Seks in Hawaï (1) van jongs af aan

Op een halve eeuw is in het Westen de ideeën over seks en de sekspraktijken zeer sterk veranderd. Tot rond 1965 was het traditionele huwelijk de norm, was seks voor het huwelijk en was homoseksualiteit verboden. Veel seksuele praktijken die niet openlijk aanvaard werden gebeurden toch.
Vandaag lijken alle vormen van seks, ook meer extreme, aanvaard. Mensen hebben v.w.b. seks veel meer vrijheid.
Het is interessant om te zien dat seks in Hawaï sterk lijkt op wat een deel van de Westerse bevolking nu als praktijk heeft.

Fallisch symbool op het eiland Molokai.

De Westerse opvatting van het huwelijk bestond niet in Hawaï. Specifieke woorden voor echtgenoot of echtgenote bestonden niet. Men spraak van ‘man’ en ‘vrouw’.

Seks buiten vaste relaties was sociaal aanvaard, ook al was er geen verdere betrokkenheid. Concepten voor seksuele activiteiten voor of buiten het huwelijk waren er niet. Dat was niet enkel waar voor Hawaï maar ook voor een groot deel van Polynesië.
Sedert de jaren 1960 zijn de opvattingen over seks en het huwelijk in het Westen zeer snel veranderd. Eén voorbeeld: seks voor het huwelijk wordt vandaag slechts door een kleine minderheid als verkeerd gezien. Homoseksualiteit is nog niet overal aanvaard in het Westen maar er is grote vooruitgang geboekt. De opvattingen zijn vaak verschoven in de richting van wat eeuwen geleden in Hawaï gangbaar was. Dat uitte zich op verschillende punten   

Naaktheid, kleding

In Hawaï werd naaktheid niet ervaren als seksueel. Mannen en vrouwen beoefenden alle watersporten, bv. zwemmen, surfen enz., naakt. Dat wil niet zeggen dat de Hawaïanen meestal naakt rondliepen. Voor volwassen mannen was de basiskleding een lendendoek en voor de vrouwen een rok gemaakt met vezels van schors. Een jonge man mocht de lendendoek dragen als hij opgenomen was in het mannenhuis en hij tussen 4 en 6 jaar oud was.

Genitaliën

De geslachtsdelen werden als heilig beschouwd. Men geloofde dat ze mana hadden. Dit uitte zich in verschillende stenen monumenten met de vorm van een fallus of een vulva o.a. op het eiland Molokai. Men geloofde dat deze beelden de vruchtbaarheid of de seksuele vaardigheden verbeterden. Op het eiland Hawaï was er een rots die leek op een vagina en ongeveer 6 meter lang was. Al deze beelden hadden veel mana. Er wordt tot vandaag geofferd aan deze symbolen.

Er werden liedjes gemaakt over de genitaliën waarin hun werking geprezen werd. Men was er fier op. De leden van de Hawaïaanse koninklijke familie hadden liedjes over hun geslachtsdelen. Het lied van koningin Lili’uokulani vertelde over ‘Anapau haar dartelende genitaliën die op en neer gingen’. Koning Kalakaua’s liedje beschreef de grote omvang van zijn penis.

Algemene informatie ovar Hawaï

Hawaï telde zeven bewoonde eilanden toen de Europeanen er aan het einde van de 18de eeuw aankwamen. De totale bevolking bedroeg toen ongeveer  800.000 mensen.
Totale oppervlakte 16,638 km2.
7 grote bewoonde eilanden en 125 kleine onbewoonde eilanden.

  1. Het grote eiland, Hawaï, telt 10432 km².
  2. Het tweede grootste eiland, Maui, heeft een oppervlakte van 1,883 km²
  3. Het derde grootste eiland is O’hau,
  4. Het vierde grootste is Kaua’i, 1430 km²
  5. Moloka’i telt 673 km². Het was hier dat zich de leprozenkolonie bevond waar Pater Damiaan de Veuster (°1840) melaatsen verzorgde. Hij liep de ziekte zelf op en overleed in 1889, na zestien jaar op het eiland, aan de gevolgen van melaatsheid.

Vandaag maken de afstammelingen van de Hawaianen maar 9% van de bevolkng van de Amerikaanse deelstaat uit. Hun rangen werden uitgedund door de Westerse ziektes die met de boten meekwamen. Daarna was er grote immigratie naar deze kleine eilanden.


Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Deel 1
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 2
Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 3
Seks in Hawaï (3) Koninklijke incest | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Sociale klassen in Hawaï
Sociale klassen in Hawaï | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deze blog is onderdeel van de voorbereiding voor het vierde boek in de reeks ‘geschiedenis van de mens’. Moet verschijnen in 2021.
Marc Vermeersch, Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding naar Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië en Polynesië. Boek 4.

Geplaatst in Seks | Een reactie plaatsen

6 december: Zwarte Piet

Peter Paul Rubens studie van het hoofd van een Moor. 1640. Een schilderij waar de zwarte mens me respect, wordt afgebeeld.

6 december, Sinterklaas.
Zwarte Piet stond de afgelopen jaren in de belangstelling. Geen gemakkelijk onderwerp want racisme komt er in aan bod maar ook verdraagzaamheid en het voeren van voordelige discussies.
Racisme
Racisme heeft diepe wortels. De geschiedenis van menselijke groepen is er één van massaal onderling geweld. Tot vandaag. Een mooi voorbeeld is de verspreiding van de Polynesiërs. Zij vertrokken in kleine groepen, waarschijnlijk niet meer dan enkele honderden, hoogstens een paar duizend, mensen die genetisch nauw verwant waren de eilanden van Polynesië bevolkten. Binnen de paar eeuwen ontstonden op veel eilanden klassenmaatschappijen en klassenonderdrukking. Op veel eilanden, zeker de grootste als de eilanden van Hawaï en Nieuw-Zeeland (waar geen sociale klassen waren) kwamen bloedige oorlogen met veel slachtoffers. In meer dan één Polynesische maatschappij werden ook mensenoffers gebracht.
En dat allemaal tussen mensen die genetisch en cultureel, taalkundig zeer nauw verwant waren.
Toch is de menselijke soort diegene die tegelijk in hoge mate samenwerkt, elkaar ondersteunt en haar ongelooflijk succes in de eerste plaats aan haar capaciteit om samen te werken dankt.
Dat laatste lijkt mij voor de toekomst het belangrijkste maar hier ga ik er niet verder op in. Het is een onderwerp op zich.

Racisme betekent in oorsprong dat iemand vindt dat iemand met een andere kleur minderwaardig is. Uit een dergelijke opvatting kan discriminatie ontstaan. Of omgekeerd. Dat slaven tussen de 16de en de 19de eeuw meestal zwarte mensen waren leidde onvermijdelijk tot de racistische opvatting dat zwarte mensen minderwaardig waren.
Maar discriminatie op basis van ras is niet de enige vorm van discriminatie. Sociale discriminatie is gebaseerd op de minachting voor sociale klassen. Zo had de Russische adel een grote minachting voor haar lijfeigenen en toen deze in 1861 werd afgeschaft verbeterde die houding niet of nauwelijks tegenover de in principe vrije boeren. Deze discriminatie zou een van de belangrijkste redenen zijn dat er een Russische Revolutie kwam in 1917.
Het is interessant om te vergelijken met de afschaffing van de slavernij in de VSA. Dat was officieel op 18 december 1865 maar de basis was vier jaar eerder gelegd toen de burgeroorlog voor de afschaffing van de slavernij begon op 12 april 1861. De parallel tussen Rusland en de VSA is uiteraard toevallig maar ze leert de woke-ignoranten wel dat discriminatie op basis van huidskleur slechts een deel van de wereldwijde discriminatie was.
Het feodalisme in Europa was in West-Europa al vanaf het begin van het millennium op te terugweg. In Vlaanderen was het praktisch verdwenen tegen het einde van de middeleeuwen (maar het is een lang verhaal en dit de plaats niet om er op in te gaan). De genadeslag voor het feodalisme waren de Franse revolutionaire legers die overal waar ze kwamen in Europa het feodalisme afschaften en er de Franse wetgeving invoerden. De Franse heerschappij veranderde echter vrij snel in onderdrukking wat mee leidde tot de ondergang van Napoleon die in 1802 de slavernij terug had ingevoerd om ze in de Caribische kolonies weer toe te passen.

Schilderij van1870-1873 van Ilia Efimovich Repin die de hardheid van voormalige lijfeigenen die een boot voorttrokken. Lijfeigenen trokken op een gelijkaardige manier ploegen.

Slavernij bestond in de 19de eeuw niet alleen in de Amerika’s (Noord- Midden- en Zuid-Amerika) maar ook in heel Afrika, Zuidwest-Azië en Turkije.
In de islam was slavernij niet toegelaten voor wie zich bekeerd had tot de islam maar christenen, joden, de vereerders van voorouders enz. mochten als slaaf gehouden worden. Tot vandaag zijn er slaven in Mauretanië en tot 1962 was slavernij wettelijk in Saoedi-Arabië. Vandaag wordt het land ook aangeklaagd omdat huispersoneel als slaven behandeld wordt en dat er slavenhandel is.
De slavenhandel door de islam was één van de grote bevoorradingsbronnen van de trans-Atlantische slavenhandel. In die slavenhandel waren het Europese zeevarende mogendheden (waaronder ook Zweden en Denemarken, die geen kolonies hadden in Amerika), de kolonisten in de Amerika’s en de aanvoerders van slaven in Afrika de slavenhandel uitmaakten. Naast de islamitische slavenhandelaars die roofexpedities op zwarte mensen organiseerden waren ook zwarte Afrikanen die slaven vingen en ze naar de Atlantische kust voerden en verkochten aan de Britten, Portugezen, Nederlanders, Fransen enz.
De islamitische slavenhandel was niet beperkt tot sub-Saharaans Afrika. Er werden ook zwarte slaven gemaakt en weggevoerd naar Jemen, Saoedi-Arabië, tot in Pakistan.
Je kan er volgende pagina’s over nalezen:
Mukalla, Mukalla – Wikipedia
Qu’aiti, Qu’aiti – Wikipedia of dit
Slave rebellion and resistance in the Aden Protectorate in the mid-twentieth century: Slavery & Abolition: Vol 25, No 2 (tandfonline.com)

Turkije dat tot het einde van de eerste wereldoorlog Syriê, Palestina, Irak, Saoedi-Arabië enz. bezette heeft ook zwarte slaven ingevoerd. Hun nakomelingen habben zelfs een Facebookgroep. Zie o.a. Slavernij in het Ottomaanse rijk – Slavery in the Ottoman Empire – qaz.wiki

Turkije onder het sultanaat. Inspectie van nieuw aangekomen slavinnen. Scilderij van Giulio Rosati.(1858-1917) Jaar onbekend maar voor 1917.

Een bijna vergeten aspect van de slavenhandel is de Barbarijse zeeroverij. Barbarijse slavenhandel was de handel in slaven van de 16e tot in de 19e eeuw in gebieden aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika. Het betrof het sultanaat Marokko en plaatsen in het latere AlgerijeTunesië en het westelijk deel van Libië.
Het westelijke deel van de Barbarijse gebieden viel onder de heerschappij van de Marokkaanse dynastieën en het oostelijke deel van de Barbarijse gebieden viel onder de heerschappij van het Ottomaanse Rijk, maar genoot officieus een grote autonomie. Op de slavenmarkten aldaar werd gehandeld in uit Europa en Sub-Saharaans Afrika gehaalde mensen. Er werd geen onderscheid gemaakt
(MV hier is Wikipedia fout maar het zou te ver leiden om dit hier uit te werken.) naar ras of religie; slaven in Noord-Afrika konden zwart zijn, bruin of wit; christen, jood of moslim. De Europese slachtoffers werden aangevoerd door piraten vanuit de kustplaatsen van ItaliëSpanjePortugalFrankrijkEngeland tot zelfs IJsland toe. Mannen, vrouwen en kinderen werden gevangengenomen in zulke mate dat sommige kuststreken ontvolkt werden.” Tussen 1530 en 1780 werden naar schatting tussen 1 miljoen en 1,25 miljoen blanke slaven verhandeld. Cervantes, de Spaanse auteur van Don Quijote werd ook gevangen genomen en als slaaf gehouden. Hij werd, zoals veel andere gevangen genomen christenen, vrijgekocht. De handel in en de winst gemaakt op christelijke slaven was groot. Er was een christelijke orde, de Trinitariërs, waarvan “het voornaamste doel van de orde bestond uit het vrijkopen of ruilen van christelijke gevangenen of slaven uit de handen van de Saracenen” (Wiki) 
Marokko was geen uitzondering. Slavernij bestond er verder na de invoering van de islam. Het land was actief in de slavenhandel en onder sultan Mu … werd een recordaantal zwarte mensen tot slaaf of terug tot slaaf gemaakt. “Andere zwarte moslims zijn in Afrika tot slaaf gemaakt, maar de Marokkaanse uitzondering ligt in de omvang en de methoden van deze operatie. In totaal werden tijdens het bewind van sultan Moulay Ismaïl (1672-1727) meer dan 221.320 zwarte mensen vernederd en hun wettelijke rechten, waaronder hun vrijheid, geschonden. Dit bestendigde de slavenstatus van alle zwarten, zelfs van degenen die vrij waren.” (“hun vrijheid, geschonden” is een eufemisme voor tot slaaf gemaakt.) (Le Monde, 28 juillet 2019, Racisme anti-Noirs au Maroc : « Le Coran ne soutient pas la pratique de l’esclavage mais son abolition» interview met Chouki El Hamel, historien marocain installé aux Etats-Unis, retrace le passé esclavagiste du royaume chérifien pour décrypter le racisme qui perdure au Maroc.) El Hamel is een gelovige islamiet die het gevangen nemen en verhandelen van christenen niet eens vermeldt. Hij vermeldt alleen dat slavernij niet in de koran staat. Dat Mohammed slaven had vermeldt hij ook niet. Slavernij bestond verder onder het Franse protectoraat maar illegaal. Minstens tot 1935.
Moulay Ismaïl was een bijzonder bloeddorstige heerser (in het Frans: le sanguinaire) die ook eigenhandig mensen vermoordde. Het kleinste aantal van het aantal slachtoffers dat hij zelf doodde loopt uiteen maar 20.000 werd zo vermeld.

De Woke-idioten lezen dit best drie maal: tot 1830 werden blanke slaven door islamitische rijken geroofd, geketend, verhandeld, onderdrukt en vermoord. Honderdduizenden zwarte mensen werden er tot slaaf gemaakt.

Slavernij was dus niet beperkt tot slavenhandelaars van slechts één huidskleur, van één geloof of van één religie. Het geeft aan dat alle mensen gelijk zijn, ook in de wreedste aspecten van wat ze doen.
Otto Pilny (1866 –1936) was een Zwitserse schilder die in Egypte en Noord-Afrika in Ottomaans gebied verbleef. Hij schilderde o.a. de verkoop van blanke slavinnen. In Egypte werkte hij meerdere jaren in dienst van de Ottomanen. Zijn schilderijen zijn soft erotisch (en gemaakte aan het einde van de 19de eeuw, toen bloot ver van algemeen aanvaard was).

Otto Pilny. Schilderij van Arabische slavenhandelaars in Ottomaans gebied die een blanke slavin verkopen.

Dat allemaal om terecht te komen op de kritiek op Zwarte Piet.

Zwarte Piet heeft niets te maken met racisme

Een paar jaar geleden waaide een trend uit de VS over die ons via Nederland bereikte. Net zoals er in Vlaanderen mensen zijn die elke trend die in Nederland komt automatisch als ‘te volgend’ vindt, zijn er in Nederland mensen die alles wat in de Verenigde Staten gebeurt… Je raadt de rest.
Bij een klein deel van de blanke intelligentsia ontstonden enkele jaren geleden een beweging die ‘Woke’ (dit kan vertaald worden als ‘waakzaam’, ‘ wakker’) genoemd werd. Op de Engelse Wikipedia staat daar een goede uitleg over. De term is zo nieuw dat er geen woord voor is opgenomen in de Nederlandstalige Wikipedia. Een beweging met de naam ‘Woke’ ontstond parallel met de ‘Black Lives Matter’, een progressieve beweging die niet aanvaard dat zwarte mensen in de VS vaak opzettelijk en zonder reden vermoord worden. Soms kinderen.
Er is uiteraard niets tegen dat iemand waakzaam is voor onrecht maar het ontaardt als men stelt dat alle blanke mensen racisten zijn. Ik heb hiervoor aangegeven dat de slavernij niet het werk was van één groep en dat blanke mensen ook onderdrukt werden, door de adel, de bourgeoisie of de Noord-Afrikaanse slavenhandelaars. De Amerikaanse Wokers spreken uiteraard van ‘white people’ wat in Nederland vertaald werd als ‘witte mensen’. Daar bedoelen ze echter mee dat blanke mensen per definitie racisten zijn.
In de New York Times verscheen er dit over:
“In June 2018, in a New York Times piece, political commentator David Brooks argued that the goal of wokeness isn’t to solve the issues woke people are concerned about, but to maximize perceived injustices[33]:
There is no measure or moderation to wokeness. It’s always good to be more woke. It’s always good to see injustice in maximalist terms. To point to any mitigating factors in the environment is to be naïve, childish, a co-opted part of the status quo. […] The problem with wokeness is that it doesn’t inspire action; it freezes it. To be woke is first and foremost to put yourself on display. To make a problem seem massively intractable is to inspire separation — building a wall between you and the problem — not a solution.— David Brooks, The Problem with Wokeness, The New York Times”


De vroege geschiedenis van Zwarte Piet
Eén van de belangrijkste vragen i.v.m. Zwarte Piet is wanneer hij voor het eerst verscheen en of er toen eventueel racistische aspecten aan zijn verschijnen verbonden waren.
De beste geschiedenis van Zwarte Piet las ik op de geschiedenissite van Historiek.
De ontwikkeling van Zwarte Piet | Historiek Het artikel is geschreven door Inge Schuiten.
Zwarte Piet was er ook al vóór 1850
Zwarte Piet verschijnt vanaf 1850 regelmatig in boeken en vanaf die datum is zijn ontwikkeling dan ook te volgen. Dat wil echter niet zeggen dat hij in 1850 is bedacht, want ook voor die tijd zijn er afbeeldingen van hem. In 1850 heet hij overigens nog geen Zwarte Piet; dat komt pas later. Er zijn ook teksten die aangeven dat de zwarte helper van de Sint al vóór 1850 bestond, onder meer door de schrijver Josephus Albertus Alberdingk Thijm (1820-1889) die een Sinterklaasavond uit 1828 beschreef waarin Sinterklaas en zijn zwarte knecht op huisbezoek gaan.

Uiterlijk lag niet vast
Het uiterlijk van de knecht van Sint Nicolaas lag niet vast in de negentiende eeuw. De ene keer had hij rode lippen, de andere keer niet. De ene keer droeg hij een pietenpak, de andere keer niet. De ene keer droeg hij een baret met veer, de andere keer niet. Er is in de negentiende eeuw dus geen sprake van dat Zwarte Piet eruitzag zoals wij hem nu kennen: zijn uiterlijk veranderde steeds. Hoewel sommigen van mening zijn dat de kleding van Zwarte Piet gebaseerd is de kleding van een negerslaaf, is dat niet waar. Als Zwarte Piet namelijk van het begin af aan op een negerslaaf gebaseerd zou zijn, dan zou hij er a) steeds hetzelfde uit hebben gezien en b) er ook inderdaad uitzien als een negerslaaf.
(MV) De kleding van Zwarte Piet lijkt veeleer op die van een bediende van de adel en lijkt vaag op kleding van rond 1600. Hij was zeker beter gekleed dan de armen van die periode én beter dan arbeiders en boeren van rond 1850. Zo overdreven lang is armoedige kleding verleden tijd. Wie te jong is om zich de jaren 1945 – 1965 te herinneren kan eens luisteren naar ‘de broek van jantje’ van de Zangeres zonder naam uitgebracht in 1965, niet 1865.

“Hij ziet er echter niet constant hetzelfde uit; zijn kleding varieert en er is geen duidelijke lijn in te ontdekken. Zo heeft hij in 1850 geen baret, in 1868 wel, maar in 1886 niet. En zo draag hij soms oorringen maar meestal niet. Ook de rest van zijn kleding fluctueert.
Dat slaven soortgelijke kleding zouden hebben gedragen als Zwarte Piet is niet juist. Slaven droegen vaak geen kleding en als ze wel kleding hadden, dan was die gemaakt van de goedkoopste stof.”
(…)

“Op de eerste plaats is het zo dat gedurende de slavernij er één boek uitkwam waarin Zwarte Piet te zien is; het boek van Jan Schenkman ‘St. Nikolaas en zijn knecht’ en op de tweede plaats is het zo dat zowel in de boeken daarna als op de schilderijen waar zwarte pages op zijn afgebeeld, de kleding steeds varieert. Er was niet één stijl voor zwarte pages, net zo min als er één stijl was voor Zwarte Piet in de negentiende eeuw.

Oorringen
Er zijn mensen die zeggen dat Zwarte Piet geen oorringen meer mag dragen omdat dat een herinnering is aan de slavernijtijd. Maar slaven droegen geen oorringen. Slaven werden in Afrika al hun bezittingen ontnomen door de Afrikaners die hen gevangen hadden genomen en ze gingen naakt aan boord van de slavenschepen. Op de plantages werkten ze ook meestal naakt. Als ze kleding kregen, dan kregen ze meestal een lap stof om zelf kleding van te maken of ze kregen afdankertjes van hun meesters. Dat ze met gouden oorringen om zouden werken op het veld of in het huis van hun meester, is onzin. Als ze al nauwelijks kleding kregen, kregen ze zeker geen gouden oorringen.”

(210) zangeres zonder naam – het broekje van jantje – YouTube
Een smartlap uit 1965 die nog meer liedjes had die grauwe sociale situaties beschrijven.

Tussen 1958 en 1962 ging ik naar een parochieschool van de Gentse arbeiderswijk Brugse Poort. In elke klas zaten wel 2 of 3 jongens van Jongensstad Drongen, een weeshuis. Zij kwamen elke dag van kilometers ver te voet naar de school aan de Peerstraat in Gent. Ze waren armtierig gekleed, en allemaal op dezelfde manier gekapt. De korte broeken die ze droegen waren soms versteld. Zo overdreven lang geleden is dat niet.

“Overzicht
Zwarte Piet zoals wij hem kennen, ziet er pas zo uit na de Tweede Wereldoorlog. Daarvóór varieert het nogal hoe Zwarte Piet eruitziet, zoals uit het overzicht blijkt. Zwarte Piet ziet er in het boek van Jan Schenkman uit 1850 ook al niet uit zoals de huidige Zwarte Piet. Tegenstanders van Zwarte Piet zeggen dat Jan Schenkman in dat boek een negerslaaf opvoerde, maar het enige wat er te zien is, is een zwarte knecht zonder rode lippen, zonder oorringen en zonder pietenpak. Die knecht is dus niet gebaseerd op een negerslaaf. Sommigen stellen dan dat het woord ‘knecht’ synoniem is aan ‘slaaf’ maar de etymologie van het woord ‘knecht’ is ‘jongeman, dienaar, leerling, schildknaap’. De betekenis van ‘slaaf’ had het alleen in de middeleeuwen; daarna verdween die betekenis uit het Nederlands.

Ook in boeken van latere datum is er het probleem dat het lastig is rode lippen te ontdekken, laat staan grote. Ook gouden oorringen, of überhaupt oorringen, zijn niet zo makkelijk te ontdekken.

Geen negerslaaf
Alleen in 1885 kun je met moeite rode lippen zien in de knecht van Sinterklaas, en dan zijn ze zeker niet groot of dik, maar daarvoor en daarna heeft Zwarte Piet die niet. Het is pas in de twintigste eeuw dat rode lippen vaker voorkomen, maar ook dan nog niet altijd. Hetzelfde geldt voor de gouden oorringen. De Zwarte Piet in 1868 heeft oorringen, maar die zijn niet van goud. Daarna duurt het tot de twintigste eeuw voor Zwarte Piet oorringen krijgt, maar ook dan is het geen standaard ‘uitrusting’. Omdat ook het pietenpak, de baret en kraag nogal variëren is het duidelijk; het uiterlijk van Zwarte Piet stond niet vast in de negentiende eeuw en ook in het begin van de twintigste eeuw was er variatie in de kleding en het hoofddeksel.

Als Zwarte Piet gebaseerd zou zijn op negerslaven, dus negerslaven die een pietenpak droegen met een baret en kraag en die gouden oorringen droegen en grote, rode lippen hadden, dan zou Zwarte Piet meteen vanaf 1850 dat uiterlijk hebben gehad en dat uiterlijk zou dan niet veranderd zijn in de boeken daarna. Maar feit is dat Zwarte Piet in het boek uit 1850 in niets lijkt op de Zwarte Piet zoals wij hem nu kennen en dat ook daarna zijn uiterlijk steeds weer wijzigt. Dat bewijst dat Zwarte Piet niet gebaseerd is op een negerslaaf.”

Daar is de lelijkste zonde van allemaal weer: de erfzonde

Het is verbazingwekkend hoe een marginaal, niet gemotiveerd standpunt over ‘witte racisten’ zeer snel ingang vond. Ook in Vlaanderen wordt ze al enige tijd gedragen. Net in het minst door Bert Bultink, hoofdredacteur van Knack. Hij schreef op 28.8.2018:
Wie nog wil ontkennen dat racistische stereotypen diep in het Vlaamse DNA zijn ingebakken, is ziende blind en heeft een uitzonderlijk talent voor geheugenverlies’ in ‘Witte Vlamingen zijn bang voor een “remplacement” door niet-witte Vlamingen’ (Knack)
Een jaar vroeger, verscheen iets gelijkaardig. Elke De Cruyenaere, nummer twee van Groen Gent, liet -in naam van de stad- een video maken over racisme. In het filmpje wordt racisme aangeklaagd. Daar kan iedereen het mee eens zijn. De video legt jonge kinderen uitspraken in de mond waarvan sommige racistisch, andere te sterk veralgemenen. Dit is kindermisbruik. Het belangrijkste is echter de manier van denken van Groen die hier indirect wordt blootgesteld en dat is dat Vlamingen racisten zijn. Of een dergelijke filmpje ook maar één racist(e) van idee doet veranderen is maar de vraag. Groen staat nooit kritisch tgo. de praktijken van de islam, bv. gedwongen huwelijken geen halalvlees van onverdoofde schapen.
(207) Gentse kinderen lezen Racistische boodschappen voor – YouTube

Vlamingen zijn geen racisten. Toen in de jaren 1960 tot 1967 eens een zwarte man of vrouw in de Veldstraat in Gent liep keek men vooral uit nieuwsgierigheid. Wij hoorden nooit een racistische reacties.
In 1962 ging ik (° 1952) voor het eerst naar het Sint-Lievencollege in het centrum Gent. Na enkele weken kwam er een zwarte jongen in de klas. Iedereen wilde bevriend zijn met hem. Ik hoorde noot een racistische reactie.
Vanaf 1967 begon de strijd van de zwarten in de VS ook hier bekend te worden. Tijdens die zomer werd een mars voor de steun aan hun strijd gehouden die ging van Oostende tot Leuven. Een paar jaar later, ik zat toen op het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo werden in de klas de tekst van Martin Luther King ‘I have a dream’ besproken. Nee, Vlaanderen was niet racistisch, eerder het tegendeel. Zij die de collaboratie hadden gesteund waren een marginaal fenomeen in Vlaanderen in die periode. Bij de Volksunie kalfde hun steun af.
nuttige discussies en andere

(207) Toon Hermans – One Man Show 1974 – Snieklaas – YouTube
Toon Hermans – One Man Show 1974 – Snieklaas

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

wordt verder uitgewerkt

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kunst. Chiribiquete, Colombia. De langste kunstmuur van de wereld, 12,88 km lang, 12.500 jaar oud

De wereld van jagers en verzamelaars zorgde enkele dagen geleden voor een buitengewone, aangename, verrassing. In Zuid-Amerika werd een kunstwerk ontdekt dat zonder concurrentie het grootste van de wereld is. Mocht ik een kunstenaar zijn, het zou mij doen dromen.

De roteswand strekt zich uit over 12,88 km.

In Colombia werd in het Chiribiquete Nationaal Park een rotswand van 8 mijl lang gevonden die beschilderd werd ongeveer 12.500 jaar geleden. Dit werd pas ontdekt in 2019 en zeer recent, in november 2020, gecommuniceerd. Het grootste kunstwerk ter wereld is gesitueerd in het laaggebergte Serrania de la Lindosa dat ca. 300 km van de hoofdstad Bogota ligt. Vandaag is die regio tropisch regenwoud maar ze kan toen ook kenmerken van een savanne hebben gehad.

Veel geometrische patronen, dieren en mensen werden voorgesteld

Er staan afbeeldingen van dieren die  sedert lang uitgestorven zijn zoals de mastodon en de paleolama[1], een kameelachtige, van reuzenluiaards en paarden die tijdens de ijstijd in Amerika leefden. In die regio woonden mensen vanaf 17.000 jaar geleden.

Op de 12,88 km lange rotswand zijn tienduizenden schilderingen of tekeningen aangebracht. Veel van de tekeningen zijn geometrische patronen maar er werden ook veel handafdrukken gemaakt. Die handafdrukken komen wereldwijd voor over een zeer lange periode. De kans is groot dat ze eerst in Afrika zijn gemaakt en zich met Homo sapiens over de wereld verspreidden. . Met de informatie waar ik vandaag over beschik zijn de tekeningen waarschijnlijk gemaakt met een kleurstof op basis van okte (ijzerhematiet). Ok dat was een wereldwijs gebruik. Symbolisch was oker het symbool voor bloed en bloed het symbool voor leven, levenskracht.

paleolama

Dr. Marc Vermeersch   – marc.vermeersch@gmail.com

[1] Palaolama = oude (paleo in het Grieks) en lama. Waatschijnlijk een voorloper van de hedendaagse lama.

In mijn boeken besteedde ik veel aandacht aan kunst.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
-Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika. 35€-
te verschijnen Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea
te verschijnen Boek 5. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Amerika

Andere blogs over kunst
De spectaculaire constructies in de grot van Bruniquel (F), 176.500 BP
Kunst Olduvai 1,74 M BP, de bavianenkop
De oorsprong van esthetisch gevoel en kunst.
Schelpen en pluimen, nieuwe kunstobjecten van neanderthalers  
(waar Cueva de los Aviones aan bod komt)
De oudste door de mens bewerkte beeldjes

Het oudste liefdesbeeldje ter wereld.
Een virtueel bezoek aan de grot van Lascaux

Chauvet, grottenkunst in Europa tot 32.410 jaar oud

Der Löwenmensch, het oudst bekende beeldje met een combinatie mens-dier
 Het oudste Europees Venusbeeldje uit de Hohle Felsgrot (D)
Schelpen en pluimen, nieuwe kunstobjecten van neanderthalers
De oudste juwelen ter wereld

Nerja, oudste grottenkunst in Europa, meer dan 40.000 jaar oud
Vela Spila (Kroatië), keramiek 17.500 jaar geleden

Kunst. De denker en de zittende vrouw.
De Kalahari 70.000 jaar geleden: religie, totem, kunst en een python (a
) de neushoorngrot
De Kalahari 70.000 jaar geleden (b) de neushoorngrot de interpretatie

Geplaatst in Amerika, esthetisch gevoel, kunst | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Mensenoffers (8) in Korea

De twee skeletten die gevonden werden onder de fundamenten van muren van Wolseong.

Het begraven van levende slachtoffers met dode koningen om hen te dienen in het hiernamaals was bekend in de oude Koreaanse culturen. Deze kunnen de praktijk ontleend hebben aan gebruiken van keizerlijke begrafenissen in China.

In het jaar 248 OT stierf koning Dongcheon. Veel van zijn onderdanen wilden hem volgen in de dood maar de nieuwe koning verbood het. Op de dag van de begrafenis van de oude koning pleegden toch veel mensen zelfmoord aan zijn graf.

In de Samguksagi[1] werd genoteerd dat koning King Jijeung (heerste van 500–514 OT) in Silla in 502 OT, het brengen van mensenoffers verbood. Men had tot dan toe bij het overlijden van de koning 5 mannen en 5 vrouwen geofferd. De geofferden moesten de overleden koning vergezellen in het hiernamaals om hem te dienen zoals hij gediend was geweest tijdens zijn leven. Ze waren tussen 21 en 35 jaar oud. Uit mtDNA-analyse bleek dat minstens 4 van de 10 geofferden matrilineair verwant waren met de elite. Zij hadden buitengewoon fijne juwelen meegekregen. Een koninklijke begrafenis ging gepaard met een grote feestmaaltijd. En deel van het voedsel werd van tientallen kilometers ver aangevoerd.

Het boeddhisme werd de officiële staatsreligie in Korea. De opvolger van koning Jijeung’s, koning Beopheung (514–540 OT), in 527 OT, 25 jaar na het verbod op mensenoffers. Waarschijnlijk oefende het in de periode ervoor al een belangrijke invloed uit op het denken van de Koreaanse koningen.

Volgens senior researcher Park Yoon-Jung: “Folklore geeft aan dat mensen werden geofferd om de goden te kalmeren en te pleiten voor een lange levensduur van de bouwwerken.”

Het zuiden van Korea was in de 5de eeuw OT opgedeeld in drie koninkrijken.

Twee skeletten uit de 5de eeuw OT werden recent gevonden onder de muren van een fort in Wolseong in Zuid-Korea. Wolseong was tijden het koninkrijk van Silla[2] de hoofdstad. Deze slachtoffers leken niet levend begraven. Het is de eerste keer dat bewijs gevonden werd van een mensenoffer voor de aanleg van een nieuwe constructie, maar overlevering vermeldde de praktijk van ‘Inju’ een ritueel waarbij slachtoffers onder de fundamenten van gebouwen, muren of dammen begraven werden. Zo wilde men de gebouwen stevig maken.
In Zuidwest-Azië en andere plaatsen in de wereld kwam het gebruik om mensenoffers te brengen bij de bouw van een nieuwe gebouw of constructie ook voor.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Bronnen

Ancient human sacrifice discovered in Korea, May 16, 2017, Phys Org,
Matthew Conte, An economy of human sacrifice: The practice of sunjang in an ancient state of Korea, Journal of Anthropological Archaeology,  N° 44, 2016, p. 14–30.


[1] Samguk Sagi (Kronieken van de drie koninkrijken) is een historisch verslag van de periode die de Koreaanse geschiedenis ingegaan is als de periode van de Drie koninkrijken. De drie koninkrijken waren GoguryeoBaekje en Silla.
Samguk Sagi – Wikipedia

[2] Silla was een van de drie koninkrijken van het oude Korea. Het heeft bestaan van 57 v.Chr. tot 935. In 660 voegde het het koninkrijk Baekje en in 668 het andere koninkrijk Goguryeo aan het koninkrijk van Silla toe, zodat Korea was verenigd en het heerste over het grootste gedeelte van het huidige Noord-Korea en Zuid-KoreaSilla (Korea) – Wikipedia

Geplaatst in mensenoffers | Tags: | Een reactie plaatsen

Mensenoffers (7) Tahiti

Chefs leidden de ceremonies waar mensen werden geofferd. James Cook was in Tahiti getuige van een mensenoffer in september 1777. Het werd tot in detail beschreven door William Anderson. Het mensenoffer werd gebracht aan een god/voorouder om succes te hebben bij een expeditie tegen een naburig eiland, Eimeo of Moorea. 

A human sacrifice at Tahiti, Whole drawing Human sacrifice at the great morai at Attahouroo Utuaimahurau, Tahiti, witnessed by Captain Cook on 1 September 1777. A bound figure in the foreground, with men digging a hole for the body behind, and the whatta containing two dogs and three pigs sacrificed previously. On left, two drummers, and the chief priest with other priests around him.The ceremony was performed in the presence of Otoo Tu, with Captain Cook, another officer William Anderson, and Omai, all standing on the right Image taken from Drawings executed by John Webber during the Third Voyage of Captain Cook, 1777-1779. Originally published in 1777. Illustrated by John Webber.
In het midden het slachtoffer. Achter het lijk delven twee mannen en graf. Op een platform liggen twee honden en drie varkens die geofferd werden. Rechts James Cook en enkele van zijn officieren. In het midden op de achtergrond liggen schedels.

Ook hier zien we dat mensenoffers niet zomaar gebracht worden. Het doel van de mensenofferaars was altijd om iets te bekomen van de voorouders/goden. In dit geval een overwinning op de vijand die men zou confronteren. Het offer betrekt twee partijen, degene die offert en de voorouder/god die in ruil daarvoor iets teruggeeft. In dit voorbeeld: de militaire overwinning.

“Bij bepaalde gelegenheden, maar vooral bij oorlogsvoering, zoals in het geval dat we zagen, en in tijden van grote schaarste die zich hier soms voordoet, raadpleegt de priester hun god, vraagt hij zijn hulp …. en (zegt) dat het noodzakelijk is om een man bij die gelegenheid te offeren …. Als men beslist heeft welke man, wordt hij op bevel plotseling gedood, hetzij met een knuppel of door steniging ….

We konden het lichaam niet zien, omdat het in de lengte aan een soort paaltje was bevestigd met wat cacaobladeren[1] eroverheen, maar ze ontdekten het nadat de priester tien minuten lang enkele zinnen had herhaald …. De priester zat op een kleine afstand van de voeten …. hij leek vaak met de overledene te praten, tot wie hij zich voortdurend richtte en soms verschillende vragen stelde die schijnbaar betrekking hadden op de gepastheid van zijn terechtstelling … hij vroeg hem om Morea, het opperhoofd dat Maheine heet, de varkens, vrouwen en andere zaken van het eiland in hun handen, te bevrijden, wat inderdaad de uitdrukkelijke bedoeling van het offer was …. er werd door twee mannen een gat gegraven van ongeveer twee voet diep, waarna ze er het lichaam met een air van grote onverschilligheid ingooiden en het bedekten met aarde en stenen.”
(Cook, Journals III, 2, 978-84) + illustratie mensenoffer Cook (Bellwood p.80)

UIt: 1815 Edition of Cook’s ‘Voyages’, John Webber. Oct.1777.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] ‘cocoa leaves’ in de tekst van James Cook. Letterlijk vertaald zouden dit cacaobladeren zijn. Omdat deze toen voor zover geweten is nog niet in Oceanië voorkwamen en verwarring over het woord cacao bekend is (Zie: Waarom zeggen wij cacao, maar de Engelsen cocoa? www.kijkmagazine.nl/mens/cacao-engelsen-cocoa/ ). Waarschijnlijk waren het bladeren van een kokosnootboom.

Andere blogs over mensenoffers

De oorsprong van ideologie en religie
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (1) oudste voorbeelden
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (2) Europa, China en de Inca’s
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (3) Maya’s en Azteken
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (4) Jezus

Mensenoffers (6) verklaring en redenen

Geplaatst in mensenoffers | Tags: | Een reactie plaatsen

Cultuur en verandering van genen (3)

Onze individuele intelligentie is niet zo groot als wij zouden denken

Een kapucijnaapje gebruikt een grote steen als een hamer om een noot te kraken.

Af en toe wordt een boek uitgegeven dat voor de studie van de geschiedenis van de mens grensverleggend is. Dat was in een recent verleden het geval met Jared Diamond’s ‘Paarden, zwaarden en ziektekiemen’, David Anthony’s ‘The Horse, the Wheel, and Language’ en Tom Holland’s ‘Heerschappij’.
Een boek van die klasse is Joseph Henrich’s ‘L’intelligence collective. Comment expliquer la réussite de l’espèce humaine’. Ik las het in de Franse vertaling. Het Engelstalige boek verscheen in 2016. Het had als titel ‘The Secret of Our Success: How Culture Is Driving Human Evolution, Domesticating Our Species and Making Us Smarter’. Het steunt op onderzoek dat de afgelopen 30 jaar door meerdere researchers werd ondernomen.

De mens heeft sedert zijn ontstaan een enorme evolutie doorgemaakt. Nochtans is onze individuele intelligentie niet zo groot als wij zouden denken.

Joseph Henrich geeft het fictieve voorbeeld (p. 20) van 50 intelligente kapucijnaapjes en 50 westerlingen die in een Afrikaans woud zouden gedropt worden met als opdracht te overleven. Wie van deze groepen zou het beste overleven?

In Boek 1, van Pan tot Homo sapiens, p.16, gaf ik aan wat kapucijnaapjes kunnen.
Intelligente kapucijnapen.
Kapucijnapen leven in Midden- en Zuid-Amerika in onder andere het Braziliaanse regenwoud. Ze zijn tussen 32 en 56 cm groot en wegen slechts tussen 1 en 3 kg. In verhoudingtot hun lichaam zijn hun hersenen even groot als die van mensapen. Ze leven in bomen in groepen, die nauw samenwerken. Ze eten vruchten en insecten. Kapucijnapen hebben een groot aanpassingsvermogen, kunnen tot 40 jaar oud worden, zelfs 44 jaar in gevangenschap. Ze jagen op reuzeneekhoorns die ze enkel in samenwerking met elkaar kunnen vangen. Samen jagen houdt verdeling van het vlees in. Kapucijnapen zijn meesters in het delen met elkaar. Ze rapen noten op die ze van ver naar een stenen aambeeld dragen om ze daar met een andere steen te kraken. Vaak staan de aapjes recht en werpen ze een steen op de noot. Sommige van die aambeelden hebben ze zo lang, waarschijnlijk honderden jaren, als aambeeld gebruikt dat ze daardoor gepolijst zijn. Als de noten gekraakt zijn worden ze gepeld en laten de kapucijntjes de noten rijpen op de grond om ze pas later op te eten. De grote stenen aambeelden op een site worden soms van een rivier, kilometers ver, door het woud gesleurd. Een dergelijke steen weegt zo veel als een aapje. Ze eten ook schelpdieren waarvan ze de schelp breken met stenen. Ze gooien stenen naar jaguars die hen naderen. Als ze dorst hebben, maar niet gemakkelijk bij water kunnen, gebeurt het dat ze hun staart in het water steken en daarvan het water opzuigen. Men heeft gezien dat ze geneeskrachtige kruiden eten. Dit alles is in de groep aangeleerd en van generatie op generatie doorgegeven gedrag.
Aan de kusten van Costa Rica eten kapucijnapen honig, kikkers, insecten en schelpdieren die ze zonder veel problemen kunnen openen.(13) In laboratoriumomstandigheden gingen de kapucijnaapjes nog een stap verder. Daar hadden ze geleerd om stenen werktuigen te maken door afslagen van stenen te slaan. Met de scherpe punt van een steen konden ze de afsluiting doorboren van een smalle beker waarin honig zat. Eenmaal de afsluiting doorboord konden ze nog niet met hun vingers bij de honig. Daarvoor moesten ze nog van een takje de bladeren verwijderen om er daarna de honig mee uit de beker te halen.(14)”

De vijftig mensen zouden beginnen met zeer grote, ontwikkelde hersenen maar ze zouden nooit geleerd stenen werktuigen te maken, zelfs geen houten werktuigen zonder andere werktuigen. Ze zouden geen vuur kunnen maken, geen potten bakken en uiteraard geen geweren of messen hebben, geen schoenen, geen brillen, geen antibiotica of koord.

De kans is groot dat deze mensen het met hun grote hersenen het minder goed zouden doen dan de kapucijntjes die aan de wedstrijd zijn begonnen zonder werktuigen en zeker niet naar school zijn geweest.

Natuurlijk zouden mensen als ze voldoende tijd krijgen, bv. meerdere eeuwen of millennia nieuwe technieken en kennis kunnen ontwikkelen. Als ze niet vrij snel zouden weggemaaid zijn in dat regenwoud door ziektes, honger en roofdieren.

(MV) Indien deze groep mensen contact zou kunnen leggen met andere groepen zouden ze in staat zijn om snel te leren hoe ze werktuigen konden maken, welke planten ze konden eten en op welke dieren ze konden jagen en hoe dat te doen.

Voor veel zaken niet veel intelligenter dan apen

In een vergelijking tussen mensapen en de mens werden 38 cognitieve testen gedaan met 106 chimpansees, 107 Duitse kinderen en 32 orang-oetans.
Er werd getest voor:
ruimtelijke voorstelling: ruimtelijk geheugen, rotatie enz.
hoeveelheden en o.a. optellen en aftrekken.
causaliteit. De capaciteit om een model te bedenken om een probleem op te lossen. Bv. een smalle buis gebruiken om daarmee ergens voedsel uit te halen.

Er was bijna geen verschil voor de drie soorten voor kinderen van 2,5 jaar. De geteste mensapen waren tussen 3 en 21 jaar.
De causale efficiëntie voor de eigenschappen van bepaalde werktuigen.
– 71% mens, 61% chimps en 63% orang oetan

Maar er waren wel grote verschillen voor sociaal leren, leren van elkaar
De meeste kindjes haalden 100%, de mensapen 0%.
=> De mensenkinderen hebben als enige speciale eigenschappen die zijn gelieerd aan het sociaal leren.
Mensen worden daarin nog veel beter als ze ouder worden. Apen niet.
Apen staan op 3 jaar op hun cognitief hoogtepunt.
Bij mensen zal de vooruitgang nog 20 jaar blijven duren. (Pag. 34-37)

Waarvoor dienen onze hersenen?

Onze capaciteit om te overleven in de meest verscheiden omgevingen hangt niet af van onze individuele intelligentie, die in staat is complexe problemen op te lossen, maar van onze samenwerking, van onze collectieve intelligentie. Wij zijn individueel nauwelijks meer begaafd dan andere primaten bij het oplossen van bepaalde problemen.

Dat komt omdat wij een soort zijn die afhankelijk is geworden van haar cultuur. Onder cultuur verstaat Henrich praktijken, technieken, methodes, werktuigen, motivaties, waarden, geloofspunten enz. die we van anderen leren. (Pag. 21)

Wij zijn een culturele soort

Meer dan een miljoen jaar geleden werd de menselijke cultuur cumulatief. Kennis werd uitgewisseld en opgebouwd. Na een tijd werd die gezamenlijke kennis zo uitgebreid dat geen enkel individu in staat zou geweest zijn, niet tijdens een lang leven, om een dergelijke kennis op te bouwen of uit te werken op basis van eigen intelligentie en ervaring.

Er kunnen ontelbare voorbeelden gegeven worden van de ontwikkeling van zaken die enkel door samenwerking konden ontwikkeld worden. Henrich geeft deze voorbeelden.
– De iglo’s van de Eskimo’s.
– De getallen, het schrift
– Het telraam

Onze soort werd meer en meer afhankelijk van haar kennis en haar reproductie van kennis. Dat leidde onvermijdelijke tot natuurlijke selectie die individuen bevoordeligde die meest geschikt waren om cultureel te leren. Zij zouden meer kinderen kunnen onderhouden, in leven houden

“Maar deze culturele leermogelijkheden vermenigvuldigen zich tot er een wisselwerking ontstaat tussen dit lichaam van geaccumuleerde culturele informatie en de genetische evolutie die onze anatomie, fysiologie en psychologie heeft gevormd (en nog steeds vormt).” (Pag. 23)

– Dit bracht een snelle ontwikkeling van ons brein mee en een verlengde kindertijd (om meer te leren).
– Een lang leven voor vrouwen na de menopauze leven, voldoende tijd om kennis door te geven en de kinderen te helpen.

Ons lichaam veranderde, paste zich aan: voeten, benen, de kuit, heupen, maag, ribben, vingers, ligamenten, kuit, kaak, keel, ogen, tanden en tong. Wij kunnen goed werpen en lange afstand lopen. We hebben vet en zijn fysiek eerder zwak.

We hechten meer belang aan wat onze gemeenschap ons leert of denkt dan aan onze persoonlijke eigenschappen.“Het succes van onze soort zit niet in de kracht van onze individuele geesten, maar in de collectieve hersenen die onze gemeenschappen vormen. Onze collectieve hersenen zijn producten van de synthese van onze sociale en culturele aard, door het feit dat we gemakkelijk van anderen leren.” (Pag. 23)

Voornaamste punten van deze blog
– Onze individuele intelligentie is niet zo groot.
– Onze collectieve intelligentie is veel groter van onze individuele intelligentie.
– Wij een soort zijn die afhankelijk is geworden van haar cultuur. Wij zijn een culturele soort. Wij zijn afhankelijk van onze collectieve intelligentie.
Dit leidde tot genetische veranderingen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Andere blogs van deze reeks

Cultuur en verandering van genen (1)

Genetische veranderingen en werktuigen

Cultuur en verandering van genen (2)

Collectieve Intelligentie (2) Genetische veranderingende schouder

Geplaatst in collectieve intelligentie, genetische verandering, kapucijnaapje | Een reactie plaatsen

Cultuur en verandering van genen (2)

Collectieve Intelligentie (2)
Genetische veranderingen, de schouder

Zuidelijk Afrika; Tekening uit de 19de eeuw. Khoi/Hottentotten hebben een dier neergeschoten. Om te jagen zoals de mensen dat kan waren veel genetische aanpassingen noodzakelijk. Eén daarvan was dat de mens gewonde dieren over vele kilometers moest kunnen volgen. Zo was zijn afkoelingssysteem door zweten sterk verschillend van dat van de meest zoogdieren ook roofdieren die over lang afstand kunnen achtervolgen zoal wolven.

De eerste mensen maakten werktuigen en wierpen waarschijnlijk met stenen. Dit onderdeel van hun cultuur leidde tot veranderingen in de hand. De menselijke schouder zou door het werpen van stenen en waarschijnlijk veel later door het werpen van speren ook aanpassingen ondergaan die toelieten beter te werpen.

De speer

Een tak die als stok gebruikt wordt is geen speer. Om effectief te zijn bij de jacht moet een speer een harde punt hebben die door de huid van een dier kan dringen. Dat werd mogelijk toen de mens vuur had leren gebruiken, 1,7 miljoen jaar geleden. Als het uiteinde van een stok in vuur verhard werd kon hij als speer gebruikt worden.[1] De ontwikkeling van de speer maakte jagen veel gemakkelijker. Wij weten niet of speren van in het begin niet enkel als stootwapen maar ook als werpwapen gebruikt werden. Het verschil tussen beide technieken kan groot zijn. Als men een speer als stootwapen gebruikt dan moet men een dier tot op een afstand dat de mens ook moet opletten om niet zelf gekwetst te worden. Runderen, everzwijnen, herten enz. waren in staat om zich te verdedigen.
Dat was uiteraard veel moeilijker als de mens zijn speer kon werpen en een dier verwonden op afstand.
Enkele van de oudste speren werden gevonden in Schöningen.

“Schöningen (D), de oudste speer en veel meer, 400.000 BP

In Schöningen (Nedersaksen, Duitsland) werd in 1994 in bruinkoollagen een speer ontdekt die 78 cm lang en 3 cm in doorsnede mat. Ze had aan beide zijden een spitse punt. In 1995 werden nog eens zeven houten speren gevonden. Deze zijn veel langer, tussen 1,82 m en 2,5 m lang en 3 tot 5 cm in doorsnede. Van de acht speren zijn er zeven (waaronder ook de eerst gevonden speer) van dennenhout gemaakt. Om de speren te maken werden jonge boompjes gekozen. De speerspitsen zijn aan de basis van deze boompjes gemaakt. Het zwaartepunt ligt telkens in het voorste deel van de speer wat erop wijst dat het werpsperen, geen steeksperen waren. Men kon door de talrijke overblijfselen van fauna en flora de ouderdom tamelijk precies schatten op 400.000 jaar. De speerpunten werden gevonden tussen stenen werktuigen en duizenden beenderresten van grote zoogdieren waaronder 19 complete schedels van

Paarden, mammoeten, runderen, herten, beren maar ook klein wild, reptielen, vissen en vogels. Vele botten tonen sporen van bewerking of werden gebroken met stenen werktuigen.

Dit is het eerste onweerlegbare bewijs dat de mens toen al systematisch, met planning,

Op grote zoogdieren jaagde en daartoe toen al over een grote technische kennis

Beschikte. Aan het Institut für Sport und Sportwissenschaft van de Universiteit van

Heidelberg deed men testen met trouw nagebootste replica en men stelde vast dat deze speren fenomenale werpeigenschappen hadden die kunnen vergeleken worden met die van hedendaagse speren. Het zwaartepunt lag bijvoorbeeld op 1/3de van de lengte van de speren. De vindplaats in Schöningen bewijst dat de mens op dat tijdstip een zeer effectieve jager moet geweest zijn.”

Zie: Marc Vermeersch, de geschiedenis van de mens, Boek 1, van Pan tot Homo, 2014, p. 217-218.

Het is niet duidelijk wanneer de mens in staat was om te jagen op groot wild maar de speer was zeker een noodzakelijk wapen. De speren van Schöningen tonen aan dat de mensen van Schöningen 400.000 jaar geleden waarschijnlijk werpsperen gebruikten om te jagen. Hoe oud de speer is weten we daardoor nog niet. De kans bestaat dat werpsperen eerst in Afrika gebruikt werden. Nieuwe vondsten kunnen duidelijkheid brengen.


Speerwerpen, cultuur, waardoor genetische veranderingen ontstonden

Chimpansees zijn v.w.b. het gooien met stenen of een bal in vergelijking met mensen sukkels. Zij kunnen wel veel beter in bomen klimmen dan onze soort, dat moet ze niet geleerd worden. Het werpen van stenen is bij de mens evenmin aangeboren is. Het wordt aangeleerd, het is cultuur. Er zijn een aantal genetische veranderingen gebeurd die het efficiënt werpen van projectielen door de mens beter maakten.

Aanpassing van de hersenen

Om beter te kunnen werpen waren aanpassingen in de hersenen een voordeel.

Om een steen of een speer goed te kunnen werpen was het een voordeel:

  • Goede te kunnen mikken op het doel, zich kunnen concentreren en een goede oog-hand coördinatie te hebben.
  • Richten met een juiste hoek, eventueel rotatie geven aan de speer en rekening houden met de sterkte en de richting van de wind, het terrein (loopt dat bv. af).
  • Rekening houden met het gewicht van de speer en de specifieke vorm van de speer. Australiërs konden bv. geen rechte speren maken maar waren toch efficiënte speerwerpers, zowel in de jacht als in oorlog.

Daarnaast was uiteraard een grote kennis van de prooidieren en hun gewoontes noodzakelijk.

Snelle aanpassingen in oostelijk Afrika

Er was de afgelopen miljoenen jaren een groot verschil v.w.b. de evolutie van de soorten homininen (waar vandaag van overblijven: Homo, chimpansees en bonobo’s) die uit een gemeenschappelijke voorouder hebben. In westelijk en Midden-Afrika zijn er alleen de Pan (chimpansees en bonobo’s). Er is geen enkele vondst van een andere soort de afgelopen miljoenen jaren.

Dat is in sterk contrast met de evolutie in oostelijk Afrika (van Ethiopië tot Zuid-Afrika).

De evolutie van homininen geeft daar een beeld dat er bv. tussen 2 en 1 miljoen jaar geleden wel acht verschillende types homininen leefden. Sommige, zoals de drie types paranthropen, een soort die ook in bomen bleef leven en voornamelijk plantaardig voedsel at, wat sterke kauwspieren vergde. Die werden aan een beenkam op de bovenkant van de schedel gehouden. Een evolutionaire aanpassing.

Er leefden gelijktijdig ook drie types australopitheken die tweevoetigheid verder ontwikkelden en waarschijnlijk voorlopers waren van Homo. Er leefden iets later ook drie types Homo gelijktijdig, Habilis, Rudolfensis en Erectus (die afstamde van Habilis en/of Rudolfensis). Dit groot aantal soorten homininen was een gevolg van de noodzaak om snelle aanpassingen

Speelde natuurlijke selectie hier een rol? Onvermijdelijk. Het klimaat veranderde de afgelopen miljoenen jaren meer in oostelijk dan in westelijk Afrika. Dat leidde onvermijdelijk tot snelle aanpassingen van de homininen die er leefden. Voordelige aanpassingen vonden snel verspreiding tussen de verschillende soorten waarvan we redelijkerwijs mogen aannemen dat ze onderling vruchtbaar waren en voordelige aanpassingen uitwisselden.[2] De soort die de meest geschikte mutaties ontwikkelde en overnam was uiteindelijk Homo.

Aanpassingen aan de schouder

Toen de voorlopers van de mens rechtop gingen lopen had het menselijk lichaam zich waarschijnlijk al aangepast om beter stenen te kunnen gooien (de bovenarmen waren bv. vrijgekomen) en dit was voordelig voor het werpen van stenen en speren. Rechtop lopen liet ook toe dat de mens zijn heupen beter kon draaien, wat gepaard ging met de nodige aanpassingen, en dat was een voordeel bij het werpen.

Uit Homo erectus ontstond ca. 800.000 jaar geleden Homo heidelbergensis die o.a. naar Europa migreerde. In Afrika evolueerde die ca. 200.000 jaar geleden tot Homo sapiens en in Europa tot Homo neanderthalensis.

Homo erectus had al een aantal fysieke aanpassingen die het hem gemakkelijker maakten om werktuigen te maken en speren te gooien.

“Sommige primaten, waaronder chimpansees, gooien af en toe met voorwerpen, maar alleen mensen gooien regelmatig met hoge snelheid en nauwkeurigheid met projectielen. Darwin merkte op dat de unieke werpcapaciteiten van de mens, die mogelijk werden gemaakt toen het lopen op twee voeten de armen vrij liet, jagers in staat stelde om effectief te jagen met behulp van projectielen. Er is echter weinig aandacht besteed aan de evolutie van het werpen in de jaren sinds Darwin zijn waarnemingen deed, deels vanwege een gebrek aan bewijs van wanneer, hoe en waarom homininen de mogelijkheid ontwikkelden om hogesnelheidsworpen te genereren. Hier gebruiken we experimentele studies over mensen die projectielen werpen om aan te tonen dat onze gooimogelijkheden grotendeels het gevolg zijn van verschillende afgeleide anatomische kenmerken die het mogelijk maken om elastische energie op te slaan in en los te laten uit de schouder. Deze kenmerken verschijnen ongeveer 2 miljoen jaar geleden voor het eerst samen in de soort Homo erectus. Rekening houdend met archeologisch bewijs dat suggereert dat de jachtactiviteit rond deze tijd intensiever werd, besluiten we dat selectie voor het werpen als middel om te jagen waarschijnlijk een belangrijke rol heeft gespeeld in de evolutie van het geslacht Homo.” (…)

“Het is moeilijk vast te stellen wanneer het werpen met hoge snelheid zich voor het eerst ontwikkelde, omdat de eerste projectielen waarschijnlijk rotsen en houten speren (zonder stenen punt) waren. Veel van de afgeleide morfologische kenmerken die menselijke werpers helpen om elastische energie op te slaan, kunnen echter worden beoordeeld aan de hand van fossielen. Deze kenmerken zijn op een mozaïekachtige manier geëvolueerd, sommige zijn van voor het opkomen van Homo. Hoge, ontkoppelde tailles[3] (middels) verschijnen voor het eerst bij Australopithecus als aanpassingen voor de voortbeweging. Lage humorale torsie verschijnt ook bij Australopithecus, waarschijnlijk als gevolg van het loslaten van de armen voor het dragen van gewichten tijdens voortbeweging op vier voeten, en is aanwezig bij de vroege Homo (Fig. 4d). Hoewel er binnen de Australopithecus variatie in schouderoriëntatie bestaat, is een volledig laterale schouderpositie eerst definitief aanwezig in de Homo erectus (Aanvullende aantekeningen 15 en 16). Dergelijke lateraal georiënteerde schouders hebben waarschijnlijk het mechanische voordeel van de rotatiespieren van het schouderblad tijdens het klimmen verminderd, en hadden waarschijnlijk weinig of geen effect op de productie van stenen gereedschap.

Werpprestaties kunnen geprofiteerd hebben van lage, brede schouders, lange benen, en zeer soepele polsen, die allemaal aanwezig zijn bij Homo erectus. Hoewel sommige van deze kenmerken waarschijnlijk werden geselecteerd voor andere functies dan het werpen, zou hun gecombineerde configuratie, die voor het eerst aanwezig is in Homo erectus, kunnen geprofiteerd hebben van werpprestaties door het mogelijk maken van elastische energieopslag in de schouder, wat een selectief voordeel opleverde tijdens de jacht (Aanvullende Opmerking 1). Bovendien was het werpen met hoge snelheid waarschijnlijk een kritische component van een reeks van jachtgedragingen die de vroege leden van het geslacht Homo in staat stelden om te gedijen in nieuwe en gevarieerde habitats, zowel in als  buiten Afrika.”[4]
Besluit voor deze twee blogs
De vaardigheden die de vroege mens en zijn voorlopers ontwikkelden om te jagen en zich te verdedigen leidde tot het maken en het gebruik van werktuigen. De leidde tot genetische aanpassingen van de hand en de schouder maar ook in de hersenen. Wie succesvol wilde jagen moest de gewoontes van dieren kennen, zich goed kunnen oriënteren in een landschap, de anatomie van de dieren kennen om ze in stukken te snijden enz.
Elke voordelige mutatie om deze zaken tot stand te brengen was een evolutionair voordeel. In oostelijk Afrika leefde meerdere soorten homininen. De onderlinge competitie dreef de evolutie waarschijnlijk sneller vooruit. Daarbij hadden ze nog het voordeel dat ze voordelige eigenschappen tussen verschillende soorten konden uitwisselen of overnemen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

[1] Over het oudste gebruik van het vuur, zie: Marc Vermeersch, van Pan tot Homo, 2014, “Een grote technologische ontdekking: het vuur” en “‘De oudste sporen: 1.700.000 jaar oud.
In: Marc Vermeersch, van Pan tot Homo sapiens, p.174-179

[2] Dit is een punt dat duidelijk werd door DNA-onderzoek van Homo sapiens, de neanderthalers en de Denisovanen. Ik ben al langer aan het werken aan een blog over dit punt.

[3] De taille is het deel van de buik tussen de ribbenkast en de heupen. Bij de meeste mensen is de taille het smalste deel van de romp. (Wiki NL taille)

[4] Neil T. Roach et al., Elastic energy storage in the shoulder and the evolution of high-speed throwing in Homo, Nature, N° 498, p. 483–486, 27 June 2013.

Geplaatst in anatomie, genetische verandering, Homo heidelbergensis, jagers en verzamelaars, Mensheid, Schöningen (D), speer werpen | Tags: | Een reactie plaatsen

Cultuur en verandering van genen (1)

Collectieve Intelligentie (1)
Genetische veranderingen en werktuigen

Links de hand van een chimpansee, rechts van een mens. Bij de mens zijn de vingers en de hand korter geworden. Hij verplaatste zich zelden in bomen. De duim was beweeglijker geworden, net als de vingers. De hand was als een precisie-instrument.

Af en toe wordt een boek uitgegeven dat voor de studie van de geschiedenis van de mens grensverleggend is. Dat was in een recent verleden het geval met Jared Diamond’s ‘Paarden, zwaarden en ziektekiemen’, David Anthony’s ‘The Horse, the Wheel, and Language’ en Tom Holland’s ‘Heerschappij’.

Een boek van die klasse is Joseph Henrich’s ‘L’intelligence collective. Comment expliquer la réussite de l’espèce humaine’. Ik las het in de Franse vertaling. Het Engelstalige boek verscheen in 2016. Het had als titel The Secret of Our Success: How Culture Is Driving Human Evolution, Domesticating Our Species and Making Us Smarter’. Het steunt op onderzoek dat de afgelopen 30 jaar door meerdere researchers werd ondernomen.

De mens is individueel behoorlijk slim maar is collectief veel slimmer, hij heeft collectieve intelligentie die veel groter is. Hij doet beroep op de kennis van veel andere mensen en hij kan kennis accumuleren. Dat is de belangrijkste reden dat de mensheid erin slaagde haar cultuur zo sterk te ontwikkelen.

Een andere stelling is dat het de menselijke cultuur was die sedert de opkomst van de mens en de laatste voorlopers van mens de belangrijkste genetische veranderingen teweegbracht.

Cultuur bij dieren
Sommige diersoorten hebben cultuur. Dit is gedrag dat niet aangeboren maar aangeleerd is. Bv. bij chimpansees komt het voor in sommige groepen maar niet in allemaal. Het zijn praktijken die binnen dezelfde soort van groep tot groep kunnen verschillen en aangeleerd worden. In de savanne van Senegal, in Fongoli, jagen chimpansees op aapjes met zelf gemaakte stokken die als speertjes worden gebruikt. (Galago’s, in het Engels ook bekend als ‘bush babies’, zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Galago )[1]

In sommige chimpanseegroepen kraakt men harde noten door er met een steen op te slaan. In een aantal groepen hebben mannetjes de gewoonte de vrouwen vaak te slaan.

Niet aangeleerd maar aangeboren is het gedrag van vogels om nesten te bouwen, aangeboren is bij de koekoek om zijn ei in het nest van een andere vogelsoort te leggen.

Cultuur leidde tot genetische veranderingen

Het gebruik van stenen als werktuig en/of als wapen

3,7 miljoen jaar geleden wijzen voetsporen in vulkanische as achtergelaten in Laetoli, Tanzania, dat (waarschijnlijk) australopitheken al goed rechtop konden lopen. De australopitheken waren  voorlopers van de mens. Door rechtop te lopen kwamen de armen vrij om dingen te dragen, een groot voordeel. Mogelijk gebruikten de australopitheken hun vrijgekomen handen ook om stenen naar dieren te werpen of, ter verdediging, naar andere australopitheken.

Stenen kunnen een zeer gevaarlijk wapen zijn die dieren of homininen ernstig kunnen kwetsen en zelfs uitschakelen. Stenen worden overigens tot vandaag als wapen gebruikt in betogingen. Wie een steen in zijn gezicht krijgt kan zwaargewond geraken. Wij weten niet of de directe voorlopers van de mens stenen vaak als wapen gebruikten maar rechtop lopen had als voordeel dat de handen permanent vrijkwamen om te werpen en dat de schouder en de heupen gedraaid konden worden. Dat is slechts in beperkte mate het geval bij viervoeters. Chimpansees gebruiken takken als een stok, als een wapen.

De overgang tussen stenen selecteren om te gooien en het maken van werktuigen is misschien niet zo groot als op het eerste gezicht lijkt. Voorlopers van de mens die stenen gebruikten zullen stenen gezocht hebben die goed in de hand lagen. Vonden ze die niet dan konden ze die eventueel maken door stenen tegen bv. een rotswand te gooien tot ze braken. Dat is een eenvoudige manier om werktuigen te maken.

De voorlopers van de mens en chimpansees gebruikten ook werktuigen bv. om met een stok termieten te vissen. Een ander houten werktuig was de graafstok. Daarmee werden wortels en knollen opgegraven, een nieuw soort voedsel voor de homininen in oostelijk Afrika.

We mogen redelijkerwijs aannemen dat homininen die stenen als wapen gebruikten succesvoller waren dan homininen die dit niet deden. Het liet hen toe beter te overleven, door meer vlees te eten en een betere verdediging te hebben. Dat bracht mee dat ze meer kinderen konden krijgen die beter overleefden. Minder mensen stierven in gevechten met dieren. Ze hadden een evolutionair voordeel.

Genetische aanpassingen voor het gebruik van werktuigen

Genetische veranderingen ontstaan doordat op een gen een verandering, een mutatie, ontstaat. Dat gebeurt regelmatig. Veel van die veranderingen hebben geen gevolgen voor wat betreft de eigenschappen van mens of dier. Maar sommige mutaties hebben dat wel. Als die veranderingen voordelig zijn, bv. een verandering in de arm die toelaat verder of harder te gooien, dan is dat een voordeel bij de jacht. Het kan ook een mutatie zijn die toelaat de afstand tot een prooi preciezer in te schatten als die loopt aan 30km/uur. Verder en harder gooien kan in geweldsituaties, confrontaties met dieren en andere mensen een beslissend voordeel geweest zijn.

Een dergelijk voordeel zal toelaten beter te jagen, meer vlees en vet te eten en zo meer mensen te voeden en meer kinderen groot te brengen.

Mensen die dankzij genetische veranderingen meer vlees of plantaardig voedsel bekwamen, mensen die gewelddadige confrontaties wonnen dankzij nieuwe aangepaste capaciteiten voor het gebruik van wapens hadden meer kansen om te overleven. Meer van hun kinderen konden de volwassen leeftijd bereiken en zich voortplanten. Zo konden nieuwe positieve eigenschappen zich verspreiden onder de voorlopers van Homo en onder Homo zelf.

De verandering van de hand

De hand van de homininen veranderde sterk na de splitsing van Pan en voorlopers van de mens, bv. bij de australopitheken. Toen Homo verscheen, bijna 3miljoen jaar geleden, zou de hand verder veranderen. Het gebruik en het maken van werktuigen werd noodzakelijk. Na het opkomen van de acheuleaanse techniek voor stenen werktuigen.

Wij hebben een zeer fijne controle over onze handen en vingers, een precisiegreep. Dat is bv. nuttig om een draad door het oog van de naald te steken. (Wat door Homo sapiens waarschijnlijk in gebruik is sedert 61.000 jaar geleden in Europa. In de Denisova Grot werd een naald gevonden, een aanduiding voor de intelligentie van de Denisovanen, die ca. 50.000 jaar oud is.

De duim is bij Homo veel langer dan bij Pan. Hij kan in vergelijking met chimpansees veel onafhankelijker bewogen worden. Wij kunnen bv. met onze duim onze kleine vinger aanraken.

Ook hier is het de natuurlijke selectie ervoor zorgde dat de menselijke hand evolueerde. Toevallige genetische mutaties die voordelig waren leidden tot betere werktuigen die meer voedsel opbrachten en/of een betere verdediging. Wie voordelige mutaties had kon meer kinderen groot brengen, die beter in leven blijven. Zo werden de voordelige mutaties verspreid.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Bron: Matthew W. Tocheri, Caley M. Orr, Marc C. Jacofsky, Mary W. Marzke, The evolutionary history of the hominin hand since the last common ancestor of Pan and Homo, Journal of Anatomy, Volume 212, Issue 4, April 2008, p. 544–562.

[1] Mary Roach, On the savannas of Senegal, chimpanzees are hunting bush babies with spearlike sticks. National Geographic, 2008, April.

Geplaatst in anatomie, chimpansee, collectieve intelligentie, evolutionaire voordeel, genetische verandering | Tags: | 1 reactie

Klimaat. Middellandse 2°C warmer tussen het jaar 1 en 500 OT

De rode lijn geeft de gemiddelde temperatuur weer voor de Middellandse Zee voor het jaar 1 (OT) en het jaar 500 (OT)

De Middellandse Zee was tijdens het Romeinse Rijk 2°C warmer dan andere gemiddelde temperaturen in die tijd, zo staat het in een nieuwe studie. Het Rijk viel samen met een periode van 500 jaar, van het jaar 1 tot 500 jaar VOT, dat was de warmste periode van de laatste 2000 jaar in de bijna volledig door land omgeven Middellandse Zee.  

Het klimaat evolueerde later naar koudere en dorre omstandigheden die samenvielen met de historische val van het Imperium, zo beweren wetenschappers. Spaanse en Italiaanse onderzoekers registreerden in het Kanaal van Sicilië verhoudingen tussen magnesium en calciet, afkomstig van geskeleteerde amoeben in sedimenten, een indicator voor de temperatuur van het zeewater. 

De plaats, ten zuiden van Sicilië waar stalen van Globigerinoides ruber werden gevonden.

De studie biedt ‘kritische informatie’ om de vroegere interacties tussen klimaatveranderingen en de evolutie van de menselijke samenlevingen en ‘hun aanpassingsstrategieën’ te identificeren. Het komt tegemoet aan verzoeken van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) om de impact van historisch warmere omstandigheden tussen 1,5°C e, 2°C, te beoordelen. 

De studie identificeert de Romeinse periode (1-500 VOT) als de warmste periode van de laatste 2000 jaar. Kaart A toont de centraal-westelijke Middellandse Zee. De rode driehoek toont de locatie van het bestudeerde monster, terwijl de rode cirkels voor de vergelijking worden gebruikt. Kaart B toont het Kanaal van Sicilië met de oceanografische circulatie aan het oppervlak en de locatie van het monster. Zwarte lijnen volgen het pad van de oppervlaktewatercirculatie.
Spaanse en Italiaanse onderzoekers registreerden verhoudingen tussen magnesium en calciet, afkomstig van amoeben die aanwezig zijn in mariene sedimenten, een indicator voor de temperatuur van het zeewater. Het geraamte van de G. Ruber werd bemonsterd op een diepte van 475 meter in het noordwestelijke deel van het Kanaal van Sicilië.

Voor het eerst kunnen we stellen dat de Romeinse periode de warmste periode van de laatste 2000 jaar was, en dat deze omstandigheden 500 jaar hebben geduurd’, zei professor Isabel Cacho van het Departement voor Aarde en Oceaandynamica van de Universiteit van Barcelona.

De Middellandse Zee is een half gesloten zee, wat betekent dat het omgeven is door land en bijna alleen verbonden is met de oceanen door een smalle uitgang, en is een ‘hot spot’ voor de klimaatverandering. Gelegen tussen Noord-Afrika en het Europese klimaat, neemt de zee een ‘overgangszone’ in, die de droge zone van de subtropische hoge en vochtige noordwestelijke luchtstromen combineert. Dit maakt het zeer kwetsbaar voor klimaatveranderingen, zoals veranderingen in de neerslag en de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de lucht, en is van ‘bijzonder belang’ voor onderzoekers.

De Middellandse Zee of Mare Nostrum zoals het door de Romeinen werd genoemd, is in de loop der jaren een model geworden om de perioden van klimaatvariatie te bestuderen. Het reconstrueren van de vorige millennia van de temperatuur van het zeeoppervlak en de manier waarop het zich heeft ontwikkeld is een uitdaging, omdat het moeilijk is om een goede resolutie van de mariene gegevens te achterhalen. De studie van de fossiele archieven blijft echter het enige geldige instrument om vroegere milieu- en klimaatveranderingen tot 2000 jaar geleden te reconstrueren, zeggen ze.

Een andere methode is de analyse van de verhoudingen tussen magnesium en calciet, afkomstig van monsters van eencellige protisten met de naam “foraminifera”, die in alle mariene milieus worden aangetroffen. Met name de soort Globigerinoides ruber, aanwezig in mariene sedimenten, is een indicator voor de temperatuur van het zeewater. Onderzoekers namen het geraamte van de G. ruber, die werd bemonsterd op een diepte van 475 meter in het noordwestelijke deel van het Kanaal van Sicilië.

Het werd geborgen tijdens een oceanografische expeditie in 2014 aan boord van het onderzoeksschip RV CNR-Urania. Deze eencellige organismen, die deel uitmaken van het mariene zoöplankton, hebben een specifieke habitat die beperkt is tot de oppervlaktelagen van de waterkolom.  ‘Daarom stelt de chemische analyse van het koolzuurhoudende skelet ons in staat om de evolutie van de temperatuur van de oppervlaktewatermassa in de loop van de tijd te reconstrueren’, aldus professor Cacho. Het  het Middellandse Zeegebied gekenmerkt door een koudere fase na ongeveer 500 tot VOT.  

Plaatsen waar onderzoek werd verricht

Dit komt overeen met het begin van de zogenaamde ‘sub-Atlantische fase’ die werd gekenmerkt door een koel klimaat en regenachtige winters die gunstig waren voor de Griekse en Romeinse beschavingen om gewassen te verbouwen. Het koele en vochtige klimaat van de sub-Atlantische fase duurde tot ongeveer 100 VOT en omvatte de gehele periode van de keizers in Rome.

In 400 VOT kwamen er meer ‘homogene’ temperaturen in de hele Middellandse Zee. Er was duidelijke opwarmingsfase, die liep van 1 tot 500 OT. Ze viel vervolgens samen met de periode van de Romeinse keizers. “Deze uitgesproken opwarming is bijna in overeenstemming met andere mariene gegevens uit de Atlantische Oceaan“, aldus het team in hun document.

Deze klimaatfase komt met het zogenaamde ‘Romeinse klimaatoptimum’, dat wordt gekenmerkt door welvaart en uitbreiding van het Romeinse Rijk. Het Roman Climatic Optimum, was een fase van warme stabiele temperaturen in een groot deel van het Middellandse Zeegebied, tussen het jaar 1 OT en het jaar 500 OT. Na 500 OT ontwikkelde zich in de regio een algemene afkoelingstendens met enkele kleine temperatuurschommelingen.

Deze nieuwe gegevens zijn gecorreleerd met gegevens uit andere gebieden van de Middellandse Zee, de Alborán Zee (Westen van de MZ), het Menorcabekken en de Egeïsche Zee.

De studie levert hoge resolutie- en precisiegegevens over de ontwikkeling van de temperaturen in het Middellandse Zeegebied in de afgelopen 2000 jaar.  Ze identificeert ook een opwarmingsfase die tijdens het Romeinse Rijk in het Middellandse Zeegebied anders was en is gericht op de reconstructie van de temperatuur van het zeeoppervlak in de afgelopen 5000 jaar.

Dit is de vertaling van een artikel uit De Daily Mail met kleine aanpassingen en weglating van een zin over de invloed van het klimaat op het Romeinse Rijk. IK werk nu aan een nieuwe blog over niet-wetenschappelijke stellingen over klimaat en geschiedenis.

Dr. Marc Vermeersch   – marc.vermeersch@gmail.com

Andere blogs over klimaat:
Klimaat. Toen de Vikings in Groenland woonden was het er tamelijk warm
MIS: een indicatie voor het paleoklimaat

Binnen afzienbare tijd komt er nog een blog over het Middeleeuws Klimaat optimum.

In mijn boeken over de geschiedenis van de mensbesteed ik voor elke periode die besproken wordt aandachtaan het toen aanweige klimaat.
De boeken:
Marc Vermeersch, Doctoraat Ugent, Om zich te reproduceren moet de mens zich ook ideologisch reproduceren, 2012. Promotoren, prof. dr. Rik Pinxten en prof. dr. Johan Braeckman

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
-Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika. 35€-

Verwacht einde 2020/
Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China en Nieuw-Guinea. 35€.

Abstract (English en vertaling in het Nederlands)
Persistent warm Mediterranean surface waters during the Roman period

Margaritelli, I. Cacho, A. Català, M. Barra, L.G. Bellucci, C. Lubritto, R. Rettori & F. Lirer
Scientific Reports volume 10, Article number: 10431 (2020), een publicatie van Nature.

Reconstruction of last millennia Sea Surface Temperature (SST) evolution is challenging due to the difculty retrieving good resolution marine records and to the several uncertainties in the available proxy tools. In this regard, the Roman Period (1 CE to 500 CE) was particularly relevant in the sociocultural development of the Mediterranean region while its climatic characteristics remain uncertain. Here we present a new SST reconstruction from the Sicily Channel based in Mg/Ca ratios measured on the planktonic foraminifer Globigerinoides ruber. This new record is framed in the context of other previously published Mediterranean SST records from the Alboran Sea, Minorca Basin and Aegean Sea and also compared to a north Hemisphere temperature reconstruction. The most solid image that emerges of this trans-Mediterranean comparison is the persistent regional occurrence of a distinct warm phase during the Roman Period. This record comparison consistently shows the Roman as the warmest period of the last 2 kyr, about 2°C warmer than average values for the late centuries for the Sicily and Western Mediterranean regions. After the Roman Period a general cooling trend developed in the region with several minor oscillations. We hypothesis the potential link between the expansion and subsequent decline of the Roman Empire.

De reconstructie van de evolutie van de laatste millennia Sea Surface Temperature (SST) is een uitdaging vanwege het moeilijk te achterhalen van de goede resolutie van de mariene gegevens en vanwege de verschillende onzekerheden in de beschikbare proxy-instrumenten. In dit opzicht was de Romeinse periode (1 CE tot 500 CE) bijzonder relevant voor de sociaal-culturele ontwikkeling van het Middellandse-Zeegebied, terwijl de klimatologische kenmerken ervan nog steeds onzeker zijn. Hier presenteren we een nieuwe SST-reconstructie van het Kanaal van Sicilië op basis van Mg/Ca-verhoudingen gemeten op de planktonische foraminifer Globigerinoides ruber. Dit nieuwe record is ingekaderd in de context van andere eerder gepubliceerde mediterrane SST-records uit de Alboran Zee, het Minorca-bekken en de Egeïsche Zee en ook vergeleken met een reconstructie van de temperatuur op het noordelijk halfrond. Het meest solide beeld dat uit deze trans-Mediterrane vergelijking naar voren komt is het aanhoudende regionale voorkomen van een duidelijke warme fase tijdens de Romeinse periode. Deze recordvergelijking laat consequent de Romeinse periode zien als de warmste periode van de laatste 2 kyr, ongeveer 2°C warmer dan de gemiddelde waarden voor de late eeuwen voor de regio’s Sicilië en het westelijke Middellandse Zeegebied. Na de Romeinse periode ontwikkelde zich in de regio een algemene afkoelingstendens met enkele kleine oscillaties. We veronderstellen het potentiële verband tussen de uitbreiding en het daaropvolgende verval van het Romeinse Rijk.

Geplaatst in klimaat, Middellandse Zee 1-500 OT | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Landbouw in Jomon Japan?

Was er landbouw in Jomon Japan?

Impressie van een artiest van een Jomondorp

De Jomon jagers en verzamelaars hadden zelf een hele reeks praktijken die als landbouwpraktijken kunnen beschouwd worden.
Vanaf ca. 900 VOT steken Koreaanse boeren de … Zee over en introduceren in Japan de meer gevorderde Koreaanse landbouw.

Groenten

Groenten, in totaal ongeveer 80 soorten werden gerapporteerd voor de meeste periodes op de site Shimoyakebe. Daar vond men een afvalhoop van walnootschelpen uit de periode 3270–2870 cal BP.

Bonen

Er zijn meer dan 100 vondsten van bonen op Japanse sites. Voornamelijk van twee types: de adzuki of rode boon, Vigna, en de sojaboon, Glycine. Beide wilde soorten komen voor in Oost-Azië. De grotere, Glycine sp., werd gedateerd op 3070 cal BP.

Sojabonen

De oudste gevonden overblijfselen van sojabonen komt van de Sakanomiba site (Middle Jomon). De bonen waren 10 mm langer dan wilde bonen. In de reeds vermelde afvalhoop in Shimoyakebe vond men sojabonen die groter waren dan wilde sojabonen. Dat wijst op domesticatie waarbij de mens grotere bonen selecteerde. (Middle Jomon).
Genetische diversiteit tussen 120 cultivars[1] gaf aan dat Japanse en Koreaanse sojabonen verschillend zijn van de Chinese.

Gewone bonen

In Sannai-Maruyama werden bonen, Fabaceae of peulvruchtenfamilie, gevonden die gedateerd werden op een ouderdom van ca. 6000 VOT (Early Jomon,). Sojabonen, Glycine sp., kwamen voor in de assemblage. (Sakamoto et al. 2006).

De mungboon

De mungboon, Vigna radiata, is een eenjarige plant met 15 cm-90 cm lange stengels. De peulen bevatten zes tot vijftien olijfgroene, soms gele of bijna zwarte, afgeronde of onregelmatig tonvormige, tot 6 mm lange bonen.[2]

Brandnetel

Boehmeria is een plantgeslacht uit de brandnetelfamilie, Urticaceae. Het geslacht telt zevenenveertig soorten, waarvan er drieëndertig in de Oude Wereld voorkomen en veertien in de Nieuwe Wereld. Deze soorten hebben geen stekende brandharen men noemt ze ook valse netels.[3]

Bomen          

De perzikboom

De perzikboom, Prunus persica, is afkomstig en gedomesticeerd in Noordwest-China. Hij kwam tijdens het Vroege Jōmon, 4700–4400 VOT, voor op Jōmonsites. Misschien is hij ingevoerd uit China waar de oudste vondst van een perzikboom, in Zjejiang (aan de kust van Oost-China,) van rond 6000 VOT is.

De lakboom

Lak werd gemaakt van het sap van de lakboom, Toxicodendron vernicifluum, die in Japan voorkwam. Gedroogd is lak hard, glad, waterbestendig, het voelt aangenaam aan en is mooi. Werktuigen om het sap van de lakboom te tappen en resten van lak werden gevonden op de Shimoyakebe site. De oudste lakproducten ter wereld zijn gedocumenteerd op het Kameda-schiereiland Hokkaido. Lakbomen werden verzorgd. Of dat tot domesticatie, genetische wijzigingen dus veranderingen door ingrijpen van de mens, is niet duidelijk. Hoe oud ??

Granen

Gerst, Hordeum vulgare, in Hokkaido

Op het noordelijke eiland Hokkaido en aanpalende streken op het continent spreekt kwam de Okhotsk Cultuur voor tussen 600 OT–1000 OT. Op de Koerillen Eilanden zou deze cultuur voorkomen tot 1500 à 1600 OT. Deze mensen leefden van jagen en verzamelen en visvangst. Zij waren verwant met de Jōmon die de voorouders zijn van de Aino.

De vandaag overblijvende Nivkh en Itelmen hebben een tamelijk groot Jōmon voorouders. De Aino en de Nivkh hebben allebei de berencultus, een belangrijk onderdeel van de Okhotsk Cultuur.

“Samen met de vondsten van de Oumu site (noordoostelijk Hokkaido Eiland), markeert de gerecupereerde zaadverzameling het oudste goed gedocumenteerde bewijs voor het gebruik van gerst in de Hokkaido regio. De archeobotanische gegevens, samen met de resultaten van een analyse van het stuifmeelgehalte van de sedimentlagen van de bodem van het nabijgelegen Kushu Meer, wijzen op een lage voedselproductie, inclusief de teelt van gerst en het mogelijke beheer van wilde planten, een breed scala aan voedsel dat afkomstig is van jagen, vissen en het verzamelen van voedsel aanvulde. Dit situeert de mensen van de Okhotsk Cultuur als één van de elementen van het langetermijn en ruimtelijk bredere holoceen jager-verzamelaar cultureel complex (waaronder ook Jomon, Epi-Jomon, Satsumon en Aino Culturen) van de Japanse archipel, dat zich ergens tussen de traditioneel aanvaarde grenzen tussen verzamelen en landbouw kan bevinden.”[4]

Panicum

Een andere familie granen, Panicum (in het Engels ook aangeduid alsPanic Grass), is een familie grassen met ca. 450 soorten. Ze worden tussen 1 m en 3 m groot. De granen zijn tussen  1 en 6 mm lang en tussen 1 en  2 mm breed. Ze werden in Japan gecultiveerd na 2070 VOT.[5]

Japanse gierst, Echinocloa esculenta

Wilde voorouders van gierst, zoals Barnyard Grass is onderdeel van de Echinochloa. Een verwante soort is, Echinochloa crus-galli of Europese hanenpoot,een wild gras dat oorspronkelijk voorkwam in tropisch Azië.

Echinochloa esculenta, is een gedomesticeerde vorm van Echinochloa crus-galli, werd op kleine schaal geteeld in Japan, Korea en China. In Japan kwam het vooral voor in Noordoost-Japan. “In een studie van de collecties van de Jomon-sites op het Kameda-schiereiland konden we vaststellen dat de zaden in de loop van duizenden jaren met ongeveer 20% in omvang zijn toegenomen, wat erop wijst dat er sprake was van een zekere mate van verandering (Crawford 1983, 1987).” Op de Yagi site (Early Jomon) werden ongeveer 100 zaden gevonden van de late Early Jomon Hamanasuno en de Middle Jomon Usujiri B sites. Japanse gierst had als voordeel dat ie ook kon groeien in een kouder klimaat.[6]

Struiken en bomen

Zanthoxylum sp. (Prickly Ash in het Engels) kwam voor op de Matsugasaki site .

“Zanthoxylum is een geslacht uit de wijnruitfamilie (Rutaceae). Het geslacht telt ongeveer tweehonderdvijftig soorten altijd groene en bladverliezende bomen en struiken die voorkomen in de warm gematigde en subtropische delen van de gehele wereld. Van sommige soorten worden van de gedroogde schillen van de vruchtjes de Szechuanpepers samengesteld.”[7]

Kastanjebomen, Castanea crenata, komen voor het eerst voor in de Late Jomon op de site Seizan. Paardekastanjes, Aesculus turbinate, en walnoten werden geconsumeerd. “Het uitgebreide gebruik van noten wordt zo algemeen geacht, dat het beheer van notenbomen algemeen aanvaard is.”

In de ruimtes tussen huizen en tuinen stonden kastanjes, kaki, Diosporus kaki[8], abrikoos Prunus armeniaca, vijg, Ficus, stekelige as, Zanthoxylum, waarvan de vruchten als een soort peper gebruikt worden.
Perilla en gember, Zingiber, en een aantal andere planten werden gevonden. Een aantal daarvan was geplant, soms verplant.

Wilde kastanjebomen liet men staan waar ze opgeschoten waren. Het beheren van bomen had niet enkel als doel om het aantal noten te vermeerderen maar ook hout te bekomen voor woningen en ander gebruik van hout. Op de zuidelijke helling van de berg Yatsugatake waren kiemplanten van de kastanjeboom verplant die uit de lager gelegen gebieden kwamen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Over het oudste ontstaan van landbouw en veeteelt, het boek:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika. 35€-

andere blogs over landbouw:
Korea: het begin van landbouw
Het begin van landbouw in Tibet
Radiointerview met Frank Stappaerts over het ontstaan van de landbouw
Toen landbouw en veeteelt klaar waren voor gigantische uitbreiding
Jagers en verzamelaars namen varkens over van boeren in Denemarken en Noord-Duitsland
Domesticatie van wilde dieren (1) eerste stappen

[1] Zie achteraan, woordenlijst bij ‘Cultivar’.
[2] Mungboon, https://nl.wikipedia.org/wiki/Mungboon  
[3] Boehmeria, https://en.wikipedia.org/wiki/Boehmeria
[4] https://www.researchgate.net/publication/315704637_Barley_Hordeum_vulgare_in_the_Okhotsk_culture_5th-10th_century_AD_of_northern_Japan_and_the_role_of_cultivated_plants_in_hunter-gatherer_economies
[5] Foundations of Ethnobotany (21st Century Perspective) Door S. Chandra, A.K. Jain, 2017.
[6] Crawford, Gary W., Paleoethnobotany of the Kameda Peninsula. Ann Arbor: Museum of Anthropology, University of Michigan, 1983.
Crawford, Gary W. (1992). “Prehistoric Plant Domestication in East Asia”. In Cowan C.W.; Watson P.J (eds.). The Origins of Agriculture: An International Perspective. Washington: Smithsonian Institution Press. pp. 117–132
Echinochloa_esculenta,  https://en.wikipedia.org/wiki/Echinochloa_crus-galli
[7] Zanthoxylum, https://nl.wikipedia.org/wiki/Zanthoxylum
[8] Kaki, (Diospyros kaki), is de economisch belangrijkste boom uit het geslacht Diospyros, die wordt gekweekt voor zijn vruchten. De boom komt van nature voor in de Himalaya en in de bergen van Myanmar, Thailand, Indochina, Korea en Japan. Wereldwijd wordt de vrucht gekweekt in de subtropen en in de tropen hoger dan duizend meter. https://nl.wikipedia.org/wiki/Kaki_(plant)

Geplaatst in landbouw en veeteelt | Tags: | Een reactie plaatsen