Een korte geschiedenis van geweld (13) de Azteken

daniel-vangroenweghe

Daniel Van Groenweghe, auteur van ‘Kannibalisme en mensenoffers’

Eén van de belangrijkste geschiedenisboeken die in ons taalgebied de afgelopen jaren verscheen is van Daniel Vangroenweghe. ‘Kannibalisme en mensenoffers’ (2012). Hij geeft een overzicht algemeen overzicht van kannibalisme en mensenoffers en behandelt uitgebreid de Brazilië, Azteken en ruimer Midden-Amerika en de DR Kongo.In deze blog bespreken we enkel de mensenoffers van de Azteken. In een volgende blog komt Kongo aan bod.

 

vangroenweghe-daniel-mensenoffers-en-kannibalisme

Kannibalisme en mensenoffers, 2012

De Azteken

 

 

In de laatste blogs werd het geweld besproken in maatschappijen van Amazonia. Die waren zeer gewelddadig. In Midden-Amerika bestonden gedurende zeer lange tijd ook zeer gewelddadige maatschappijen. Ze waren georganiseerd in staten zoals bij de Maya, de Tolteken, de Azteken enz. of het waren kleinere entiteiten die in het Engels als chiefdom en in het Frans als chefferie worden omschreven. Het geweld was in deze maatschappijen relatief gezien even groot maar omdat het karakter van de maatschappijen anders was werd geweld georganiseerd uitgevoerd. Door reguliere legers en mensenoffers in grote ceremonies. Geweld werd vaak ideologisch verantwoord in de religie. Goden moesten gepaaid worden met mensenbloed of de wereld zou vergaan.

De groepen die leefden in wat vandaag Mexico en Midden-Amerika is, hadden een lange geschiedenis van mensenoffers en/of executeren van krijgsgevangenen. De oudste aanwijzingen vond men in een grot van Coxcatlan, in de Tehuacan-vallei, Mexico, tussen 6000 en 4800 VOT (voor onze tijd).

De Azteken geloofden dat één van hun goden, Huitzilopochtli, regelmatig moest gevoed worden met de verse menselijke harten. “Hoogstwaarschijnlijk waren de Mexica het enige imperium dat zo laattijdig in de geschiedenis, namelijk in de 15e en 16e eeuw na Christus, nog zoveel mensenoffers bracht en die antropofageerde. De Mexica geloofden dat het voortbestaan van de wereld afhing van het voeden van de Zon door bloed en offers. De betere klassen voedden zich met de slachtoffers. Westerlingen waren bij de verovering van Mexico verbaasd over de grote schaal waarop mensenoffers gepaard gingen met kannibalisme. Bij de Azteken vonden die meestal plaats op platforms van piramiden tijdens grote totaalspektakels begeleid door zang en dans. Ze werden bijgewoond door vele honderden of duizenden toeschouwers uit alle lagen van de bevolking. Het lillende hart van de geofferden werd er levend uit de borstkas gesneden en aan de zon geofferd. Met het bloed van de slachtoffers werden godenbeelden en tempelmuren ingesmeerd en hun ledematen werden door de betere sociale klassen opgegeten.” (Vangroeneweghe, p. 127-128)

aztec-human-sacrifice-codex-photo-researchers

Krijgsgevangenen maar ook Azteken werden op de top van een piramide vermoord. Met een mes werd hun lillend hart uit hun borst gesneden.

De auteur ziet een verband tussen mislukte oogsten en de toename van het aantal mensenoffers. “Vanaf het midden van de 15e eeuw kwamen de mensenoffers in een stroomversnelling. Dit viel niet toevallig samen met een grote hongersnood in de jaren 1450 – 1454 onder Motecuzoma I. In 1450 was er een overvloedige regenval met vele overstromingen in de hoofdstad tot gevolg. Die werd gevolgd door vorst en sneeuw. Velen stierven van honger en longziekten. In 1454 was er een grote droogte. De bevolking nam wellicht met 50-80% af. Ook vijandige buren en bondgenoten van de Mexica kwamen om.” En “Tal van kinderen werden ook geofferd om de hongersnood te bedwingen.” En de toenmalige machthebbers schreven het gebrek aan regen en de te vroege vorst toe aan een tekort aan mensenoffers na een lange periode van vrede.” (Vangroeneweghe, p. 128-129)

 

“de bevoorrading in krijgsgevangenen vereiste een periodieke oorlog die enkel na het Landbouwseizoen gevoerd kon worden. De gewone soldaten waren immers ook landbouwers. Eigen stadsgenoten van Mexico-Tenochtitlan, de hoofdstad van de Mexica, kwamen meestal niet in aanmerking voor die offers. Hoewel de meeste krijgsgevangenen geofferd werden, vermeldt een kroniek dat nadat Tenochtitlan de stad Xalathaulco veroverd en uitgemoord had, die in 1474 hebben bevolkt werd door soldaten die op veldtochten gevangen gemaakt waren.” (Vangroeneweghe, p. 130)

“Oorlog en onderwerping van andere volkeren werd gerechtvaardigd door politieke expansiezucht, de zucht naar economische goederen waaronder luxegoederen, voedselbevoorrading en de niet te stillen honger naar bloed van de goden om het universum in stand te houden. Krijgsgevangenen werden naar de hoofdstad gebracht en in bewaring gegeven aan wijkoversten om ze te offeren als een bepaald feest was aangebroken. Hoewel krijgsgevangenen slechts bij enkele van de maandelijkse feesten (er waren 18 maanden in een jaar) geofferd werden, gebeurde dit dan op zeer grote schaal. Naast krijgsgevangenen werden ook slaven geofferd.”  “Vele veroverde steden moest regelmatig slaven leveren – tribuutslaven – waarvan er geofferd werden. Ten slotte werden ook vrouwen en kinderen geofferd, wellicht een derde van alle geofferden. Dit wordt nogal eens ondergesneeuwd bij veel auteurs. Dit gebeurde op 6 van de 18 maanden van de Azteekse kalender. Afhankelijk van de tijd, de heersende ideeën of filosofie gaf en geeft het Westen verschillende interpretaties aan die mensenoffers, maar hoe het ook zij, het karakter van terreur van al deze praktijken blijft evident. Sommige interpretaties van de 20e eeuw en zelfs uit 2008 moeten afgezwakt worden. Zoals het geloof dat de slachtoffers stonden te popelen en blij waren zich te laten offeren voor de zon. Omdat er geen gebrek was aan mensen wier devotie erin bestond zich vrijwillig te laten offeren, zoals bepaalde priesters, muzikanten en prostituees. Al bij al zullen dat grote uitzonderingen geweest zijn.”

De zonen en dochters van de leidende klassen werden zelden geofferd. “Waarom boden zonen of dochters uit de hoogste klassen van Mexico zichzelf nooit aan om geofferd te worden? Er was immers een rangorde en waarde van de slachtoffers die grotendeels van buiten Mexico-Tenochtitlan kwamen. Waarom werden praktisch nooit eigen kinderen of zonen van de Mexica leiders of van notabelen geofferd? Wellicht om geen politieke spanningen en sociale instabiliteit te veroorzaken in eigen rangen.”

Een van de vormen van mensenoffer was het offer door het vuur. “Dit was een zeer oude gewoonte. Toen Quetzalcoatl uit Tula was verbannen, klom hij op een brandstapel vanwaar zijn ziel ten hemel voer. Daarop verscheen hij in de vorm van de ochtendster Venus. Bij de geboorte van de Vijfde Zon in Teotihuacan stortte Nanahuatzin zich op een brandstapel op de top van de grootste piramide en veranderde in de Zon. (…) Bij de Azteken werd het slachtoffer min of meer verdoofd door een chocolade drank met narcotica gemengd, door pulque (het gefermenteerde sap van de agave) of door een poeder yauhtli in hun gezicht te smeren om het lijden of de gevoeligheid te verzachten en ook om minder weerstand te bieden. Het werd levend in het vuur gegooid en er nog levend met haken weer uitgehaald om op een offer steenritueel zijn hart eruit te snijden.”

Kinderen werden ook geofferd

“Sommige informanten van Sahagun vermelden dat gedurende de vier maanden die vooraf gingen aan het regenseizoen kinderen werden geofferd. Ze beweren ook dat Tlaloc, de god van de regen, tranen van kinderen nodig had als onderdeel van de offerceremonie. Priesters deden de kinderen huilen op hun weg naar de offerplaats. Dat gebeurde door een vingernagels uit te trekken. Dit is een presacrificieel voorbeeld van rituele marteling. Wanneer ze kinderen brachten om hen te offeren en die weenden en stortten veel tranen, waren de dragers verheugd, want dat was een teken van vele regens in het komende jaar. Dit was een gunstig voorteken dat Tlaloc de regen zou sturen in het regenseizoen. In de 19e eeuw werden sporen van deze kinderoffers en een begraafplaats ontdekt op twee vulkanen gelegen op 3000 en 4000 m hoogte. Ze bevatten kinderskeletten vergezeld van polychroom vaatwerk versierd met het beeld van Tlaloc, en van veel speelgoed, soms met wieltjes. Er is ook een offerplaats gevonden in de laag van de tempel van Tlaloc op het Grote Tempel-plein. Die dateert van de jaren 1450 (de periode van de Grote Hongersnood) en bevat 42 skeletten van kinderen met overgesneden keel, (…). De 42 geofferde kinderen waren voornamelijk jongetjes en uit het onderzoek bleek dat ze leden aan anemie, parasieten en gastro-intestinale ziekten. Betekende de keuze van ziekelijke kinderen een vorm van genetische selectie?”

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Bron. Daniel Vangroenweghe, Kannibalisme en mensenoffers, 2012, 431 blz. Met uitgebreide noten en dubbele index van geografische plaatsen en van personen, volkeren en begrippen en een bibliografie.

Op de blog vindt u een reeks over mensenoffers waaronder:
mensenoffers in vroege landbouwstaten (1) Sumer, India, China
en het belangrijkste:
De verklaring van offers en mensenoffers (6)

Over geweld:
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars
Deel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen
Deel 10: de Achuar
Deel 11: de Shuar. Vergeldingsrecht.
Deel 12: de Yanoama of Helena Valero (11 j.) ontvoerd

Deel 20: Een biologische basis voor geweld bij de mens

Geplaatst in Azteken, geweld, godsdienst, mensenoffers, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Australië, 49.000 jaar geleden, Warratyi rock shelter

warratyi-rock-shelter-foto-met-pijlen

De Warratyi grot in de (vandaag) Australische woestijn

Een man stapte uit zijn wagen in de Australische woestijn om te plassen en merkte iets speciaal op. Hij was de ontdekker van de recent gevonden grot in Warratyi, northern Flinders Ranges, Australië, ongeveer 550 km ten noorden van de stad Adelaide. Dateringen gaven aan dat de grot bewoond was tussen 46.000 en 49.000 jaar geleden. Het was er toen waarschijnlijk vochtiger dan vandaag.

 

De 4300 artefacten die er gevonden werden, waren gemaakt van botten en stenen. Er werd ook rode oker aangetroffen.

warrantyi-rock-shelter-49000-bp

Ligging van de Warratyi grot. Volle lijn: grens van de woestijn. Grijze gebieden: land tijdens ijstijden toen Tasmanië en Nieuw-Guinea met het continent verbonden waren.  

Er werden benen artefacten (tussen 38.000 en 40.000 jaar oud) gevonden waarvan men denkt dat ze gebruikt werden als naald (zonder oog).

Er werden gehefte stenen werktuigen (b.v. een snijdende steen gevat in een houten handvat) aangetroffen van ca. 38.000 en van ca. 24.000 jaar oud.

genyornis-newtoni-vogel-australie

In de grot werden resten van de Genyornis newtoni aangetroffen, een grote niet-vliegden vogel. 

De grot was gedurende bijna 40.000 jaar permanent bewoond en zou pas ongveer 10.000 jaar geleden verlaten zijn.

diprotodon-australie-buideldier

Andere resten waren van een Diprotodon, een buideldier zo groot als een neushoorn.

Er werden in de grot resten gevonden van een diprotodon, het grootste buideldier ooit, even groot als een neushoorn. Resten van een grote, niet-vliegende, vogel, de Genyornis newtoni, werden er ook aangetroffen.

 

De vondst van deze grot in het binnenland van Australië bevestigt de hypothese dat de mens Afrika verliet tussen  80.000 en 65.000 jaar geleden en misschien al meer dan 60.000 jaar geleden in Australië was aangekomen. (Zie daarvoor de uitgebreide bespreking in: Marc Vermeersch, Deel I, Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, 2014.)

Bron: Giles Hamm et al., Cultural innovation and megafauna interaction in the early settlement of arid Australia, Nature, 2016. (Received 26 May 2016, Published online  02 November 2016).
Marc Vermeersch, Deel I, Boek 2, de maatschappij van jagers en verzamelaars, 2014.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Geplaatst in Aboriginals Australië, Uncategorized, Warraatiya grot | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (12) de Yanoama of Helena Valero (11 j.) ontvoerd

In deze aflevering van de korte geschiedenis van het geweld komt geweld, moord, tegen weerloze vrouwen en kinderen, maar ook mannen, brutaal voor. We zullen het later in een aantal blogs nog uitgebreid hebben over geweld tegen vrouwen, waarschijnlijk de belangrijkste basis van de onderdrukking van de vrouw.

yanoama-helena-valero

Kaft van het boek van Helena Valero, opgetekend door Ettore Biocca

Het boek waarvan een deel in deze blog besproken wordt[1], Yanoama, Récit d’une femme brésilienne enlevée par les Indiens, is een van de beste getuigenissen over het leven van Zuid-Amerikaanse indianen in het tropische regenwoud van Amazonië. Ze leefden eeuwen na de aankomst van Europeanen in Amerika afgezonderd van de westerse wereld. Dat er in hun gebied geen goud of andere rijkdommen te rapen viel beschermde hen tegen vreemde invloeden. Het bijna ondoordringbare regenwoud waar ze in leefden was een andere beschermende factor. We kunnen dank zij dit (en andere) boek(en) m.a.w. kijken naar een maatschappij van mensen die aan het begin van de landbouw stonden, nog geen gedomesticeerde dieren hadden, behalve de hond, en nog veel voedsel verkregen door het te verzamelen.

yanoama-yamomami-kaart

De Yanoama (of Yanomami, Yanomamö of Yanomama enz.) leven in het grensgebied van Zuid-Venezuela en Noordwest-Brazilië. Ze leefden tot recent geïsoleerd van de westerse wereld.

De wereldvermaarde archeoloog Napoleon Chagnon zei over dit boek: “Zeggen dat dit werk het beste boek is over deze vraag zou belachelijk zijn, er is geen vergelijkbaar werk, en zeer waarschijnlijk zal geen enkel het kunnen vervangen.” Het is de getuigenis van Helena Valero die als 11-jarig meisje in het noorden van Brazilië ontvoerd werd door een groep indianen, deel van de Yanoama (of Yanomami, Yąnomamö, Yanomama enz.). Ze zou twintig jaar bij hen leven.

Helena Valero en haar familie leefden aan de Rio Negro. Ze was 11, 12 jaar in 1937. Toen de familie op zekere dag op de rivier vaarde werd ze aangevallen door indianen. Helena werd door een pijl gewond aan haar buik en haar dij waar de pijl bleef steken. Haar vader werd door acht pijlen getroffen maar geen enkele was fataal. De familie sprong in het water, bereikte land, maar Helena kon niet aansluiten. Ze werd gevangen genomen.

Ze werd wakker in een dorp van de indianen waar ze werd verzorgd door een oude vrouw. Een maand later vertrok de groep van haar tijdelijke verblijfplaats naar hun vaste woonplaats, een vrij groot dorp. Helena kon nog niet lopen en werd op de rug gedragen door vrouwen. De mars door het regenwoud duurde 11 dagen. De mannen doodden onderweg vogels, everzwijnen en soms apen. De vrouwen verzamelden voedsel. Elke avond maakten ze windschermen waaronder ze sliepen. Om zich te oriënteren klommen ze naar de top van hoge bomen vanwaar ze de heuvels konden zien waar hun dorp zich bevond.

jivaro-vrouw

Het lichaam beschilderen was bij alle Zuid-Amerikaanse indianen een bijna dagelijkse praktijk. Zowel bij mannen als bij vrouwen.

 

De expeditie van de indianen was gebeurd door een coalitie van drie groepen. Het grote dorp was van de Kohorochiwétari, één van de drie groepen. De twee anderen groepen wilden vandaar verder trekken naar hun eigen dorp. Eén groep, de Karawétari, eiste Helena op maar kreeg haar niet mee. Ze aanvaardden dat niet en werden zo vijanden van de Kohorochiwétari. Meer was niet nodig om een coalitie, die succesvol had samengewerkt, uit elkaar te doen vallen.

Een tijd later bezochten andere indianen het dorp. Ze brachten vier honden mee als geschenk. Ze hadden ook een blank jongetje van ongeveer 10 jaar mee dat ze gevangen hadden genomen. Na een paar dagen vertrokken de bezoekers en namen het jongetje met zich mee.

Geweld

De Kohorochiwétari, waar Helena bij woonde, werden verwittigd dat de Karawétari hen zouden aanvallen en iedereen zouden doden. De Kohorochiwétarimannen begonnen daarop met de bouw van een omheining die 2 m hoog was. Men trok dag en nacht de wacht op en patrouilleerde in de omgeving. Na meerdere dagen werden Karawétari gezien in de omgeving. Ze riepen naar de Kohorochiwétari dat ze pas naar hun dorp zouden terugkeren als ze alle vrouwen van de Karawétari hadden afgenomen.

Ze vielen ook aan. Bijna alle Kohorochiwétari vluchtten in het regenwoud en lieten hun dorp en hun vrouwen en kinderen achter. Ze gingen de confrontatie met de vijand niet aan. Vrouwen en kinderen moesten quasi alleen door het regenwoud vluchten. De Karawétari haalden hen in. “Het kind dat in de boom zat riep naar een man die naderde ‘Vader schiet geen pijl naar mij!’, ‘Ik ben je vader niet.’ riep de man ‘Als ik je vader was zou je tevreden naar mij gelopen zijn.’ Hij doorboorde het kind met een pijl die door de dij ging. Het kind viel, stond op en vluchtte, rennend met de pijl in zijn dij.”

De vrouwen van deze groep werden allemaal door de Karawétari meegenomen. “Een vrouw had een klein meisje in haar armen. De mannen namen het kleintje en vroegen ‘is het een jongen of een meisje?’ Ze wilden het doden. De moeder huilde. ’Het is een klein meisje, je mag het niet doden’ Eén van hen zei dan: ’ Laat het, het is een meisje. Wij doden geen meisjes. Laten we het meenemen om van haar later kinderen te krijgen. We zullen de jongens doden.’ Een andere vrouw hield in haar armen een kleintje van nauwelijks enkele maanden oud. Ze rukten het uit haar armen. ‘Dood het niet‘ schreeuwde één van haar gezellinnen, ’Het is uw zoon. De moeder was bij u en ze is gevlucht toen ze al dit kind in haar buik had. Het is een kind van daar!’ ‘Neen’, antwoordden de mannen ‘het is een zoon van de Kohorochiwétari. Het is te lang geleden dat ze bij ons gevlucht is.’ Ze namen de kleine bij zijn kleine voetjes en ze sloegen hem tegen de rots. De schedel was open geslagen en de witte hersenen vielen op de steen. Ze raapten het kleine lichaampje op dat helemaal purper was geworden en ze wierpen het ver weg. Ik huilde van angst.”

“Terwijl we naar beneden daalden zagen we een vrouw die zich verborgen had tussen de stenen, die niet meer kon vluchten. Ze had drie kinderen, één op haar rug, één zat op zijn knieën en het grootste naast haar. (…) Een man naderde haar en zei ‘wat doe je daar?’ Hij gaf de vrouw een stamp met zijn voet en gooide haar kinderen in de ravijn. Ze rolden tussen de stenen tot beneden. Toen we er aankwamen vonden we ze allen gewond maar nog levend. Het bloed kwam uit veel wonden en de kleintjes kwamen er zelfs niet meer toe om te schreien.” De Karawétari hadden de schoonzuster van Matawé, een Kohorochiwétari die al lang bij hen leefde, zwaar verwond. Hij was met een Karawétarivrouw gehuwd waarmee hij al grote kinderen had en leefde in hun dorp.

“Gedurende een tijd kwamen van alle kanten vrouwen en kinderen aan die andere Karawétari gevangen genomen hadden. Ze verenigden ons allemaal. De mannen begonnen dan de kinderen te doden. Er waren er bij die klein waren, er waren er bij die beetje groter waren. Ze doodden er veel. De kinderen probeerden te vluchten maar ze haalden hen in, wierpen hen op de grond en doorboorden hen met hun bogen die door de lichamen gingen tot in de grond. Ze vingen hen, grepen hen bij de voeten en wierpen hen tegen bomen en op stenen. De ogen van de kinderen beefden. Ze namen dan de dode lichamen en wierpen die tussen de rotsen en zegden ’Blijft daar, dat uw vaders u mogen vinden om u op te eten.’ Ze doodden er veel. Ik huilde van schrik en pijn maar ik kon niets doen. Ze rukten de zonen weg bij hun moeders, om ze te doden, terwijl anderen de moeders stevig vasthielden bij de armen en de polsen. (…) Alle vrouwen schreiden.”

De Karawétarimannen riepen naar de Kohorochiwétarimannen dat het lafaards waren en verweten hen te vluchten en hun vrouwen en kinderen achter te laten.

“Weinig later kwam Matawé aan die zag dat zijn schoonzuster en haar zonen vermoord waren. Hij vroeg ‘Wie heeft dat de vrouw van mijn broer en mijn neven aangedaan? Men moet geen kinderen doden.’ Hij schreeuwde, (…) ‘Als ik boven was geweest als u ze in de afgrond wierp zou ik u met pijlen doorboord hebben!’ (…) Het waren kinderen van 1, 2, 3 jaar oud (…) Hij zei ‘Waarom hebt u die kinderen gedood? Kinderen weten niet wat de groten doen. Wij zijn hier om tegen de groten te vechten’ Hij schreeuwde en hij schreide ook. De Karawétari keken naar hem en wilden hem met pijlen doorboren.”

“De chef van de Karawétari zei tegen de zijnen. ‘Laat hem spreken! Dat niemand pijlen op hem richt, dat allen hun pijlen in de hand houden.’ De man vervolgde ‘Kinderen kunnen geen pijl nemen, nog een boog spannen. Waarom hebben jullie ze gedood? Nee, jullie moesten ze niet doden, jullie moesten proberen hun vaders te doden. Ik, als ik oorlog voer en ik beveel, zeg ik tegen de mijnen ‘Richt je pijlen niet tegen kinderen, tegen ouderen, tegen vrouwen.’”

De Karawétari lieten de man bij zijn gekwetste vrouw en hun drie gekwetste kinderen. (tot p.28) Ze hadden Helena en ongeveer 50 vrouwen en kinderen, geroofd die ze meenamen naar hun dorp. Daar aangekomen werden de gevangen genomen vrouwen onder de mannen verdeeld. Dat leidde tot andere tragedies. Sommige mannen die een nieuwe Kohorochiwétarivrouw hadden genomen wilden hun Karawétarivrouw niet meer. Ze werd verstoten. Ze vroegen welke andere man hun ex-vrouw wilde. Zo werden sommige Karawétarivrouwen onderling geruild. De Kohorochiwétarivrouwen werden door woedende Karawétarivrouwen met beledigingen, en soms met slagen, tot bloeden toe, ontvangen. (p. 32-33) Veel vrouwen zouden de volgende periode ontsnappen of te proberen ontsnappen en terugkeren naar hun dorp en hun man.

In deze blog wordt maar een deel van het geweld dat in het boek van Helena Valero beschreven werd, besproken. Meer dan 400 bladzijden beschrijft zij de onophoudelijke moordpartijen van Yanoama tegen Yanoama. Dat geweld had niets te zien met vijandschap tegen andere stammen of tegen andere culturen.

De aanleiding voor geweld was vaak buitengewoon futiel: een ongegronde veronderstelling dat een andere groep kwaad wilde aanrichten.

Onmiskenbaar is dat het roven van vrouw een hoofdreden was voor het voeren van oorlog. Dit is waar voor meerdere groepen in Zuid-Amerika die hier al besproken werden: de Tupi, de Shuar en de Achuar. Dergelijk geweld bestond wereldwijd maar niet overal en niet overal in dezelfde mate.

De Yanoama spaarden niet zelden vrouwen en kinderen niet. Nochtans kwamen vaak, zowel mannen als vrouwen, maar vrouwen iets meer, tussen om kinderen niet te doden. Geweld tegen kinderen kon niet bestaan zonder dat (een deel van) de vrouwen akkoord ging en zelfs geweld stimuleerde. Toen Helena bevallen was drongen twee vrouwen er op aan dat ze haar kind zou doden. Infanticide was weliswaar een courante praktijk, b.v. bij duidelijk gehandicapte kinderen maar bij die twee vermelde vrouwen was jaloersheid het motief.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

[1] Helena Valero, Ettore Biocca, Luigi Cocco, Yanoama, Récit d’une femme brésilienne enlevée par les Indiens, Terrre Humaine, CNRS Editions. Vertaald van het oorspronkelijke boek, Ettore Biocca, Helena Valero, Luigi Cocco, Helena Valero, a girl kidnapped by Amazonian Indians, New York, 1996.

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken?
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars
Deel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen
Deel 10: de Achuar
Deel 11: de Shuar. Vergeldingsrecht.

Deel 20: Een biologische basis voor geweld bij de mens

Geplaatst in geweld, Uncategorized, Yanoama. Helena Valero (11 j.) ontvoerd | Tags: , , | 3 reacties

Een korte geschiedenis van geweld (20) Een biologische basis voor geweld bij de mens

Het gebruik van geweld door de mens heeft een biologische basis die gelijk is bij alle mensen gelijk. Daarboven staat de menselijke cultuur die v.w.b. het gebruik van geweld zeer sterk kan verschillen van (sub)cultuur tot (sub)cultuur, in ruimte en in tijd.

In een recente brief die verscheen in Nature[1] (28.9.2016) publiceerden Spaanse onderzoekers hun onderzoek naar gebruik van geweld bij zoogdieren. Ze onderzochten het niveau van dodelijk geweld bij 1024 zoogdiersoorten, waaronder de mens, van 137 zoogdierfamilies. Voor de mens onderzochten ze 600 menselijke groepen van het paleolithicum tot vandaag.

geweld-nature-2016-periodes

Grafiek van het niveau van geweld. Opvallend is het hoog niveau van geweld tijdens het mesolithicum en de middeleeuwen in Europa en de soms zeer hoge niveaus van geweld in Amerika.

(MV) Verschillen in het gebruik van geweld bij de mens kunnen in de eerste plaats verklaard worden door culturele verschillen.

Stellingen van de Spaanse onderzoekers

Geweld bij de mens werd, net als bij sommige andere zoogdieren, gevormd door evolutie. Gebruik van geweld geeft de geweldenaar een groter reproductief succes voor wat betreft partners, status of bronnen. Wat niet wil zeggen dat geweld in alle omstandigheden adaptief is.

Gebruik van geweld tegen soortgenoten komt niet alleen bij de mens voor maar bijvoorbeeld ook bij veel primaten[2]. Het doden van kinderen bij soortgenoten komt voor bij meerdere sociale (in groep samenwerkende) carnivoren.

Het niveau van dodelijk geweld werd gedefinieerd als de waarschijnlijkheid om te sterven door geweld van soortgenoten in vergelijking met alle andere oorzaken. Dodelijk geweld kwam voor bij bijna 40% van alle bestudeerde zoogdiersoorten. Dat is waarschijnlijk een onderschatting want er was geen informatie beschikbaar voor vele soorten. Het percentage doden door geweld van soortgenoten was 0,30% ± 0,19% voor alle soorten, met of zonder intern dodelijk geweld.

Het niveau van geweld is sterk verschillend bij chimpansees (Pan troglodytes) en bonobo’s (Pan paniscus).

Het niveau van dodelijk geweld was of hoger bij sociale en territoriale soorten dan in solitair levende en niet-territoriale soorten.

Het fylogenetisch niveau van dodelijk geweld was 2,0% ± 0,02% van alle doden. Dodelijk was geweld binnen de soort is diep geankerd bij primaten. Bij de mens was dodelijk geweld groter, net als bij zijn voorouderlijke Hominoidea. In moderne en hedendaagse periodes daalde het niveau van geweld echter aanzienlijk. Bij de mens was de bevolkingsdichtheid geen indicator voor een hoger niveau van geweld. Bij andere zoogdieren ging een hogere bevolkingsdichtheid meestal gepaard met een hoger niveau van geweld. Bij de mens is het waarschijnlijk zo dat een hogere bevolkingsdichtheid het resultaat was van een lager niveau van geweld.

Het ontstaan van de staat verminderde het geweld binnen een maatschappij.

De onderzoekers denken dat een zeker niveau van dodelijk geweld biologisch bepaald, geërfd is.

Dr. Marc Vermeersch   –  marc.vermeersch@gmail.com

De auteur geeft lezingen, waar van één over ‘De oorsprong van geweld’. Gratis voor studenten, mits minimum 30 aanwezigen.

Uittreksels uit de brief in Nature

Consequently, it is widely acknowledged that evolution has also shaped human violence.

From this perspective, violence can be seen as an adaptive strategy, favouring the perpetrator’s reproductive success in terms of mates, status or resources. Yet this does not mean that violence is invariant or even adaptive in all situations. In fact, given that the conditions under which violence benefits evolutionary fitness depend on the ecological and cultural context, levels of violence tend to vary among human populations.

Conspecific violence is not exclusive to humans. Many primates exhibit high levels of intergroup aggression and infanticide. Social carnivores sometimes kill members of other groups and commit infanticide when supplanting older members of the same group. The prevalence of aggression throughout Mammalia raises the question of the extent to which levels of lethal violence observed in humans are as expected, given our position in the phylogenetic tree of mammals. In this study, we quantified the level of lethal violence in 1,024 mammalian species from 137 families and in over 600 human populations, ranging from the Palaeolithic era to the present.

The level of lethal violence was defined as the probability of dying from intraspecific violence compared to all other causes. More specifically, we calculated the level of lethal violence as the percentage, with respect to all documented sources of mortality, of total deaths due to conspecifics (these were infanticide, cannibalism, inter-group aggression and any other type of intraspecific killings in non-human mammals; war, homicide, infanticide, execution, and any other kind of intentional conspecific killing in humans).

Lethal violence is reported for almost 40% of the studied mammal species). This is probably an underestimation, because information is not available for many species. Overall, including species with and without lethal violence, we found that the percentage of deaths due to conspecifics was 0.30±0.19% of all deaths.

These findings suggest that lethal violence, although infrequent, is widespread among mammals.

For example, the level of lethal violence strongly differs between chimpanzees (Pan troglodytes) and bonobos (Pan paniscus).

(…) we found that the level of lethal violence was higher in social and territorial species than in solitary and non-territorial species.

The phylogenetically inferred level of lethal violence, averaging across all models, was 2.0± 0.02% of all deaths.

We subsequently explored how the level of lethal violence has changed during our evolutionary history by comparing it with the phylogenetically inferred level of lethal violence in relevant ancestral nodes that describe the course of human evolution. The level of lethal violence was low in the most basal nodes, increasing to 2.3± 0.1% of all deaths in the two nodes closely related with the origin of primates and slightly decreasing to 1.8±0.1% of all deaths in the ancestral ape. These results suggest that lethal violence is deeply rooted in the primate lineage.

The level of lethal violence during most historic periods was higher than the phylogenetic predictions for both humans and the ancestral Hominoidea. However, on entering the Modern and Contemporary ages, the level of lethal violence decreased markedly, as previously reported.

Notably, population density, a common ecological driver of lethal aggression in mammals, was lower in periods with high levels of lethal violence than in the less violent Modern and Contemporary ages. High population density is therefore probably a consequence of successful pacification, rather than a cause of strife.

Finally, the level of lethal violence in state societies was lower than the phylogenetic inferences It is widely acknowledged that monopolization of the legitimate use of violence by the state significantly decreases violence in state societies.

The phylogenetic analysis suggests that a certain level of lethal violence in humans arises from the occupation of a position within a particularly violent mammalian clade, in which violence seems to have been ancestrally present. This means that humans have phylogenetically inherited their propensity for violence. We believe that this phylogenetic effect entails more than a mere genetic inclination to violence. In fact, social behaviour and territoriality, two behavioural traits shared with relatives of H. sapiens, seem to have also contributed to the level of lethal violence phylogenetically inherited in humans. Our analysis of human lethal violence shows that lethal violence in prehistoric humans matches the level inferred by our phylogenetic analyses, suggesting that we were, at the dawn of humankind, as violent as expected considering the common mammalian evolutionary history.

Bron: Nature, Letter – The phylogenetic roots of human lethal violence, José María Gómez, Miguel Verdú, dela González-Megías & Marcos Méndez, Received 17 March 2016 , Published online 28 September 2016

[1] Nature, Letter – The phylogenetic roots of human lethal violence, José María Gómez, Miguel Verdú, dela González-Megías & Marcos Méndez, Received 17 March 2016 , Published online 28 September 2016.[2] … en leeuwen, gorilla’s, chimpansees en de mens. (MV)
Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars
Deel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalenDeel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen
Deel 10: de Achuar
Deel 11: de Shuar. Vergeldingsrecht.

Geplaatst in Biologische basis voor geweld, geweld, Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (11) de Shuar. Vergeldingsrecht.

shuar-man

Shuarman

jivaro-vrouw

Shuarvrouw

shuar-huis-logrono

De huizen van de Shuar waren groot en gericht op verdediging

Het onderzoek naar het gebruik van geweld in Zuid-Amerika bij boeren zonder staat gaat verder bij een stam, de Shuar, die in de vorige blog aan bod kwamen. Als de Shuar op oorlogsexpeditie gingen was dat in de eerste plaats tegen een zusterstam, de Achuar. Beiden spraken verwante Jivarotalen.

 

De Shuar (deel van de Jivaros) waren misschien de meest woeste krijgers van Zuid-Amerika. Geweld was zowel binnen de stam als tegen andere stammen endemisch. Kon het geweld in eigen rangen nog voor een deel verklaard worden door de strijd van mannen om meer vrouwen te hebben, het geweld tegen andere stammen was voornamelijk geweld om het geweld, om koppen te snellen, voor eer en prestige. Er werd ook wel eens een vrouw gevangen genomen, er werd buit meegenomen maar eer en prestige waren een belangrijk doel. Op moordtocht liepen krijgers zelf een groot risico om zelf gedood te worden. Een gezegde van de Shuar geeft de ideologie van de Shuarmannen goed weer: “Ik ben geboren om te sterven in een gevecht.“

Het geloof dat op afstand leed kon veroorzaakt worden, vendetta’s

Zoals veel mensen wereldwijd geloofden Shuar dat men iemand op afstand schade kon berokkenen, zelfs laten sterven. De Shuar geloofden dat tovenarij verantwoordelijk was voor bijna alle niet-epidemische ziekten en de doden die er uit volgden. Ze waren ervan overtuigd dat tovenaars voortdurend een individu en zijn familie aanvielen. Dat bracht wraakacties mee, meestal moord op de verondersteld schuldige tovenaar. De schuld werd vastgesteld met de hulp van hallucinogene middelen. De represailles richtten zich meestal tegen een onschuldige. Op wraak volgt meestal weerwraak, en zo ontstond een vendetta, die zeer lang kon duren. Individuen werden er soms van beschuldigd dat ze b.v. voedsel en bier vergiftigden. Ze waren meestal onschuldig maar hadden geen mogelijkheid om hun schuld of onschuld te bewijzen.

Een vendetta tussen twee families gebeurde als iemand gedood was of een vrouw ontvoerd. Het kon jaren duren voor de familie van de slachtoffers terugsloeg. De raid die tegen hun vijanden werd uitgevoerd gebeurde in het grootste geheim.

shuar-bulletin_1901_19801258633

Foto’s van Shuar genomen in 1901

 

Iemand die zelfmoord wilde plegen, deed dat soms door het voortouw te nemen bij een aanval op de vijand. Hij zou bijvoorbeeld als eerste in het huis van de tegenstrever binnendringen. Vroeg of laat zou hij gedood worden. De meeste vrouwen die zelfmoord pleegden deden dit door zich op te hangen aan de centrale balk van hun huis. Ze deden dit omdat hun echtgenoot hen mishandeld had of als ze op heterdaad betrapt waren bij overspel en vreesden in het voorhoofd gesneden te worden of gemanipuleerd te worden door hun woedende echtgenoot.

Een vendetta kon beëindigd worden als er na meerdere jaren een schadeloosstelling gebeurde aan de familie van de overledene. Een vendetta wordt soms ook beëindigd als beide partijen elk een man verloren hadden. (Harner, p. 197-198)

Vergeldingsrecht, beledigingen, represailles

De Shuar dachten dat het misdadig was om mensen van de eigen stam te doden of te verwonden, tenzij als represaille van een gelijkaardige daad. In dat geval werd terugslaan rechtvaardig geacht. Dit is het vergeldingsrecht of ius talionis. Volgens de normen van de Shuar moest de straf zoveel mogelijk gelijk zijn aan de begane misdaad en gericht zijn tegen de schuldige of een nabij familielid, een broer, zijn vrouw, zijn kind. Zo was de straf voor moord ook moord. “Oog om oog, tand om tand.“ Het was niet wenselijk noch eervol om vrouwen of kinderen van de stam te doden maar leden van een strafexpeditie konden wel de vrouw of het kind van de schuldige doden als ze hem niet vonden. Het werd ook aanvaard dat men een vrouw of een kind doodde als represaille voor een gelijkaardige moord. Men waakte er wel over om slechts één persoon als wraak te doden voor een gedode verwant. Dat was voor wraak binnen de stam. Als men er op uit trok om koppen te snellen bij een andere stam, b.v. bij de Achuar, dan doodde men zoveel mogelijk ‘vreemdelingen’.

Als er een redelijke tijd verliep tussen een moord die niet gewroken werd kon de schuldige partij aan de getroffen partij een geweer sturen als compensatie voor het verlies. Als deze laatste partij akkoord ging met de compensatie dan waarborgde ze dat ze niet meer op wraak uit zou zijn.

Als men geloofde dat iemand dood was door tovenarij dan bestond de wraak erin om bij de tegenpartij ook iemand te doden door tovenarij. Als men er van overtuigd was dat daarna een moord op afstand nog eens gebeurde, dan sloeg men terug door bij de tegenpartij iemand te vermoorden.

Moord door vergif was bijna altijd de zaak van vrouwen want zij waren de enigen die voedsel en bier bereidden. Als een familie dacht dat een van hun mannen vermoord was door vergif door een vrouw dan vond men dat de dood van die vrouw geen voldoende compensatie was voor de dood van de man. De normale wraak in dit geval was het vergiftigen van de broer van de schuldige vrouw. Het gebeurde dat men jaren wachtte vooraleer men de schuldig geachte vrouw op een feest vergiftigde.

Oorlog en koppen snellen

Oorlog was volgens de Shuar niet altijd een kwestie van een wraak maar ook voor het koppen snellen van zoveel mogelijk mensen van een andere stam, meestal de Achuar. Een tweede objectief van de oorlog was het vangen van vrouwen. Michael Harner stelde geen enkel geval vast van een oorlog omwille van territoriale redenen.

Voor de aanval zond men spionnen naar het gebied van de Achuar en koos men de meest kwetsbare huizen uit. Daarna rekruteerde men krijgers. Het kwam meer dan eens voor dat krijgers onderling vijanden waren geweest, die zich voor de expeditie toch verenigden, maar ook dan waren moordpogingen binnen de groep niet uitgesloten. De vrouwen maakten de proviand voor onderweg. De aanval richtte zich tegen een of twee slecht verdedigde huizen. Men stak vaak het dak in brand om de inwoners te verplichten naar buiten de vluchten waarna ze vermoord werden. Men nam alle hoofden mee zonder onderscheid van leeftijd of geslacht. Een krijger kon proberen een vrouw of een meisje mee te nemen om er een bijkomende echtgenote van te maken. Meestal lukte dat niet want een van zijn gezellen doodde haar onderweg om haar hoofd mee te nemen.

Het veroveren van de hoofden was het hoofddoel van een expeditie maar de aanvallers plunderden de huizen van hun slachtoffers en namen alles van waarde mee zoals blaaspijpen, vergif voor pijlen, glasparels, machetes, ijzeren bijlen, versieringen met pluimen en jachthonden. (Harner, p. 200-204)

Tsantsa

Op de terugweg begonnen de koppensnellers al met het reduceren van de hoofden waarvan ze enkel de huid en het hoofdhaar bewaarden. Ze sneden de huid van de doden los met inbegrip van het bovenste deel van de borst, van de schouders en van de rug. Men kookte de huid gedurende anderhalf uur in water. De huid werd zo gereduceerd tot de helft. Dan draaide men hem binnenste buiten en schraapte resten van vlees weg. De volgende stap was dat men vijf of zes stenen met een diameter van ongeveer 5 cm verwarmde en de hete stenen in de ‘zak’ die de huid nu was inbracht. Men rolde de stenen dan in de huidzak rond. Alle bewerkingen samen duurden ongeveer zes dagen. Het ‘hoofd’ werd zo herleid tot de grootte van een mannenvuist. Het was nu een tsantsa. Bij de terugkeer in het dorp werden de koppensnellers uitbundig onthaald en volgde een feest waarbij de tsantsa ’s door de moordenaars om de hals gehangen en gedragen werden. Het feest duurde vijf dagen. Verwanten en vrienden, b.v. 125 à 130 mensen, werden uitgenodigd. De rituele en bovennatuurlijke aspecten van het feest beletten dronken mannen om oude rekeningen te regelen of nieuwe conflicten in gang te zetten door met een andere vrouw te flirten. De Shuar geloven dat een onderbreking van het ritueel de wraakziel (muisak) van een tsantsa de gelegenheid zou kunnen geven om te ontsnappen en zijn moordenaar te laten vechten en doden. Een conflict uitlokken was een belediging van de gastheer. Het voornaamste doel van het feest voor de nieuwe tsantsa’s was dat de macht van een muisak die in een tsantsa huisde gebruikt werd om de kracht van de vrouwen van de gastheer te vergroten. Ruziemakers, waaronder ook vrouwen, worden daarom uit elkaar gehaald.

Het vermijden van onderlinge conflicten maakte van een feest voor tsantsa een van de hoogtepunten van het sociale leven van de Shuar. Het was de viering van de overwinning op de vijanden en het verliep relatief vreedzaam. (Harner, p. 205-212)

Dr. Marc Vermeersch   –  marc.vermeersch@gmail.com

De auteur geeft lezingen, waar van één over ‘De oorsprong van geweld’. Gratis voor studenten, mits minimum 30 aanwezigen.

Bron: Michael J. Harner, Les Jivaros. Payot.
Oorspronkelijk: The Jivaros, 1972.

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars
Deel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalenDeel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen
Deel 10: de Achuar

Geplaatst in geweld, Shuar, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Lezing over het ontstaan van de liefde en het gezin

Lezing over het ontstaan van liefde en het gezin  in darwinistische zin

Om een lezing te organiseren, mail Marc.Vermeersch@gmail.com

Hoe is de liefde ontstaan? Bij chimpansees en bonobo’s is er seks maar kan nauwelijks sprake zijn van liefde. Bij de mens is er liefde tussen partners.

Groepshuwelijk en het ontstaan van het koppel, liefde, man-vrouw, opvoeding, puberteit, initiatie en veel meer

Mensenkinderen krijgen in vergelijking met kinderen van chimps en bonobo’s een lange opvoeding. Er is meer: mensenkinderen hebben tijdens hun kindertijd een trager groeiproces waardoor ze later volwassen zijn. De langere leertijd van kinderen is waarschijnlijk noodzakelijk omdat de mensenmaatschappij complexer is dan die van chimps en omdat mensen langer zouden kunnen blijven leren.

We hebben redenen om te veronderstellen dat de voorlopers van de mens in een situatie leefden waarbij alle volwassen mannen seks konden hebben met alle volwassen vrouwen.

Antropologische waarnemingen wijzen in de richting van een volgende fase waarin het groepshuwelijk bestond. Een groep mannen was collectief gehuwd met een groep vrouwen. Ze mochten onderling seks hebben. Er waren meerdere gelijkaardige groepen maar leden van verschillende groepen mochten onderling vaak geen seks hebben, het stond gelijk aan incest en het kon gestraft worden met de dood.

Zoogdieren en vogels vermijden spontaan incest. Dat is bij de mens niet anders. Mensen ontwikkelden strenge maar efficiënte regels voor wie met wie mocht huwen. Die regels waren aangepast aan de manier van leven van jagers en verzamelaars.

In het groepshuwelijk is waarschijnlijk reeds zeer lang geleden (minstens honderd duizend jaar, misschien veel langer) verandering beginnen komen: het koppel ontstond in het kader van het groepshuwelijk. Waarschijnlijk was de situatie waar een man en een vrouw voor kinderen zorgden de voordeligste voor de kinderen. Dit moet hebben samen gehangen met het ontstaan van het vaderschap dat – door het voortbestaan van het groepshuwelijk – in

wezen een sociaal vaderschap was. Liefde tussen man en vrouw moet ook hier ontstaan zijn omdat deze liefde de samenwerking tussen man en vrouw gemakkelijker maakte. Liefde was dus nuttig in evolutionair opzicht.

De basis van het koppel is de arbeidsverdeling tussen man en vrouw. Mannen zorgden voor vlees, stenen werktuigen en bescherming. Vrouwen verzamelden en zorgden voor de kinderen. Mannen zorgden in beperkte mate voor kleine kinderen maar de zorg voor de moeilijkste groep, puberende jongens, was hun exclusieve zorg.

Hoe was de positie van de vrouw? Hadden vrouwen iets of niets te zeggen? De verschillende mensenmaatschappijen geven een onderscheiden situatie weer. Heeft het matriarchaat ooit bestaan? Hebben vrouwen m.a.w. ooit de macht gehad in de maatschappij?

Wat is de oudste vorm van verwantschap? Wie was vader, moeder, broer, zuster? Wie oom, wie tante?

Geplaatst in Lezing, liefde, Uncategorized | Tags: , , | 2 reacties

Een korte geschiedenis van geweld (10) de Achuar

achuar-meisje-beschilderd

Achuarvrouw met beschilderd gelaat

Geweld van allen tegen allen, “een chronische staat van oorlogsvoering”

De Achuar (Oost-Ecuador), buren van de Jivaros of Shuar, die in een andere blog al kort aan bod kwamen, hadden eenvoudige landbouw maar die leverde door het telen van o.a. maniok hoge opbrengsten, voldoende voedsel. De meeste Zuid-Amerikaanse volkeren hadden hetzelfde type landbouw en globaal dezelfde hoge opbrengsten. Veroveren van grondgebied om meer voedsel te hebben was geen motief voor het desastreuze geweld tussen deze indianen. Hun dorpen waren slechts vlekje in het uitgestrekte regenwoud.
Een aantal van deze volkeren worden in deze, vorige en volgende blogs besproken. Zoals veel andere Zuid-Amerikaanse volkeren waren de Achuar onderling voortdurend in gewapende conflicten verwikkeld waarbij veel doden vielen.

achuar-blaaspijp-blow_gun_achuar

Achuarman met blaaspijp en beschilderd gelaat

 

Moorden
Bij onderlinge gevechten waren zelden veel krijgers betrokken. Tukupi, een chef, kon slechts rekenen op een zestal krijgers van zijn leeftijd en een tiental jonge krijgers! (Descola p. 202) Een vendetta spaarde niemand.

Pujupat was een grote man, met een woest karakter, die eigenhandig meer dan 20 mensen had vermoord, een zotte doder. Hij ontkleedde de vrouwen die hij gedood had en spreidde hun benen om hun geslacht te tonen. Hij aanvaardde contracten om hem onbekende mensen te vermoorden. Hij leefde later met zijn zonen in een versterkte plaats. (Descola p. 319-321)

achuar-shuar-kaart

kaart van het gebied waar Achuar en Shuar wonen in Ecuador

Jongeren en impulsief gebruik van geweld
Het bezoek van Tii bracht volgend nieuws: “Kawarunch was zojuist vermoord door Narankas en zijn broer Nurinksa. Er was geen twijfel over de identiteit van de moordenaars noch over de omstandigheden van het drama waarvan een vrouw nog eens het voorwendsel was. Geïrriteerd door het slechte karakter van haar echtgenoot Narankas, was Iyun enkele weken geleden eerder gevlucht naar haar vader Tuntuam, een doofstomme, net als de broer van Tukupi.” Woedend over deze verlating zocht Narankas steun om zijn schoonvader, die hij de schuld gaf van de het wegtrekken van zijn vrouw, te doden. (Descola, p. 295-296)

 

Geweld omwille van het geweld
De moorddadige conflicten waren er tussen bloedverwanten, tussen mensen van dezelfde stam, met dezelfde taal, vaak omwille van een vrouw. Conflicten tussen verwanten konden veel bloediger zijn dan die tussen stammen waarvan de leden niet verwant waren. Het geweld werd versterkt of verdubbeld door beschuldigingen van sjamanistische agressie. (Descola, p. 306-308)

Bij agressie tussen verschillende stammen was het doel vaak alleen koppen snellen. Men zocht de slachtoffers vaak ook op grote afstand van waar men woonde.

Niet alle Achuarmannen waren tuk op geweld. Sommigen gingen geïsoleerd leven om van de oorlogen afzijdig te kunnen blijven. (Descola, p. 241) Het tomeloos geweld had als gevolg dat sommige Achuar zich op een afgelegen plaats verschansten en langere tijd oncomfortabel in een versterkte vestiging leefden. (Descola, p. 308 e.v.)

Sjamanen
Men geloofde dat slechte sjamanen op afstand schade aan mensen konden veroorzaken. Deze sjamanen werden gehaat en werden soms vermoord. Geruchten over dergelijke praktijken waren voldoende om geweld te gebruiken tegen een sjamaan en hem te vermoorden. (Descola, p. 275-276, 319, 380)

Motieven
De motieven van de krijgers waren het zoeken naar eer en prestige. Wie veel vijanden had gedood was een held. Een tweede motief was het veroveren van vrouwen. Bij een aanval werden meestal alleen mannen vermoord. Vrouwen, zeker jonge vrouwen, werden geroofd, meegesleurd naar de woonplaats van de Achuar.
In een volgende reeks blogs (maar in deze reeks over geweld zijn we slechts ongeveer halfweg zal de onderdrukking van vrouwen, waaronder geweld tegen vrouwen, uitgebreid aan bod komen.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Bron: Pierre Descola, Les Lances du crépuscule : relations Jivaros. Haute-Amazonie, Paris, Plon, collection Terre humaine, 1993. Ik las de pocketeditie van 2006.

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars
Deel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalenDeel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen
Deel 10: de Achuar

Geplaatst in Achuar, Ecuador, geweld, Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen