Een korte geschiedenis van geweld (9) Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen

Tupi vrouwen dansen

Dansende Tupi-vrouwen. De mens liep wereldwijd naakt rond als de temperatuur het toeliet.

De Portugezen hadden met Alavarez Cabrai in 1500 de Braziliaanse kusten ontdekt waar ze vrij snel handel dreven. De Portugezen waren geïnteresseerd in Braziliaans hout en ruilden dat voor kralen en werktuigen. Ze legden vrij snel ook suikerrietplantages aan waar ze indiaanse slaven lieten op werken.

Tupi talen

Tupi-talen verspreidden zich waarschijnlijk vanaf 5000 jaar geleden over een zeer groot gebied in Zuid-Amerika, niet in het minst langs de kusten.

Fransen en Nederlanders hadden ook belangstelling voor Brazilië en voerden onderling aanvallen uit op elkaar. Men ruilde hout bomen, pluimen, apen en papegaaien voor messen en bijlen. Toen de Portugese suikerplantages begonnen draaien ruilde men ook maniokbloem. Men had die nodig om de slaven op de plantages te voeden.

Hans_Staden,_Tupinamba_portrayed_in_cannibalistic_feast

De Tupi-indianen aten hun gedode en vermoorde vijanden op. Zelfs de kinderen die ze met vrouwen van de eigen stam hadden. Houtgravure uit de oudste boeken van Hans Staden. Rechts is hij zelf afgebeeld.

Beide Europese landen hadden indiaanse bondgenoten. Kleine Portugese versterkingen werden soms door indianen aangevallen. Met wisselend resultaat, soms wonnen de Portugezen soms de indianen.

Hans Staden werd geboren in Homburg (Hessen). Hij was aangetrokken door de nieuwe wereld. Hij vertrok in 1547 in Kampen (NL) naar Portugal en van daar naar Brazilië waar hij in 1548 aankwam. Hij werkte er voor de Portugezen.[1] Hij had een eigen slaaf die voor hem werkte.

Hij werd er na een verblijf van meerdere jaren gevangen genomen door Tupi-indianen. Gedurende negen maanden werd hij voortdurend geconfronteerd met de dreiging dat ze op elk moment konden beslissen hem te vermoorden en op te eten. Hij was er als blanke Europeaan letterlijk en figuurlijk de slaaf van de indianen. In Europa waren er martelingen bij verhoren, heksenprocessen, na het opkomen van de hervorming brandstapels en godsdienstoorlogen. Europeanen voerden onderling oorlogen die zouden voortwoeden tot in de Nieuwe Wereld.

Na zijn terugkeer naar Duitsland in 1557 schreef hij een boek, met illustraties, over zijn belevenissen bij de indianen. Zijn boek werden in meerdere talen vertaald. Het had een grote invloed in Europa, vooral in het Nederlands en Duits taalgebied. Er werden tot 70 edities van gedrukt.

De Tupi-indianen

Tupi mannen beschilderd

De kans is groot dat de Tupi uit het noorden van Zuid-Amerika ca. 3000 VOT (Voor onze tijd) zich traag maar zeker verspreid hebben naar het zuiden, over heel Brazilië, tot in Uruguay en het noorden van Argentinië. Ze hadden een groot voordeel op de jagers en verzamelaars die toen in Zuid-Amerika woonden: een eenvoudige hoog opbrengende landbouw die gebaseerd was op knollen en wortels, vooral maniok. Huisdieren, behalve de hond, hadden ze niet. Vlees verkregen ze door de jacht op pecari’s, een soort varken, tapirs[2], apen en vogels. Toen de Portugezen Brazilië bereikten waren de Tupi er de grootste groep, die bijna overal aan de kusten voorkwam.

Oorlog tussen de indianen

De Tupi voerden voortdurend onderling oorlog. Alle dorpen hadden één of twee omheiningen tegen aanvallen van vijanden. Dat was nuttig als ze aangevallen werden. Ze bestookten elkaar met pijlen en gebruikten brandend katoen aan pijlen gehecht met als doel de hutten af te branden. Bij een aanval was één van de doelen tegenstanders levend gevangen nemen. Wie het eerst een vijand had aangeraakt, zelfs voor hij overmeesterd werd, bezat hem. De krijgers hadden altijd koorden mee die gebruikt werden om de gevangen vast te binden. Dan werd een aantal direct vermoord, in stukken gesneden, geroosterd en opgegeten. Portugezen werden niet gespaard, ook niet om geruild te worden.

Hans Staden theodore-de-bry-dritte-buch-americae-a-partir-de-hans-staden-frankfurt-m-1593

De krijgsknuppel werd gebruikt om de gevangene te vermoorden. De vrouwen roosterden het vlees. Iedereen was in feeststemming. Kopergravure van de tweede geïllustreerde versie van het Boek van Hans Staden. Gravures van de Luikenaar Theodore de Bry.

Gevangenen werden naar het eigen dorp gebracht waar ze bij aankomst geslagen werden door de vrouwen. Ze konden direct daarna vermoord en opgegeten worden of gedurende een tijd, van enkele dagen tot 15 à 20 jaar als slaaf gehouden. De gevangene werd voortdurend bedreigd. Aan het einde wachtte hen moord en kannibalisme. Jongens werden van klein af aan gehard. Hans Staden zag dat een chef ’s morgens alle hutten binnen ging om met een scherpe vistand elke jongen een snede in zijn been te maken. Zij moesten leren lijden zonder klagen.

Slavernij

Zowel de Portugezen als de indianen hadden slaven. Hans Staden was bij de Tupi ook de slaaf van zijn meester. Zijn perspectief was dat hij vroeg of laat zou vermoord worden en daarna opgegeten. Indiaanse slaven die bij de Portugezen ontsnapten en bij een andere dan hun eigen stam terecht kwamen bleven slaaf werden niet opgegeten, ze hadden niet gevochten, maar werden wel als slaaf gehouden. Ze moesten meewerken wat o.a. vissen en jagen inhield.

Hans Staden gevangen

Toen Hans Staden op zekere dag een tocht ondernam werd hij door leden van de stam Tuppin-Ikin gevangen genomen. Hij werd zoals de meeste gevangenen meegevoerd naar het dorp van de overwinnaars en werd bij aankomst verplicht te roepen dat hij voedsel was (voor de overwinnaars) dat aankwam. De vrouwen van het dorp zongen een lied dat ze de gevangene wilden opeten. Dan sloegen ze hem, een lot dat alle gevangenen beschoren was. Ze deden dat uit wraak voor hun mannen die vroeger gedood waren door de Portugezen en door hun indiaanse bondgenoten.

Zijn twee meesters, wiens vader door de Portugezen was gedood, gaven hem aan hun oom om een oude verplichting in te lossen. De vrouwen van het dorp kregen hem onder hun hoede. Zijn wenkbrauwen werden afgeschoren, een gewoonte onder de Tupi. Zij wilden ook zijn baard scheren maar hij verzette zich daartegen en mocht hem houden tot zij hem een paar dagen later toch knipten met scharen die ze door ruil van Europeanen hadden verkregen.

Konyan Bebe, was de koning (schreef Hans Staden, in feite was hij hoofd van een aantal dorpen). Rond zijn huis had bij 15 schedels van vijanden op palen laten zetten. Hij ging er prat op dat hij al 5 Portugezen had opgegeten. Wie een vijand had kunnen gevangen nemen had veel prestige en nam een bijkomende naam aan bij elke gedode vijand. Dat bracht veel prestige mee.

Kannibalisme was algemeen

Hans Staden kannibalisme 2 de Bry

De lijken van de gevangen werden versneden. De romp kreeg een prop in de anus, kwestie van niets sappigs te verspillen.

Lang voor ze vermoord werden kregen de gevangenen voldoende voedsel. Op de dag van hun executie werden ze beschilderd. De moordenaars gaven een feest waarop verwanten en vrienden van naburige dorpen uitgenodigd werden. De stam Tupin-Inbas had recent een dorp bijna volledig uitgemoord en alle lijken opgegeten. Enkele overlevende jongeren werden aan de Portugezen geleverd. Eén van hen werd de slaaf van een Galiciër. Hij kende Staden zeer goed.

Alle dorpen hadden één of twee omheiningen tegen aanvallen van vijanden.

Een ter dood veroordeelde kon lachen met zijn lot en praatte met zijn toekomstige beul. Deze indianen waren er mentaal op voorbereid dat ze ooit in een dergelijke positie zouden terecht komen. Gelijkaardige praktijken bestonden bij de Azteken. Ze moesten hun lot dan waardig dragen. Ze konden soms ontsnappen maar werden daarom niet goed onthaald in hun eigen dorp. Minachting was hun deel en men vond de schande soms zo groot dat ze door hun eigen dorpsgenoten vermoord werden.

Het doden van vijanden stoorde Hans Staden niet. Dat was consequent want dat deden de Portugezen ook, enkel het opeten van de lijken was een probleem.

Het motief voor het opeten van de gevangenen werd tegen hen uitgesproken voor zij met een krijgsknuppel doodgeslagen werden. Het was wraak voor de doden die de vijanden veroorzaakt hadden. De terdoodveroordeelde mocht antwoorden. Hij zei dat zijn verwanten hem zouden wreken. Zo werd een oneindige spiraal van geweld in stand gehouden. De ene moord leidde tot de andere. Het zelfde geweld zag en ziet men bij alle soorten maffia tot vandaag. Er was geen staat die het geweld kon beteugelen maar ook als er een staat is zoals in Italië, Mexico, Zuid-Amerika enz. kan het zijn dat die machteloos staat tegenover het tomeloos geweld van b.v. de Mexicaanse drugbendes.

De gevangene werd op het hoofd geslagen tot de hersenen er uit spatten en bij dood was. Direct daarna sneed men zijn lijk in stukken. De vrouwen waren verantwoordelijk voor het roosteren van het vlees en liepen met lichaamsdelen rond terwijl ze kreten van vreugde uitten. In de anus van de romp werd een prop gestoken opdat niets uit het lichaam zou lopen. Niets ging verloren van het precieuze vlees. Wie welk lichaamsdeel kreeg lag op voorhand vast.

Ongemene wreedheid tegenover kinderen

Sommige gevangenen werden 15 tot 20 jaar gehouden voor ze vermoord werden. Ze konden een vrouw hebben. Unies waaruit kinderen geboren werden. Die kinderen werden net als de andere van het dorp opgevoed maar als men er zin in had werden ze vermoord en opgegeten. De Fransman André Thevet was aalmoezenier op een Frans schip en bezocht in de winter van 1555-1556 de baai van Rio de Janeiro. Niet ver van de plaats waar Hans Staden toen ook verbleef. Hij schreef zijn ervaringen op. Zij bevestigen het manuscript van Hans Staden en vullen het aan.[3] Thevet was getuige van de bijzondere wreedheid van een oude vrouw “En notre présence fut commis un acte par une vieille femme, le plus horrible, et le plus cruel, duquel on ait ouï parlé. Laquelle avait mieux mérité le nom de chienne que de femme. Car il faut que vous entendiez qu’aussitôt que l’un des petits enfants, n’ayant que sept ans, enfant de l’une des filles mariées au prisonnier exécuté, aussitôt dis-je qu’il  fut mort, elle lui coupa la tête, et par le trou lui  suça toute la cervelle, et le sang n’eut le loisir de le cuire. La fille avait six ans et le fils sept, lesquels furent tués en la présence de leur père.” Samengevat: Een gevangene zou geëxecuteerd worden. Hij had een zoontje van zeven en een meisje van zes samen met een jonge vrouw van het dorp. De kinderen werden voor zijn ogen vermoord. Een oude vrouw die volgens Thevet beter de naam van teef dan die van vrouw verdiende sneed het hoofd van de jongen af, en zoog zijn hersenen op. We mogen veronderstellen dat de moeder van de kinderen de wrede moord op haar kinderen moest zien.

Terugkeer en onderlinge Europese vijandigheid

Toen een Frans schip aanlegde om handel te drijven hoopte Hans Staden dat hij met dat schip zou kunnen meevaren maar de Fransman zei tegen zijn indiaanse eigenaars dat hij een Portugees was en dat ze hem mochten opeten. Solidariteit tussen Europeanen, tussen christenen, kwam na de onderlinge vijandigheid. In oktober 1548 is Hans Staden weer in Portugal. In 1549 op de Azoren en vandaar terug naar Europa waar hij o.a. Londen en Antwerpen aandeed.

Twee belangrijke edities

De eerste editie van zijn boek verscheen in Marburg in 1557. In 1592 kwam een editie uit waar de van Luik afkomstige Theodore de Bry de grove illustraties van 1557 opwerkte in koperplaten die letterlijk en figuurlijk verfijnd zijn.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

[1] Blog op basis van het boek van Hans Staden: Hans Staden, Nus, féroces et anthropophages, Editions Métailié, Paris 2005.
[2] Tapirs (Tapiridae) zijn een familie van de onevenhoevigen die tegenwoordig alleen nog voorkomt in Zuidoost-Azië en Zuid- en Midden-Amerika. Ze hebben een korte slurf. Het zijn planteneters.
[3] Histoire d’André Thevet Angoumoisin, Cosmographe du Roy, de deux voyages par luy faits aux Indes Australes, et Occidentales, Édité par Jean-Claude LABORIE, Frank LESTRINGANT

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken?
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

Geplaatst in Brazilië, Hans Staden, kannibalisme, Tupi-indianen, Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

een korte geschiedenis van geweld (8) Slaven bij jagers en verzamelaars

Geweld en slavernij bij jagers en verzamelaars aan de Noordwestkust van Amerika

Noordwestkust Amerika slaaf draagt meester

Cover van het boek van Leland Donald. Het beeld is veelzeggend: een slaaf draagt zijn meester.

Bij jagers en verzamelaars was gelijkheid tussen mannen de regel. Dat sloot ongelijkheid tussen man en vrouw niet uit. In sommige groepen werden vrouwen zeer hard onderdrukt (we komen er op terug) in andere minder en in sommige groepen was er quasi gelijkheid. In zo goed als alle groepen van jagers en verzamelaars waren er geen sociale klassen maar aan de noordwestkust van Amerika (hedendaags Alaska, Canada, Washington) bestond er toch een klassenmaatschappij met heren, vrijen en slaven. Geweld was onmisbaar geweest om die tot stand te brengen.

Links totempalen van de indianen van de Noordwestkust. Rechts: deze culturen hadden een hoge productiviteit o.a. door houtbewerking. Zij konden boten maken met plaats voor 40 mensen.
Geweld was de basis voor de slavernij
De slaven van de noordwestkust werden in raids gevangen. Dorpen organiseerden ze regelmatig met als doel: mensen meevoeren uit andere (ook naburige) dorpen ook al hadden ze daarmee altijd vreedzame betrekkingen gehad. De voorkeur ging uit naar vrouwen en kinderen. Sommige gevangenen waren reeds slaaf en gingen over van een oude naar een nieuwe meester maar er waren ook slavenhouders die als slaaf eindigden. Zoals overal elders in maatschappijen waar slaven voorkwamen was de slavernij in eerste en in laatste instantie gebaseerd op geweld.
“(…) geweld tussen groepen was wijd verspreid en gewoon aan de noordwestkust. Uitgebreide lectuur van de historische en etnografische literatuur geeft de indruk dat als leden van meer dan een groep samen waren er altijd gevaar was dat gevochten werd. Dergelijke feesten en ceremonies werden verondersteld om vrij van fysieke strijd te zijn, een vreedzame tijd, als andere types van relaties tussen groepen doorwogen. Maar dit was niet altijd het geval. Bijvoorbeeld, bij een gelegenheid doodden Kwakwaka’wakw de potlatchboodschappers(487) van de Heiltsukstam alhoewel ze verondersteld werden onder een universele veilige begeleiding te zijn. (…) Leden van een groep vielen een andere groep aan voor een verscheidenheid aan redenen en met verschillende motivaties. Zowel de etnografische en historische verslagen bevatten talrijke beschrijvingen van specifieke incidenten zowel als meer algemene tradities van strijd. Een zeer algemene uitslag van strijd was het nemen van gevangenen. Het lot van gevangenen was dat ze bijna altijd slaven werden, ofwel als dusdanig gehouden door hun overmeesteraars, of geruild met andere groepen waar ze als slaven gehouden werden. Overmeestering in gevechten tussen groepen was het belangrijkste middel van slavenproductie.”
De expedities naar andere dorpen waren verrassingsovervallen waarbij naar hartenlust gemoord en geplunderd werd. Ze werden gevolgd door een snelle terugtocht want de overlevenden van het aangevallen dorp konden een wraaktocht inzetten. De redenen die opgegeven waren voor de aanvallen waren vaak het wreken van de dood van een dorpsgenoot en het veroveren van nieuwe gronden. Het resultaat was dat gevangenen meegevoerd werden als slaaf. Slaven die zelf slavenhouder waren geweest en die dus geld hadden konden soms door hun families afgekocht worden. Ze kostten drie tot vijf maal de prijs van een gewone slaaf. Gewone slaven werden ook gekocht en verkocht. Kinderen van slaven werd als slaaf geboren. Slaven werden bij ceremonies regelmatig vermoord, bijvoorbeeld bij begrafenissen. Daarmee werd het belang van de dode slavenhouder aangegeven. De geofferde slaven moesten als dienaars de dode heer in het hiernamaals vergezellen. Deze praktijken hielden pas op na 1870. De meeste slavenhouders hadden slechts één of twee slaven maar Maquinna, de leider van de Mowachahtstam had er ongeveer vijftig. Het percentage slaven in een gemeenschap bedroeg soms slechts 1 of 2 percent van de bevolking, vaak tussen 15 en 25 percent, soms 30 percent. Slaven moesten hun meesters ronddragen of dienden als pijler voor een platform waarop hun heer stond. Toen Europeanen aan het einde van de achttiende eeuw in contact kwamen met deze maatschappijen veranderde de situatie snel maar enkele Europeanen eindigden ook als slaaf van deze indiaanse slavenhouders. Deze elite onderhield onderling uitgebreide netwerken in het Noordwesten en domineerde ook de vrijen. Het sociaal belang van een individu werd in deze maatschappijen afgemeten aan zijn rijkdom en hoeveel hij daarvan kon weggeven. De adel organiseerde regelmatige een groot feest, de potlatch, waarbij het er op aankwam zo veel mogelijk goederen, met inbegrip van slaven, weg te geven. Het waren rijke gemeenschappen voor de heersers die niet zoals elders, bijvoorbeeld Maya’s en Azteken, een regering hadden. Men kan ze met recht slavenhoudersmaatschappijen noemen.
Slavenhouders hadden de leiding en het grootste bezit aan productiemiddelen in deze gemeenschappen. Ze leefden van de slavenarbeid en hielden de slaven met geweld onderdrukt. Het bleven nochtans maatschappijen waar de economische activiteit er één was van jagers en verzamelaars.(488) De productiviteit van de zalmvangers was door de buitengewone omstandigheden zeer groot, eerder vergelijkbaar met landbouwmaatschappijen. Er was accumulatie van gedroogde en gerookte zalm mogelijk. Gevangenen konden met geweld aan het werk gezet worden. Privaat bezit en geweld verklaren zeker het ontstaan van een klassenmaatschappij bij de bewoners van de Noordwestkust, net als –op een bescheidener schaal- bij de Irokezen.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com
Uit:  
Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens. Deel I jagers en verzamelaars Boek 2 de maatschappij, p. 326-329.

Noordwestkust houten huizen

Zij bouwden grote houten huizen.

Noordwestkust 1790 1840

De noordwestkust van Amerika 1790-1840 toen de contacten tussen Russen, blanke Amerikanen en de indianen van het gebied nog niet sterk ontwikkeld waren. Alaska was Russisch.

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken?

 

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

Geplaatst in geweld, Noordwestkust Amerika, slavernij, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (7) Geweld bij de Irokezen

Geweld bij de Irokezen, Noordoost-Amerika

Irokezen 3 oorlof Algonquian Samuel de Champlain

tekening uit “Les voyages du sieur de Champlain” Champlain getuigde van een veldslag tussen Irokezen en Algonquin in 1609.

De Irokezen waren om meer dan één reden een merkwaardig volk. Zij waren een democratische bond van stammen met een formele regering. De positie van de vrouw was er zeer goed en homoseksuelen hadden er zoals bij veel stammen in Noordwest-Amerika, een betere positie dan in bijna alle andere maatschappijen elders in de wereld.

Iroquois 4 women-corn-Seneca-New York

De positie van de vrouw was zeer goed bij de Irokezen. Zij deden aan landbouw die door mais, pompoenen en bonen veel opbracht. Er was matrilineaire afstamming. Vrouwen leidden de dorpen. Mannen waren jagers en krijgers.

 

De Irokezen waren bijzonder efficiënte krijgers. Ze breidden hun territorium uit en onderwierpen andere stammen. Ze waren lang in oorlog met de Fransen die er nooit in slaagden hen te onderwerpen. Ze brachten hen in Montréal in juli 1689 een militaire nederlaag toe die de Fransen nooit zouden verteren. Een groot deel van de stad werd afgebrand. De Irokezen waren de bondgenoten van de Britten. Toen de Amerikaanse staten de burgeroorlog voor onafhanekelijkheid begonnen bleven de Irokezen de Britten trouw. Dat was het begin van hun ondergang. Op korte tijd verloren ze bijna al hun grondgebied en werd hun unieke constellatie in Amerika teruggedrongen in reservaten.

Krijgers die de tomahawk en de knuppel (rechts) als traditionele wapens gebruikten maar snel het geweer van de Engelsen vernamen.
Sociale klassen. De behandeling van gevangenen en slaven
De Irokese maatschappij was een klassenmaatschappij. De overgrote meerderheid van de Irokezen was vrij en gelijk, maar krijgsgevangenen werden vaak als slaaf gebruikt. Zij werden soms vermoord, vaak na gruwelijke martelingen, en soms als slaaf gehouden voor hun arbeid. De opbrengst ging uiteraard naar de Irokese slavenhouders. Dat de grote meerderheid van de Irokezen vrije mensen waren die op basis van gelijkheid arbeidden verandert niets aan het feit dat het een klassenmaatschappijen was. Zo had in elke Irokese stam een deel van de mensen geen stemrecht en was niet iedereen een volwaardig clanlid. Slaven konden na een tijd soms volwaardige clanleden worden. In 1680 werden 1300 gevangenen aangevoerd van naburige stammen. De meerderheid die opgenomen werd bij de Irokezen waren jongens, jonge vrouwen en meisjes. Ze werden aan clans gegeven die hun aantal wensten te vergroten. Ze zouden in de toekomst als slaven worden beschouwd. Hun clan zou hen wel beschermen tegen buitenstaanders, maar binnen de clan was er “absoluut niets dat hun veiligheid waarborgde”. Ze moesten voortdurend werken in de landbouw en kregen in ruil voedsel en onderdak zolang ze geschikt, gezond en gehoorzaam waren. Een zieke slaaf werd vaak achtergelaten of vermoord. De minste irritatie leidde tot de doodstraf. Jonge slavinnen werden voortdurend bloot gesteld aan brutaal seksueel misbruik door hun meesters en de wreedheid van meesteressen en meesters. Als ze deze gevaren overleefden kon een jonge vrouw wel een huwelijk aangaan met een Irokees waarna ze de gelijke werd van andere Irokese vrouwen. Een mannelijke gevangene kon na de dood van zijn eigenaars een vrije man worden, huwen en kinderen hebben en als hij zeer bekwaam was kon hij zelfs een leider worden in de gemeenschap. Het aantal slaven dat nooit stemrecht kreeg “moet in vergelijking zeer groot geweest zijn.”

Slaven mochten vissen. Visgerei kon niet als wapen tegen hun meesters gebruikt worden. Doordat sommige families meer slaven hadden waren ze ook rijker v.w.b. voedselopslag, dekens enz. Daarenboven, hoe meer slaven een man had, des te meer vrouwen, aangezien het meerproduct van de slavenarbeid kon gebruikt worden om deze vrouwen te onderhouden. Slaven begon men daardoor te zien als een soort waardestandaard waaraan de rijkdom van een man ook gemeten werd.

“(…) Er was een andere klasse producenten die in elk Irokees dorp aangetroffen werd. Dit element van de bevolking was samengesteld uit gevangenen –de Jezuïeten noemden hen slaven– en andere personen met een serviele status. Slavenarbeid werd in een gewijzigde vorm zowel door leden van mannelijke als vrouwelijke clans[1] gebruikt. Slaven deden het hardste en minderwaardigste werk in elke productielijn, en in jagen en vissen, in landbouw en in huiswerk. ‘Het was een Irokees gebruik’ zegt Mr. Carr, ‘gevangenen te gebruiken om hun vrouwen bij te staan bij het werk op het veld, bij het dragen van lasten en in het doen van minderwaardig werk.’ Zo horen we van een zekere meesteres van twintig slaven die ‘niet wist wat het was naar het bos te gaan om hout te halen, noch naar de rivier om water te dragen.’ Verdienstelijke gevangenen werden eventueel toegelaten tot het clanlidmaatschap. Desalniettemin waren er op gelijk welk moment bij de Irokese bevolking aan de ene kant de vrije producenten (en aan de andere kant, MV) een aggregatie van individuen die compleet in de handen van hun veroveraars waren.” Volgens de ‘Jesuit Relations’ ontvingen de slaven voedsel en onderdak in ruil voor eindeloos werk. Behalve hun bestaan hadden ze geen rechten. Als ze vluchtten en terug gevangen werden volgden vaak wrede martelingen en de dood.[2]
Zoals veel Indiaanse stammen martelden de Irokezen gevangenen. “Soms werden ze op de terugweg naar het kamp al gemarteld, bijvoorbeeld bij de Irokezen (Noord-Amerika). Overleefden ze dit dan werden ze bij terugkomst verdeeld onder de families die doden hadden te betreuren. Ze werden dan gedurende meerdere dagen gemarteld tot ze stierven. Bij de eveneens Noord-Amerikaanse Pawnee liet men degenen die de martelingen goed hadden doorstaan soms in leven en wees men ze toe aan families die iemand nodig hadden om een gestorven familielid te vervangen.” (Uit: Marc Vermeersch, Boek 1, p.347)
Een tijdelijke slaaf was b.v. een gokker die alles had verwed en enkel zijn vrijdom nog kon inzetten. Bij verlies verloor hij zijn vrijheid en moest hij de winnaar twee of drie jaar dienen. Een dergelijke slaaf werd beter behandeld dan slaven die krijgsgevangen waren genomen.

Aan de hand van het voorbeeld van de Irokezen zien we dat een maatschappij van jagers en boerinnen wel een democratische organisatie konden hebben maar dat dit, weliswaar beperkte, slavernij niet uitsloot.
Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com
Uittreksel uit het in 1917 te verschijnen boek:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€

[1] Clan moet hier begrepen worden als groep.
[2] Stites, 1905, p.78.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld

Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

Geplaatst in geweld, Irokezen, Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (6) Geweld in de eskimomaatschappij

eskimo Martin Frobisher 1576 1578

Tekening van één van de aller eerste Westerse, Britse, expedities van Martin Frobisher tussen 1576 en 1578 voor een noordelijke passage naar de Stille Oceaan. Eskimodorp.

De relaties tussen eskimo’s en indianen waren soms vreedzaam, ze dreven vaak handel, maar vaak ook gewelddadig. Ook tussen de Inuitgroepen, zeker als ze wat groterwaren, zag men vaak gewapende conflicten. In de MacKenziedelta van Alaska woondenbijvoorbeeld meer Inuit die vaker oorlog voerden dan de eskimo’s aan de noordpoolcirkel.
Indien de honger te groot was deinsde men er niet voor terug om te gaan stelen bij andere groepen. Bij zo’n raid vielen soms doden waarop de getroffen groep ook een raid hield om een gedood familielid te wreken. Gewapende conflicten waren er ook vaak omwille van vrouwen. Sommige groepsleden van de Inuit waren daardoor bekende moordenaars maar dat kon op minder afkeuring rekenen dan sociale misdaden als neerlijkheid, luiheid, gierigheid en bazigheid binnen de groep. De groep of clan was dé basiseenheid. Moorden bij andere groepen was niet het zwaarste misdrijf. De ouderen hadden de leiding in de eskimomaatschappij maar in extreem strenge winters kon het gebeuren dat ze werden achter gelaten als ze niet meer verder konden trekken met de groep. Dit gebeurde uiterst zelden en alleen onder extreme omstandigheden.

eskimo kaart

Waar de Inuit leefden en leve,

 

Het waren vaak de ouderen zelf die voorstelden dat men hen zou achter laten. Soms hingen de ouderen zich op omdat ze de groep niet ten laste wilden zijn. Daarbij konden ze bijgestaan worden door hun favoriet kind. In wanhopige situaties kwam het meer voor dat kleine kinderen werden gedood of achtergelaten in de hoop dat iemand hen alsnog zou vinden en zou kunnen helpen. Meisjes waren daarbij vaker het slachtoffer dan jongens omdat van mannen gedacht werd dat ze meer bijdroegen tot het welzijn dan vrouwen. Infanticide kwam regelmatig voor als baby’s gehandicapt of misvormd waren.

Als de vader of de moeder van een familie stierven viel de nucleaire familie uiteen. Kinderen konden geadopteerd worden door een andere familie maar werden soms gedood indien ze geen onderdak vonden. De eskimo’s hadden net als het Westen recent nucleaire families. Dit kwam omdat men in de zomermaanden moeilijk voedsel vond met groepjes die groter waren dan een paar mensen. De winter was de beste tijd als men op zeezoogdieren kon jagen en grotere groepen verwanten konden aaneen sluiten. De positie van de vrouwen was niet slecht bij de eskimo’s. Mannen hadden de leiding maar geweld tegen een vrouw gebruiken kon als gevolg hebben dat ze haar man verliet.(411)

Dr. Marc Vermeersch   – marc.Vermeersch@gmail.com

Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens. Deel I jagers en verzamelaars Boek 2 de maatschappij van jagers en verzamelaars, p. 263-265.

Inuit of eskimo: welke naam? door Lawrence Kaplan

Although the name “Eskimo” is commonly used in Alaska to refer to all Inuit and Yupik people of the world, this name is considered derogatory in many other places because it was given by non-Inuit people and was said to mean “eater of raw meat.”

Linguists now believe that “Eskimo” is derived from an Ojibwa word meaning “to net snowshoes.” However, the people of Canada and Greenland prefer other names. “Inuit,” meaning “people,” is used in most of Canada, and the language is called “Inuktitut” in eastern Canada although other local designations are used also. The Inuit people of Greenland refer to themselves as “Greenlanders” or “Kalaallit” in their language, which they call “Greenlandic” or “Kalaallisut.”

Most Alaskans continue to accept the name “Eskimo,” particularly because “Inuit” refers only to the Inupiat of northern Alaska, the Inuit of Canada, and the Kalaallit of Greenland, and it is not a word in the Yupik languages of Alaska and Siberia.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

 

Geplaatst in eskimo, eskimo/Inuit, geweld, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (5) bij de Australische Aboriginals

In de drie vorige blogs over geweld, (2, 3 en 4) keken we wat archeologisch materiaal ons konden leren over geweld in het verleden. In de volgende blogs maken we gebruik van getuigenissen van reizigers en onderzoekers. Waren zij getuige van geweld bij jagers en verzamelaars of boeren zonder staat?
William Buckley, 1780-1852, schilderij van -

William Buckley werd geboren in 1780 geboren in Marton bij Cheshire in Groot-Brittannië. Hij nam dienst in het leger. In 1799 werd zijn regiment naar Nederland gestuurd om er te vechten tegen Napoleon. Hij werd er gekwetst aan de hand. Terug in het VK werd hij veroordeeld omdat hij een stuk gestolen textiel zou aanvaard hebben. Hij verdedigde zich door te zeggen dat hij het vervoerde voor een vrouw en niet wist dat het gestolen was. Hij werd veroordeeld tot deportatie naar New South Wales waar hij 14 jaar had moeten blijven. Buckley werd naar Australië gedeporteerd in april 1803, hij was toen 23 jaar. waar hij aankwam in Port Philip, niet ver van Melbourne, oktober 1804. Op 27 december 1803 ontsnapte hij, samen met andere gevangenen. Eén van hen werd doodgeschoten. Buckley trok alleen verder.

Wathaurong WIlliam Buckley

William Buckley verbleef 32 jaar bij de Wathaurong in de omgeving van Melbourne

William Buckley zou 32 jaar geïsoleerd leven van de Britten in Australië. Hij zou bij de Wathaurung op het Bellarine schiereiland leven. Hij leerde hun taal en werd er een gerespecteerd lid van hun gemeenschap. Hij werd door de Aboriginals gezien als een voorouder, Murrangurk die niet ver van de plaats van hun ontmoeting was begraven en die teruggekeerd was naar hen.[1] Hij moet indruk gemaakt hebben want hij was, zeker voor die tijd, indrukwekkend groot. De beschrijvingen variëren maar hij moet tussen 1,90 m à 2,04 m groot geweest zijn. Zijn gezicht was getekend door de kleine pokken, mooi was hij niet. Hij had gedurende deze periode minstens twee Aboriginalvrouwen en minstens één dochter.

Op 6 juli 1835 keerde Buckley terug naar een kamp van de Britse kolonie. Hij kreeg pardon voor zijn desertie en werkte een tijdje als vertaler voor de Britten. Hij stierf in 1876.

Zijn relaas is uniek omdat een getuigenverslag is van de Australische maatschappij lang voor de invloed van het Westen zich zou laten voelen. In 1852 schreef John Morgan het verhaal van de ongeletterde William Buckley, toen 72, op in The Life and Adventures of William Buckley.

Aboriginals, beschilderd, met speren Northern Territory

Australische Aboriginals met lange speren. Ze zijn beschilderd met oorlogskleuren.

 

Wapens van de Aboriginals

Australië leefde niet compleet maar toch voor het grootste deel gescheiden van de rest van de wereld. Boog en pijl waren nog niet doorgedrongen maar de speerwerper en schilden kende men wel. Zij vochten ook met knuppels en hadden goede speren, tot 3,6 meter lang die in gevechten bijzonder dodelijk waren. Ze konden het lichaam van een mens gemakkelijk doorboren. De boemerang was een door de Australische Aboriginals geperfectioneerd wapen, de werpknuppel.
Buckley p. 32 “At break of day, I heard a great noise and talking; at length I saw that a quarrel had ensued, for they began to flourish their spears as a token of hostilities I should here observe, that these spears are very formidable weapons, about twelve feet long, sharp at one end; others are about half that length, being made of a kind of reed with pointed sticks joined to them ; these are sharpened with hard cutting stones, or shells. The boomerang is another weapon of war, something like a half-moon. The throwing-stick is one made, or shaped, for flinging the spears.”

In alle getuigenissen die ik gelezen heb over volkeren wereldwijd, kwam het geweld voornamelijk of uitsluitend van mannen. Vrouwen namen zelden deel aan collectieve gevechten op leven en dood, behalve in Australië. Vrouwen sneuvelden er vaak in de gewapende strijd. Hun deelname aan geweld belette niet dat ze in de meeste groepen door hun mannen hard onderdrukt werden.

De stam waar Buckley bij verbleef kon vrij gemakkelijk voedsel bekomen: planten, wortels, vis, zeevruchten, kangoeroes. Ze konden leven in vrij grote groepen, vaak meer dan honderd mensen wat er ook op wijst dat voedsel vinden geen groot probleem was.

Buckley p.27. Vrouwen vochten met elkaar met knuppels en stokken. De mannen scheidden hen.
Aboiriginal Australië Man

Buckley p. 32–33. In een gevecht stierf een vrouw door een speer.

“After a little time, and a great deal of challenging bluster, the two tribes commenced fighting in reality. When my relations, for so for convenience, I suppose, I must sometimes call them, saw what was going on, they led me a short distance off, where they remained with me, looking at the conflict. It was any thing but play work – it was evidently earnest. One man was speared through the thigh, and removed into the bush, where the spear was drawn, A woman of the tribe to which I had become attached, was also speared under the arm, and she died immediately. At last peace was restored, and the parties separated, except about twenty of the tribe to which the woman belonged who had been killed ; these made a large fire, threw her body upon it, and then heaped on more wood, so that she was burnt to ashes ; this done, they raked the embers of the fire together, and stuck the stick she used to dig roots with upright at the head.”

Buckley p. 33-34. In een ontmoeting met een andere groep begon een gevecht waarbij twee jongens werden gedood. De reden was wereldwijd één van de belangrijkste redenen van dodelijk geweld: vrouwen en in dit geval vrouwenroof. “(…) we left this place, and joined a friendly tribe, about fifty in number, and on the evening of our meeting had a Corrobberree. The next day we all started together to meet another tribe; but on joining, from some cause or other, they quarrelled, commenced fighting, and two boys were killed. I could not then understand what all these quarrels were about, but afterwards understood that they were occasioned by, the women having been taken away from one tribe by another ; which was of frequent occurrence. At other times they were caused by the women willingly leaving their husbands, and joining other men, which the natives consider very bad.”

 

Buckley p.34. Het ene gevecht was nog maar gedaan of de groep van Buckley ging een nieuw gevecht aan waarbij drie vrouwen warden gedood. De reden van het geweld draaide opnieuw om vrouwen. “Soon after a messenger was sent to another tribe, with whom they had a quarrel about the women; the message was to say they would meet them at a certain place to fight it out. In about four days he returned, with information that the challenge was accepted; so we went there, I, of course, not then being conscious of what we were going for. On our arrival at the battle ground, about twenty miles distant, we found five different tribes all collected together, and ready for action. The fight commenced immediately, and it lasted about three hours, during which three women were killed – for strange to say, the females in these quarrels generally suffered the most.”

Buckley p.41-43. Een vierde uittreksel is een voorbeeld van een groot gevecht met meerdere doden. Vrouwen vochten ook hier mee en sneuvelden als de mannen. Opvallend is dat twee kampioenen als ridders met elkaar omgingen en eindigde met zelfkastijding zoals die ook hier inde middeleeuwen en vandag nog bij sjiieten gebeurt. Gewonden moisten niet op genade rekenen. Ze warden genadeloos vermoord. “Before we left this place, we were unexpectedly intruded upon by a very numerous tribe, about three hundred. Their appearance, coming across the plain, occasioned great alarm, as they were seen to be the Waarengbadawa, with whom my tribe was at enmity.

On their approach, our men retreated into the lake, and smeared their bodies all over with clay, preparatory to a fight. The women ran with their children into the bush, and hid themselves, and being a living dead man, as they supposed, I was told to accompany them.

On the hostile tribe coming near, I saw they were all men, no women being amongst them. They were smeared all over with red and white clay, and were by far the most hideous looking savages I had seen. In a very short time the fight began, by a shower of spears from the contending parties. One of our men advanced singly, as a sort of champion ; he then began to dance and sing, and beat himself about with his war implements; presently they all sat down, and he seated himself also. For a few minutes all was sent ; then our champion stood up, and commenced dancing and singing again. Seven or eight of the savages – for so I must call them- our opponents, then got up also, and threw their spears at him ; but, with great dexterity, he warded them off, or broke them every one, so that he did not receive a single wound. They then threw their boomerangs at him, but he warded them off also with ease. After this, one man advanced, as a sort of champion from their party, to within three yards of him, and threw his boomerang, but the other avoided the blow by falling on his hands and knees, and instantly jumping up again he shook himself like a dog coming out of the water. At seeing this, the enemy shouted out in their language “enough,” and the two men went and embraced each other. After this, the same two beat their own heads until the blood ran down in streams over their shoulders.

A general fight now commenced, of which all this had been the prelude, spears and boomerangs flying in all directions. The sight was very terrific, and their yells and shouts of defiance very horrible. At length one of our tribe had a spear sent right through his body, and he fell. On this, our fellows raised a war cry ; on hearing which, the women threw off their rugs, and each armed with a short club, flew to the assistance of their husbands and brothers; I being peremptorily ordered to stay where I was : my supposed brother’s wife remaining with me. Even with this augmentation, our tribe fought to great disadvantage, the enemy being all men, and much more numerous. .

As I have said in the early part of this narrative, I had seen skirmishing and fighting in Holland; and knew something therefore, of what is done when men are knocking one another about with powder and shot, in real earnest, but the scene now before me was much more frightful – both parties looking like so many devils turned loose from Tartarus. Men and women were fighting furiously, and indiscriminately, covered with

blood; two of the latter were killed in this affair, which lasted without intermission for two hours; the Waarengbadawas then retreated a short distance, apparently to recover themselves. After this, several messages were sent from one tribe to the other, and long conversations were held – I suppose on the matters in dispute.

Night approaching, we retired to our huts, the women making the most pitiable lamentations over the mangled remains of their deceased friends. Soon after dark the

hostile tribe left the neighbourhood ; and, on discovering this retreat from the battle ground, ours determined on following them immediately, leaving the women and myself where we were. On approaching the enemy’s quarters, they laid themselves down in ambush until all was quiet, and finding most of them asleep, laying about in groups, our party rushed upon them, killing three on the spot, and wounding several others. The enemy fled precipitately, leaving their war implements in the hands of their assailants and their wounded to be beaten to death by boomerangs, three loud shouts closing the victors triumph.”

Het boek van William Buckley gaat in dezelfde zin verder. Hij beschrijft alles samen tientallen gewapende conflicten met veel doden. De Australische maatschappij werd gekenmerkt door endemisch geweld. Zoals in veel andere landen (Nieuw-Guinea, Malaita, Venzuela, Brazilië, Kongo enz.) zou dat inheems geweld pas gestopt worden toen Westerse machten interne vrede met geweld oplegden. Het veroveren van hun kolonies was meestal ook met extreem geweld gebeurd.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

[1] Wereldwijd zouden inheemse mensen denken dat de eerste blanken die ze zagen teruggekeerde voorouders waren die ze met respect behandelden. William Buckley legt dat uit in zijn boek. Het kon ook gebeuren dat men een blanke doodde als men dacht dat hij een voorouder van een vijandige stam was die teruggekeerd was om hen te schaden.

De tekst van William Buckley kan gratis op internet gedownload worden. Ik raad aan omdat zowel in PDF als zuivere ‘text’ te doen en beide naast elkaar te lezen. De PDF is een gescande versie van het oorspronkelijke boek met veel onzuiverheden. De ‘text’ heeft veel fouten door de automatische tekstherkenning. Ik heb er minstens 100 verbeterd. Wie deze versie graag gebruikt: mail mij en stuur die licht verbeterde versie op.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

 

Geplaatst in Aboriginals Australië, Aboriginals Australische, geweld, Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (4) neolithicum

Zuidwest Azië WordPress
het gebied in Zuidwest-Azië waar de landbouw ontstond (deel van een grotere kaart uit Boek 3 over het ontstaan van landbouw en veeteelt)
het neolithicum in Zuidwest-Azië
[1]

Was er toen de landbouw verscheen meer of minder geweld? De vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. In Zuidwest-Azië, waar de landbouw het eerste ontstond nam het geweld af. Jagers en verzamelaars gebruikten er meer geweld dan de maatschappijen van de eerste boeren.

Bij de boeren van Nieuw-Guinea of de Azteken van Mexico was geweld endemisch. Daar zijn belangrijke lessen uit te leren. 1. Geweld kan in een maatschappij toenemen maar ook afnemen. We zullen er later op terugkomen, en zien dat naarmate de beschaving toeneemt geweld afneemt. 2. Op dezelfde biologische basis (die van de mens) bestaan maatschappijen, culturen, die meer of minder gewelddadig zijn.

Dat heeft op zich niets te maken met de wijzen van bestaan (b.v. jagen en verzamelen of landbouw). In een ver verleden, zoals het neolithicum, kon de mens collectief geen bewuste keuzes maken voor een maatschappij met zo weinig mogelijk geweld. In deel 5 bespreken we de eerste echte stad in de geschiedenis van de mens. Er werden geen sporen van geweld gevonden.

Jagers tegen boeren

Azar Gat wijst er op dat er wereldwijd meerdere voorbeelden zijn waarbij jagers en verzamelaars dieren en planten van boeren beschouwden als iets waar ze vrij konden over beschikken. Dat was zeker het geval in periodes als voedsel schaars was. Jagers hadden het initiatief, zij konden het tijdstip van hun aanval kiezen, toeslaan en zich terugtrekken. Vreedzame relaties tussen jagers en boeren werden op veel plaatsen afgewisseld met raids en geweld. Beide groepen beschouwden elkaar als inferieur.(489) Lang geleden hielden Bantoes in zuidelijk Afrika hun runderen in het midden van een kraal.

Zonder twijfel voor defensieve doeleinden, tegen roofdieren, tegen andere boeren maar ook tegen Khoisanjagers. Boeren hadden het voordeel dat hun aantallen gestaag oenamen, terwijl dat van jagers en verzamelaars stabiel bleef of afnam. De grote gebieden die jagers en verzamelaars nodig hadden om te kunnen leven, werden door de groei van het aantal boeren langzaam kleiner tot er een omslagpunt kwam en ze niet groot genoeg meer waren om de manier van leven van jagers en verzamelaars verder mogelijk te maken.

Versterkingen

Dorpen en stadjes van het Zuidwest-Aziatische neolithicum waren uiterst zelden versterkt.In Midden-Europa waren er versterkte vestigingen en sporen van massamoord en het verbranden van nederzettingen. In Noord-Amerika voerden de Apache en Navajo, jagers en verzamelaars, regelmatig raids uit tegen hun buren, de pueblobewoners, die boeren waren. Dieren stelen was het voornaamste doel. In dezelfde periode zouden boeren van de Mississippi-Missouri hun vestigingen versterken met palissades, vestingen en grachten als verdediging tegen de nomadische jagers en verzamelaars van deGreat Plains (VSA). In veel vroege landbouwmaatschappijen waren de redenen voor raids wereldwijd, niet vlees of voedselvoorraden, maar de roof van vrouwen. Dit was waar bij de Yanomamö in Venezuela, de Yanoama in Noord-Brazilië, de Guayaki in Paraguay, de Aboriginals in Australië. De legende van de vrouwenroof van Sabijnse maagden door Romeinen, was waarschijnlijk gebaseerd op echt gebeurde feiten. Mythes zijn vaak de (weliswaar soms vervormde) weerspiegeling van de werkelijkheid. Het centrale conflict in Homeros’ Ilias begint als Paris van Troje Helena, de vrouw van Menelaos, koning van Sparta, schaakt. Een jarenlange oorlog en de verwoesting van Troje waren het gevolg.

Geweld in Zuidwest-Azië

Het natufiaan Het natufiaan is de laatste paleolithische cultuur voor het begin van landbouw en veeteelt in de Levant (die begon rond 11.500 jaar geleden). Het breidde zich tijdens het laat-natufiaan uit tot aan de Eufraat. De term natufiaan werd eerst gebruikt door Dorothy Garrod, die in 1929 de Shuqbagrot in Wadi an-Natuf, bestudeerde. Er werden overblijfselen van 417 natufianen gevonden. Een vrouw van ongeveer 35 a 40 jaar van Nahal Oren was gestorven door een slag op haar hoofd. Bij een vondst van 7 individuen, gestorven rond 10.000 VOT, had een individu twee genezen schedelbreuken en een niet genezen schedelbreuk, mogelijk de doodsoorzaak. Bij een reeks van 17 individuen gestorven rond 9100 VOT had een mannelijke volwassene een pijlpunt in de ruggengraat. Twee andere mannelijke volwassenen hadden genezen schedelwonden. Een andere studie vermeldt dat van 30 gevonden mannelijke schedels er 5 schedelwonden hadden, en bij de vrouwelijke schedels hadden 3 van de 15 genezen schedelwonden. Daartegenover staat dat bij slechts een van de doden een breuk bij de bovenste ledematen werd vastgesteld.

Het PPN (Pre Pottery Neolithic, na 11.500 jaar geleden)

Met de gegevens die voorliggen, lijkt het er op dat landbouw in Zuidwest-Azië minder geweld meebracht. “De hoge ratio van schedeltrauma’s bij natufianen suggereert een hogere graad van geweld. (…) Bewijs voor geweld tijdens het natufiaan werd gerapporteerd in het geval van een natufiaanse man van de Kebarasite met een stenen projectiel in zijn borstwervel. De toename van de gemiddelde leeftijd van mannen tijdens het neolithicum kan een lagere geweldgraad weerspiegelen.”(490) En: “Hoewel individuele voorbeelden van persoonlijk geweld bestaan bij neolithische en kopertijdbevolkingen in Anatolië, stellen ze ver van georganiseerd geweld voor. Daartegenover staat dat de bevolkingen van de vroege bronstijd duidelijk sporen vertonen van wonden, juist voor de dood, massagraven, een hoge frequentie van schedelbreuken, wallen rond sites en metalen wapens in Anatolië. Dit suggereert een toegenomen bewijs van georganiseerd geweld in het Anatolië van de vroege bronstijd.”(491)

Gewelddadige dood

Mensen die door geweld waren omgekomen vond men terug in Ghwair I, waar een oudere vrouw een projectielpunt in haar kaak had. In ‘Ain Ghazal vond men een schedel waarin een lemmet was ingedrongen die het bot tot 3 cm in de hersenen had gedreven. In Nemrik 9 vond men een graf met het skelet van een man in wiens schedel twee projectielpunten ingedrongen waren. In een ander skelet vond men een projectielpunt in het bekken.

Een derde graf leverde een gebroken el Khiampunt op naast een gebroken armbot. In Basta vertoonde het skelet van een jongen van acht of negen jaar de sporen van twee harde slagen met een scherp object dat bij een eerste slag was doorgedrongen in het linkse frontale gebied van de schedel maar dit was niet de oorzaak van de dood. De tweede slag was fataal want die veroorzaakte breuken die liepen van de occipitale schedelzone naar de rechtse frontale zone. In Basta zijn op een staal van 29 schedels 5 schedels met sporen van genezen schedelbreuken vastgesteld.(492)
Jachtwapen: de slinger (Zie boek p. 212-213)
Besluit
Keith Otterbein stelt dat het neolithicum in Zuidwest-Azië hoofdzakelijk een vreedzame periode was. Hij ziet vrede als een voorwaarde voor het ontstaan van landbouw. De zorg voor planten die tot domesticatie zou leiden kon niet zonder lange periodes van vrede. Als voorbeeld geeft hij Abu Hureyra. De site was ontstaan tijdens het natufiaan en bleef bestaan tot rond 5000 VOT toen het bijna 6000 inwoners telde. Er is geen bewijs voor oorlogvoering gedurende de 4500 jaar van het bestaan van Abu Hureyra.(496)

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Het grootste deel van deze tekst komt uit:
Marc Vermeersch. Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika., p. 211-213.

Voetnoten. Ben je geïnteresseerd om de voetnoten te lezen. De verschillende boeken in de reeks ‘geschiedenis van de mens’ kosten 35€ per stuk (90€ voor de drie). Hoe bestellen?
Zie op: https://marcvermeersch.wordpress.com/boeken-bestellen/

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
-Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika. 35€
-Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Verwacht in 2017.

Andere blogs in de kleine geschiedenis van geweld
Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

[1] Neolithicum: dit is wereldwijd de periode van het ontstaan of de invoering van de landbouw.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (3) in de prehistorie

Klik hier

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen