De onderdrukking van de vrouw in historisch perspectief (4) Dominantie van de mannen

Sociaal waren mannen en vrouwen niet gelijk, de mannen waren baas. Net als bij chimpansees werden vrouwen regelmatig geslagen. Het is – in het licht van de geschiedenis – pas zeer recent dat geweld tegen vrouwen is afgenomen. Chimpanseevaders hebben met de kroost van de groep geen nauwe maar een eerder afstandelijke relatie. Bij beide groepen hebben moeders met hun kinderen een hechte relatie, zeker met hun zonen met wie ze in dezelfde groep blijven. P. 296-

Wat is er veranderd sedert de splitsing met de chimpansees?

  • De overheersing van de mannen wordt in stand gehouden door hun bondgenootschappen, door geweld en daarnaast ideologisch verantwoord en versterkt door mythes, rites enzovoort.
  • Arbeidsverdeling. Een arbeidsverdeling is in principe voor beide partijen voordelig. De productiviteit stijgt, de opbrengsten zijn groter. Bij de bonobo’s is er nauwelijks sprake van arbeidsverdeling. Ieder zorgt voor zijn eigen voedsel maar de bonobovrouwen zorgen quasi alleen voor de kinderen. Bij de chimpansees zorgen de vrouwen ook alleen voor de kinderen. Mannen zorgen voor orde en stabiliteit in de groep, ze beschermen de groep en zijn territorium, ze jagen en staan een deel van het vlees af.
  • Groepshuwelijk. De evolutie was van regelloze seks naar groepshuwelijk, naar koppelvorming in het kader van het groepshuwelijk,

Dat de meeste mensen in een koppel leven wil niet zeggen dat dit de enige manier van samenleven is. In het groepshuwelijk was een groep mannen en vrouwen van dezelfde leeftijd met elkaar gehuwd. Binnen die groep kan elke man met elke vrouw seksuele betrekkingen hebben. Toch leefde de grote meerderheid van de mannen met één vrouw samen en werden de kinderen van de vrouw ook als kinderen van de man beschouwd. Meestal zal die man ook de biologische vader geweest zijn maar gezien het groepshuwelijk kan dat niet altijd het geval geweest zijn. Er waren ook regelmatig bijeenkomsten van groepen waarbij het gebeurde dat groepen vrouwen tijdelijk geruild werden of dat seks min of meer vrij kon gebeuren.

Mannelijk bondgenootschappen, de basis van de mannelijke dominantie

Bij mensen was de macht van de mannen gebaseerd op hun grotere fysieke kracht, een grotere agressiviteit en vooral op mannelijke bondgenootschappen waarmee ze die macht stevig in handen hielden.

Bij de chimpansees zijn de mannen baas. Ze zijn dat in de eerste plaats door hun bondgenootschappen waarbij ze weliswaar de vrouwen als steun nodig hebben. Dat fysieke kracht niet de doorslag geeft wordt duidelijk bij de bonobo’s. Vrouwen zijn er  ook minder sterk dan de mannen maar door hun vrouwelijke lesbische bondgenootschappen en de inzet van hun zonen zijn zij er dominant.

Bij mensen domineren mannen. De overheersing van de mannen moest in een maatschappij met gesproken taal ook een ideologische verantwoording hebben. Mannelijke bondgenootschappen kwamen duidelijk tot uiting bij totemistische of andere religieuze rituelen waar vrouwen een ondergeschikte rol speelden en vaak zelfs niet toegelaten werden. Deze bondgenootschappen waren geheime genootschappen waarin mannen totemistische, religieuze geheimen deelden. Als vrouwen heilige plaatsen en heilige voorwerpen zagen konden deze daardoor ontheiligd worden. Religie werd door deze mannelijke genootschappen ook gebruikt om de macht te behouden. Dat er hier en daar gespookt werd voor vrouwen en kinderen is minder belangrijk dan dat de heersende vooroudercultus – naast de reproductie van de clan – óók de bestaande macht van de mannen bevestigde en reproduceerde.

Jongens werden aan het begin van de initiatie bij hun moeders weggehaald, afgezonderd en door de mannelijke genootschappen geïnstrueerd. Hun kindertijd, hun tijd bij hun moeder was gedaan. De initiatie stoorde de mogelijkheid dat de relatie moeder – zoon uitgroeide tot een ander bondgenootschap. Jongens werden man verklaard na de initiatie door de mannen. Deze praktijken waren niet bij alle jagers en verzamelaars even rigide. Soms hadden vrouwen een rol bij de initiatie van jongens en ze hadden zeker een grote rol bij de initiatie van meisjes maar in de maatschappij waren mannen dominant. De initiatie was een grote ideologische conditionering van de jongeren van een clan.

Gesproken taal leidde tot bewust denken. De vele mythes die wereldwijd bestonden waarin vrouwen de macht hadden in deze maatschappijen waren waarschijnlijk een uiting van het bewustzijn van mannen dat zij hun macht in de maatschappij in hun voordeel gebruikten en de schrik dat dit niet zou blijven duren. Het is mogelijk dat ze een weerspiegeling zijn van vroegere situaties waarin de vrouw een betere positie had. Bewust denken leidde ook tot ideeën over de minderwaardigheid van vrouwen. Ideeën die een onderdeel van die ideologie vormden.

De bewustwording, de ideologie van de mannen, moest voor wat betreft de relatie man-vrouw bijna zeker tot een tendens leiden die de macht van de mannen versterkte, net zoals de bewustwording van de exogamie leidde tot wetten die de praktijk van de exogamie uitwerkten en versterkten. Dat stammen overschakelden van matrilineaire afstamming naar patrilineaire –lang voor men het verband zag tussen seks en voortplanting– is waarschijnlijk een gevolg en een uiting van die bewustwording. Zeer belangrijk is dat in de verschillende culturen van jagers en verzamelaars wereldwijd de positie van de vrouw sterk kon uiteenlopen. Dit is op zijn beurt een bewijs dat er op dit terrein geen voorbeschiktheid bestond, dat elke specifieke cultuur bepalend was voor de verschillen.

Vorming van het koppel, de opvoeding van kinderen en het ontstaan van het vaderschap

Men kende een sociaal vaderschap maar men wist niet dat seks tot de geboorte van kinderen leidt. Bij de Australische Arunta (maar ook bij alle andere Australische stammen) kende men het verband niet tussen seksuele betrekkingen en geboortes. Men dacht dat elke zwangerschap het gevolg was van een intrede van de ziel van een voorouder in de vrouw. Die was in het lichaam van de vrouw binnengegaan en had er nieuw leven ingebracht. Onderzoekers denken dat bij de mens koppels ontstonden omdat dit voordelig en/of noodzakelijk was voor de opvoeding van de kinderen en dit op zijn beurt voor het succes van de soort.

Mensenkinderen krijgen na hun tijd als zuigeling nog lange tijd voedsel van hun ouders. Chimpanseekinderen verzamelen na hun zoogtijd snel zelf hun eten.

Leren spreken is een langdurig proces dat meer is dan het voortbrengen van gecontroleerde klanken. Het is ook het aanleren van een hele reeks technische en sociale vaardigheden. Tot aan het schrift werd de verzamelde menselijke kennis enkel mondeling doorgegeven. Tot voor kort was de meerderheid van de menselijke bevolking analfabeet en bleef mondelinge overlevering de belangrijkste manier van kennisoverdracht.

Bij de mens zijn de meeste vaders en moeders betrokken bij de verzorging van hun nakomelingen. Bij de chimpansees is dat enkel de moeder. Menselijke vaders voorzien hun partner(s) niet alleen van sperma maar ook van hulp bij de opvoeding en vlees voor de partner en de kinderen. Ze hielden zich weliswaar niet intens bezig met baby’s, peuters en kleuters maar naarmate kinderen – zeker de jongens – ouder werden waren de vaders meer bij de opvoeding betrokken.

Het is best mogelijk dat dit afgeven van vlees ooit – bij de mens of zijn voorlopers – begonnen is als een ruil van vlees voor seks, zoals bij chimpansees.

Mensen verzamelen hun voedsel met werktuigen. Kleine kinderen zijn niet in staat dat zelf te doen. Het gebruik en het maken van werktuigen moet aangeleerd worden. Het maken van stenen werktuigen was voornamelijk een mannenzaak die door mannen moest doorgegeven worden. Aan mensenkinderen moet uitgelegd worden hoe voedsel verzameld en beschermd wordt. Langzaam leren ze dat zelf te doen. Dit is een investering die veel groter is dan die van een chimpanseemoeder.

Zelfs leren gaan, leren lopen op twee benen moet mensenkinderen aangeleerd worden.

Jared Diamond over de complexiteit van de kennis die mensenkinderen moeten leren: “(…) wij zijn voor onze voedselvergaring sterk afhankelijk van ons denkvermogen, in veel grotere mate dan andere dieren, omdat wij een veel gevarieerder dieet hebben en veel meer verschillende en complexere technieken gebruiken om ons voedsel te vergaren. De mensen uit Nieuw-Guinea met wie ik samenwerk, gebruiken verschillende namen voor ongeveer duizend verschillende dieren- en plantensoorten in hun directe omgeving. Van elke soort weten zij iets over de verspreiding en levensgeschiedenis, de uiterlijke kenmerken, de eetbaarheid of andere mogelijke toepassingen en hoe de soort het best kan worden gevangen of geoogst. Het duurt jaren voordat iemand al deze kennis verworven heeft.” en ”Menselijke zuigelingen kunnen niet in hun eigen voedsel voorzien omdat ze de nodige mechanische en geestelijke vaardigheden ontberen. Deze vaardigheden moeten ze leren van volwassenen, die ook moeten zorgen voor het voedsel dat ze tijdens het leerproces, dat ongeveer twintig jaar duurt, nodig hebben.” Andere diersoorten als chimpansees en leeuwen hebben ook leerprocessen maar de vaardigheden die mensen moeten aanleren zijn veel groter dan die van chimpansees en leeuwen. De grote hersenen van de mens zijn nodig om al die kennis te beheersen en op te slaan. Jared Diamond besluit: “De ouderlijke last die daaruit voortvloeit, maakt dat de overleving van een kind afhankelijk is van de zorg van zowel de vader als de moeder. Orang-oetanvaders verschaffen hun nakomelingen alleen de noodzakelijke genen; bij gorilla’s, chimpansees en gibbons bieden de vaders bovendien bescherming; maar de menselijke vaders, die jagers-verzamelaars zijn, bieden hun kinderen ook nog wat voedsel en veel kennis. De menselijke gewoonten met betrekking tot het vergaren van voedsel vereisen een sociaal stelsel waarin een man ook na de bevruchting van de vrouw een relatie met haar onderhoudt, zodat hij haar kan helpen bij het grootbrengen van hun kind.” Een zeer belangrijk deel van het leerproces bij jagers en verzamelaars was het aanleren van de gebruiken van de stam. De initiatierites waren niet toevallig het hoogtepunt van de scholing van jongeren en wereldwijd de enige periode waar men van formele scholing zou kunnen spreken.

Jared Diamond stelt vast dat het vandaag nog altijd waar is dat: “De paradox is dat een man en een vrouw die willen dat hun kind (en hun genen) overleeft, lange tijd moeten samenwerken om hun kind groot te brengen, maar ook economisch moeten samenwerken met andere stellen die in hun directe omgeving leven. Het is duidelijk dat regelmatige seksuele contacten tussen man en vrouw hun onderlinge band versterkt, vergeleken met hun banden met andere vrouwen en mannen die zij dagelijks zien, maar met wie zij geen seksueel contact hebben. De verhulde ovulatie en een constante ontvankelijkheid bevorderen de totstandkoming van deze nieuwe functie van seks (nieuw naar de maatstaven van de meeste zoogdieren) als sociale bouwsteen, waardoor seks niet langer alleen maar een middel tot bevruchting is. Deze functie is niet, zoals in de traditionele, mannelijk-seksistische versie van de theorieën 1 en 2, een zoethoudertje dat een kille, berekenende vrouw aan een van seks verstoken man geeft, maar een prikkel voor beide geslachten. Niet alleen zijn alle tekenen van de vrouwelijke ovulatie verdwenen, maar de geslachtsdaad vindt bovendien in de privé-sfeer plaats, ter benadrukking van het onderscheid tussen seksuele en niet-seksuele partners binnen dezelfde besloten groep. Daar kan natuurlijk bij aangetekend worden dat de gibbons wél monogaam blijven, ondanks het feit dat ze niet constant beloond worden met seks, maar dat is gemakkelijk te verklaren: elk gibbonkoppel heeft vrijwel geen sociale contacten met andere gibbonkoppels en is in economisch opzicht volledig zelfstandig.” (Jared Diamond, De derde chimpansee)

Het ontstaan van het koppel bij de mens is een gevolg van de arbeidsverdeling tussen mannen en vrouwen. Mannen jaagden, maakten stenen werktuigen, zorgden voor vlees, en beschermden de groep. Vrouwen kookten en zorgden voor kinderen maar mannen speelden nu ook een rol in de opvoeding, zeker als de kinderen ouder werden en in het bijzonder bij de jongens. Voedsel verzamelen deden ze allebei maar voornamelijk de vrouwen. Het is opmerkelijk dat bij veel jagers & verzamelaars seksueel rijpe jongeren een periode van seksuele vrijheid en experimenteren kennen tot aan het huwelijk. Zelfs bij de streng religieuze Amish in de VSA is dit aanvaard. Ook dit wijst er op dat het (latere) leven in koppels bij de mens een praktische reden had: de opvoeding van de kinderen. Leven in koppels hield in het kader van het groepshuwelijk  geen seksuele exclusiviteit in maar de evolutie ging waarschijnlijk in die richting.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Advertenties

Over marc vermeersch

Sedert 2002 werk ik aan een "geschiedenis van de mens". In 2008 verschenen twee boeken over jagers en verzamelaars. in 2012 verscheen het boek van mijn doctoraat. Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië verscheen in oktober 2014. De volgende jaren werk ik aan Boek 4 over landbouw en veeteelt in China, Amerika en Nieuw-Guinea.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s