Sociale klassen in Hawaï

Op de eilanden van Hawaï was de bevolking ingedeeld in verschillende sociale klassen. De adel had veel voorrechten, de onderste klasse, de onaanraakbaren, hadden neuwelijks rechten.
Artist’s impression van een oorlog van koning Kamehameha die in 1794 bijna alle eilanden van HWaï onder zijn gezag verenigde.

Er waren drie sociale klassen (voor de definitie zie achteraan deze blog) in Hawaï. De ali’i of adel, de maka ‘ainana of boeren, ambachtslui en vissers of gewone mensen en de kau ‘wa, een groep die voor de gewone mensen werkte en zo goed als geen rechten had. “Het oude Hawaï was een sterk gelaagde samenleving, van de hoge klasse van de ali’i tot de gewone man of maka’ainana. Het concept van familie was een essentieel kenmerk van het Hawaïaanse leven. De grote chef (ali’i nui) werd vaak voorgesteld als een vader die voor zijn volk zorgde en deze relatie was een uitbreiding van de sociale gewoontes die gebaseerd waren op volksgebruiken. Een tussenklasse tussen de ali’i en het gewone volk was die van de konohiki. De priesters of kahuna’s werden niet apart gezet, ze werden niet op een apart statusniveau geplaatst. De status van een priester werd bepaald door zijn geërfde rang, die kon variëren van laag tot hoog. Eén groep was volledig gescheiden, de kauwa of onaanraakbaren. Zij waren geboren verschoppelingen en werden sterk veracht. Ze waren zo besmettelijk dat het ongepast was om met hen te eten, bij hen in de buurt te slapen; zelfs hun schaduw kon niet op een gewone man vallen (onzuivere inferieure mensen werden verondersteld hun zuivere superieuren in Hawaï te vervuilen). De straf voor zo’n inbreuk was de dood.

De koning en de adel

Aan de top van de sociale piramide stond de mo`i of koning. De koninklijke dynastieën hadden elke generatie gewelddadige conflicten binnen de familie. Diegene die er in slaagde om al de anderen uit te schakelen werd de nieuwe heerser. De koning offerde ook diegenen, ook zijn broers, die zijn taboes of die maatschappelijk taboes hadden gebroken.
De hoogste rangen van de adel waren onderworpen aan veel kapus, taboes.

Er was een hoge, endogame, binnen eigen kring huwende, adel en een kleine adel. De hoge adel kon land afnemen van gewone mensen indien ze hun tribuut niet leverden of hun karweien niet uitvoerden.
De adel behield haar positie dankzij de koning maar de specifieke plaats van de edelen in de hiërarchie werd bepaald door de gecombineerde genealogie van hun ouders.

Als een hoge chef geen vrouw van vergelijkbare rang kon vinden om te trouwen, kon hij trouwen met zijn zuster of de dochter van zijn broer. Hun kind zou een hoge rang hebben en de status van het gezin behouden. Na de geboorte zouden de man en de vrouw andere partners kunnen nemen met minder aandacht voor de genealogische status.

Ali`i  van mindere rang waren de kinderen van mannen die met een gewone vrouw een kind hadden. Nog minder waren degenen die ali`i  werden genoemd vanwege een speciale vaardigheid of kracht. Zij waren alleen in naam adellijk en hun positie kon niet worden doorgegeven aan hun kinderen Leiders werden gemummificeerd na hun dood.[1]

Erfelijkheid van adellijke graad

Enkel het eerstgeboren kind van een adellijk koppel erfde de graad van de ouders intact. De daaropvolgende kinderen hadden minder heiligheid. Hoe hoger de rang van de ouders, hoe hoger die van het kind. De afstamming van de moeder was echter het belangrijkst: de rang van een kind zou niet afnemen als de status van de vader lager was dan die van de moeder. In het tegenovergestelde geval zou de rang van het kind worden verlaagd. Men was ervan overtuigd dat enkel de oudsten afstamden van de goden m.a.w. de voorouders. Daarom waren, voor een zeer kleine minderheid, huwelijken tussen broer en zuster gewenst. Dit accentueerde hun speciale, heilige, status. De mannelijke ali’i moesten daarom hun eerste vrouw kiezen uit de hoge adel. Deden ze dat niet dan zou de rang van hun kind lager zijn dan die van de vader. Als leiders genoten mannen en vrouwen dezelfde voorrechten. = overblijfsel van matrilineaire afstamming. [2]

Graden binnen de adel

Er was een verdere indeling van de adel in drie graden. “Binnen de adel waren er drie erkende graden van heiligheid, en elk eiste een speciale vorm van gehoorzaamheid. Het meest heilig waren de edelen die de kapu moe droegen, het ‘prostaattaboe’, soms ook wel ‘brandend taboe’ genoemd vanwege de intensiteit ervan. De edelen van mindere rang moesten het bovenste deel van hun lichaam ontbloten en de gewone mensen kregen het bevel om plat op de grond te vallen, met het gezicht op de grond. De volgende in rang waren de edelen die de kapu noho, het ‘zittende taboe’ bezaten. Uit eerbied voor de dragers van deze mate van heiligheid moesten de gewone mensen zich tot aan hun middel uitkleden en op de grond blijven zitten met de ogen naar beneden gericht, zolang deze edelen in het zicht waren. Onder deze aristocraten van buitengewone heilige rang bevonden zich de mindere edelen die geen speciaal taboe van respect droegen, maar voor wie het gewone volk grote eerbied had.”[3]

De Europese adel was ook in vele rangen onderverdeeld. Er waren ridders, baronnen, markiezen, graven, hertogen, prinsen enz. maar iets als ‘kapu’ ontbrak. De sociale orde was in haar geheel wel door god gewild mar edelen waren niet automatisch heilig. Zij konden bv. geëxcommuniceerd worden. Wat de paus af en toe ook deed.

Gewone mensen, boeren, ambachtslui en vissers, maka`ainana

Gewone mensen, dit waren boeren, ambachtslui en vissers, werden jaarlijks belast door de koning en de plaatselijke adel. Ze betaalden met voeding, kleren en andere goederen. Ze mochten slechts een derde van wat ze produceerden voor zichzelf houden. Ze hadden het recht te verhuizen of te rebelleren als de plaatselijke edele te hard was of onrechtvaardig.  
Gewone mensen leverden ook de soldaten die nodig waren voor oorlogvoering.

Gewone mensen moesten buigen in de aanwezigheid van ali`i. De schaduw van een gewone mens mocht niet vallen op een lid van de adel of zijn huis. Enkel de adellijke mocht zijn eigen huis binnen gaan langs de deur. Wie sociaal lager stond dan een ali`i moest knielen in de aanwezigheid van e adellijke als die aan het eten was.    

Gewone mensen, maka ‘ainana, waren de ‘bewaarders van het land’, dat ze bewaarden door het te bewerken. Veel gewone mensen hadden ambachtelijke vaardigheden zoals de productie van stenen bijlen, het weven van fijne matten, het bouwen van kano’s of het maken van kapa (schorsdoek). Kleren werden gemaakt met geweven vezels van boomschors. De geweven stof werd geverfd.[4]

Kauwa of onaanraakbaren

De laagste groep waren de kauwa of onaanraakbaren. Zij werden uitgesloten en sterk geminacht. Zo was het ongepast om met hen te eten of in hun nabijheid te slapen. Hun schaduw mocht zelfs niet vallen op een gewone mens. De straf voor een dergelijke inbreuk was de dood.

Priesters                                                                          

De Kahuna of priesters waren niet enkel van adel maar bv. ook hooggeschoolde ambachtslui als botenbouwers. Anderen waren gespecialiseerd in genezingen. Zij waren geen aparte sociale klasse omdat ze zowel lid van adel of gewone mensen konden zijn.[5]

Het bovennatuurlijke was een weerspiegeling van de werkelijkheid

In de opvatting van de Hawaiianen waren het universum, de natuur, de goden/voorouders[6] en mensen met elkaar verwant. De grote goden hadden de eilanden geschapen waar de kleinere goden waren ontstaan en zij waren de voorouders van de mensen. De aristocraten kregen van de goden de controle van land en zee. Ze gaven die door aan de gewone mensen om het land te bewerken. De paria’s werkten voor de gewone mensen. De gewone mensen moesten tribuut betalen aan de adel en de adel diende de goden met rituelen en soms met mensenoffers. De goden uitten hun tevredenheid door de mensen te geven wat ze gevraagd hadden of niet.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] Social and political structure, Hawaii History – Social and Political Structure
HawaiiHistory.org – Hawaii History – Home
Hetzelfde bestaat in België maar niet in Nederland. De koning, in feite de regering, kan iemand voordragen voor bv. de titel van baron maar met de beperking dat deze titel niet erfelijk is.

[2] William H. Davenport, Hawaiian Feudalism, Penn Museum,  Volume 6, Issue 2, 1964.

[3] William H. Davenport, Hawaiian F.eudalism, Penn Museum,  Volume 6, Issue 2, 1964.

[4] Social and political structure, hawaiihistory.org  Social and political structure – Hawaii History – Social and Political Structure

[5] Social and political structure, Hawaii History – Social and Political Structure. hawaiihistory.org

[6] In Boek 2 ontwikkelde ik de stelling dat goden (geëvolueerde) voorouders zijn.

Deel 1
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 2
Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 3
Seks in Hawaï (3) Koninklijke incest | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Sociale klassen in Hawaï
Sociale klassen in Hawaï | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deze blog is onderdeel van de voorbereiding voor het vierde boek in de reeks ‘geschiedenis van de mens’. Moet verschijnen in 2021.
Marc Vermeersch, Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding naar Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië en Polynesië. Boek 4.

Definitie. wat zijn sociale klassen?
Het bestaan van sociale klassen houdt in dat een klasse controle en/of eigendom van productiemiddelen (b.v. grond, werktuigen, machines, kapitaal heeft).
Deze eigendom en/of controle wordt gebruikt om zich de arbeid van slaven, boeren, arbeiders of vissers toe te eigenen. De klassen die de klassen die de productiemiddelen controleren en/of bezitten hebben in een maatschappij bijna altijd de politieke en militaire maar ook de ideologische mach
t.

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s