Landbouw in Jomon Japan?

Was er landbouw in Jomon Japan?

Impressie van een artiest van een Jomondorp

De Jomon jagers en verzamelaars hadden zelf een hele reeks praktijken die als landbouwpraktijken kunnen beschouwd worden.
Vanaf ca. 900 VOT steken Koreaanse boeren de … Zee over en introduceren in Japan de meer gevorderde Koreaanse landbouw.

Groenten

Groenten, in totaal ongeveer 80 soorten werden gerapporteerd voor de meeste periodes op de site Shimoyakebe. Daar vond men een afvalhoop van walnootschelpen uit de periode 3270–2870 cal BP.

Bonen

Er zijn meer dan 100 vondsten van bonen op Japanse sites. Voornamelijk van twee types: de adzuki of rode boon, Vigna, en de sojaboon, Glycine. Beide wilde soorten komen voor in Oost-Azië. De grotere, Glycine sp., werd gedateerd op 3070 cal BP.

Sojabonen

De oudste gevonden overblijfselen van sojabonen komt van de Sakanomiba site (Middle Jomon). De bonen waren 10 mm langer dan wilde bonen. In de reeds vermelde afvalhoop in Shimoyakebe vond men sojabonen die groter waren dan wilde sojabonen. Dat wijst op domesticatie waarbij de mens grotere bonen selecteerde. (Middle Jomon).
Genetische diversiteit tussen 120 cultivars[1] gaf aan dat Japanse en Koreaanse sojabonen verschillend zijn van de Chinese.

Gewone bonen

In Sannai-Maruyama werden bonen, Fabaceae of peulvruchtenfamilie, gevonden die gedateerd werden op een ouderdom van ca. 6000 VOT (Early Jomon,). Sojabonen, Glycine sp., kwamen voor in de assemblage. (Sakamoto et al. 2006).

De mungboon

De mungboon, Vigna radiata, is een eenjarige plant met 15 cm-90 cm lange stengels. De peulen bevatten zes tot vijftien olijfgroene, soms gele of bijna zwarte, afgeronde of onregelmatig tonvormige, tot 6 mm lange bonen.[2]

Brandnetel

Boehmeria is een plantgeslacht uit de brandnetelfamilie, Urticaceae. Het geslacht telt zevenenveertig soorten, waarvan er drieëndertig in de Oude Wereld voorkomen en veertien in de Nieuwe Wereld. Deze soorten hebben geen stekende brandharen men noemt ze ook valse netels.[3]

Bomen          

De perzikboom

De perzikboom, Prunus persica, is afkomstig en gedomesticeerd in Noordwest-China. Hij kwam tijdens het Vroege Jōmon, 4700–4400 VOT, voor op Jōmonsites. Misschien is hij ingevoerd uit China waar de oudste vondst van een perzikboom, in Zjejiang (aan de kust van Oost-China,) van rond 6000 VOT is.

De lakboom

Lak werd gemaakt van het sap van de lakboom, Toxicodendron vernicifluum, die in Japan voorkwam. Gedroogd is lak hard, glad, waterbestendig, het voelt aangenaam aan en is mooi. Werktuigen om het sap van de lakboom te tappen en resten van lak werden gevonden op de Shimoyakebe site. De oudste lakproducten ter wereld zijn gedocumenteerd op het Kameda-schiereiland Hokkaido. Lakbomen werden verzorgd. Of dat tot domesticatie, genetische wijzigingen dus veranderingen door ingrijpen van de mens, is niet duidelijk. Hoe oud ??

Granen

Gerst, Hordeum vulgare, in Hokkaido

Op het noordelijke eiland Hokkaido en aanpalende streken op het continent spreekt kwam de Okhotsk Cultuur voor tussen 600 OT–1000 OT. Op de Koerillen Eilanden zou deze cultuur voorkomen tot 1500 à 1600 OT. Deze mensen leefden van jagen en verzamelen en visvangst. Zij waren verwant met de Jōmon die de voorouders zijn van de Aino.

De vandaag overblijvende Nivkh en Itelmen hebben een tamelijk groot Jōmon voorouders. De Aino en de Nivkh hebben allebei de berencultus, een belangrijk onderdeel van de Okhotsk Cultuur.

“Samen met de vondsten van de Oumu site (noordoostelijk Hokkaido Eiland), markeert de gerecupereerde zaadverzameling het oudste goed gedocumenteerde bewijs voor het gebruik van gerst in de Hokkaido regio. De archeobotanische gegevens, samen met de resultaten van een analyse van het stuifmeelgehalte van de sedimentlagen van de bodem van het nabijgelegen Kushu Meer, wijzen op een lage voedselproductie, inclusief de teelt van gerst en het mogelijke beheer van wilde planten, een breed scala aan voedsel dat afkomstig is van jagen, vissen en het verzamelen van voedsel aanvulde. Dit situeert de mensen van de Okhotsk Cultuur als één van de elementen van het langetermijn en ruimtelijk bredere holoceen jager-verzamelaar cultureel complex (waaronder ook Jomon, Epi-Jomon, Satsumon en Aino Culturen) van de Japanse archipel, dat zich ergens tussen de traditioneel aanvaarde grenzen tussen verzamelen en landbouw kan bevinden.”[4]

Panicum

Een andere familie granen, Panicum (in het Engels ook aangeduid alsPanic Grass), is een familie grassen met ca. 450 soorten. Ze worden tussen 1 m en 3 m groot. De granen zijn tussen  1 en 6 mm lang en tussen 1 en  2 mm breed. Ze werden in Japan gecultiveerd na 2070 VOT.[5]

Japanse gierst, Echinocloa esculenta

Wilde voorouders van gierst, zoals Barnyard Grass is onderdeel van de Echinochloa. Een verwante soort is, Echinochloa crus-galli of Europese hanenpoot,een wild gras dat oorspronkelijk voorkwam in tropisch Azië.

Echinochloa esculenta, is een gedomesticeerde vorm van Echinochloa crus-galli, werd op kleine schaal geteeld in Japan, Korea en China. In Japan kwam het vooral voor in Noordoost-Japan. “In een studie van de collecties van de Jomon-sites op het Kameda-schiereiland konden we vaststellen dat de zaden in de loop van duizenden jaren met ongeveer 20% in omvang zijn toegenomen, wat erop wijst dat er sprake was van een zekere mate van verandering (Crawford 1983, 1987).” Op de Yagi site (Early Jomon) werden ongeveer 100 zaden gevonden van de late Early Jomon Hamanasuno en de Middle Jomon Usujiri B sites. Japanse gierst had als voordeel dat ie ook kon groeien in een kouder klimaat.[6]

Struiken en bomen

Zanthoxylum sp. (Prickly Ash in het Engels) kwam voor op de Matsugasaki site .

“Zanthoxylum is een geslacht uit de wijnruitfamilie (Rutaceae). Het geslacht telt ongeveer tweehonderdvijftig soorten altijd groene en bladverliezende bomen en struiken die voorkomen in de warm gematigde en subtropische delen van de gehele wereld. Van sommige soorten worden van de gedroogde schillen van de vruchtjes de Szechuanpepers samengesteld.”[7]

Kastanjebomen, Castanea crenata, komen voor het eerst voor in de Late Jomon op de site Seizan. Paardekastanjes, Aesculus turbinate, en walnoten werden geconsumeerd. “Het uitgebreide gebruik van noten wordt zo algemeen geacht, dat het beheer van notenbomen algemeen aanvaard is.”

In de ruimtes tussen huizen en tuinen stonden kastanjes, kaki, Diosporus kaki[8], abrikoos Prunus armeniaca, vijg, Ficus, stekelige as, Zanthoxylum, waarvan de vruchten als een soort peper gebruikt worden.
Perilla en gember, Zingiber, en een aantal andere planten werden gevonden. Een aantal daarvan was geplant, soms verplant.

Wilde kastanjebomen liet men staan waar ze opgeschoten waren. Het beheren van bomen had niet enkel als doel om het aantal noten te vermeerderen maar ook hout te bekomen voor woningen en ander gebruik van hout. Op de zuidelijke helling van de berg Yatsugatake waren kiemplanten van de kastanjeboom verplant die uit de lager gelegen gebieden kwamen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Over het oudste ontstaan van landbouw en veeteelt, het boek:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika. 35€-

andere blogs over landbouw:
Korea: het begin van landbouw
Het begin van landbouw in Tibet
Radiointerview met Frank Stappaerts over het ontstaan van de landbouw
Toen landbouw en veeteelt klaar waren voor gigantische uitbreiding
Jagers en verzamelaars namen varkens over van boeren in Denemarken en Noord-Duitsland
Domesticatie van wilde dieren (1) eerste stappen

[1] Zie achteraan, woordenlijst bij ‘Cultivar’.
[2] Mungboon, https://nl.wikipedia.org/wiki/Mungboon  
[3] Boehmeria, https://en.wikipedia.org/wiki/Boehmeria
[4] https://www.researchgate.net/publication/315704637_Barley_Hordeum_vulgare_in_the_Okhotsk_culture_5th-10th_century_AD_of_northern_Japan_and_the_role_of_cultivated_plants_in_hunter-gatherer_economies
[5] Foundations of Ethnobotany (21st Century Perspective) Door S. Chandra, A.K. Jain, 2017.
[6] Crawford, Gary W., Paleoethnobotany of the Kameda Peninsula. Ann Arbor: Museum of Anthropology, University of Michigan, 1983.
Crawford, Gary W. (1992). “Prehistoric Plant Domestication in East Asia”. In Cowan C.W.; Watson P.J (eds.). The Origins of Agriculture: An International Perspective. Washington: Smithsonian Institution Press. pp. 117–132
Echinochloa_esculenta,  https://en.wikipedia.org/wiki/Echinochloa_crus-galli
[7] Zanthoxylum, https://nl.wikipedia.org/wiki/Zanthoxylum
[8] Kaki, (Diospyros kaki), is de economisch belangrijkste boom uit het geslacht Diospyros, die wordt gekweekt voor zijn vruchten. De boom komt van nature voor in de Himalaya en in de bergen van Myanmar, Thailand, Indochina, Korea en Japan. Wereldwijd wordt de vrucht gekweekt in de subtropen en in de tropen hoger dan duizend meter. https://nl.wikipedia.org/wiki/Kaki_(plant)

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in landbouw en veeteelt en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s