DNA van neanderthalers en Denisovanen in Oceanië

Onderzoekers van voornamelijk het Institut Pasteur in Parijs onderzochten de aanwezigheid van genen van neanderthalers en Denisovanen in Oceanië. Toen de Afrikaanse Homo sapiens, waarschijnlijk tussen 80.000 en 70.000 jaar geleden, Afrika verliet om langs de zuidelijke kusten van Azië naar het oosten te vorderen tot in Zuid-China, Taiwan, de Filippijnen en Oceanië. Onderweg vermengden ze zich met neanderthalers en denisovanen.
Het percentage neanderthal-DNA is bij de bewoners van Nieuw-Guinea, de Filippijnen en Taiwan gelijk, 2% à 3%. Het percentage denisovaans DNA verschilt echter tamelijk sterk bij de Nieuw-Guineeërs, Filippino’s en Taiwanezen. 

Schema van de evolutie en splitsing van de voornaamste menselijke lijnen die ca. 600.000 jaar geleden (ka) uit Afrika migreerden naar Eurazië. Bovenaan zien we dat er vier mensentypes zijn die uit deze periode voorkwamen:
De neanderthalers (N)
Rond 55.000 jaar gelden was er vermenging van neanderhalers en Homo sapiens die recent uit Afrika kwam. De blauwe pijl en omcirkelde N. Die 55.000 jaar moet beschouwd worden als een gemiddelde. Misschien was er vermenging van neanderthalers en moderne mensen rond de Perzische Golf na 80.000 jaar gelden en was dat in Europa 45.000 jaar geleden.
EH1 (Early human 1)
Bovenaan het schema lees je EH1 (Early human 1).  Dit is een mensensoort waarvan nog geen fossiel gevonden werd maar waarvan men vermoedt dat ze moet bestaan hebben. Dat vermoeden is gebaseerd op onderzoek dat DNA aan het licht bracht dat niet van sapiens, neanderthalers of denisovanen was. EH1 zou kunnen afkomstig zijn van het noorden van India. Er werden genen van dit mensentype gevonden bij Australiërs, Andamanezen en in Oost-Azië.
EH2 (Early human 2) is een ander, maar een gelijkaardig, mensentype. Het heeft zich volgens de auteurs vermengd met de mens van Flores, Homo floresiensis in Indonesië.
en (3) De denisovanen
De denisovanen waarvan genetische sporen gevonden werden in Spanje en daarnaast in Centraal-Azië, Oost-Azië en Oceanië waren een wijd verbreid mensentype. Recent werden hun genen gevonden in Zuid-Amerika. Van de mens van Denisova werden slechts een paar botjes gevonden in het Altajgebergte in Siberië en in Tibet. Het  is in de eerste plaats verklaard door genetisch onderzoek.
Op het schema ziet men ook dat de zwarte mensen uit de Afrikaansen diaspora die landden op Flores, Australië, Nieuw-Guinea en de Filippijnen nauwer met elkaar verwant waren.

Daaruit kan men afleiden dat de vermenging met neanderthalers waarschijnlijk gebeurd is voor Zuidoost-Azië bereikt werd, in het gebied tussen de Perzische Golf en hedendaags Zuidoost-Azië (of Sunda). De kans bestaat dat de zeespiegel toen het laagste stond van de afgelopen 115.000 jaar. Door de lage zeespiegel, laagst tussen 60.000 en 70.000 jaar geleden, waren de te overbruggen afstanden op zee korter. Dat was een voordeel om Sahul (Nieuw-Guinea en Australië. Ze vormden tot ca. 8.000 à 10.000 jaar geleden één landmassa) te bereiken maar geen beslissend voordeel.

Tot nog toe werden langs de zuidelijke Aziatische kusten voorbij Iran geen overblijfselen van neanderthalers gevonden. De meest nabij gelegen zones waar neanderthalers leefden was Iran. Veel verder lag het gebied waar de eerste denisovaan gevonden werd, de Denisovagrot in het Altaigebergte in Siberië. Daar was er 90.000 jaar geleden een bewezen vermenging van neanderthalers en denisovanen. (90.000 BP: een 13-jarig meisje dochter van een neanderthalvrouw en een Denisovavader | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com))
Het is onwaarschijnlijk dat de neanderthalgenen in Nieuw-Guinea uit midden-Siberië afkomstig zijn. Met wat vandaag geweten is lijkt dat zeer onwaarschijnlijk. Er leefden wel neanderthalers in hedendaags Iran. Toen de Perzische Golf droog of bijna droog was, tijdens de laatste ijstijd, kunnen de trekkende Afrikaanse voorouders zich daar vermengd hebben met neanderthalers. De neanderthalgenen in de verder naar het oosten trekkende Afrikaanse migranten zou stabiel blijven in Zuidoost-Azië en Oceanië. ” ‘We waren verrast te vast te stelllen dat, in tegenstelling tot het erfgoed van de Neanderthaler, dat zeer homogeen was onder de twintig onderzochte populaties (ongeveer 2,5%), het erfgoed van de mens van Denisova sterk varieert tussen populaties: van bijna 0% in Taiwan en de Filippijnen tot 3,2% in Papoea-Nieuw-Guinea en Vanuatu (afgelegen Oceanië),’ zegt Lluis Quintana-Murci.” Met andere woorden: de kans is groot dat Homo sapiens zich in Sunda vermengde met daar levende mensen van Denisova. In dat gebied zijn genoeg skeletten gevonden van tamelijk primitieve Homo erecti maar nog geen van de mens van Denisova. De variatie van de vermenging van Denisovanen met Sapiens in dit gebied wijst op een vermenging ter plaatse, i.t.t. de vermenging met neanderthalers.

Net als in Europa is het percentage neanderthalgenen laag, niet meer dan 3%. Het DNA dat bewaard werd had voordelen voor Homo sapiens.

“Bevolkingen in Oceanië hebben 2 tot 3% van hun genetisch materiaal dat geërfd is van de neanderthaler (alle bevolkingen buiten Afrika hebben dat ook), maar ze hebben ook tot 3% van hun genetisch materiaal geërfd is van de mens van Denisova (een neef van de neanderthalers, die vermoedelijk uit Azië afkomstig is). Wij wisten dat het archaïsche materiaal van de neanderthaler mutaties in de Homo sapiens bracht waardoor zij zich beter aan de omgeving konden aanpassen, vooral tegenover besmettelijke ziekten en virussen.”[1] en “Het meest verrassende is dat kruisingen met Denisovanen bijna uitsluitend gunstige mutaties hebben opgeleverd die verband houden met de regulering van de immuunrespons. Wij zien dat deze overerving een reservoir van gunstige mutaties is geweest, waardoor populaties in de Stille Oceaan beter in staat waren lokale ziekteverwekkers te overleven. Het lijkt er dus op dat deze populaties hebben geprofiteerd van de voordelen van beide kruisingen. Tenslotte toont de studie aan dat de kruising met Denisovanen niet in één keer plaatsvond, maar in ten minste vier onafhankelijke gebeurtenissen. Het wijst erop dat de Denisovanen waarmee de volkeren in de Stille Oceaan zich vermengden, in feite zeer diverse bevolkingsgroepen waren.” Ook:  

“Een van de sterke punten van deze studie ligt in het feit dat wij, door de 3% archaïsche erfenis te bestuderen die in de genomen van moderne mensen werd ontdekt, de genen van de Denisovanen weer tot leven wekken en zo de grote genetische diversiteit van deze archaïsche mensen onthullen”, aldus Lluis Quintana-Murci. Tenslotte vinden we, naast biologische aanpassing door archaïsche kruisingen, dat het vetmetabolisme, en cholesterol in het bijzonder, ook het doelwit was van natuurlijke selectie in Oceanië.

Wanneer werd Sahul voor het eerst door Sapiens gekoloniseerd?

Volgens het artikel gebeurde vermenging tussen denisovanen en sapiens in Sahul ongeveer 40.000 jaar geleden. Het artikel werd geschreven door genetici die regelmatig datums naar voor schuiven die geen rekening houden met archeologische vondsten. Dit is een grote onderschatting. Genetici baseren zich voor een dergelijk standpunt enkel op de waarschijnlijke ouderdom van de genen. Daarbij gaan ze ervan uit dat genen gemiddeld om de zoveel generaties muteren. Dat is een algemene waarheid, geen specifieke. Ziektes, droogtes en andere natuurrampen kunnen zorgen voor een uitdunning van de bevolking. Pioniergroepen die succesvol, als eerste(n) trekken, tellen soms maar een paar honderd mensen, dus weinig verschillende genen. De schatting dat Homo sapiens pas 40.000 jaar geleden in Sahul aankwam is in tegenstelling met meerdere sites die in Australië gevonden werden. Het is absoluut noodzakelijk om beide types onderzoek, genetisch en archeologisch, te gebruiken bij een onderzoek als dit.

In het artikel ‘Kasih Norman et al., An early colonisation pathway into northwest Australia 70-60,000 years ago, Quaternary Science Reviews, N° 180, 2018, P. 229-239’ staat dat Homo sapiens rond 65.000 jaar (± 5 kya) de zee overstak naar de landmassa Sahul. Gelijkaardige informatie staat in: Chris Clarkson et al., Human occupation of northern Australia by 65,000 years ago, Nature, 20 July 2017, volume 547, pages 306–310.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Bronnen

Voornaamste bron:

Jeremy Choin, Lluis Quintana-Murci et al., Genomic insights into population history and biological adaptation in Oceania, Nature volume 592, pages 583–589, 14-04-2021.

Abstract

The Pacific region is of major importance for addressing questions regarding human dispersals, interactions with archaic hominins and natural selection processes1. However, the demographic and adaptive history of Oceanian populations remains largely uncharacterized. Here we report high-coverage genomes of 317 individuals from 20 populations from the Pacific region. We find that the ancestors of Papuan-related (‘Near Oceanian’) groups underwent a strong bottleneck before the settlement of the region, and separated around 20,000-40,000 years ago. We infer that the East Asian ancestors of Pacific populations may have diverged from Taiwanese Indigenous peoples before the Neolithic expansion, which is thought to have started from Taiwan around 5,000 years ago2-4. Additionally, this dispersal was not followed by an immediate, single admixture event with Near Oceanian populations, but involved recurrent episodes of genetic interactions. Our analyses reveal marked differences in the proportion and nature of Denisovan heritage among Pacific groups, suggesting that independent interbreeding with highly structured archaic populations occurred. Furthermore, whereas introgression of Neanderthal genetic information facilitated the adaptation of modern humans related to multiple phenotypes (for example, metabolism, pigmentation and neuronal development), Denisovan introgression was primarily beneficial for immune-related functions. Finally, we report evidence of selective sweeps and polygenic adaptation associated with pathogen exposure and lipid metabolism in the Pacific region, increasing our understanding of the mechanisms of biological adaptation to island environments.

Marc Vermeersch, De geschiedenis van de mens. Deel I, Jagers en verzamelaars. Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, staan van p. 11 – p. 102 een beschrijving van vooral Melanesië, Australië en Tasmanië waaronder de oudste sites die bekend zijn.

Sunda: Tijdens de laatste ijstijd die duurde van ca. 100.000 jaar geleden tot 12.000 jaar geleden stond het niveau van de oceanen tot 120 meter lager. Vele hedendaagse eilanden in Zuidoost-Azië waren met elkaar en met het Aziatische vasteland verbonden: Java, Borneo, Sumatra en honderden kleinere eilanden. Over deze verpsreiding zie: “Afstammelingen van de laatste grote exodus uit Afrika in Oceanië”. In: Marc Vermeersch, De geschiedenis van de mens. Deel I, Jagers en verzamelaars. Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, p. 11-100.

Sahul: New Guinea, Australië en Tasmanië waren tijdens de laatste ijstijd met elkaar verbonden. Dit is tot circa 9000 jaar geleden toen de Torres Straat onder water liep. Tasmanië werd ook gescheiden van Australië.

Andere blogs over denisovanen enz.

Zie: (Een bot van een Denisovaan in China, 160.000 jaar oud.)

Andere blogs over Denisovanen:
90.000 BP: een 13-jarig meisje dochter van een neanderthalvrouw en een Denisovavader

Nieuwe vondsten in Denisova (2015)

Gepolijste stenen armband, 40.000 jaar oud, gemaakt door Denisovanen?

De stamboom van Homo sapiens en meer (5) Zuid-Amerikaanse indianen en Aleoeten met speciaal DNA (1)

Blog met de vermelding en bron van de vondst van DNA van Densovanen in Spanje.

Oudste bekend menselijk DNA is 400.000 jaar oud


[1] Marc Dozier, Métissage génétique dans le Pacifique Sud : de l’Homme de Denisova à la réponse immunitaire, Institut Pasteur, 2021.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

twee groepen Sapiens bevolkten oorspronkelijk Oceanië

Voor de geschiedschrijving van de mensheid zijn studies over de genetische geschiedenis van mens onmisbaar geworden. Zij veranderden de afgelopen twintig jaar in belangrijke mate onze inzichten. 

Op deze kaart is duidelijk te zien dat Sunda en Sahul tijdens de koudste periodes van de laatste ijstijd een veel grotere oppervlakte hadden. Het niveau van de oceanen was tot 120 meter lager.
De lijn van Weber (
Max Wilhelm Carl Weber) is een denkbeeldige lijn door Wallacea. De lijn van Weber scheidt duidelijker dan de lijn van Wallace de zoogdierfauna tussen enerzijds (westelijk) het Oriëntaals gebied en anderzijds (oostelijk) het Australaziatisch gebied. De lijn onderscheidt ook beter de fauna’s van diverse terrestrische ongewervelden, vogels en vlinders. (Wikipedia)

Enkele begrippen die hier gebruikt worden:

Sunda: Tijdens de laatste ijstijd die duurde van ca. 100.000 jaar geleden tot 12.000 jaar geleden stond het niveau van de oceanen tot 120 meter lager. Vele hedendaagse eilanden in Zuidoost-Azië waren met elkaar en met het Aziatische vasteland verbonden: Java, Borneo, Sumatra en honderden kleinere eilanden. Over deze verpsreiding zie: “Afstammelingen van de laatste grote exodus uit Afrika in Oceanië”. In: Marc Vermeersch, De geschiedenis van de mens. Deel I, Jagers en verzamelaars. Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, p. 11-100.

Sahul: New Guinea, Australië en Tasmanië waren tijdens de laatste ijstijd met elkaar verbonden. Dit is tot circa 9000 jaar geleden toen de Torres Straat onder water liep. Tasmanië werd ook gescheiden van Australië.

Noord-Sahul: Nieuw-Guinea en Near Oceania, dit zijn de eilanden ten oosten van Nieuw-Guinea. Noord-Sahul maakt circa 1/3de van de landmassa van Sahul uit.

Zuid-Sahul: Australië en Tasmanië

Een recente studie leverde nieuwe kennis over een belangrijk aspect van de migratie van Homo sapiens van Afrika naar Oceanië en meer bepaald Australië, Nieuw-Guinea en Near Oceania (de eilanden ten oosten van Nieuw-Guinea). Moderne mensen verlieten Afrika tussen 70.000 en 80.000 jaar geleden en verspreidden zich langs de zuidkusten van Azië naar Zuidoost-Azië, waaronder Sunda, en vandaar o.a. naar Oceanië waar ze aankwamen in twee grote golven.

Nieuw-Guinea

Nieuw-Guinea is één van de gebieden met de grootste biodiversiteit van de wereld. Het heeft een grote taalverscheidenheid die het grootste is in de bergvalleien die tussen 1400 en 1850 m hoog zijn. Men vindt er ook één van de grootste genetische[1] verschillen (v.w.b. Homo sapiens) van de planeet. Daar wonen ook de oudste continue bevolkingen buiten Afrika. Ze kwamen er minstens 55.000 jaar geleden aan. Daarvoor moesten ze een afstand van 90 km over zee afleggen. Waarschijnlijk waren er slechts tussen 1300 en 1550 mensen die zorgden voor de oorspronkelijke bevolking van Sahul. Het oosten van Nieuw-Guinea werd bereikt rond 49.000 VOT.

De resultaten van het onderzoek wezen op de aankomst van twee verschillende groepen in Oceanië tussen 65.000 en 55.000 jaar geleden. Ze bevolkten apart het noorden en het zuiden van Sahul. Dit geografisch patroon is aanwezig tot vandaag.

Een sterke geografische verspreiding van het mtDNA is ook in Noord-Sahul vandaag nog zichtbaar, wat wijst op een beperkte verspreiding van de mens in de tijd, ondanks grote klimatologische, culturele en historische veranderingen sedert de aankomst van deze groepen.[2] “De noordelijke en zuidelijke Sahul-lijnen kenden een periode van diversificatie onmiddellijk na de eerste vestiging, en vervolgens tijdens het laatste glaciaal maximum, postglaciaal en het holoceen.”

Routes

Hoewel we niet weten welke mogelijke routes de verhuis uit Sunda naar Sahul precies volgde, er zijn globaal twee mogelijkheden. Beide impliceren redelijk lange stukken over zee die meer dan 50.000 jaar geleden bijna niet anders dan met vlotten moeten gebeurd zijn. Een was waarschijnlijk een zuidwestelijke route, die bv. over Timor liep, en een noordelijke die mogelijk over Sulawesi, Buru en Ceram liep. Het mtDNA van beide routes was zeer verschillend. Beide groepen moeten in Sunda ontstaan zijn, lang voor de oversteek naar respectievelijk Noord- en Zuid-SahuL

Er zijn mtDNA-lijnen die gedeeld werden tussen Noord-Sahul en Australië (mtQ2b, 30 kya[3]), Timor (mtQ3215, 21 kya) en Sunda (mtQ1d 14 kya). Sommige mtDNA-lijnen van Nieuw Guinea (P3b 36 kya, P1–152c 26 kya, P13b 20 kya, Q1a 15 kya) en Near Oceania Q2b 30 kya) kwam ook voor in Noord-Australië. Er kon een verspreiding van genen uit Nieuw-Guinea naar Wallacea vastgesteld worden vanaf het LGM en later, o.a. in Timor,  (mtQ3–215 21 kya, mtP1 subhaplogroepen 19–26 kya).

Noord-Sahul

De klimaatverandering na het Laatste Glaciale Maximum (LGM), na 12.000 jaar geleden, stimuleerde de diversificatie van mtDNA-lijnen en grotere interacties binnen Noord-Sahul. Er was ook een beperkte verspreiding van mtDNA uit Nieuw-Guinea naar Zuid-Sahul en de Indonesische eilanden ten westen van Nieuw-Guinea, naar Wallacea.

De belangrijkste mtDNA-groepen van Noord-Sahul waren mtM27 (1,3%, naar schatting 51.000 jaar oud), mtM28 (<1%), mtM29 (<1%, maar de oudste groep, ca. 55.000 jaar oud) en vooral mtQ (47%), en mtP (43%). Minder belangrijk in Noord-Sahul: mtQ2, mtP1, mtP2, mtP10, mtP4a en mtP13b. mtM27 en mtM29 komen voor in het oosten van Noord-Sahul.

Gezien de sterk verschillende samenstelling van het mtDNA van Noord- en Zuid-Sahul is het waarschijnlijk dat twee verschillende groepen migranten deze gebieden bereikten en die ook bereikten via een verschillende weg.

In Noord-Sahul kwam mtR14 en mtM73 telkens voor bij één individu in het Hoogland van PNG.

Het verschil tussen Noord en Zuid zou niet groter kunnen zijn. Al deze haplogroepen zijn geworteld in de eerste nederzettingsfase van Sahul. Ze zijn meer dan 50.000 jaar oud.

Het oudste van dit mtDNA komt voor in het oostelijke deel van Noord-Sahul.

De genetische lijnen van Noord-Sahul hadden een bredere verspreiding en bereikten Zuid-Sahul, Remote Oceania en eilanden ten westen van PNG.

Zuid-Sahul of Australië

In Zuid-Sahul of Australië kwamen voor: mtO, mtS, mtN13, mtM42a’c, mtP5, mtP6, mtP7, mtP8, en andere mtP*. Ze komen allemaal uit de initiële vestiging van Zuid-Sahul, dit is meer dan 50.000 jaar geleden. In Noordwest-Australiëkomt mtM29’Q voor, dat tussen 67.000 en 42.000 jaar oud is, en mtM27 dat naar schatting tussen 62.000 en 40.000 jaar oud is.

Aan de andere kant suggereren mtP1, mtP2’mtP10, en de mtpre-P8 cluster dat Zuid-Sahul vroeger door de mens bevolkt werd(mtpre-P8, 48.000 jaar oud) dan Noord-Sahul en door mtDNA uit Sunda mtP2’10, 47.000 jaar oud.

Na het LGM namen de contacten aan wat vandaag de Straat van Torres is toe.

Genetische sporen van de mens van Denisova
In Nieuw-Guinea en Australië leven groepen die tot 4% genen van de mens van Denisova hebben. Het is dus mogelijk dat Denisovanen ten oosten van de Wallace-lijn leefden voor de aankomst van Homo sapiens. De Denisovagenen kunnen ook onderweg van Afrika naar Sahul geërfd zijn. Er zijn genetische sporen van Denisovanen in Sahul maar er zijn tot nog toe geen archeologische sporen gevonden.

Dr. Marc Vermeersch    –   Marc.Vermeersch@gmail.com


[1] Naargelang de criteria en de bron worden tussen 400 of 1000 verschillende talen gesproken in Nieuw-Guinea.

[2] De auteurs houden hier uiteraard geen rekening met de migraties van Europeanen naar deze gebieden de afgelopen twee eeuwen en evenmin met de Austronesisische expansie vanaf 3500 VOT.

[3] Kya = kilo year = 1000 jaar

Andere blogs over Australië en Nieuw-Guinea

De positie van de vrouw bij de Baruya van Papoea-Nieuw-Guinea

Totemisme, de krokodil in Nieuw-Guinea

Australië, 49.000 jaar geleden, Warratyi rock shelter

Een korte geschiedenis van geweld (5) bij de Australische Aboriginals

bron

Nicole Pedro et al., Papuan mitochondrial genomes and the settlement of Sahul, Journal of Human Genetics01 June 2020, volume 65, pages 875–887.

Abstract

New Guineans represent one of the oldest locally continuous populations outside Africa, harboring among the greatest linguistic and genetic diversity on the planet. Archeological and genetic evidence suggest that their ancestors reached Sahul (present day New Guinea and Australia) by at least 55,000 years ago (kya). However, little is known about this early settlement phase or subsequent dispersal and population structuring over the subsequent period of time. Here we report 379 complete Papuan mitochondrial genomes from across Papua New Guinea, which allow us to reconstruct the phylogenetic and phylogeographic history of northern Sahul. Our results support the arrival of two groups of settlers in Sahul within the same broad time window (50–65 kya), each carrying a different set of maternal lineages and settling Northern and Southern Sahul separately. Strong geographic structure in northern Sahul remains visible today, indicating limited dispersal over time despite major climatic, cultural, and historical changes. However, following a period of isolation lasting nearly 20 ky after initial settlement, environmental changes postdating the Last Glacial Maximum stimulated diversification of mtDNA lineages and greater interactions within and beyond Northern Sahul, to Southern Sahul, Wallacea and beyond. Later, in the Holocene, populations from New Guinea, in contrast to those of Australia, participated in early interactions with incoming Asian populations from Island Southeast Asia and continuing into Oceania.

Geplaatst in Aboriginals Australië, mtDNA, Nieuw-Guinea | Een reactie plaatsen

De achteruitgang van het geloof in het Westen

Why there is no way back for religion in the West |
David Voas, TEDx, University of Essex, 17 juli 2015. Klik hieronder voor de video.

(108) Why there is no way back for religion in the West | David Voas | TEDxUniversityofEssex – YouTube

Discussies onder vrijzinnigen draaien soms, al sedert meerdere decennia, over de achteruitgang van het christendom. Vandaag ontkent niemand nog die achteruitgang. In Gent alleen werden afgelopen jaren in snel temp 17 kerken gesloten. De zichtbare aanwezigheid van de kerk is er voor het grootste stuk verdwenen. Het aantal nieuwe wijdingen van nieuwe priesters neigt naar nul. Het ziet er in het Westen slecht uit voor het voortbestaan van de erken en het christendom. Ze zijn voor onze ogen als het ware verdampt. Een traditie die ongeveer 1400 jaar oud is zeer snel, op ca. 50 jaar, bijna volledig verdwenen. Er wordt nauwelijks nog voor de kerk getrouwd en er wordt zelfs zeer snel niet kerkelijk meer begraven ook al was dit de wens van de oudsten onder ons.
Uiteraard is er nog religie in onze kontreien, bv. van de islam maar ook van een groot deel van de ecologisten die de natuur een bovennatuurlijke waarde toekennen en vinden dat iedereen zich aan de natuur moet onderwerpen.

David Voas, is professor aan de universiteit van Essex. Hij analyseerde in een TEDx-conferentie de achteruitgang van het geloof in de Westerse maatschappij. Hij geeft dat de naam, “The secular transition”, ‘de seculiere overgang’.
(Onderstaande is een samenvatting van zijn conferentie maar geen letterlijke weergave.)

Voas bespreekt religiositeit in het Westen, landen in Europa, Noord-Amerika, een paar in Oost-Azië en Latijns-Amerika.

Mensen waren de afgelopen decennia als jonge volwassenen minder religieus dan hun ouders. Dat is zichtbaar op de grafiek van het aantal mensen dat zich als gelovig omschrijft in Nieuw-Zeeland. Merk op dat de daling constant is.

Achteruitgang van het geloof in Nieuw-Zeeland.

In 1900 was bijna iedereen In Nieuw-Zeeland religieus In 1990 was dat nog iets meer dan een derde.
Hetzelfde gebeurde in de VS, waar in 1990iets meer dan 40% van de bevolking gelovig was.

Achteruitgang van het geloof in de VSA


In Canada was het aantal gelovigen in 1985 al tot 20% gedaald.

Achteruitgang van het geloof in de VSA

Voas bespreekt ook dat dit geen leeftijdsverschijnsel is, dat m.a.w., mensen niet ongeloviger worden als ze ouder worden. Hij bespreekt ook de veronderstelling dat de klassieke kerk(en) zouden vervangen worden door nieuwekerken zoals de Mormonen, de Pentecostals of de islam, het hindoeïsme of het boeddhisme of alternatieve spiritualiteit. Zelfs in de VS in de achteruitgang van het geloof ingezet. Het volgt hetzelfde patroon van generatievervanging. De securalisatie zette zich verder.

Zou religiositeit niet kunnen terugkomen?

De Human Development Index, wordt opgesteld door de UN en houdt o.a.  levensverwachting, jaren van scholing, Het Nationaal Inkomen per hoofd enz. bij. 

Noorwegen staat aan de top, Niger staat helemaal onderaan. Het is duidelijk dat de meest ontwikkelde landen het minst religieus zijn.  Daar zijn uitzonderingen op, bv. de landen van het Arabische schiereiland. Zij zijn rijk en religieus maar in 1950 waren ze arm en religieus. In die landen gaat de twijfel (deïsme) en het atheïsme vooruit.

De hoofdreden ziet hij in modernisering.

  • Welvaart brengt keuze.
  • Internationale contacten brengt mensen van verschillende opvattingen geloofsovertuigingen met elkaar in contact.
  • Materiële en spirituele zekerheid lijkt de nood aan religie te doen afnemen.

Er is m.i. een andere belangrijke reden: naarmate wetenschap vooruitgang boekt wordt de ruimte voor kennisverwerving voor religie kleiner. De Romeinse filosoof Lucullus merkte dat circa 2100 jaar geleden al op. Toegepaste wetenschap laat toe om steeds meer oplossingen te vinden voor problemen. Zo moet de zegen van de voorouders of goden voor heel wat problemen niet meer opgeroepen worden. Ze werden langzaam werkeloos.

Religie komt moeilijk terug. Als religie eenmaal achteruit is gegaan, komt het moeilijk terug naar zijn oude situatie. In bv. de USSR, China en het Iran van de Sjah religie onderdrukten. Toen die druk verdween kwam religie terug tot een niveau dat je zou verwacht hebben.

Het hindoeïsme vinden jongeren in het westen vaak exotisch.

Vandaag groeien mensen in het Westen op met enige kennis van religie maar nauwelijks of geen religieuze praktijk. Religie is bijna contracultureel geworden. Het komt nog in het nieuws met terrorisme, geweld, onverdraagzaamheid, (kinder)misbruik enz. Dat is slecht voor de aantrekkingskracht.

Het is niet dat alle westerlingen rationale denkers zijn, integendeel. Velen geloven nog in een vorm van leven in het hiernamaals.

De meeste westerlingen zijn niet echter sterk geïnteresseerd in religie, het speelt geen rol in hun leven. “Er is geen weg terug voor religie in het Westen.” (Voas)

De secularisatie werkt door de vervanging van generaties. Dat is een traag proces. Religie is in het Westen aan het verdampen.

Dr. Marc Vermeersch   –  marc.vermeersch@gmail.com

De Human Development Index, Religie

Religion by Country 2021 (worldpopulationreview.com)

De cijfers voor België geven m.i. de werkelijkheid niet weer. Zou ca. 60 van de Belgen zichzelf als christelijk omschrijven?
Ik heb ook twijfels over de cijfers voor andere landen. M.i. wordt het geloven systematisch overschat en de twijfel en het atheïsme systematisch onderschat.

De Human Development Index, Algemeen

Human Development Index (HDI) by Country 2021 (worldpopulationreview.com)

Geplaatst in atheïsme, religie | Een reactie plaatsen

Neanderthalers konden praten als Homo sapiens

Artikel uit Nature.
Conde-Valverde, M., Martínez, I., Quam, R.M. et al. Neanderthals and Homo sapiens had similar auditory and speech capacities. Nature, Nature, Ecology & Evolution, 2021.

Afgebeeld zijn een 3D-model en een virtuele reconstructie van het oor bij een moderne mens (links) en een Neandertaler (rechts). Onderzoekers ontdekten dat ze in hetzelfde geluidsbereik konden horen als mensen en daarom waarschijnlijk op een vergelijkbare manier spraken 

Uit nieuw gepubliceerd onderzoek blijkt dat neanderthalers en sapiensen gelijkaardige auditieve en spraakkapaciteiten hadden. Neanderthalers konden praten en spraak verstaan op een vergelijkbare manier als moderne mensen. Wetenschappers weten nu voor het eerst dat deze ontmoetingen tussen de twee soorten waarschijnlijk mogelijk werd gemaakt door het vermogen om met elkaar te converseren.  

De onderzoekers gebruikten CT-scans[1] om de oorbeenderen van Neanderthalers en moderne mensen te modelleren. Vervolgens gebruikten ze op maat gemaakte software om te bepalen wat beide konden horen. Neanderthalers geluiden konden horen met een frequentie tussen 4 en 5 kHz. Dit is vergelijkbaar met het bereik van geluiden die door Homo sapiens kunnen worden waargenomen. Dat wil zeggen dat als de Neanderthalers deze geluiden konden waarnemen, zij waarschijnlijk ook in staat waren om geluiden in dit bereik te produceren voor gesprekken met Sapiens.

Afgebeeld zijn een 3D-model en een virtuele reconstructie van het oor bij een moderne mens (links) en een Neandertaler (rechts). Onderzoekers ontdekten dat ze in hetzelfde geluidsbereik konden horen als mensen en daarom waarschijnlijk op een vergelijkbare manier spraken

Abstract in English

The study of audition in fossil hominins is of great interest given its relationship with intraspecific vocal communication. While the auditory capacities have been studied in early hominins and in the Middle Pleistocene Sima de los Huesos hominins, less is known about the hearing abilities of the Neanderthals. Here, we provide a detailed approach to their auditory capacities. Relying on computerized tomography scans and a comprehensive model from the field of auditory bioengineering, we have established sound power transmission through the outer and middle ear and calculated the occupied bandwidth in Neanderthals. The occupied bandwidth is directly related to the efficiency of the vocal communication system of a species. Our results show that the occupied bandwidth of Neanderthals was greater than the Sima de los Huesos hominins and similar to extant humans, implying that Neanderthals evolved the auditory capacities to support a vocal communication system as efficient as modern human speech.
Abstract in het Nederlands, uit het Engels vertaald
De studie van het gehoorvermogen bij fossiele homininen is van groot belang gezien de relatie vocale communicatie binnen een soort. Terwijl de auditieve capaciteiten bestudeerd zijn bij vroege homininen en bij de Midden-Pleistocene  homininen van Sima de los Huesos, is er minder bekend over de gehoorcapaciteiten van de Neanderthalers. Hier geven wij een gedetailleerde benadering van hun auditieve capaciteiten. Op basis van computertomografiescans en een uitgebreid model uit het veld van de auditieve bio-engineering, hebben wij de geluidsoverdracht door het buiten- en middenoor vastgesteld en de bezette bandbreedte bij Neanderthalers berekend. De bezette bandbreedte is direct gerelateerd aan de efficiëntie van het vocale communicatiesysteem van een soort. Onze resultaten laten zien dat de bandbreedte van Neanderthalers groter was dan die van de Sima de los Huesos hominins en vergelijkbaar met die van de huidige mens, wat impliceert dat Neanderthalers de auditieve capaciteiten hebben ontwikkeld om een vocaal communicatiesysteem te ondersteunen dat net zo efficiënt is als moderne menselijke spraak (van Spiens, MV).


[1] Computertomografie[1] (meestal afgekort tot CT van “computed tomography”, ook wel tot CAT van “computer-assisted tomography”) is een tomografische onderzoeksmethode van het menselijk lichaam. Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van röntgenstraling. De doorlaatbaarheid van het onderzochte lichaamsdeel voor de gebruikte straling wordt in een CT-scan vanuit een groot aantal hoeken rondom in een dunne plak gemeten, waarna een computer uit de resultaten een tweedimensionale weergave ervan berekent. (Een andere methode waarbij beelden worden berekend, werkt niet met röntgenstraling, maar maakt gebruik van magnetische resonantie; men spreekt dan van magnetic resonance imaging of MRI.) Uit Wiki NL


Op deze blog staan veel artikels over de neanderthalers. Gebruik de zoekfunctie van de blog!

Marc Vermeersch

Geplaatst in neanderthaler | Een reactie plaatsen

Indiaans-Amerikaans DNA in Polynesië


In een recent onderzoek bleek dat DNA uit Colombia, Zuid-Amerika, verspreid werd in Polynesië. Het is een bijkomend bewijs want wij wisten al lang dat de zoete aardappel, Ipomoea batatas, en de (fles)kalebas een wijde verspreiding hadden in Oceanië vóór de aankomst van de Europeanen Beide planten zijn afkomstig van Amerika. Die planten kunnen enkel door menselijke contacten van Amerika naar Oceanië gebracht zijn.

Schematische kaart met de belangrijke Polynesische eilanden, de heersende winden en zeestromingen. Op de kaart van Amerika

Een derde aanduiding dat er uitwisselingen waren tussen Zuid-Amerika en Polynesië is dat een woord[1] voor zoete aardappel, ‘kumara’ in Zuid-Amerika met kleine wijzigingen verspreid werd in Polynesië. Varianten op ‘kumara’ waren bij o.a. de Boliviaanse Quechua (een volk én een taal in  Ecuador, Peru en Bolivia) ‘kumala’, ‘cumal’ bij de Cañari (Ecuador), khumara, kumar bij de Quechua sprekende Ayacucho (Peru).

Polynesische woord voor zoete aardappel heeft een Amerikaanse oorsprong

Het Polynesische woord voor zoete aardappel: “In Tonga was het woord voor zoete aardappel ‘goomala’. De gelijkenis met het Zuid-Amerikaanse woord, ‘kumara’, waar de zoete aardappel vandaan kwam, is duidelijk.” (…) ”De zoete aardappel kwam uit Zuid-Amerika, het hiervoor gebruikte woord in Polynesië, ‘kumara’, is uit Peru afkomstig. Ze werden er zeker geteeld voor de aankomst van de Europese ontdekkers.” In Polynesië waren regionale varianten voor zoete aardappel ‘kumala’, ‘umala’, ‘uala’, enz.

DNA

Inwoners van vier Polynesische eilanden hebben kleine hoeveelheden DNA geërfd van mensen die ongeveer 800 jaar geleden in Colombia leefden. Het is in deze periode dat Polynesische zeevaarders de Amerikaanse kust bereikten. Uit Nature: Onze analyses suggereren sterk dat er één enkele contactgebeurtenis heeft plaatsgevonden in Oost-Polynesië, vóór de nederzetting van Rapa Nui, tussen Polynesische individuen en een Indiaanse groep die het nauwst verwant is met de inheemse bewoners van het huidige Colombia.”

Het indiaanse DNA komt voor op de eilanden Nuku Hiva in de Noord-Markiezen, Fatu Hiva in de Zuid-Markiezen, Palliser in de Tuamotu Archipel en Mangareva verspreid. Het werd van daaruit ook naar het Paaseiland verspreid. De Tuamotu Archipel was toen een soort hub voor oceaanreizen. Het is dus niet verwonderlijk dat hier de sporen van Amerikaans indiaans DNA gevonden werden. Het geschatte tijdstip van de vermenging van dit DNA met Polynesiisch is 1234 OT ± 90 jaar.

Wie maakte de overtocht?

Het zou zeer verwonderlijk zijn dat de Polynesische ontdekkingsreizigers, die in deze periode het grootste deel van de Stille Oceaan hadden verkend, zelfs het veraf gelegen Hawaï, Amerika niet zouden hadden ontdekt hebben. Er zijn geen Amerikaanse boten of vlotten uit deze periode bekend. Er werden wel bootjes gemaakt voor visvangst aan de Amerikaanse kusten maar er is nooit vastgesteld dat deze verder vaarden dan eilandjes in de nabijheid van de kust. Boten voor lange afstandsvaart zijn onbekend.

Daartegenover staat de duizenden jaren lange ervaring en kennis die de Polynesische zeevaarders hadden verworven. Hun voorouders vertrokken in Noordoost-China meer dan 6000 jaar geleden, tot het jaar 1200 OT. Er is geen enkel equivalente ervaring en kennis in Midden- of Zuid-Amerika. De kans is dus quasi onbestaande dat het initiatief voor varen naar Polynesië van Amerikaanse indianen zou gekomen zijn. Alleen de Polynesiërs hadden, naast hun kennis en ervaring, boten zoals de dubbelwandige kano, waarmee men zo ver kon varen. Er moeten Colombiaanse Indianen, Zenu (Zenu, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Zen%C3%BA), met hen meegereisd zijn op hun terugweg van Colombia naar Polynesië.

De Amerikaanse Indianen die naar Polynesië meereisden kwamen van Colombia, van de verdwenen Zenu Cultuur. Hier in lichtgroene kleur.

Paaseiland, Rapa Nui

Paaseiland, Rapa Nui, ligt 2100 km van Chili, waar het sedert 1880 deel van uitmaakt. In de 13de eeuw werd het eiland bereikt door Polynesische zeevaarders die het koloniseerden. Zij hadden ook genen die uit Colombia afkomstig waren. Daarnaast was er een tweede Indiaans-Amerikaanse component bij de bewoners van Paaseiland is. Die was afkomstig van na de annexatie van Paaseiland in 1880, en is afkomstig van Chileense indianen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] In midden- en Zuid-Amerika waren er meerdere, niet-verwante, woorden in gebruik voor de aardappel. Eén daarvan zou in het Spaans ‘patata’ worden.   

Als je deze blog interessant vond dan is de kans groot dat het de blog over Amerikaans Indiaans DNA in IJsland ook interessant vindt.
Pocahontas in IJsland

Janet M. Wilmshurst, Terry L. Hunt, Carl P. Lipo, and Atholl J. Anderson, High-precision radiocarbon dating shows recent and rapid initial human colonization of East Polynesia, PNAS February 1, 2011, N° 108 (5), p. 1815-1820.

Alexander G. Ioannidis, Javier Blanco-Portillo, Native American gene flow into Polynesia predating Easter Island settlement,  08 July 2020,

Janet M. Wilmshurst, Terry L. Hunt, Carl P. Lipo, and Atholl J. Anderson, High-precision radiocarbon dating shows recent and rapid initial human colonization of East Polynesia, PNAS February 1, 2011, N° 108 (5), p. 1815-1820.

Alexander G. Ioannidis, Javier Blanco-Portillo, Native American gene flow into Polynesia predating Easter Island settlement,  08 July 2020, Nature volume 583, pages572–577.

Abstract The possibility of voyaging contact between prehistoric Polynesian and Native American populations has long intrigued researchers. Proponents have pointed to the existence of New World crops, such as the sweet potato and bottle gourd, in the Polynesian archaeological record, but nowhere else outside the pre-Columbian Americas while critics have argued that these botanical dispersals need not have been human mediated. The Norwegian explorer Thor Heyerdahl controversially suggested that prehistoric South American populations had an important role in the settlement of east Polynesia and particularly of Easter Island (Rapa Nui). Several limited molecular genetic studies have reached opposing conclusions, and the possibility continues to be as hotly contested today as it was when first suggested8Here we analyse genome-wide variation in individuals from islands across Polynesia for signs of Native American admixture, analysing 807 individuals from 17 island populations and 15 Pacific coast Native American groups. We find conclusive evidence for prehistoric contact of Polynesian individuals with Native American individuals (around AD 1200) contemporaneous with the settlement of remote Oceania. Our analyses suggest strongly that a single contact event occurred in eastern Polynesia, before the settlement of Rapa Nui, between Polynesian individuals and a Native American group most closely related to the indigenous inhabitants of present-day Colombia.
In het Nederlands vertaalde abstract
De mogelijkheid van contact via reizen tussen prehistorische Polynesische en Indiaanse bevolkingsgroepen heeft onderzoekers lang geïntrigeerd. Voorstanders hebben gewezen op het bestaan van gewassen uit de Nieuwe Wereld, zoals de zoete aardappel en de flespompoen (=fleskalebas, MV), in de Polynesische archeologische gegevens, maar nergens anders buiten pre-Columbiaanse Amerika, terwijl critici hebben betoogd dat deze botanische verspreiding niet door de mens hoeft te zijn veroorzaakt. De Noorse ontdekkingsreiziger Thor Heyerdahl heeft op controversiële wijze gesuggereerd dat prehistorische Zuid-Amerikaanse bevolkingsgroepen een belangrijke rol hebben gespeeld bij de vestiging van Oost-Polynesië en in het bijzonder van Paaseiland (Rapa Nui). Verscheidene beperkte moleculair-genetische studies hebben tot tegengestelde conclusies geleid, en de mogelijkheid wordt nog steeds even fel betwist als toen zij voor het eerst werd geopperd. Hier analyseren we de genoom-brede variatie bij individuen van eilanden in heel Polynesië op tekenen van inheemse Amerikaanse vermenging. We analyseerden 807 individuen van 17 eilandpopulaties en 15 inheemse Amerikaanse groepen aan de kust van de Stille Oceaan. We vinden voldoende bewijs voor prehistorisch contact van Polynesische individuen met Indiaans-Amerikaanse individuen (rond 1200 na Chr.), gelijktijdig met de vestiging van afgelegen Oceanië. Onze analyses wijzen er sterk op dat er één enkel contact heeft plaatsgevonden in Oost-Polynesië, vóór de vestiging van Rapa Nui, tussen Polynesische individuen en een Indiaanse groep die het nauwst verwant is met de inheemse bewoners van het huidige Colombia.





Geplaatst in Amerika, DNA, Indianen | Tags: | Een reactie plaatsen

Sociale klassen in Tonga

De eilanden van Tonga bestonden uit één groot eiland, Tonga Tapu, en veel kleine. De totale landoppervlakte bedraagt slechts 748 km². “Het uit 177 eilanden bestaande Tonga in Polynesië beslaat 700 000 km² van de Grote Oceaan. 36 van de eilanden daarvan zijn permanent bewoond.” .Zeventien van de eilanden zijn bewoond. De bodem van de eilanden was vulkanisch of van kalksteen, gevormd koraalriffen. Hij was zeer vruchtbaar.

Matapula, waren een soort intellectuele sociale groep in de Tongaanse maatschappij. Zij hadden de eer de kava, een plaatselijke drank, uit te schanken voor de adel. Recent foto.
Sociale klassen in Tonga

De eilanden van Tonga hadden geen grote bevolking maar toch waren er meerdere sociale klassen.

De koning en de adel, de ‘eiki

Aan het hoofd van de adel stond de religieuze leider met de titel Tu’i Tonga. Hij was een directe afstammeling van de belangrijkste voorouder, Hikule’o. Hij was daardoor a.h.w. heilig. Tot kort voor het contact met Europeanen, tegen het einde van de 18de eeuw had de Tu’i Tonga, ook politieke macht gehad maar die was geërodeerd.
De adel was voor een deel verwant met de Tu’i Tonga maar had andere voorouders die ook een goddelijke status hadden zoals de Veasi.[1]De koning was de enige man van Tonga die niet getatoeëerd was. Wie hem ontmoette moest zijn bovenlijf ontbloten en “(…) hij ging met gekruiste benen voor hem zitten en bleef zo zitten tot de Tu’i Tonga uit het zicht was.“ Men sprak ook op een andere, verfijndere, manier tegen hem. Misschien vergelijkbaar met het Oxbridge (en samentrekking van Oxford en Cambridge) accent.

De Tongaanse adel controleerde en beschikte over de landbouwgrond. Zoals in elke landbouwmaatschappij met sociale klassen at de adel beter dan de boeren. Ze hechtten er veel belang aan maar zelf werkten ze niet op het land. Een hoog lid van de adel beheerde de landbouw. Elke boer moest quota respecteren bij het planten van gewassen. Hij zorgde er voor dat de adel haar deel van de oogst kreeg. Dreigde er een tekort van een bepaald gewas dan beperkte hij de consumptie ervan. Hij deed dat door middel van een taboe, een religieus verbod om van een gewas te eten. Dit duurde tot er weer voldoende van dat gewas ter beschikking was. Een dergelijk taboe overtreden kon leiden tot de oodstraf. Enkel grote chefs konden het taboe, het eten van een schaars gewas, doorbreken en de doodstraf niet krijgen.  

Ook in Tonga, zoals in bv. Hawaï, was de positie van wat men als de koningin zou kunnen omschrijven hoger dan die van de koning, de Tu’i Tonga. Dat was rond 1800 Fatafehi ‘o Lapaha (1735–1825). Zij was de Tu’i Tonga Fefine, de vrouwelijke koning,  In Tonga was de rang die men erde van de moeder het belangrijkste. Dat had voor de koninklijke familie als voordeel dat de koning, die relaties had met veel vrouwen, officiële concubines en losse ontmoetingen, daardoor geen probleem had voor de opvolging. Zijn kinderen konden hem niet opvolgen, tenzij het een kind was van de koning en zijn zuster. Veel maatschappijen hadden wel dergelijke problemen wat vaak leidde tot moorden binnen de koninklijke familie.

de matāpule, een intellectuele elite en de mu’a

De matāpule, waren de intellectuele elite van Tonga. Zij waren raadgevers van de chefs en de eerste informatiebron voor rituelen, ceremonies, manieren, gewoonten en de traditionele geschiedenis van Tonga. Ze waren spreekvoerders voor hun chefs, verdeelden hun voedselgiften en dienden de kava, de traditionele drank, op. Ze waren verantwoordelijk om de tribuutgiften te verdelen voor de verschillende ceremonies. Sommigen werkten ook als krijgers, anderen als opzichters van de plantages van hun meesters en soms als gouverneur van een klein eiland.

Hun positie was erfelijk in mannelijke lijn. Zij hadden een rang die afhing van hun broodheer.

mu’a, waren leerlingen van de matāpule. Ze waren meer betrokken in ambachten en maakten het gros van de troepen uit in geval van oorlog.

De matāpule en de mu’a hadden in de eerste plaats hun kennis als productiekracht. Men zou hen kunnen vergelijken met wat in het Westen de intellectuele kleinburgerij is, de vrije beroepen, rtiesten, intelectuelen enz.

de tu’a, boeren en ambachtslui

Onderaan de sociale ladder stonden, de tu’a, de meerderheid van de bevolking, boeren en ambachtslui. Zij hadden geen recht op grondbezit. Tijdens oorlogen leverden ze een deel van de troepen. De adel behandelde hen hardvochtig en wreed.    Bij de tu’a was er een minderheid die verwant waren met mu’a. Zij konden van hen erven en zo mogelijk ook mu’a worden. De meerderheid van de tu’a zou dat altijd blijven.

boobola of slaven

Minstens aan het einde van de 18de eeuw waren er ook de boobola of slaven, krijgsgevangenen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] De Europeanen die Polynesië tussen de 17de en 19de eeuw verkenden, vertrokken bij hun analyse van de Polynesisische maatschappijen onvermijdelijk van hun denkkader. Zij interpreteerde voorouders met een bovennatuurlijke status als ‘goden’.


Geplaatst in Tonga | Een reactie plaatsen

Johan Anthierens, een niet gepubliceerde tekst over communicatie

Johan Anthierens was één van de bekendste journalisten in Vlaanderen en Nederland. Hier een niet gepublliceerde tekst over communicatie
Johan Anthierens, 1937-2000

Eén van de bekendste Vlaamse journalisten ooit was Johan Anthierens (1937-2000). Zijn leven en handelen is goed samengevat op Wikipedia, Johan Anthierens, ( Johan Anthierens – Wikipedia )

Hij schreef in 1992 een korte tekst waarin hij het heeft over techniek en zijn onbekendheid met nieuwe technieken. Voor die nieuwe technieken was hij vijf keer verplicht geweest om met een tekst naar de Volkskrant in Amsterdam te rijden. Hij was verplicht om op de redactie van De Morgen een tekstverwerker te leren gebruiken.

“Alweer enkele jaren geleden zag ik Frans Verleyen, directeur van Knack Magazine, op het tv-scherm zeggen dat het medium televisie voor mensen van zijn generatie altijd een wonder zal blijven.

Verleyen schat ik nu rond de vijftig en hij bedoelde daarmee dat de wondere kijkdoos in zijn leven oplichtte toen hij al een tiener was.  Ikzelf, 55 jaar, kan dat gezegde integraal onderschrijven.  Elke dag nog onderga ik de sensatie vanuit mijn stoel in de wereld te kijken; haarscherpe beelden in prachtige kleuren over mijlen vér.  De techniek blijft voor mij gelijk aan de sprookjes van vroeger, waarin het onmogelijke als een evidentie werd voorgeschoteld.

Bij mij is dat gevoel des te sterker omdat ik niets, maar dan ook niets van techniek snap.  Als ik fiets en er loopt een band leeg, ga ik te voet verder.  Een fiets met versnellingen is helemaal niet aan mij besteed.  Ontbied een schrandere middeleeuwer per tijdmachine naar onze situatie en binnen de maand is hij vertrouwder met de electronica dan ik ben.

In de jaren zeventig werkte ik als redacteur bij datzelfde weekblad Knack en was daar de laatste die zich hardnekkig aan zijn ambachtelijke schrijfmachine vastklampte, die waar je nog net met je vingers – twee, in mijn geval – op het klavier hamerde.  Toen op een dag ook dat oudje uit mijn handen werd getrokken en vervangen door een electrische opvolger, ondervond ik na een week van stilletjes hopen op een stroompanne hoeveel aangenamer werken dat was.

Het was slechts de voorbode van wat mij, technologische analfabeet, als omwenteling qua schrijfgerief in het komend decennium te wachten stond.  In het begin van de jaren tachtig werkte ik vanuit Brussel mee aan de Amsterdamse De Volkskrant.  Mijn kroniek ontstond op papier en het resultaat stuurde ik per post naar de Nederlandse hoofdstad.  Als het een beetje tegenzat bleef de copij drie dagen onderweg!  En daar werd toen nog, als met een normaal gebeuren, rekening mee gehouden.  Aangezien een journalist doorgaans op de valreep werkt is het wel vijf keer voorgevallen – ik schrijf nu de volle waarheid – dat ik in Brussel in de wagen sprong om het opstel in Amsterdam in de brievenbus te schuiven, om dan te terugweg van nog eens 200 kilometer aan te vatten.  Toen míjn manier om de opdracht tijdig in te dienen…  Nog geen jaar na die laatste ‘kruisvaart’ had de Fax de wereld veroverd, het systeem waarmee je je Brusselse inspiratie à la minute naar alle windstreken van de planeet kunt doorsluizen …

Het zal 1985 of ’86 geweest zijn dat ik voor het eerst mijn opwachting maakte bij het dagblad De Morgen, waarvan de hoofdredactie in Gent gevestigd was.  Ik zie mij in de grote redactiezaal binnen komen en mijn ogen niet geloven: ik hoorde geen geratel van tikmachines.  Ik zag jongens en meisjes voor een buitenaards scherm gebogen geluidloos in de weer.  Nergens viel copijpapier te bekennen, en de enige mij vertrouwde schrijfmachine stond op een blauwe metalen kast stof te vergaren.

Er werd mij aangeboden de beginselen van de tekstverwerker bij te brengen, maar ik dàcht er niet aan mij aan deze hocus pocus over te leveren.  Ik sleepte er een stoel bij en trok het afgedankte toestel van de kast, met het gevoel weer orde op zaken te stellen.

Toen ik na tien ingespannen minuten met kwaje kop het lint had opgespannen en de slaghamertjes weer in hun voegen gewrongen, toonzette ik mijn klavierpartij: tik-tikketikketik.  In de zaal richtten dertig meisjes en jongens het hoofd op van hun scherm en keken met open mond mijn richting uit.  Een aantal kwam naderbij om van dit fait divers niets te missen.

  • Wat doèt u daar?’, vroeg een brutale buitenland-redactrice.
  • Dat ziet u zelf.  Ik tik!’
  • Ik zou dat eerder archeologie noemen’, zei de meid en zocht hoofdschuddend haar plaats voor de tekstverwerker weer op.

Toen ik met loden zolen weer op die stoel stond om die andere oudstrijder definitief aan de spinnewebben uit te leveren, besefte ik dat verder verzet zinloos was.  Ik moest het computer-tijdperk omhelzen of mij tot commissaris omscholen, want politiekantoren zijn de laatste schuilholen waar specimen Remington en resten Underwood overleven.

Met engelengeduld heeft een groep vrijwilligers, elkaar gestadig aflossend, ondergetekende beetje per beetje, man moederschijf tot floppy, zijn kinderlijke angst voor xywrite en printen leren overwinnen.

Nu zit ik thuis en bestuur vanuit mijn hersenschijf vlekkeloos uitwisbare diskette-invallen en mijn Poolse werkster gaat op de knieën omdat meneer met woorden goochelen kan.

Johan Anthierens

3 juni 1992

Opgedolven en ingetikt door Lucien De Reu en Marc Vermeersch.

Als wij ons niet vergissen zou hij kort na het schrijven van deze tekst een fax aanschaffen. Geen ritten meer naar redacties.
We veranderden niets aan de tekst die vandaag door de spellingcontrole van Word vandaag meerdere woorden rood onderlijnde.

Een tekst van Guido Lauwaert van 31-1-2021 over Johan Anthierens.
Johan Anthierens: Leve mij! – Doorbraak.be

XYWrite was een tekstverwerker in het MS DOS-tijdperk. Hij liet toe om zeer snel tekst te plaatsen zonder stijlkenmerken. Het was de belangrijkste tekstverwerker in de Amerikaanse pers.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Mensenoffers in Hawaï (9)

Net als in Tahiti werden ook in Hawaï mensenoffers gebracht.

Terechtsteling. getekend door Jacques Arago rond 1819, met een Hawaïaans mensenoffer.dat met een knuppel werd afgemaakt.

Chefs leidden de ceremonies waar mensen werden geofferd. James Cook was in Tahiti getuige van een mensenoffer in september 1777. Het werd tot in detail beschreven door William Anderson. “Bij bepaalde gelegenheden, maar vooral bij oorlogsvoering, zoals in het geval dat we zagen, en in tijden van grote schaarste die zich hier soms voordoet, raadpleegt de priester hun god, vraagt hij zijn hulp …. en (zegt) dat het noodzakelijk is om een man bij die gelegenheid te offeren …. Als men beslist heeft welke man, wordt hij op bevel plotseling gedood, hetzij met een knuppel of door steniging. (…).

We konden het lichaam niet zien, omdat het in de lengte aan een soort paaltje was bevestigd met wat cacaobladeren[1] eroverheen, maar ze ontdekten het nadat de priester tien minuten lang enkele zinnen had herhaald …. De priester zat op een kleine afstand van de voeten …. hij leek vaak met de overledene te praten, tot wie hij zich voortdurend richtte en soms verschillende vragen stelde die schijnbaar betrekking hadden op de gepastheid van zijn terechtstelling … hij vroeg hem om Morea, het opperhoofd dat Maheine heet, de varkens, vrouwen en andere zaken van het eiland in hun handen, te bevrijden, wat inderdaad de uitdrukkelijke bedoeling van het offer was …. er werd door twee mannen een gat gegraven van ongeveer twee voet diep, waarna ze er het lichaam met een air van grote onverschilligheid ingooiden en het bedekten met aarde en stenen.” (Cook, Journals III, 2, 978-84) + illustratie mensenoffer Cook (Bellwood p.80)

Eén van de laatste bekende mensenoffers was dat van Kalanikūpule die militair verslagen was in de slag van de Nuʻuanu Valley door Kamehameha I. Deze offerde hem in 1795.

Het laatst bekende mensenoffer was dat van Kanihonui, een jonge man die het taboe had gebroken dat rustte op de vrouw van Kamehameha I, koningin Kaʻahumanu, in 1809. Zijwas bekend om haar schoonheid schoonheid. De koning stelde een wet op waarbij een man die probeerde haar te benaderen de doodstraf kreeg. Hij voorzag geen straf tegen haar. In 1809 waren ze vierendertig jaar gehuwd. Zij was bijna vijftig jaar oud. Ze had een minnaar, Kanihonui, een knappe jongen van 19. Kaʻahumanu zou hem verleid hebben toen ze dronken was. Hij was de zoon van Kamehameha’s halfzus. Kamehameha en Kaʻahumanu hadden hem opgevoed. De affaire werd ontdekt en ondanks de bloedverwantschap werd de jonge man terecht gesteld voor het plegen van overspel.

De koningin had daar veel verdriet over. Dat kan er mee toe geleid hebben dat, na de dood van de koning in 1819, zij het taboesysteem afschafte dat leidde tot dergelijke mensenoffers.

Een concreet voorbeeld van meerdere mensenoffers. “Toen Kamehameha in 1804 op weg was van Hawaï om Kauai binnen te vallen, stopte hij in Oahu met een leger van achtduizend man. De gele koorts brak uit onder de troepen, en in de loop van een paar dagen veegde die meer dan tweederde van hen weg. Tijdens deze plaag herstelde de koning zich in Wytiti aan de grote marae (heilige plaats), om zich met de god, die boos moest, te verzoenen.

De priesters raadden een tiendaags taboe aan, het offer van drie menselijke slachtoffers, vierhonderd varkens, evenveel kokosnoten, en een gelijk aantal takken bakbananen. Drie mannen, die zich schuldig hadden gemaakt aan de enorme schande van het eten van kokosnoten met de oude koningin, werden gevangen genomen en naar de marae geleid.

“Maar omdat de offers nog drie dagen op zich lieten wachten, werden de ogen van de slachtoffers uitgestoken, de botten van hun armen en benen werden gebroken en ze werden in een huis gevangen gehouden, in afwachting van de coup de grace op de dag van de opoffering.”

Terwijl deze verminkte en ellendige wezens op het hoogtepunt van hun lijden waren, bezochten sommige personen, bewogen door nieuwsgierigheid, hen in de gevangenis en vonden hen noch razend, noch verachtelijk, maar ze zongen de nationale huru (hymne) – saai als het gebrom van een doedelzak, en nauwelijks meer veranderlijk – alsof ze ongevoelig waren voor het verleden, en onverschillig voor de toekomst.
Toen de tijd van hun slachting aanbrak, werd een van hen onder de poten van het afgodsbeeld geplaatst, en de andere twee werden, met de varkens en de vruchten, op het altaarkozijn gelegd. Ze werden dan met knotsen op de schouders geslagen tot ze stierven onder de klappen.

Dit werd ons verteld door een ooggetuige van het moorddadige spektakel. En zo doden de mensen elkaar, en denken dat ze God dienstbaar zijn.” (Dagboek van Tyerman en Bennet, 1832)”[2]

Mensenoffer in Tahiti.  
In het midden het slachtoffer. Achter het lijk delven twee mannen en graf. Op een platform liggen twee honden en drie varkens die geofferd werden. Rechts James Cook en enkele van zijn officieren. In het midden op de achtergrond liggen schedels. Uit de editie van 1815 van ‘Cook’s Voyages’. Tekening van John Webber, Oct.1777
Otoo [Tu], with Captain Cook, another officer [William Anderson], and Omai,


[1] ‘cocoa leaves’ in de tekst van James Cook. Letterlijk vertaald zouden dit cacaobladeren zijn. Omdat deze toen voor zover geweten is nog niet in Oceanië voorkwamen en verwarring over het woord cacao bekend is (Zie: Waarom zeggen wij cacao, maar de Engelsen cocoa? www.kijkmagazine.nl/mens/cacao-engelsen-cocoa/ ). Waarschijnlijk waren het bladeren van een kokosnootboom.

[2] February 5, 2016 by Peter T. Young, Possibly the Last Human Sacrifice. (In Hawaï)
Journal of Voyages and Travels by the Rev. Daniel Tyerman and George Bennet, Esq: Deputed from the London Missionary Society, to Visit Their Various Stations in the South Sea Islands, China, India, &c. Between the Years 1821 and 1829. Verschenen in 1832.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

De oorsprong van ideologie en religie
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (1) oudste voorbeelden
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (2) Europa, China en de Inca’s
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (3) Maya’s en Azteken
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (4) Jezus

Mensenoffers (6) verklaring en redenen
Mensenoffers (7) Tahiti
Mensenoffers (8) in Korea

Geplaatst in mensenoffers | Een reactie plaatsen

Zeevaart (4) Tupaia, een buitengewone Polynesische navigator

Eén van de merkwaardigste verhalen in de menselijke geschiedenis is de diaspora in Polynesië. De Polynesiërs vertrokken uit Melanesië waar ze zich vermengd hadden met zwarte mensen die er misschien al 60.000 jaar woonden. Ze hadden de toen technisch meest gevorderde boten van de wereld en ontwikkelden een daarbij horende kennis van het weer, zeestromingen en de stand van de sterren. Dat liet hen toe om over duizenden kilometer ver eilanden terug te vinden. Op de kaart van de driehoek van de Polynesische reizen ziet men hoe indrukwekkend de afstanden waren die ze aflegden.

Een oud schilderij van de Society Eilanden waar Tupaia geboren werd.

Tupaia (ca. 1725 – December 20, 1770) werd geboren in de haven van Ha’amanino op het eiland Ra’iatea, deel van de genootschapseilanden waarvan Tahiti het belangrijkste eiland is,en werd een vooraanstaand ariori-priester voor de Taputapuatea marae, een grote tempel op het eiland Ra’iatea, deel van dezelfde Society Eilanden.

Een replica van de HMS Endeavour

Tupaia werd opgeleid in de fare-‘ai-ra’a-‘upu, leerscholen, over de oorsprong van de kosmos, genealogieën, de kalender, spreekwoorden en geschiedenis. Hij leerde ook hoe hij een sterrennavigator kon zijn. Zijn gememoriseerde kennis omvatte eilandlijsten, met inbegrip van hun grootte, rif en havenlocaties, of ze bewoond waren, en zo ja, de naam van het opperhoofd en het eventuele voedsel dat daar werd geproduceerd. Belangrijker nog, zijn geheugen zou het dragen van elk eiland omvatten, de tijd om er te komen, en de opeenvolging van sterren en eilanden om te volgen om er te komen. Tot deze eilanden behoorden de Genootschapseilanden, de Australische eilanden, de Cookeilanden, plus Samoa, Tonga, Tokelau en Fiji. Door zijn
De grote kennis van Tupaia was zonder schrift gedurende eeuwen of langer opgebouwd en uitgewerkt. Het leert ons dat mensen in maatschappijen van eenvoudige boeren, zoals de Polynesiërs, in staat waren een indrukwekkend kennis door te geven, te behouden. Het westen was pas kort voor de reizen van James Cook, o.a. door Mercator (1512-1594) tot een hoog ontwikkelde cartografie gekomen. Een deel van die kennis was geschiedkundig en had gebeurtenissen bijgehouden van eeuwen geleden.

De kaart die Tupaia tekende van de Polynesisiche Eimanden

James Cook merkte hem op bij zijn eerste reis (1768-1771) en nam hem mee op de HMS Endeavour in zijn zoektocht naar Terra Australis Incognita (Australië). Tupaia kon voor Cook vertalen want de Polynesische talen zijn nauw verwant.

Een tekening van Tupaia van een Maori en Joseph Banks die iets ruilt voor een kreeft.

“Toen hem gevraagd werd om details over de regio tekende Tupaia een kaart waarop alle 130 eilanden die binnen een straal van 2.000 mijl (3.200 km) te zien waren en kon hij er 74 noemen.” Tupaia had gedetailleerde navigatiekennis die zich uitstrekte over de gehele Polynesische driehoek (met de waarschijnlijke uitzondering van Aotearoa, Nieuw-Zeeland). De kaart die hij in augustus 1769 voor James Cook tekende toont onderling verbonden reisroutes die zich uitstrekten van Rotuma ten westen van Samoa, via Samoa en Tonga, de zuidelijke Cook Eilanden en de Austral Eilanden, Mangareva en Pitcairn tot aan Rapa Nui (Paaseiland). Een tweede grote route leidt van Tahiti via de Tuamotu-groep naar de Markiezen Eilanden en verder naar Oahu in Hawai’i. Tupaia had een cartografisch systeem voor Cook en zijn mannen uitgevonden dat een noordelijk lager van elk eiland dat hij in het midden van zijn kaart tekende (gemarkeerd door het woord ‘avatea’, dit is ‘[de zon op] het middaguur’). Dit stelde hem in staat om zijn eigen kennis voor eiland-naar-eiland reizen te vertalen in de logica en termen van Cook’s kompas. Het Admiraliteitsmanuscript van James Cook’s dagboek geeft aan dat Tupaia Cook vertelde dat hij zelf (of zijn voorouders) naar de meeste eilanden reisde die op de kaart waren getekend, met uitzondering van alleen Rotuma (ten noorden van Fiji) en Oahu in Hawaï.

“Hij werd aan boord verwelkomd op aandringen van Sir Joseph Banks, de officiële botanicus van de Cook-expeditie, op basis van zijn duidelijke vaardigheid als navigator en kaartenmaker. Toen hem gevraagd werd om details over de regio tekende Tupaia een kaart waarop alle 130 eilanden binnen een straal van 2.000 mijl (3.200 km) te zien waren en kon hij er 74 noemen. Banks verwelkomde de belangstelling van de Raiateaan[1] om met Endeavour naar Engeland te reizen, waar hij als een antropologische nieuwsgierigheid kon worden gepresenteerd. De Australische academicus Vanessa Smith heeft gespeculeerd dat Banks ook een gesprek, amusement en mogelijk een echte vriendschap van Tupaia’s gezelschap tijdens de reis voor ogen had. Omdat Cook in eerste instantie weigerde Tupaia toe te laten tot de expeditie om financiële redenen, stemde Banks ermee in om verantwoordelijk te zijn voor het welzijn en het onderhoud van de Raiatean terwijl hij aan boord was.”

In 2018 werd de kennis van Tupaia het onderwerp van een wetenschappelijk debat. Twee onderzoekers van de Universiteit van Potsdam, Lars Eckstein en Anja Schwarz, gaven een verklaring voor de kaart van Tupaia. Hij was (door mee te zeilen met Cook) bekend met de Europese cartografische methode maar toch vond hij een verfijnd nieuw representatiemodel on-the-fly uit. Niet een beeld van waar bepaalde eilanden lagen, maar een notatie van wat er nodig is om ze te bereiken. De onderzoekers noemden de kaart ‘een opmerkelijk staaltje van vertaling’ en stelden dat de sleutel tot interpretatie in het Tahitiaanse woord ‘avatea’, of ‘middag’, lag, dat Tupaia in het midden van de kaart plaatste. De middag werd waarschijnlijk gekozen, suggereerden ze, vanwege het belang ervan in de navigatieroutines die hij aan boord van de Endeavour had gezien.

Volgens Eckstein en Schwarz zijn alle routes op Tupaia’s kaart gericht op de avatea. Om de kaart te gebruiken, volgt de kijker twee denkbeeldige lijnen, één naar dit positionele noorden en de andere naar het doeleiland. De hoek, gemeten met de wijzers van de klok mee van het eerste naar het tweede, is de peiling die Tupaia gebruikte om de eilanden te plaatsen, “(…) ofwel uitstralend vanaf een eiland van vertrek, ofwel, vaker, achter elkaar gezet op een reisweg”. Het is dus belangrijk om te weten welke van de afgebeelde eilanden zich op een gekozen pad bevinden en welke niet. Met behulp van de kaart op deze manier, vonden de onderzoekers het “verbazingwekkend nauwkeurig” wanneer ze de Mercatorprojectie testen.

Tupaia’s scheepsmaten waren natuurlijk zonder dergelijke inzichten, en zouden het zeer waarschijnlijk eens zijn geweest met de Duitse naturalist Georg Forster, die op Cook’s tweede expeditie aan boord van HMS Resolution voer. Forster vond het waarschijnlijk dat “(…) de ijdelheid om er intelligenter uit te zien dan hij in werkelijkheid was, [Tupaia] ertoe had aangezet om deze fantasierijke kaart van de Zuidzee te produceren, en misschien om veel van de namen van eilanden erin te verzinnen”.

Tupaia liet een blijvende indruk na bij de Māori van Nieuw-Zeeland. Volgens de chirurg van de Endeavour, William Monkhouse, werd tijdens de ontmoeting in Tūranganui-a-Kiwa, “Topia’s [sic] naam nu onophoudelijk geëchood”. Herinneringen aan hem worden tot vandaag gekoesterd.

Hij stierf in 1770 door een ziekte opgelopen aan boord van het schip in Batavia, het later Djakarta.

Bron: Tupaia, Tupaia (navigator) – Wikipedia

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] De man afkomstig van Ra’iatea.

Andere blogs over zeevaart.
Zeevaart (1) naar Socotra 1,4 miljoen jaar geleden

Zeevaart (2) in de Middellandse Zee, 130.000 en 11.000 VOT


Zeevaart (3) Oost-Azië, 47.000 BP

Geplaatst in zeevaart | Tags: | Een reactie plaatsen

Sociale klassen in Hawaï

Op de eilanden van Hawaï was de bevolking ingedeeld in verschillende sociale klassen. De adel had veel voorrechten, de onderste klasse, de onaanraakbaren, hadden neuwelijks rechten.
Artist’s impression van een oorlog van koning Kamehameha die in 1794 bijna alle eilanden van HWaï onder zijn gezag verenigde.

Er waren drie sociale klassen (voor de definitie zie achteraan deze blog) in Hawaï. De ali’i of adel, de maka ‘ainana of boeren, ambachtslui en vissers of gewone mensen en de kau ‘wa, een groep die voor de gewone mensen werkte en zo goed als geen rechten had. “Het oude Hawaï was een sterk gelaagde samenleving, van de hoge klasse van de ali’i tot de gewone man of maka’ainana. Het concept van familie was een essentieel kenmerk van het Hawaïaanse leven. De grote chef (ali’i nui) werd vaak voorgesteld als een vader die voor zijn volk zorgde en deze relatie was een uitbreiding van de sociale gewoontes die gebaseerd waren op volksgebruiken. Een tussenklasse tussen de ali’i en het gewone volk was die van de konohiki. De priesters of kahuna’s werden niet apart gezet, ze werden niet op een apart statusniveau geplaatst. De status van een priester werd bepaald door zijn geërfde rang, die kon variëren van laag tot hoog. Eén groep was volledig gescheiden, de kauwa of onaanraakbaren. Zij waren geboren verschoppelingen en werden sterk veracht. Ze waren zo besmettelijk dat het ongepast was om met hen te eten, bij hen in de buurt te slapen; zelfs hun schaduw kon niet op een gewone man vallen (onzuivere inferieure mensen werden verondersteld hun zuivere superieuren in Hawaï te vervuilen). De straf voor zo’n inbreuk was de dood.

De koning en de adel

Aan de top van de sociale piramide stond de mo`i of koning. De koninklijke dynastieën hadden elke generatie gewelddadige conflicten binnen de familie. Diegene die er in slaagde om al de anderen uit te schakelen werd de nieuwe heerser. De koning offerde ook diegenen, ook zijn broers, die zijn taboes of die maatschappelijk taboes hadden gebroken.
De hoogste rangen van de adel waren onderworpen aan veel kapus, taboes.

Er was een hoge, endogame, binnen eigen kring huwende, adel en een kleine adel. De hoge adel kon land afnemen van gewone mensen indien ze hun tribuut niet leverden of hun karweien niet uitvoerden.
De adel behield haar positie dankzij de koning maar de specifieke plaats van de edelen in de hiërarchie werd bepaald door de gecombineerde genealogie van hun ouders.

Als een hoge chef geen vrouw van vergelijkbare rang kon vinden om te trouwen, kon hij trouwen met zijn zuster of de dochter van zijn broer. Hun kind zou een hoge rang hebben en de status van het gezin behouden. Na de geboorte zouden de man en de vrouw andere partners kunnen nemen met minder aandacht voor de genealogische status.

Ali`i  van mindere rang waren de kinderen van mannen die met een gewone vrouw een kind hadden. Nog minder waren degenen die ali`i  werden genoemd vanwege een speciale vaardigheid of kracht. Zij waren alleen in naam adellijk en hun positie kon niet worden doorgegeven aan hun kinderen Leiders werden gemummificeerd na hun dood.[1]

Erfelijkheid van adellijke graad

Enkel het eerstgeboren kind van een adellijk koppel erfde de graad van de ouders intact. De daaropvolgende kinderen hadden minder heiligheid. Hoe hoger de rang van de ouders, hoe hoger die van het kind. De afstamming van de moeder was echter het belangrijkst: de rang van een kind zou niet afnemen als de status van de vader lager was dan die van de moeder. In het tegenovergestelde geval zou de rang van het kind worden verlaagd. Men was ervan overtuigd dat enkel de oudsten afstamden van de goden m.a.w. de voorouders. Daarom waren, voor een zeer kleine minderheid, huwelijken tussen broer en zuster gewenst. Dit accentueerde hun speciale, heilige, status. De mannelijke ali’i moesten daarom hun eerste vrouw kiezen uit de hoge adel. Deden ze dat niet dan zou de rang van hun kind lager zijn dan die van de vader. Als leiders genoten mannen en vrouwen dezelfde voorrechten. = overblijfsel van matrilineaire afstamming. [2]

Graden binnen de adel

Er was een verdere indeling van de adel in drie graden. “Binnen de adel waren er drie erkende graden van heiligheid, en elk eiste een speciale vorm van gehoorzaamheid. Het meest heilig waren de edelen die de kapu moe droegen, het ‘prostaattaboe’, soms ook wel ‘brandend taboe’ genoemd vanwege de intensiteit ervan. De edelen van mindere rang moesten het bovenste deel van hun lichaam ontbloten en de gewone mensen kregen het bevel om plat op de grond te vallen, met het gezicht op de grond. De volgende in rang waren de edelen die de kapu noho, het ‘zittende taboe’ bezaten. Uit eerbied voor de dragers van deze mate van heiligheid moesten de gewone mensen zich tot aan hun middel uitkleden en op de grond blijven zitten met de ogen naar beneden gericht, zolang deze edelen in het zicht waren. Onder deze aristocraten van buitengewone heilige rang bevonden zich de mindere edelen die geen speciaal taboe van respect droegen, maar voor wie het gewone volk grote eerbied had.”[3]

De Europese adel was ook in vele rangen onderverdeeld. Er waren ridders, baronnen, markiezen, graven, hertogen, prinsen enz. maar iets als ‘kapu’ ontbrak. De sociale orde was in haar geheel wel door god gewild mar edelen waren niet automatisch heilig. Zij konden bv. geëxcommuniceerd worden. Wat de paus af en toe ook deed.

Gewone mensen, boeren, ambachtslui en vissers, maka`ainana

Gewone mensen, dit waren boeren, ambachtslui en vissers, werden jaarlijks belast door de koning en de plaatselijke adel. Ze betaalden met voeding, kleren en andere goederen. Ze mochten slechts een derde van wat ze produceerden voor zichzelf houden. Ze hadden het recht te verhuizen of te rebelleren als de plaatselijke edele te hard was of onrechtvaardig.  
Gewone mensen leverden ook de soldaten die nodig waren voor oorlogvoering.

Gewone mensen moesten buigen in de aanwezigheid van ali`i. De schaduw van een gewone mens mocht niet vallen op een lid van de adel of zijn huis. Enkel de adellijke mocht zijn eigen huis binnen gaan langs de deur. Wie sociaal lager stond dan een ali`i moest knielen in de aanwezigheid van e adellijke als die aan het eten was.    

Gewone mensen, maka ‘ainana, waren de ‘bewaarders van het land’, dat ze bewaarden door het te bewerken. Veel gewone mensen hadden ambachtelijke vaardigheden zoals de productie van stenen bijlen, het weven van fijne matten, het bouwen van kano’s of het maken van kapa (schorsdoek). Kleren werden gemaakt met geweven vezels van boomschors. De geweven stof werd geverfd.[4]

Kauwa of onaanraakbaren

De laagste groep waren de kauwa of onaanraakbaren. Zij werden uitgesloten en sterk geminacht. Zo was het ongepast om met hen te eten of in hun nabijheid te slapen. Hun schaduw mocht zelfs niet vallen op een gewone mens. De straf voor een dergelijke inbreuk was de dood.

Priesters                                                                          

De Kahuna of priesters waren niet enkel van adel maar bv. ook hooggeschoolde ambachtslui als botenbouwers. Anderen waren gespecialiseerd in genezingen. Zij waren geen aparte sociale klasse omdat ze zowel lid van adel of gewone mensen konden zijn.[5]

Het bovennatuurlijke was een weerspiegeling van de werkelijkheid

In de opvatting van de Hawaiianen waren het universum, de natuur, de goden/voorouders[6] en mensen met elkaar verwant. De grote goden hadden de eilanden geschapen waar de kleinere goden waren ontstaan en zij waren de voorouders van de mensen. De aristocraten kregen van de goden de controle van land en zee. Ze gaven die door aan de gewone mensen om het land te bewerken. De paria’s werkten voor de gewone mensen. De gewone mensen moesten tribuut betalen aan de adel en de adel diende de goden met rituelen en soms met mensenoffers. De goden uitten hun tevredenheid door de mensen te geven wat ze gevraagd hadden of niet.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] Social and political structure, Hawaii History – Social and Political Structure
HawaiiHistory.org – Hawaii History – Home
Hetzelfde bestaat in België maar niet in Nederland. De koning, in feite de regering, kan iemand voordragen voor bv. de titel van baron maar met de beperking dat deze titel niet erfelijk is.

[2] William H. Davenport, Hawaiian Feudalism, Penn Museum,  Volume 6, Issue 2, 1964.

[3] William H. Davenport, Hawaiian F.eudalism, Penn Museum,  Volume 6, Issue 2, 1964.

[4] Social and political structure, hawaiihistory.org  Social and political structure – Hawaii History – Social and Political Structure

[5] Social and political structure, Hawaii History – Social and Political Structure. hawaiihistory.org

[6] In Boek 2 ontwikkelde ik de stelling dat goden (geëvolueerde) voorouders zijn.

Deel 1
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 2
Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 3
Seks in Hawaï (3) Koninklijke incest | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Sociale klassen in Hawaï
Sociale klassen in Hawaï | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deze blog is onderdeel van de voorbereiding voor het vierde boek in de reeks ‘geschiedenis van de mens’. Moet verschijnen in 2021.
Marc Vermeersch, Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding naar Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië en Polynesië. Boek 4.

Definitie. wat zijn sociale klassen?
Het bestaan van sociale klassen houdt in dat een klasse controle en/of eigendom van productiemiddelen (b.v. grond, werktuigen, machines, kapitaal heeft).
Deze eigendom en/of controle wordt gebruikt om zich de arbeid van slaven, boeren, arbeiders of vissers toe te eigenen. De klassen die de klassen die de productiemiddelen controleren en/of bezitten hebben in een maatschappij bijna altijd de politieke en militaire maar ook de ideologische mach
t.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen