Sociale klassen in Tonga

De eilanden van Tonga bestonden uit één groot eiland, Tonga Tapu, en veel kleine. De totale landoppervlakte bedraagt slechts 748 km². “Het uit 177 eilanden bestaande Tonga in Polynesië beslaat 700 000 km² van de Grote Oceaan. 36 van de eilanden daarvan zijn permanent bewoond.” .Zeventien van de eilanden zijn bewoond. De bodem van de eilanden was vulkanisch of van kalksteen, gevormd koraalriffen. Hij was zeer vruchtbaar.

Matapula, waren een soort intellectuele sociale groep in de Tongaanse maatschappij. Zij hadden de eer de kava, een plaatselijke drank, uit te schanken voor de adel. Recent foto.
Sociale klassen in Tonga

De eilanden van Tonga hadden geen grote bevolking maar toch waren er meerdere sociale klassen.

De koning en de adel, de ‘eiki

Aan het hoofd van de adel stond de religieuze leider met de titel Tu’i Tonga. Hij was een directe afstammeling van de belangrijkste voorouder, Hikule’o. Hij was daardoor a.h.w. heilig. Tot kort voor het contact met Europeanen, tegen het einde van de 18de eeuw had de Tu’i Tonga, ook politieke macht gehad maar die was geërodeerd.
De adel was voor een deel verwant met de Tu’i Tonga maar had andere voorouders die ook een goddelijke status hadden zoals de Veasi.[1]De koning was de enige man van Tonga die niet getatoeëerd was. Wie hem ontmoette moest zijn bovenlijf ontbloten en “(…) hij ging met gekruiste benen voor hem zitten en bleef zo zitten tot de Tu’i Tonga uit het zicht was.“ Men sprak ook op een andere, verfijndere, manier tegen hem. Misschien vergelijkbaar met het Oxbridge (en samentrekking van Oxford en Cambridge) accent.

De Tongaanse adel controleerde en beschikte over de landbouwgrond. Zoals in elke landbouwmaatschappij met sociale klassen at de adel beter dan de boeren. Ze hechtten er veel belang aan maar zelf werkten ze niet op het land. Een hoog lid van de adel beheerde de landbouw. Elke boer moest quota respecteren bij het planten van gewassen. Hij zorgde er voor dat de adel haar deel van de oogst kreeg. Dreigde er een tekort van een bepaald gewas dan beperkte hij de consumptie ervan. Hij deed dat door middel van een taboe, een religieus verbod om van een gewas te eten. Dit duurde tot er weer voldoende van dat gewas ter beschikking was. Een dergelijk taboe overtreden kon leiden tot de oodstraf. Enkel grote chefs konden het taboe, het eten van een schaars gewas, doorbreken en de doodstraf niet krijgen.  

Ook in Tonga, zoals in bv. Hawaï, was de positie van wat men als de koningin zou kunnen omschrijven hoger dan die van de koning, de Tu’i Tonga. Dat was rond 1800 Fatafehi ‘o Lapaha (1735–1825). Zij was de Tu’i Tonga Fefine, de vrouwelijke koning,  In Tonga was de rang die men erde van de moeder het belangrijkste. Dat had voor de koninklijke familie als voordeel dat de koning, die relaties had met veel vrouwen, officiële concubines en losse ontmoetingen, daardoor geen probleem had voor de opvolging. Zijn kinderen konden hem niet opvolgen, tenzij het een kind was van de koning en zijn zuster. Veel maatschappijen hadden wel dergelijke problemen wat vaak leidde tot moorden binnen de koninklijke familie.

de matāpule, een intellectuele elite en de mu’a

De matāpule, waren de intellectuele elite van Tonga. Zij waren raadgevers van de chefs en de eerste informatiebron voor rituelen, ceremonies, manieren, gewoonten en de traditionele geschiedenis van Tonga. Ze waren spreekvoerders voor hun chefs, verdeelden hun voedselgiften en dienden de kava, de traditionele drank, op. Ze waren verantwoordelijk om de tribuutgiften te verdelen voor de verschillende ceremonies. Sommigen werkten ook als krijgers, anderen als opzichters van de plantages van hun meesters en soms als gouverneur van een klein eiland.

Hun positie was erfelijk in mannelijke lijn. Zij hadden een rang die afhing van hun broodheer.

mu’a, waren leerlingen van de matāpule. Ze waren meer betrokken in ambachten en maakten het gros van de troepen uit in geval van oorlog.

De matāpule en de mu’a hadden in de eerste plaats hun kennis als productiekracht. Men zou hen kunnen vergelijken met wat in het Westen de intellectuele kleinburgerij is, de vrije beroepen, rtiesten, intelectuelen enz.

de tu’a, boeren en ambachtslui

Onderaan de sociale ladder stonden, de tu’a, de meerderheid van de bevolking, boeren en ambachtslui. Zij hadden geen recht op grondbezit. Tijdens oorlogen leverden ze een deel van de troepen. De adel behandelde hen hardvochtig en wreed.    Bij de tu’a was er een minderheid die verwant waren met mu’a. Zij konden van hen erven en zo mogelijk ook mu’a worden. De meerderheid van de tu’a zou dat altijd blijven.

boobola of slaven

Minstens aan het einde van de 18de eeuw waren er ook de boobola of slaven, krijgsgevangenen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] De Europeanen die Polynesië tussen de 17de en 19de eeuw verkenden, vertrokken bij hun analyse van de Polynesisische maatschappijen onvermijdelijk van hun denkkader. Zij interpreteerde voorouders met een bovennatuurlijke status als ‘goden’.


Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Tonga. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s