaart was. Schepen vaarden bijna altijd langs de kusten want dat was eiliger. Dit kan 4500 à 5500 jaar vroeger gelijkaardig geweest zijn in Noordoost-China waar men al boten kan hebben ontwikkeld die in open zee konden varen. Een indirect aanduiding is dat weinig later de Austronesische zeevaart in een zeer korte periode, tussen ca. 3500 en 2500 VOT, over zee de Chinese landbouw zou uitdragen tot in Madagaskar en Paaseiland. Later zouden Polynesiërs met heel wat vernieuwingen fantastische boten bouwen maar ook in China had men in de 15de eeuw boten die veel beter waren dan de Europese van de 15de en de16de eeuw. Tussen 1405 tot 1433 zouden de Chinezen langs de kusten van Zuid-Azië varen en tot in Oost-Afrika doorvaren o.l.v. admiraal Zheng He. Zijn schepen hadden tot 4 dekken en waren meer dan twee keer zo lang, tot 125 meter, dan de grootste Europese houten schepen in de 15de eeuw.

Japonic heeft zijn oorsprong in Liaoning

Liaoning is een provincie in het noordoosten van China die o.a. het schiereiland Liaodong omvat. Het grenst aan hedendaags Noord-Korea. De rivier Liao loopt door Liaoning.

Men sprak er tussen het 3de en 2de millennium de taal Japonic, een Toengoezische taal. In de interactiesfeer tussen Liaoning en Shandong kwamen Austronesische termen uit de rijstlandbouw (die dan al bestond in Shandong) in Japonic terecht.

De Japanse talen op het schiereiland zijn nu uitgestorven talen maar werden volgens veel linguïsten vroeger gesproken in de centrale en zuidelijke delen van het Koreaanse schiereiland. Het bewijs bestaat uit plaatsnamen die in oude teksten zijn opgenomen, voornamelijk de Samguk Sagi (samengesteld in 1145 op basis van eerdere verslagen). Japonic zou tot tijdens de middeleeuwen gesproken worden in midden- en Zuid-Korea maar dan vervangen door Koreaans uit het noorden van het schiereiland.[3]

Een tweede as, de verspreiding van gierstteelt

Volgens Martine Robbeets was een tweede as langs dewelke Japonic zich verspreidde de verspreiding van gierstteelt naar het Koreaanse schiereiland. “Ik stel verder voor dat een prehistorische laag van ontlenen met betrekking tot de rijstlandbouw het Japans binnenkwam uit een zustertaal van proto-Austronesisch, in een tijd dat beide taalfamilies nog in de Shandong-Liaodong-interactiessfeer lagen.”[4]

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Deze blog over Toengoezisch en Japonic is een deel van de voorbereiding van Boek 4. De tekst zal waarschijnlijk verder bewerkt worden.
Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens, Boek 4,
Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding in Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië, Polynesië en Madagaskar.  

Ik ben dankbaar voor foutmeldingen, vragen en bijdragen.

[1] Serafim, Leon. 1999. Reflexes of Proto-Korea-Japonic mid vowels in Japonic and Korean. Paper presented at the Workshop on Korean-Japanese Comparative Linguistics, xivth International Conference on Historical Linguistics, Vancouver, BC, 1999
Janhunen, Juha. 1996. Manchuria: An Ethnic History. Mémoires de la Société Finno-Ougrienne 222. Helsinki: Suomalais-Ugrilainen Seura, 1996, p. 77-78 en p. 80-81.
De term ‘Japonic’ wordt soms ook gebruikt om enkel het Japans met zijn verschillende dialecten aan te duiden.

[2] Robbeets, Martine, Shared verb morphology in the Transeurasian languages: copy or cognate? In: Johanson, Lars & Robbeets, Martine (eds.) (2012). Copies vs. cognates in bound morphology. (Brill’s Studies in Language, Cognition and Culture.) Leiden: Brill, 427-446.

[3]Peninsular Japonic, https://en.wikipedia.org/wiki/Peninsular_Japonic

[4] Martine Robbeets, Austronesian influence and Transeurasian ancestry in Japanese, A case of farming/language dispersal, Language Dynamics and Change, 2017, N° 7, p. 210–251.


Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in China, Japonic, Korea, Toengoezisch, Transeuraziatisch, Uncategorized en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s