Sociale klassen in Tonga

De eilanden van Tonga bestonden uit één groot eiland, Tonga Tapu, en veel kleine. De totale landoppervlakte bedraagt slechts 748 km². “Het uit 177 eilanden bestaande Tonga in Polynesië beslaat 700 000 km² van de Grote Oceaan. 36 van de eilanden daarvan zijn permanent bewoond.” .Zeventien van de eilanden zijn bewoond. De bodem van de eilanden was vulkanisch of van kalksteen, gevormd koraalriffen. Hij was zeer vruchtbaar.

Matapula, waren een soort intellectuele sociale groep in de Tongaanse maatschappij. Zij hadden de eer de kava, een plaatselijke drank, uit te schanken voor de adel. Recent foto.
Sociale klassen in Tonga

De eilanden van Tonga hadden geen grote bevolking maar toch waren er meerdere sociale klassen.

De koning en de adel, de ‘eiki

Aan het hoofd van de adel stond de religieuze leider met de titel Tu’i Tonga. Hij was een directe afstammeling van de belangrijkste voorouder, Hikule’o. Hij was daardoor a.h.w. heilig. Tot kort voor het contact met Europeanen, tegen het einde van de 18de eeuw had de Tu’i Tonga, ook politieke macht gehad maar die was geërodeerd.
De adel was voor een deel verwant met de Tu’i Tonga maar had andere voorouders die ook een goddelijke status hadden zoals de Veasi.[1]De koning was de enige man van Tonga die niet getatoeëerd was. Wie hem ontmoette moest zijn bovenlijf ontbloten en “(…) hij ging met gekruiste benen voor hem zitten en bleef zo zitten tot de Tu’i Tonga uit het zicht was.“ Men sprak ook op een andere, verfijndere, manier tegen hem. Misschien vergelijkbaar met het Oxbridge (en samentrekking van Oxford en Cambridge) accent.

De Tongaanse adel controleerde en beschikte over de landbouwgrond. Zoals in elke landbouwmaatschappij met sociale klassen at de adel beter dan de boeren. Ze hechtten er veel belang aan maar zelf werkten ze niet op het land. Een hoog lid van de adel beheerde de landbouw. Elke boer moest quota respecteren bij het planten van gewassen. Hij zorgde er voor dat de adel haar deel van de oogst kreeg. Dreigde er een tekort van een bepaald gewas dan beperkte hij de consumptie ervan. Hij deed dat door middel van een taboe, een religieus verbod om van een gewas te eten. Dit duurde tot er weer voldoende van dat gewas ter beschikking was. Een dergelijk taboe overtreden kon leiden tot de oodstraf. Enkel grote chefs konden het taboe, het eten van een schaars gewas, doorbreken en de doodstraf niet krijgen.  

Ook in Tonga, zoals in bv. Hawaï, was de positie van wat men als de koningin zou kunnen omschrijven hoger dan die van de koning, de Tu’i Tonga. Dat was rond 1800 Fatafehi ‘o Lapaha (1735–1825). Zij was de Tu’i Tonga Fefine, de vrouwelijke koning,  In Tonga was de rang die men erde van de moeder het belangrijkste. Dat had voor de koninklijke familie als voordeel dat de koning, die relaties had met veel vrouwen, officiële concubines en losse ontmoetingen, daardoor geen probleem had voor de opvolging. Zijn kinderen konden hem niet opvolgen, tenzij het een kind was van de koning en zijn zuster. Veel maatschappijen hadden wel dergelijke problemen wat vaak leidde tot moorden binnen de koninklijke familie.

de matāpule, een intellectuele elite en de mu’a

De matāpule, waren de intellectuele elite van Tonga. Zij waren raadgevers van de chefs en de eerste informatiebron voor rituelen, ceremonies, manieren, gewoonten en de traditionele geschiedenis van Tonga. Ze waren spreekvoerders voor hun chefs, verdeelden hun voedselgiften en dienden de kava, de traditionele drank, op. Ze waren verantwoordelijk om de tribuutgiften te verdelen voor de verschillende ceremonies. Sommigen werkten ook als krijgers, anderen als opzichters van de plantages van hun meesters en soms als gouverneur van een klein eiland.

Hun positie was erfelijk in mannelijke lijn. Zij hadden een rang die afhing van hun broodheer.

mu’a, waren leerlingen van de matāpule. Ze waren meer betrokken in ambachten en maakten het gros van de troepen uit in geval van oorlog.

De matāpule en de mu’a hadden in de eerste plaats hun kennis als productiekracht. Men zou hen kunnen vergelijken met wat in het Westen de intellectuele kleinburgerij is, de vrije beroepen, rtiesten, intelectuelen enz.

de tu’a, boeren en ambachtslui

Onderaan de sociale ladder stonden, de tu’a, de meerderheid van de bevolking, boeren en ambachtslui. Zij hadden geen recht op grondbezit. Tijdens oorlogen leverden ze een deel van de troepen. De adel behandelde hen hardvochtig en wreed.    Bij de tu’a was er een minderheid die verwant waren met mu’a. Zij konden van hen erven en zo mogelijk ook mu’a worden. De meerderheid van de tu’a zou dat altijd blijven.

boobola of slaven

Minstens aan het einde van de 18de eeuw waren er ook de boobola of slaven, krijgsgevangenen.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] De Europeanen die Polynesië tussen de 17de en 19de eeuw verkenden, vertrokken bij hun analyse van de Polynesisische maatschappijen onvermijdelijk van hun denkkader. Zij interpreteerde voorouders met een bovennatuurlijke status als ‘goden’.


Geplaatst in Tonga | Een reactie plaatsen

Johan Anthierens, een niet gepubliceerde tekst over communicatie

Johan Anthierens was één van de bekendste journalisten in Vlaanderen en Nederland. Hier een niet gepublliceerde tekst over communicatie
Johan Anthierens, 1937-2000

Eén van de bekendste Vlaamse journalisten ooit was Johan Anthierens (1937-2000). Zijn leven en handelen is goed samengevat op Wikipedia, Johan Anthierens, ( Johan Anthierens – Wikipedia )

Hij schreef in 1992 een korte tekst waarin hij het heeft over techniek en zijn onbekendheid met nieuwe technieken. Voor die nieuwe technieken was hij vijf keer verplicht geweest om met een tekst naar de Volkskrant in Amsterdam te rijden. Hij was verplicht om op de redactie van De Morgen een tekstverwerker te leren gebruiken.

“Alweer enkele jaren geleden zag ik Frans Verleyen, directeur van Knack Magazine, op het tv-scherm zeggen dat het medium televisie voor mensen van zijn generatie altijd een wonder zal blijven.

Verleyen schat ik nu rond de vijftig en hij bedoelde daarmee dat de wondere kijkdoos in zijn leven oplichtte toen hij al een tiener was.  Ikzelf, 55 jaar, kan dat gezegde integraal onderschrijven.  Elke dag nog onderga ik de sensatie vanuit mijn stoel in de wereld te kijken; haarscherpe beelden in prachtige kleuren over mijlen vér.  De techniek blijft voor mij gelijk aan de sprookjes van vroeger, waarin het onmogelijke als een evidentie werd voorgeschoteld.

Bij mij is dat gevoel des te sterker omdat ik niets, maar dan ook niets van techniek snap.  Als ik fiets en er loopt een band leeg, ga ik te voet verder.  Een fiets met versnellingen is helemaal niet aan mij besteed.  Ontbied een schrandere middeleeuwer per tijdmachine naar onze situatie en binnen de maand is hij vertrouwder met de electronica dan ik ben.

In de jaren zeventig werkte ik als redacteur bij datzelfde weekblad Knack en was daar de laatste die zich hardnekkig aan zijn ambachtelijke schrijfmachine vastklampte, die waar je nog net met je vingers – twee, in mijn geval – op het klavier hamerde.  Toen op een dag ook dat oudje uit mijn handen werd getrokken en vervangen door een electrische opvolger, ondervond ik na een week van stilletjes hopen op een stroompanne hoeveel aangenamer werken dat was.

Het was slechts de voorbode van wat mij, technologische analfabeet, als omwenteling qua schrijfgerief in het komend decennium te wachten stond.  In het begin van de jaren tachtig werkte ik vanuit Brussel mee aan de Amsterdamse De Volkskrant.  Mijn kroniek ontstond op papier en het resultaat stuurde ik per post naar de Nederlandse hoofdstad.  Als het een beetje tegenzat bleef de copij drie dagen onderweg!  En daar werd toen nog, als met een normaal gebeuren, rekening mee gehouden.  Aangezien een journalist doorgaans op de valreep werkt is het wel vijf keer voorgevallen – ik schrijf nu de volle waarheid – dat ik in Brussel in de wagen sprong om het opstel in Amsterdam in de brievenbus te schuiven, om dan te terugweg van nog eens 200 kilometer aan te vatten.  Toen míjn manier om de opdracht tijdig in te dienen…  Nog geen jaar na die laatste ‘kruisvaart’ had de Fax de wereld veroverd, het systeem waarmee je je Brusselse inspiratie à la minute naar alle windstreken van de planeet kunt doorsluizen …

Het zal 1985 of ’86 geweest zijn dat ik voor het eerst mijn opwachting maakte bij het dagblad De Morgen, waarvan de hoofdredactie in Gent gevestigd was.  Ik zie mij in de grote redactiezaal binnen komen en mijn ogen niet geloven: ik hoorde geen geratel van tikmachines.  Ik zag jongens en meisjes voor een buitenaards scherm gebogen geluidloos in de weer.  Nergens viel copijpapier te bekennen, en de enige mij vertrouwde schrijfmachine stond op een blauwe metalen kast stof te vergaren.

Er werd mij aangeboden de beginselen van de tekstverwerker bij te brengen, maar ik dàcht er niet aan mij aan deze hocus pocus over te leveren.  Ik sleepte er een stoel bij en trok het afgedankte toestel van de kast, met het gevoel weer orde op zaken te stellen.

Toen ik na tien ingespannen minuten met kwaje kop het lint had opgespannen en de slaghamertjes weer in hun voegen gewrongen, toonzette ik mijn klavierpartij: tik-tikketikketik.  In de zaal richtten dertig meisjes en jongens het hoofd op van hun scherm en keken met open mond mijn richting uit.  Een aantal kwam naderbij om van dit fait divers niets te missen.

  • Wat doèt u daar?’, vroeg een brutale buitenland-redactrice.
  • Dat ziet u zelf.  Ik tik!’
  • Ik zou dat eerder archeologie noemen’, zei de meid en zocht hoofdschuddend haar plaats voor de tekstverwerker weer op.

Toen ik met loden zolen weer op die stoel stond om die andere oudstrijder definitief aan de spinnewebben uit te leveren, besefte ik dat verder verzet zinloos was.  Ik moest het computer-tijdperk omhelzen of mij tot commissaris omscholen, want politiekantoren zijn de laatste schuilholen waar specimen Remington en resten Underwood overleven.

Met engelengeduld heeft een groep vrijwilligers, elkaar gestadig aflossend, ondergetekende beetje per beetje, man moederschijf tot floppy, zijn kinderlijke angst voor xywrite en printen leren overwinnen.

Nu zit ik thuis en bestuur vanuit mijn hersenschijf vlekkeloos uitwisbare diskette-invallen en mijn Poolse werkster gaat op de knieën omdat meneer met woorden goochelen kan.

Johan Anthierens

3 juni 1992

Opgedolven en ingetikt door Lucien De Reu en Marc Vermeersch.

Als wij ons niet vergissen zou hij kort na het schrijven van deze tekst een fax aanschaffen. Geen ritten meer naar redacties.
We veranderden niets aan de tekst die vandaag door de spellingcontrole van Word vandaag meerdere woorden rood onderlijnde.

Een tekst van Guido Lauwaert van 31-1-2021 over Johan Anthierens.
Johan Anthierens: Leve mij! – Doorbraak.be

XYWrite was een tekstverwerker in het MS DOS-tijdperk. Hij liet toe om zeer snel tekst te plaatsen zonder stijlkenmerken. Het was de belangrijkste tekstverwerker in de Amerikaanse pers.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Mensenoffers in Hawaï (9)

Net als in Tahiti werden ook in Hawaï mensenoffers gebracht.

Terechtsteling. getekend door Jacques Arago rond 1819, met een Hawaïaans mensenoffer.dat met een knuppel werd afgemaakt.

Chefs leidden de ceremonies waar mensen werden geofferd. James Cook was in Tahiti getuige van een mensenoffer in september 1777. Het werd tot in detail beschreven door William Anderson. “Bij bepaalde gelegenheden, maar vooral bij oorlogsvoering, zoals in het geval dat we zagen, en in tijden van grote schaarste die zich hier soms voordoet, raadpleegt de priester hun god, vraagt hij zijn hulp …. en (zegt) dat het noodzakelijk is om een man bij die gelegenheid te offeren …. Als men beslist heeft welke man, wordt hij op bevel plotseling gedood, hetzij met een knuppel of door steniging. (…).

We konden het lichaam niet zien, omdat het in de lengte aan een soort paaltje was bevestigd met wat cacaobladeren[1] eroverheen, maar ze ontdekten het nadat de priester tien minuten lang enkele zinnen had herhaald …. De priester zat op een kleine afstand van de voeten …. hij leek vaak met de overledene te praten, tot wie hij zich voortdurend richtte en soms verschillende vragen stelde die schijnbaar betrekking hadden op de gepastheid van zijn terechtstelling … hij vroeg hem om Morea, het opperhoofd dat Maheine heet, de varkens, vrouwen en andere zaken van het eiland in hun handen, te bevrijden, wat inderdaad de uitdrukkelijke bedoeling van het offer was …. er werd door twee mannen een gat gegraven van ongeveer twee voet diep, waarna ze er het lichaam met een air van grote onverschilligheid ingooiden en het bedekten met aarde en stenen.” (Cook, Journals III, 2, 978-84) + illustratie mensenoffer Cook (Bellwood p.80)

Eén van de laatste bekende mensenoffers was dat van Kalanikūpule die militair verslagen was in de slag van de Nuʻuanu Valley door Kamehameha I. Deze offerde hem in 1795.

Het laatst bekende mensenoffer was dat van Kanihonui, een jonge man die het taboe had gebroken dat rustte op de vrouw van Kamehameha I, koningin Kaʻahumanu, in 1809. Zijwas bekend om haar schoonheid schoonheid. De koning stelde een wet op waarbij een man die probeerde haar te benaderen de doodstraf kreeg. Hij voorzag geen straf tegen haar. In 1809 waren ze vierendertig jaar gehuwd. Zij was bijna vijftig jaar oud. Ze had een minnaar, Kanihonui, een knappe jongen van 19. Kaʻahumanu zou hem verleid hebben toen ze dronken was. Hij was de zoon van Kamehameha’s halfzus. Kamehameha en Kaʻahumanu hadden hem opgevoed. De affaire werd ontdekt en ondanks de bloedverwantschap werd de jonge man terecht gesteld voor het plegen van overspel.

De koningin had daar veel verdriet over. Dat kan er mee toe geleid hebben dat, na de dood van de koning in 1819, zij het taboesysteem afschafte dat leidde tot dergelijke mensenoffers.

Een concreet voorbeeld van meerdere mensenoffers. “Toen Kamehameha in 1804 op weg was van Hawaï om Kauai binnen te vallen, stopte hij in Oahu met een leger van achtduizend man. De gele koorts brak uit onder de troepen, en in de loop van een paar dagen veegde die meer dan tweederde van hen weg. Tijdens deze plaag herstelde de koning zich in Wytiti aan de grote marae (heilige plaats), om zich met de god, die boos moest, te verzoenen.

De priesters raadden een tiendaags taboe aan, het offer van drie menselijke slachtoffers, vierhonderd varkens, evenveel kokosnoten, en een gelijk aantal takken bakbananen. Drie mannen, die zich schuldig hadden gemaakt aan de enorme schande van het eten van kokosnoten met de oude koningin, werden gevangen genomen en naar de marae geleid.

“Maar omdat de offers nog drie dagen op zich lieten wachten, werden de ogen van de slachtoffers uitgestoken, de botten van hun armen en benen werden gebroken en ze werden in een huis gevangen gehouden, in afwachting van de coup de grace op de dag van de opoffering.”

Terwijl deze verminkte en ellendige wezens op het hoogtepunt van hun lijden waren, bezochten sommige personen, bewogen door nieuwsgierigheid, hen in de gevangenis en vonden hen noch razend, noch verachtelijk, maar ze zongen de nationale huru (hymne) – saai als het gebrom van een doedelzak, en nauwelijks meer veranderlijk – alsof ze ongevoelig waren voor het verleden, en onverschillig voor de toekomst.
Toen de tijd van hun slachting aanbrak, werd een van hen onder de poten van het afgodsbeeld geplaatst, en de andere twee werden, met de varkens en de vruchten, op het altaarkozijn gelegd. Ze werden dan met knotsen op de schouders geslagen tot ze stierven onder de klappen.

Dit werd ons verteld door een ooggetuige van het moorddadige spektakel. En zo doden de mensen elkaar, en denken dat ze God dienstbaar zijn.” (Dagboek van Tyerman en Bennet, 1832)”[2]

Mensenoffer in Tahiti.  
In het midden het slachtoffer. Achter het lijk delven twee mannen en graf. Op een platform liggen twee honden en drie varkens die geofferd werden. Rechts James Cook en enkele van zijn officieren. In het midden op de achtergrond liggen schedels. Uit de editie van 1815 van ‘Cook’s Voyages’. Tekening van John Webber, Oct.1777
Otoo [Tu], with Captain Cook, another officer [William Anderson], and Omai,


[1] ‘cocoa leaves’ in de tekst van James Cook. Letterlijk vertaald zouden dit cacaobladeren zijn. Omdat deze toen voor zover geweten is nog niet in Oceanië voorkwamen en verwarring over het woord cacao bekend is (Zie: Waarom zeggen wij cacao, maar de Engelsen cocoa? www.kijkmagazine.nl/mens/cacao-engelsen-cocoa/ ). Waarschijnlijk waren het bladeren van een kokosnootboom.

[2] February 5, 2016 by Peter T. Young, Possibly the Last Human Sacrifice. (In Hawaï)
Journal of Voyages and Travels by the Rev. Daniel Tyerman and George Bennet, Esq: Deputed from the London Missionary Society, to Visit Their Various Stations in the South Sea Islands, China, India, &c. Between the Years 1821 and 1829. Verschenen in 1832.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

De oorsprong van ideologie en religie
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (1) oudste voorbeelden
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (2) Europa, China en de Inca’s
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (3) Maya’s en Azteken
Mensenoffers in vroege landbouwstaten (4) Jezus

Mensenoffers (6) verklaring en redenen
Mensenoffers (7) Tahiti
Mensenoffers (8) in Korea

Geplaatst in mensenoffers | Een reactie plaatsen

Zeevaart (4) Tupaia, een buitengewone Polynesische navigator

Eén van de merkwaardigste verhalen in de menselijke geschiedenis is de diaspora in Polynesië. De Polynesiërs vertrokken uit Melanesië waar ze zich vermengd hadden met zwarte mensen die er misschien al 60.000 jaar woonden. Ze hadden de toen technisch meest gevorderde boten van de wereld en ontwikkelden een daarbij horende kennis van het weer, zeestromingen en de stand van de sterren. Dat liet hen toe om over duizenden kilometer ver eilanden terug te vinden. Op de kaart van de driehoek van de Polynesische reizen ziet men hoe indrukwekkend de afstanden waren die ze aflegden.

Een oud schilderij van de Society Eilanden waar Tupaia geboren werd.

Tupaia (ca. 1725 – December 20, 1770) werd geboren in de haven van Ha’amanino op het eiland Ra’iatea, deel van de genootschapseilanden waarvan Tahiti het belangrijkste eiland is,en werd een vooraanstaand ariori-priester voor de Taputapuatea marae, een grote tempel op het eiland Ra’iatea, deel van dezelfde Society Eilanden.

Een replica van de HMS Endeavour

Tupaia werd opgeleid in de fare-‘ai-ra’a-‘upu, leerscholen, over de oorsprong van de kosmos, genealogieën, de kalender, spreekwoorden en geschiedenis. Hij leerde ook hoe hij een sterrennavigator kon zijn. Zijn gememoriseerde kennis omvatte eilandlijsten, met inbegrip van hun grootte, rif en havenlocaties, of ze bewoond waren, en zo ja, de naam van het opperhoofd en het eventuele voedsel dat daar werd geproduceerd. Belangrijker nog, zijn geheugen zou het dragen van elk eiland omvatten, de tijd om er te komen, en de opeenvolging van sterren en eilanden om te volgen om er te komen. Tot deze eilanden behoorden de Genootschapseilanden, de Australische eilanden, de Cookeilanden, plus Samoa, Tonga, Tokelau en Fiji. Door zijn
De grote kennis van Tupaia was zonder schrift gedurende eeuwen of langer opgebouwd en uitgewerkt. Het leert ons dat mensen in maatschappijen van eenvoudige boeren, zoals de Polynesiërs, in staat waren een indrukwekkend kennis door te geven, te behouden. Het westen was pas kort voor de reizen van James Cook, o.a. door Mercator (1512-1594) tot een hoog ontwikkelde cartografie gekomen. Een deel van die kennis was geschiedkundig en had gebeurtenissen bijgehouden van eeuwen geleden.

De kaart die Tupaia tekende van de Polynesisiche Eimanden

James Cook merkte hem op bij zijn eerste reis (1768-1771) en nam hem mee op de HMS Endeavour in zijn zoektocht naar Terra Australis Incognita (Australië). Tupaia kon voor Cook vertalen want de Polynesische talen zijn nauw verwant.

Een tekening van Tupaia van een Maori en Joseph Banks die iets ruilt voor een kreeft.

“Toen hem gevraagd werd om details over de regio tekende Tupaia een kaart waarop alle 130 eilanden die binnen een straal van 2.000 mijl (3.200 km) te zien waren en kon hij er 74 noemen.” Tupaia had gedetailleerde navigatiekennis die zich uitstrekte over de gehele Polynesische driehoek (met de waarschijnlijke uitzondering van Aotearoa, Nieuw-Zeeland). De kaart die hij in augustus 1769 voor James Cook tekende toont onderling verbonden reisroutes die zich uitstrekten van Rotuma ten westen van Samoa, via Samoa en Tonga, de zuidelijke Cook Eilanden en de Austral Eilanden, Mangareva en Pitcairn tot aan Rapa Nui (Paaseiland). Een tweede grote route leidt van Tahiti via de Tuamotu-groep naar de Markiezen Eilanden en verder naar Oahu in Hawai’i. Tupaia had een cartografisch systeem voor Cook en zijn mannen uitgevonden dat een noordelijk lager van elk eiland dat hij in het midden van zijn kaart tekende (gemarkeerd door het woord ‘avatea’, dit is ‘[de zon op] het middaguur’). Dit stelde hem in staat om zijn eigen kennis voor eiland-naar-eiland reizen te vertalen in de logica en termen van Cook’s kompas. Het Admiraliteitsmanuscript van James Cook’s dagboek geeft aan dat Tupaia Cook vertelde dat hij zelf (of zijn voorouders) naar de meeste eilanden reisde die op de kaart waren getekend, met uitzondering van alleen Rotuma (ten noorden van Fiji) en Oahu in Hawaï.

“Hij werd aan boord verwelkomd op aandringen van Sir Joseph Banks, de officiële botanicus van de Cook-expeditie, op basis van zijn duidelijke vaardigheid als navigator en kaartenmaker. Toen hem gevraagd werd om details over de regio tekende Tupaia een kaart waarop alle 130 eilanden binnen een straal van 2.000 mijl (3.200 km) te zien waren en kon hij er 74 noemen. Banks verwelkomde de belangstelling van de Raiateaan[1] om met Endeavour naar Engeland te reizen, waar hij als een antropologische nieuwsgierigheid kon worden gepresenteerd. De Australische academicus Vanessa Smith heeft gespeculeerd dat Banks ook een gesprek, amusement en mogelijk een echte vriendschap van Tupaia’s gezelschap tijdens de reis voor ogen had. Omdat Cook in eerste instantie weigerde Tupaia toe te laten tot de expeditie om financiële redenen, stemde Banks ermee in om verantwoordelijk te zijn voor het welzijn en het onderhoud van de Raiatean terwijl hij aan boord was.”

In 2018 werd de kennis van Tupaia het onderwerp van een wetenschappelijk debat. Twee onderzoekers van de Universiteit van Potsdam, Lars Eckstein en Anja Schwarz, gaven een verklaring voor de kaart van Tupaia. Hij was (door mee te zeilen met Cook) bekend met de Europese cartografische methode maar toch vond hij een verfijnd nieuw representatiemodel on-the-fly uit. Niet een beeld van waar bepaalde eilanden lagen, maar een notatie van wat er nodig is om ze te bereiken. De onderzoekers noemden de kaart ‘een opmerkelijk staaltje van vertaling’ en stelden dat de sleutel tot interpretatie in het Tahitiaanse woord ‘avatea’, of ‘middag’, lag, dat Tupaia in het midden van de kaart plaatste. De middag werd waarschijnlijk gekozen, suggereerden ze, vanwege het belang ervan in de navigatieroutines die hij aan boord van de Endeavour had gezien.

Volgens Eckstein en Schwarz zijn alle routes op Tupaia’s kaart gericht op de avatea. Om de kaart te gebruiken, volgt de kijker twee denkbeeldige lijnen, één naar dit positionele noorden en de andere naar het doeleiland. De hoek, gemeten met de wijzers van de klok mee van het eerste naar het tweede, is de peiling die Tupaia gebruikte om de eilanden te plaatsen, “(…) ofwel uitstralend vanaf een eiland van vertrek, ofwel, vaker, achter elkaar gezet op een reisweg”. Het is dus belangrijk om te weten welke van de afgebeelde eilanden zich op een gekozen pad bevinden en welke niet. Met behulp van de kaart op deze manier, vonden de onderzoekers het “verbazingwekkend nauwkeurig” wanneer ze de Mercatorprojectie testen.

Tupaia’s scheepsmaten waren natuurlijk zonder dergelijke inzichten, en zouden het zeer waarschijnlijk eens zijn geweest met de Duitse naturalist Georg Forster, die op Cook’s tweede expeditie aan boord van HMS Resolution voer. Forster vond het waarschijnlijk dat “(…) de ijdelheid om er intelligenter uit te zien dan hij in werkelijkheid was, [Tupaia] ertoe had aangezet om deze fantasierijke kaart van de Zuidzee te produceren, en misschien om veel van de namen van eilanden erin te verzinnen”.

Tupaia liet een blijvende indruk na bij de Māori van Nieuw-Zeeland. Volgens de chirurg van de Endeavour, William Monkhouse, werd tijdens de ontmoeting in Tūranganui-a-Kiwa, “Topia’s [sic] naam nu onophoudelijk geëchood”. Herinneringen aan hem worden tot vandaag gekoesterd.

Hij stierf in 1770 door een ziekte opgelopen aan boord van het schip in Batavia, het later Djakarta.

Bron: Tupaia, Tupaia (navigator) – Wikipedia

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] De man afkomstig van Ra’iatea.

Andere blogs over zeevaart.
Zeevaart (1) naar Socotra 1,4 miljoen jaar geleden

Zeevaart (2) in de Middellandse Zee, 130.000 en 11.000 VOT


Zeevaart (3) Oost-Azië, 47.000 BP

Geplaatst in zeevaart | Tags: | Een reactie plaatsen

Sociale klassen in Hawaï

Op de eilanden van Hawaï was de bevolking ingedeeld in verschillende sociale klassen. De adel had veel voorrechten, de onderste klasse, de onaanraakbaren, hadden neuwelijks rechten.
Artist’s impression van een oorlog van koning Kamehameha die in 1794 bijna alle eilanden van HWaï onder zijn gezag verenigde.

Er waren drie sociale klassen (voor de definitie zie achteraan deze blog) in Hawaï. De ali’i of adel, de maka ‘ainana of boeren, ambachtslui en vissers of gewone mensen en de kau ‘wa, een groep die voor de gewone mensen werkte en zo goed als geen rechten had. “Het oude Hawaï was een sterk gelaagde samenleving, van de hoge klasse van de ali’i tot de gewone man of maka’ainana. Het concept van familie was een essentieel kenmerk van het Hawaïaanse leven. De grote chef (ali’i nui) werd vaak voorgesteld als een vader die voor zijn volk zorgde en deze relatie was een uitbreiding van de sociale gewoontes die gebaseerd waren op volksgebruiken. Een tussenklasse tussen de ali’i en het gewone volk was die van de konohiki. De priesters of kahuna’s werden niet apart gezet, ze werden niet op een apart statusniveau geplaatst. De status van een priester werd bepaald door zijn geërfde rang, die kon variëren van laag tot hoog. Eén groep was volledig gescheiden, de kauwa of onaanraakbaren. Zij waren geboren verschoppelingen en werden sterk veracht. Ze waren zo besmettelijk dat het ongepast was om met hen te eten, bij hen in de buurt te slapen; zelfs hun schaduw kon niet op een gewone man vallen (onzuivere inferieure mensen werden verondersteld hun zuivere superieuren in Hawaï te vervuilen). De straf voor zo’n inbreuk was de dood.

De koning en de adel

Aan de top van de sociale piramide stond de mo`i of koning. De koninklijke dynastieën hadden elke generatie gewelddadige conflicten binnen de familie. Diegene die er in slaagde om al de anderen uit te schakelen werd de nieuwe heerser. De koning offerde ook diegenen, ook zijn broers, die zijn taboes of die maatschappelijk taboes hadden gebroken.
De hoogste rangen van de adel waren onderworpen aan veel kapus, taboes.

Er was een hoge, endogame, binnen eigen kring huwende, adel en een kleine adel. De hoge adel kon land afnemen van gewone mensen indien ze hun tribuut niet leverden of hun karweien niet uitvoerden.
De adel behield haar positie dankzij de koning maar de specifieke plaats van de edelen in de hiërarchie werd bepaald door de gecombineerde genealogie van hun ouders.

Als een hoge chef geen vrouw van vergelijkbare rang kon vinden om te trouwen, kon hij trouwen met zijn zuster of de dochter van zijn broer. Hun kind zou een hoge rang hebben en de status van het gezin behouden. Na de geboorte zouden de man en de vrouw andere partners kunnen nemen met minder aandacht voor de genealogische status.

Ali`i  van mindere rang waren de kinderen van mannen die met een gewone vrouw een kind hadden. Nog minder waren degenen die ali`i  werden genoemd vanwege een speciale vaardigheid of kracht. Zij waren alleen in naam adellijk en hun positie kon niet worden doorgegeven aan hun kinderen Leiders werden gemummificeerd na hun dood.[1]

Erfelijkheid van adellijke graad

Enkel het eerstgeboren kind van een adellijk koppel erfde de graad van de ouders intact. De daaropvolgende kinderen hadden minder heiligheid. Hoe hoger de rang van de ouders, hoe hoger die van het kind. De afstamming van de moeder was echter het belangrijkst: de rang van een kind zou niet afnemen als de status van de vader lager was dan die van de moeder. In het tegenovergestelde geval zou de rang van het kind worden verlaagd. Men was ervan overtuigd dat enkel de oudsten afstamden van de goden m.a.w. de voorouders. Daarom waren, voor een zeer kleine minderheid, huwelijken tussen broer en zuster gewenst. Dit accentueerde hun speciale, heilige, status. De mannelijke ali’i moesten daarom hun eerste vrouw kiezen uit de hoge adel. Deden ze dat niet dan zou de rang van hun kind lager zijn dan die van de vader. Als leiders genoten mannen en vrouwen dezelfde voorrechten. = overblijfsel van matrilineaire afstamming. [2]

Graden binnen de adel

Er was een verdere indeling van de adel in drie graden. “Binnen de adel waren er drie erkende graden van heiligheid, en elk eiste een speciale vorm van gehoorzaamheid. Het meest heilig waren de edelen die de kapu moe droegen, het ‘prostaattaboe’, soms ook wel ‘brandend taboe’ genoemd vanwege de intensiteit ervan. De edelen van mindere rang moesten het bovenste deel van hun lichaam ontbloten en de gewone mensen kregen het bevel om plat op de grond te vallen, met het gezicht op de grond. De volgende in rang waren de edelen die de kapu noho, het ‘zittende taboe’ bezaten. Uit eerbied voor de dragers van deze mate van heiligheid moesten de gewone mensen zich tot aan hun middel uitkleden en op de grond blijven zitten met de ogen naar beneden gericht, zolang deze edelen in het zicht waren. Onder deze aristocraten van buitengewone heilige rang bevonden zich de mindere edelen die geen speciaal taboe van respect droegen, maar voor wie het gewone volk grote eerbied had.”[3]

De Europese adel was ook in vele rangen onderverdeeld. Er waren ridders, baronnen, markiezen, graven, hertogen, prinsen enz. maar iets als ‘kapu’ ontbrak. De sociale orde was in haar geheel wel door god gewild mar edelen waren niet automatisch heilig. Zij konden bv. geëxcommuniceerd worden. Wat de paus af en toe ook deed.

Gewone mensen, boeren, ambachtslui en vissers, maka`ainana

Gewone mensen, dit waren boeren, ambachtslui en vissers, werden jaarlijks belast door de koning en de plaatselijke adel. Ze betaalden met voeding, kleren en andere goederen. Ze mochten slechts een derde van wat ze produceerden voor zichzelf houden. Ze hadden het recht te verhuizen of te rebelleren als de plaatselijke edele te hard was of onrechtvaardig.  
Gewone mensen leverden ook de soldaten die nodig waren voor oorlogvoering.

Gewone mensen moesten buigen in de aanwezigheid van ali`i. De schaduw van een gewone mens mocht niet vallen op een lid van de adel of zijn huis. Enkel de adellijke mocht zijn eigen huis binnen gaan langs de deur. Wie sociaal lager stond dan een ali`i moest knielen in de aanwezigheid van e adellijke als die aan het eten was.    

Gewone mensen, maka ‘ainana, waren de ‘bewaarders van het land’, dat ze bewaarden door het te bewerken. Veel gewone mensen hadden ambachtelijke vaardigheden zoals de productie van stenen bijlen, het weven van fijne matten, het bouwen van kano’s of het maken van kapa (schorsdoek). Kleren werden gemaakt met geweven vezels van boomschors. De geweven stof werd geverfd.[4]

Kauwa of onaanraakbaren

De laagste groep waren de kauwa of onaanraakbaren. Zij werden uitgesloten en sterk geminacht. Zo was het ongepast om met hen te eten of in hun nabijheid te slapen. Hun schaduw mocht zelfs niet vallen op een gewone mens. De straf voor een dergelijke inbreuk was de dood.

Priesters                                                                          

De Kahuna of priesters waren niet enkel van adel maar bv. ook hooggeschoolde ambachtslui als botenbouwers. Anderen waren gespecialiseerd in genezingen. Zij waren geen aparte sociale klasse omdat ze zowel lid van adel of gewone mensen konden zijn.[5]

Het bovennatuurlijke was een weerspiegeling van de werkelijkheid

In de opvatting van de Hawaiianen waren het universum, de natuur, de goden/voorouders[6] en mensen met elkaar verwant. De grote goden hadden de eilanden geschapen waar de kleinere goden waren ontstaan en zij waren de voorouders van de mensen. De aristocraten kregen van de goden de controle van land en zee. Ze gaven die door aan de gewone mensen om het land te bewerken. De paria’s werkten voor de gewone mensen. De gewone mensen moesten tribuut betalen aan de adel en de adel diende de goden met rituelen en soms met mensenoffers. De goden uitten hun tevredenheid door de mensen te geven wat ze gevraagd hadden of niet.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] Social and political structure, Hawaii History – Social and Political Structure
HawaiiHistory.org – Hawaii History – Home
Hetzelfde bestaat in België maar niet in Nederland. De koning, in feite de regering, kan iemand voordragen voor bv. de titel van baron maar met de beperking dat deze titel niet erfelijk is.

[2] William H. Davenport, Hawaiian Feudalism, Penn Museum,  Volume 6, Issue 2, 1964.

[3] William H. Davenport, Hawaiian F.eudalism, Penn Museum,  Volume 6, Issue 2, 1964.

[4] Social and political structure, hawaiihistory.org  Social and political structure – Hawaii History – Social and Political Structure

[5] Social and political structure, Hawaii History – Social and Political Structure. hawaiihistory.org

[6] In Boek 2 ontwikkelde ik de stelling dat goden (geëvolueerde) voorouders zijn.

Deel 1
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 2
Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 3
Seks in Hawaï (3) Koninklijke incest | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Sociale klassen in Hawaï
Sociale klassen in Hawaï | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deze blog is onderdeel van de voorbereiding voor het vierde boek in de reeks ‘geschiedenis van de mens’. Moet verschijnen in 2021.
Marc Vermeersch, Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding naar Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië en Polynesië. Boek 4.

Definitie. wat zijn sociale klassen?
Het bestaan van sociale klassen houdt in dat een klasse controle en/of eigendom van productiemiddelen (b.v. grond, werktuigen, machines, kapitaal heeft).
Deze eigendom en/of controle wordt gebruikt om zich de arbeid van slaven, boeren, arbeiders of vissers toe te eigenen. De klassen die de klassen die de productiemiddelen controleren en/of bezitten hebben in een maatschappij bijna altijd de politieke en militaire maar ook de ideologische mach
t.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Seks in Hawaï (3) Koninklijke incest

Incest in Hawaï, een zaak van de koninklijke familie

Toen de eerste Europese ontdekkingsreizigers Hawaï aandeden waren ze niet weinig verbaasd dat de koning van Hawaï met zijn zuster was gehuwd en dat het ook voorkwam in de rest van de koninklijke familie. Incestverbod is een universeel menselijk gegeven dat slechts zelden overtreden werd maar vaak door koningen. Dat was het geval in faraonisch Egypte waar de gebrekkige Toetanchamon het kind was van een broer en een zuster. Incest kwam ook voor bij de Incakoningen. Het was in Egypte en Perzië niet beperkt tot heersers maar kwam ook voor bij het volk.[1] Incest in de koninklijke familie werd op Hawaï niet beschouwd als een zonde of een taboe. Onder invloed van contact met het Westen werd koninklijke incest al in 1819 afgeschaft. Incest in koninklijke families kwam op meerdere plaatsen in de wereld voor. Korea. Het waren in alle gevallen.[2]

Een mythe over incest

Taro werd als heilig beschouwd, de hemelse gift van een incestueuze unie. De god Wakea, de hemelse vader, copuleerde met de godin Papa, de hemelse moeder, Ze kregen een dochter Ho‘ohokukalani (nachtelijke hemel en sterren) Wakea copuleerde later met zijn dochter en hun eerste kind was de tarowortel (of taroknol), Haloa. En tweede incestueuze unie bracht een zoon voort, Taro. De tarostengel was het symbool van de god/voorouder Kane.

Soms was inteelt een plicht. Men dacht dat een kind van een koninklijke volle broer en zuster het hoogste mana had en daarom heilig was. Een dergelijke unie zou de dynastie versterken. De chef die daaruit geboren werd, nī ‘aupi ‘o, was zo goddelijk dat hij niet reisde overdag omdat al diegenen die hem zagen zich moesten neerleggen tot hij weer vertrok. Om te voorkomen dat een eerste coitus zou gebeuren tussen een lid van de koninklijke familie en iemand van de onderste kaste, werden hooggeboren jongeren gekoppeld aan een oudere broer of zus of een ander lid van de familie.

Onder chefs werd de waarde van een relatie meer gemeten aan de politieke en genealogische betekenis ervan dan alleen aan de bloedverwantschap. Neef/tante of nicht/oom-paren waren niet ongewoon en werden goedgekeurd. Er werd verwacht dat een oudere hoofdvrouw een of meer van haar neefjes seksueel zou opleiden, en eventuele nakomelingen van de twee werden warm ontvangen in het huishouden.

Moeder/zoon en vader/dochter incest werd echter niet goedgekeurd. Vader/stiefdochter-partnerschappen werden ook over het algemeen afgekeurd, maar uitzonderingen waren bekend en werden af en toe geaccepteerd. Dezelfde houding werd ingenomen ten aanzien van paringen tussen ‘schoonvader’ en ‘schoondochter’.

De hier beschreven incestgevallen door de adel waren verboden voor gewone mensen. Die moesten exogaam huwen en hadden een voorkeur voor een partner van een hogere sociale klasse.

De eerste Europeanen die Hawaï bezochten waren verbaasd dat incest in de koninklijke familie niet enkel toegelaten maar zelfs aangemoedigd werd. Incest bleef echter verboden voor de rest van de bevolking. De Hawaiianen geloofden dat hun koninklijke familie meer mana had dan gewone mensen, de maka’ainana. Het kind van een koning en zijn zuster zou het meeste mana hebben.

Men geloofde dat:
– de rang van een kind werd bepaald door die van zijn ouders. De hoogste rang was die tussen een broer en zuster, kinderen van de koning.
– de zuiverheid van bloedlijn speelde een grote rol. De lijn van de moeder was belangrijkst. Er was dan geen verwatering van mana.

Voordelen van incest voor de koninklijke familie

Hoe heiliger de royals waren (dit is hoe meer mana ze hadden) hoe groter de kans dat hun onderdanen hun macht zouden erkennen en hun opdrachten uitvoeren.

Dat er een taboe (een woord van Polynesische oorsprong) was op incest dat door de koninklijke familie niet moest aanvaard worden, integendeel, onderlijnde hun macht, hun mana.

Een voorbeeld
Koning Kamehameha III (1814 –1854), was de derde koning van het koninkrijk Hawaï van 1825 tot 1854. Zijn zuster was prinses Nahi’ena’ena. Sommige historici geloven dat de koning en zijn zus al in 1824 met elkaar sliepen. Er gingen jaren voorbij gegaan zonder dat de geheime liefde werd onthuld. Het geheim was door de prinses bewaard gebleven, door de liefde en toewijding die ze had voor haar broer, die door missionarissen was opgevoed. Het lijkt erop dat de jonge Kameamea III ook diep verliefd was.

Dit voorbeeld roept de vraag op of de biologische grens, het effect van Westermarck, hier niet overschreden werd. “Het meest bekende voorbeeld van het Westermarck-effect is het ontbreken van seksuele belangstelling tussen broers en zussen. Het effect hangt dan ook sterk samen met het taboe op incest.” (Wiki) Dit effect zou moeten werken als broer en zuster apart opgevoed werden. We hebben dar echter geen gegevens over. Was de cultuur, koninklijke broers en zusters moeten met elkaar huwen, hier sterker dan de biologie?[3]

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com


[1] Zie: Marc Vermeersch, Om zich e …

[2] Zie Marc Vermeersch, doc …
Joanne Carando, Hawaiian Royal Incest. A Study in the Sacrificial Origin of Monarchy, Transatlantica, Revue d’études américaines – American Studies Journal,

[3] Milton Diamond, Sexual Behavior in Pre Contact Hawai‘i: A Sexological Ethnography, Revista Española del Pacifico. 2004, N° 16, p. 37-58
Joanne Carando, Hawaiian Royal Incest. A Study in the Sacrificial Origin of Monarchy, 2002, mis en ligne le 23 mars 2006.

Deel 1
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 2
Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Geplaatst in Incest, Seks | Een reactie plaatsen

Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later

Voorbereiding van de genitaliën vanaf de vroege kindsheid

Gauguin haalde zijn inspiratie voor zijn schilderij ‘Manao tupapau’ (De geest van de doden waakt) van 1892 bij zijn 13-jarige Tahitiaanse vrouw, Teha‘amana.

De penis

Vanaf de geboorte werd op de penis geblazen door een tante of grootmoeder van het kind. Dit gebeurde tot de besnijdenis werd uitgevoerd. Men verwachtte dat de voorhuid zo gemakkelijker loskwam van de eikel zodat, als de besnijdenis werd uitgevoerd, de voorhuid snel en gemakkelijk kon besneden worden. Dit werd niet beschouwd als een seksuele activiteit. Jongens werden besneden als ze 6 à 7 jaar waren.
In Hawaï was er geen bijzondere puberteitsrite.

De vulva

Als een meisje nog een kindje was werd moedermelk in haar vagina gespoten en werden de schaamlippen samengedrukt. De venusheuvel werd ingewreven met olie en er werd met de palm van de hand gedrukt om hem vlakker te maken. Dit ging door tot de labia niet meer van elkaar gescheiden waren. Het werd vaak oraal gedaan door de moeder, een tante of een grootmoeder. Op de Markiezeneilanden werden de kleine schaamlippen uitgerokken om ze langer te maken. Dit werd vaak oraal gedaan door volwassen vrouwen die voor de meisjes zorgden. Een vergelijkbare verlenging van de clitoris gebeurde bij jonge vrouwen van de Society en de Austral Eilanden.

De billen/de kont

De billen werden geassocieerd met seksualiteit en de geslachtsdelen. De billen van kinderen, jongens meer dan meisjes, werden gemasseerd zodat ze rond werden. Het masseren zelf werd niet als erotisch of seksueel gezien. Het was in het voordeel van het kind.

Seksuele opvoeding, plezier in seks

In tegenstelling tot praktijken in andere delen van Oceanië waren er geen seksuele activiteiten tussen volwassen mannen en mannelijke adolescenten.

Jonge vrouwen leerden van oudere vrouwen bij wie ze verbleven, om naar seks uit te kijken en het plezier ervan te waarderen. Als ze de puberteit bereikten werd seksuele exploratie met partners van dezelfde leeftijd actief aangemoedigd. De grootouders waren verantwoordelijk voor de seksuele opvoeding. Voor de Hawaiianen was seks een rijke bron van humor.

Ouderdom en voorbereiding van de eerste seks

Jongeren hadden al vroeg een seksuele activiteit. Ze onderzochten bv. elkaars geslacht en konden elkaar masturberen. Soms waren ze van hetzelfde geslacht. De volwassenen keurden dit goed. Ze beschouwden het als een inleiding op de volwassenheid. Seks was voor beide geslachten niet ongewoon voor de adolescentie.

De vrouwen waren kwistig met hun seksuele gunsten in Oceanië.  Ze waren al heel vroeg ingewijd in deze manier van leven. Sommigen waren niet ouder dan tien jaar. De tijd om te beginnen met coitus werd bepaald door mogelijkheid en door rijpheid.

Een jonge man die taro kon telen of veel vis kon vangen, werd als oud genoeg beschouwd om seks te hebben. De eerste regels van een meisje gaven aan dat ze klaar was voor de coïtus, als ze dat nog niet had meegemaakt.

Vaak was de vroege seksuele ervaring van jongens er een met een getrouwde vrouw, een dertiger of een veertiger, bv. op de Markiezen Eilanden. Vrouwen die speciaal moeite deden om het de jongens aangenaam te maken en geduldig waren. Jonge meisjes hadden vroeger dan jongens hun eerste seksuele ervaring. Bij de adel, de ali‘i, zou een ervaren cheffin of een tante, de jonge mannen onderrichten en leiden.

Op dezelfde manier werden meisjes getraind door een tante of een andere ervaren vrouw. De training ging niet alleen over wat men kon verwachten en wat men moest doen, maar ook over hoe men het plezier kon vergroten of maximaliseren. Minder formele, maar vergelijkbare training werd gegeven aan gewone mensen. Er was zowel praktijk als theorie. Een jonge man leerde timing en hoe een vrouw te behagen om haar te helpen een orgasme te bereiken. Een jonge vrouw werd geleerd hoe ze een jonge man moest aanraken en strelen en hoe ze haar lichaam moet bewegen om hen beiden te behagen. Ze leerde hoe ze haar vaginale spieren ritmisch kon samentrekken.

Oudere mannen kozen voor meisjes maar oudere vrouwen gaven de voorkeur -als ze de keuze hadden- voor jonge mannen.

Regels voor geslachtsgemeenschap

Zolang individuen van de gepaste sociale klasse waren werd bijna elk type seksueel gedrag aanvaard. Als er een kind werd uit geboren was het welkom. Als het er op aankwam een partner te kiezen voor iemand van de adel om het geslacht verder te zetten werd weinig rekening gehouden met fysiek uiterlijk of leeftijd van de man.

Het woord voor orgasme, betekende ook ‘plezier’ en ‘vreugde’. Er waren geen beperkingen v.w.b. de posities tijdens de seks. Homoseksueel gedrag werd aanvaard. Veel royals waren bekend voor hun ambiseksuele activiteiten.

Uitgebreid voorspel was geen standaard onderdeel van coitus. Als een man en een vrouw elkaar tegenkwamen op een pad of op een strand en direct aan een coitus begonnen was dat soms met weinig praten en weinig voorspel. Elders in Oceanië had men gelijkaardige praktijken. Men rapporteerde dat zowel mannen als vrouwen gemakkelijk en herhaaldelijk een orgasme kregen.

Seksuele beperkingen, maagdelijkheid, promiscuïteit en monogamie

Los van beperkingen i.v.m. klasse en familie waren er weinig beperkingen v.w.b. seksuele praktijken voor gewone mensen. Masturbatie, seks tussen niet geëngageerde individuen, partners die elk nog minnaars hadden, liaisons, polyandrie, polygynie, homoseksualiteit waren alle aanvaarde praktijken. Seks werd beschouwd als goed en gezond voor allen, jongeren en ouderen inbegrepen.

Maagdelijkheid werd enkel voor vrouwelijke chefs als een goede eigenschap beschouwd omdat afstamming belangrijk was. Bij de adel, de ali‘i, hadden de vrouwelijke en de mannelijke eerstgeborene speciale rechten. Ze werden verloofd als ze nog tamelijk jong waren. Soms was er tussen de verloofden een aanzienlijk, soms zelfs een extreem, leeftijdsverschil bv. tussen een klein kind en een man oud genoeg om haar grootvader te zijn. In andere gevallen werd een jonge man gekoppeld aan een oudere matrone.

Als een cheffin aan een chef gekoppeld was mocht ze zoveel minnaars of bijkomende seksuele partners hebben als ze wilde. Een missionaris, Eerwaarde Thurston, schreef over de tweede vrouw van Kalaniopuu, heersende Chef van het eiland Hawaï, in de tijd van Cook. Ze zei zelf dat ze niet minder dan 40 seksuele partners had en meestal meerdere tegelijk. Haar man, koning Kamehameha had 21 bekende echtgenotes.  

Meisjes in de prepuberteit hadden in vele culturen in Oceanië vaak een publieke seksuele activiteit met volwassenen. Cook rapporteerde bv. een publieke copulatie in Hawaï tussen een volwassen man en een meisje van 11 of 12 zonder dat er het minste gevoel was dat dit onfatsoenlijk of ongepast zou zijn.

De bijna blinde en oude hogepriester Manimani had nog een groot libido. Hij had vaak het gezelschap van meer dan een dozijn meisjes en vrouwen, sommige niet ouder dan 12 of 13 jaar.

Waarnemers zagen vaak heteroseksuele copulatie of cunnilingus tussen volwassenen en prepuberteitindividuen in Polynesië. Soms assisteerden ouderen jongeren bij het hebben van seks met ouderen. Op de Markiezen Eilanden waren buitenechtelijke relaties frequent en dat waren vaak oudere mannen met jonge maagden of oudere vrouwen met jonge maagdelijke jongens.

Tot recent was de geboorte van een kind voor een ongehuwde vrouw in Hawaï en elders in Polynesië geen probleem voor haar of voor de maatschappij. Haar vruchtbaarheid was bewezen en voor het kind werd gezorgd door de uitgebreide familie. Onwettelijkheid was -in dit verband- niet van toepassing in Hawaï.

Individuen bleven al dan niet samen uit vrije keuze en niet door verplichting.

Eén partner van een paar kon monogaam zijn terwijl de andere polygaam was.

Seksueel verlangen, heteroseksueel of homoseksueel, van een volwassene voor een niet-volwassene werd aanvaard.  Sodomie bestond.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 1
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 2
Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 3
Seks in Hawaï (3) Koninklijke incest | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Sociale klassen in Hawaï
Sociale klassen in Hawaï | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deze blog is onderdeel van de voorbereiding voor het vierde boek in de reeks ‘geschiedenis van de mens’. Moet verschijnen in 2021.
Marc Vermeersch, Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding naar Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië en Polynesië. Boek 4.

Geplaatst in Seks, Uncategorized | Een reactie plaatsen

Seks in Hawaï (1) van jongs af aan

Op een halve eeuw is in het Westen de ideeën over seks en de sekspraktijken zeer sterk veranderd. Tot rond 1965 was het traditionele huwelijk de norm, was seks voor het huwelijk en was homoseksualiteit verboden. Veel seksuele praktijken die niet openlijk aanvaard werden gebeurden toch.
Vandaag lijken alle vormen van seks, ook meer extreme, aanvaard. Mensen hebben v.w.b. seks veel meer vrijheid.
Het is interessant om te zien dat seks in Hawaï sterk lijkt op wat een deel van de Westerse bevolking nu als praktijk heeft.

Fallisch symbool op het eiland Molokai.

De Westerse opvatting van het huwelijk bestond niet in Hawaï. Specifieke woorden voor echtgenoot of echtgenote bestonden niet. Men spraak van ‘man’ en ‘vrouw’.

Seks buiten vaste relaties was sociaal aanvaard, ook al was er geen verdere betrokkenheid. Concepten voor seksuele activiteiten voor of buiten het huwelijk waren er niet. Dat was niet enkel waar voor Hawaï maar ook voor een groot deel van Polynesië.
Sedert de jaren 1960 zijn de opvattingen over seks en het huwelijk in het Westen zeer snel veranderd. Eén voorbeeld: seks voor het huwelijk wordt vandaag slechts door een kleine minderheid als verkeerd gezien. Homoseksualiteit is nog niet overal aanvaard in het Westen maar er is grote vooruitgang geboekt. De opvattingen zijn vaak verschoven in de richting van wat eeuwen geleden in Hawaï gangbaar was. Dat uitte zich op verschillende punten   

Naaktheid, kleding

In Hawaï werd naaktheid niet ervaren als seksueel. Mannen en vrouwen beoefenden alle watersporten, bv. zwemmen, surfen enz., naakt. Dat wil niet zeggen dat de Hawaïanen meestal naakt rondliepen. Voor volwassen mannen was de basiskleding een lendendoek en voor de vrouwen een rok gemaakt met vezels van schors. Een jonge man mocht de lendendoek dragen als hij opgenomen was in het mannenhuis en hij tussen 4 en 6 jaar oud was.

Genitaliën

De geslachtsdelen werden als heilig beschouwd. Men geloofde dat ze mana hadden. Dit uitte zich in verschillende stenen monumenten met de vorm van een fallus of een vulva o.a. op het eiland Molokai. Men geloofde dat deze beelden de vruchtbaarheid of de seksuele vaardigheden verbeterden. Op het eiland Hawaï was er een rots die leek op een vagina en ongeveer 6 meter lang was. Al deze beelden hadden veel mana. Er wordt tot vandaag geofferd aan deze symbolen.

Er werden liedjes gemaakt over de genitaliën waarin hun werking geprezen werd. Men was er fier op. De leden van de Hawaïaanse koninklijke familie hadden liedjes over hun geslachtsdelen. Het lied van koningin Lili’uokulani vertelde over ‘Anapau haar dartelende genitaliën die op en neer gingen’. Koning Kalakaua’s liedje beschreef de grote omvang van zijn penis.

Algemene informatie ovar Hawaï

Hawaï telde zeven bewoonde eilanden toen de Europeanen er aan het einde van de 18de eeuw aankwamen. De totale bevolking bedroeg toen ongeveer  800.000 mensen.
Totale oppervlakte 16,638 km2.
7 grote bewoonde eilanden en 125 kleine onbewoonde eilanden.

  1. Het grote eiland, Hawaï, telt 10432 km².
  2. Het tweede grootste eiland, Maui, heeft een oppervlakte van 1,883 km²
  3. Het derde grootste eiland is O’hau,
  4. Het vierde grootste is Kaua’i, 1430 km²
  5. Moloka’i telt 673 km². Het was hier dat zich de leprozenkolonie bevond waar Pater Damiaan de Veuster (°1840) melaatsen verzorgde. Hij liep de ziekte zelf op en overleed in 1889, na zestien jaar op het eiland, aan de gevolgen van melaatsheid.

Vandaag maken de afstammelingen van de Hawaianen maar 9% van de bevolkng van de Amerikaanse deelstaat uit. Hun rangen werden uitgedund door de Westerse ziektes die met de boten meekwamen. Daarna was er grote immigratie naar deze kleine eilanden.


Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

Deel 1
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan
Seks in Hawaï (1) van jongs af aan | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 2
Seks in Hawaï (2) Van jongs af aan en later | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deel 3
Seks in Hawaï (3) Koninklijke incest | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Sociale klassen in Hawaï
Sociale klassen in Hawaï | Marc Vermeersch’s Blog (wordpress.com)

Deze blog is onderdeel van de voorbereiding voor het vierde boek in de reeks ‘geschiedenis van de mens’. Moet verschijnen in 2021.
Marc Vermeersch, Het ontstaan van landbouw in China en de verspreiding naar Oost-Azië, Zuidoost-Azië, Melanesië en Polynesië. Boek 4.

Geplaatst in Seks | Een reactie plaatsen

6 december: Zwarte Piet

Peter Paul Rubens studie van het hoofd van een Moor. 1640. Een schilderij waar de zwarte mens me respect, wordt afgebeeld.

6 december, Sinterklaas.
Zwarte Piet stond de afgelopen jaren in de belangstelling. Geen gemakkelijk onderwerp want racisme komt er in aan bod maar ook verdraagzaamheid en het voeren van voordelige discussies.
Racisme
Racisme heeft diepe wortels. De geschiedenis van menselijke groepen is er één van massaal onderling geweld. Tot vandaag. Een mooi voorbeeld is de verspreiding van de Polynesiërs. Zij vertrokken in kleine groepen, waarschijnlijk niet meer dan enkele honderden, hoogstens een paar duizend, mensen die genetisch nauw verwant waren de eilanden van Polynesië bevolkten. Binnen de paar eeuwen ontstonden op veel eilanden klassenmaatschappijen en klassenonderdrukking. Op veel eilanden, zeker de grootste als de eilanden van Hawaï en Nieuw-Zeeland (waar geen sociale klassen waren) kwamen bloedige oorlogen met veel slachtoffers. In meer dan één Polynesische maatschappij werden ook mensenoffers gebracht.
En dat allemaal tussen mensen die genetisch en cultureel, taalkundig zeer nauw verwant waren.
Toch is de menselijke soort diegene die tegelijk in hoge mate samenwerkt, elkaar ondersteunt en haar ongelooflijk succes in de eerste plaats aan haar capaciteit om samen te werken dankt.
Dat laatste lijkt mij voor de toekomst het belangrijkste maar hier ga ik er niet verder op in. Het is een onderwerp op zich.

Racisme betekent in oorsprong dat iemand vindt dat iemand met een andere kleur minderwaardig is. Uit een dergelijke opvatting kan discriminatie ontstaan. Of omgekeerd. Dat slaven tussen de 16de en de 19de eeuw meestal zwarte mensen waren leidde onvermijdelijk tot de racistische opvatting dat zwarte mensen minderwaardig waren.
Maar discriminatie op basis van ras is niet de enige vorm van discriminatie. Sociale discriminatie is gebaseerd op de minachting voor sociale klassen. Zo had de Russische adel een grote minachting voor haar lijfeigenen en toen deze in 1861 werd afgeschaft verbeterde die houding niet of nauwelijks tegenover de in principe vrije boeren. Deze discriminatie zou een van de belangrijkste redenen zijn dat er een Russische Revolutie kwam in 1917.
Het is interessant om te vergelijken met de afschaffing van de slavernij in de VSA. Dat was officieel op 18 december 1865 maar de basis was vier jaar eerder gelegd toen de burgeroorlog voor de afschaffing van de slavernij begon op 12 april 1861. De parallel tussen Rusland en de VSA is uiteraard toevallig maar ze leert de woke-ignoranten wel dat discriminatie op basis van huidskleur slechts een deel van de wereldwijde discriminatie was.
Het feodalisme in Europa was in West-Europa al vanaf het begin van het millennium op te terugweg. In Vlaanderen was het praktisch verdwenen tegen het einde van de middeleeuwen (maar het is een lang verhaal en dit de plaats niet om er op in te gaan). De genadeslag voor het feodalisme waren de Franse revolutionaire legers die overal waar ze kwamen in Europa het feodalisme afschaften en er de Franse wetgeving invoerden. De Franse heerschappij veranderde echter vrij snel in onderdrukking wat mee leidde tot de ondergang van Napoleon die in 1802 de slavernij terug had ingevoerd om ze in de Caribische kolonies weer toe te passen.

Schilderij van1870-1873 van Ilia Efimovich Repin die de hardheid van voormalige lijfeigenen die een boot voorttrokken. Lijfeigenen trokken op een gelijkaardige manier ploegen.

Slavernij bestond in de 19de eeuw niet alleen in de Amerika’s (Noord- Midden- en Zuid-Amerika) maar ook in heel Afrika, Zuidwest-Azië en Turkije.
In de islam was slavernij niet toegelaten voor wie zich bekeerd had tot de islam maar christenen, joden, de vereerders van voorouders enz. mochten als slaaf gehouden worden. Tot vandaag zijn er slaven in Mauretanië en tot 1962 was slavernij wettelijk in Saoedi-Arabië. Vandaag wordt het land ook aangeklaagd omdat huispersoneel als slaven behandeld wordt en dat er slavenhandel is.
De slavenhandel door de islam was één van de grote bevoorradingsbronnen van de trans-Atlantische slavenhandel. In die slavenhandel waren het Europese zeevarende mogendheden (waaronder ook Zweden en Denemarken, die geen kolonies hadden in Amerika), de kolonisten in de Amerika’s en de aanvoerders van slaven in Afrika de slavenhandel uitmaakten. Naast de islamitische slavenhandelaars die roofexpedities op zwarte mensen organiseerden waren ook zwarte Afrikanen die slaven vingen en ze naar de Atlantische kust voerden en verkochten aan de Britten, Portugezen, Nederlanders, Fransen enz.
De islamitische slavenhandel was niet beperkt tot sub-Saharaans Afrika. Er werden ook zwarte slaven gemaakt en weggevoerd naar Jemen, Saoedi-Arabië, tot in Pakistan.
Je kan er volgende pagina’s over nalezen:
Mukalla, Mukalla – Wikipedia
Qu’aiti, Qu’aiti – Wikipedia of dit
Slave rebellion and resistance in the Aden Protectorate in the mid-twentieth century: Slavery & Abolition: Vol 25, No 2 (tandfonline.com)

Turkije dat tot het einde van de eerste wereldoorlog Syriê, Palestina, Irak, Saoedi-Arabië enz. bezette heeft ook zwarte slaven ingevoerd. Hun nakomelingen habben zelfs een Facebookgroep. Zie o.a. Slavernij in het Ottomaanse rijk – Slavery in the Ottoman Empire – qaz.wiki

Turkije onder het sultanaat. Inspectie van nieuw aangekomen slavinnen. Scilderij van Giulio Rosati.(1858-1917) Jaar onbekend maar voor 1917.

Een bijna vergeten aspect van de slavenhandel is de Barbarijse zeeroverij. Barbarijse slavenhandel was de handel in slaven van de 16e tot in de 19e eeuw in gebieden aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika. Het betrof het sultanaat Marokko en plaatsen in het latere AlgerijeTunesië en het westelijk deel van Libië.
Het westelijke deel van de Barbarijse gebieden viel onder de heerschappij van de Marokkaanse dynastieën en het oostelijke deel van de Barbarijse gebieden viel onder de heerschappij van het Ottomaanse Rijk, maar genoot officieus een grote autonomie. Op de slavenmarkten aldaar werd gehandeld in uit Europa en Sub-Saharaans Afrika gehaalde mensen. Er werd geen onderscheid gemaakt
(MV hier is Wikipedia fout maar het zou te ver leiden om dit hier uit te werken.) naar ras of religie; slaven in Noord-Afrika konden zwart zijn, bruin of wit; christen, jood of moslim. De Europese slachtoffers werden aangevoerd door piraten vanuit de kustplaatsen van ItaliëSpanjePortugalFrankrijkEngeland tot zelfs IJsland toe. Mannen, vrouwen en kinderen werden gevangengenomen in zulke mate dat sommige kuststreken ontvolkt werden.” Tussen 1530 en 1780 werden naar schatting tussen 1 miljoen en 1,25 miljoen blanke slaven verhandeld. Cervantes, de Spaanse auteur van Don Quijote werd ook gevangen genomen en als slaaf gehouden. Hij werd, zoals veel andere gevangen genomen christenen, vrijgekocht. De handel in en de winst gemaakt op christelijke slaven was groot. Er was een christelijke orde, de Trinitariërs, waarvan “het voornaamste doel van de orde bestond uit het vrijkopen of ruilen van christelijke gevangenen of slaven uit de handen van de Saracenen” (Wiki) 
Marokko was geen uitzondering. Slavernij bestond er verder na de invoering van de islam. Het land was actief in de slavenhandel en onder sultan Mu … werd een recordaantal zwarte mensen tot slaaf of terug tot slaaf gemaakt. “Andere zwarte moslims zijn in Afrika tot slaaf gemaakt, maar de Marokkaanse uitzondering ligt in de omvang en de methoden van deze operatie. In totaal werden tijdens het bewind van sultan Moulay Ismaïl (1672-1727) meer dan 221.320 zwarte mensen vernederd en hun wettelijke rechten, waaronder hun vrijheid, geschonden. Dit bestendigde de slavenstatus van alle zwarten, zelfs van degenen die vrij waren.” (“hun vrijheid, geschonden” is een eufemisme voor tot slaaf gemaakt.) (Le Monde, 28 juillet 2019, Racisme anti-Noirs au Maroc : « Le Coran ne soutient pas la pratique de l’esclavage mais son abolition» interview met Chouki El Hamel, historien marocain installé aux Etats-Unis, retrace le passé esclavagiste du royaume chérifien pour décrypter le racisme qui perdure au Maroc.) El Hamel is een gelovige islamiet die het gevangen nemen en verhandelen van christenen niet eens vermeldt. Hij vermeldt alleen dat slavernij niet in de koran staat. Dat Mohammed slaven had vermeldt hij ook niet. Slavernij bestond verder onder het Franse protectoraat maar illegaal. Minstens tot 1935.
Moulay Ismaïl was een bijzonder bloeddorstige heerser (in het Frans: le sanguinaire) die ook eigenhandig mensen vermoordde. Het kleinste aantal van het aantal slachtoffers dat hij zelf doodde loopt uiteen maar 20.000 werd zo vermeld.

De Woke-idioten lezen dit best drie maal: tot 1830 werden blanke slaven door islamitische rijken geroofd, geketend, verhandeld, onderdrukt en vermoord. Honderdduizenden zwarte mensen werden er tot slaaf gemaakt.

Slavernij was dus niet beperkt tot slavenhandelaars van slechts één huidskleur, van één geloof of van één religie. Het geeft aan dat alle mensen gelijk zijn, ook in de wreedste aspecten van wat ze doen.
Otto Pilny (1866 –1936) was een Zwitserse schilder die in Egypte en Noord-Afrika in Ottomaans gebied verbleef. Hij schilderde o.a. de verkoop van blanke slavinnen. In Egypte werkte hij meerdere jaren in dienst van de Ottomanen. Zijn schilderijen zijn soft erotisch (en gemaakte aan het einde van de 19de eeuw, toen bloot ver van algemeen aanvaard was).

Otto Pilny. Schilderij van Arabische slavenhandelaars in Ottomaans gebied die een blanke slavin verkopen.

Dat allemaal om terecht te komen op de kritiek op Zwarte Piet.

Zwarte Piet heeft niets te maken met racisme

Een paar jaar geleden waaide een trend uit de VS over die ons via Nederland bereikte. Net zoals er in Vlaanderen mensen zijn die elke trend die in Nederland komt automatisch als ‘te volgend’ vindt, zijn er in Nederland mensen die alles wat in de Verenigde Staten gebeurt… Je raadt de rest.
Bij een klein deel van de blanke intelligentsia ontstonden enkele jaren geleden een beweging die ‘Woke’ (dit kan vertaald worden als ‘waakzaam’, ‘ wakker’) genoemd werd. Op de Engelse Wikipedia staat daar een goede uitleg over. De term is zo nieuw dat er geen woord voor is opgenomen in de Nederlandstalige Wikipedia. Een beweging met de naam ‘Woke’ ontstond parallel met de ‘Black Lives Matter’, een progressieve beweging die niet aanvaard dat zwarte mensen in de VS vaak opzettelijk en zonder reden vermoord worden. Soms kinderen.
Er is uiteraard niets tegen dat iemand waakzaam is voor onrecht maar het ontaardt als men stelt dat alle blanke mensen racisten zijn. Ik heb hiervoor aangegeven dat de slavernij niet het werk was van één groep en dat blanke mensen ook onderdrukt werden, door de adel, de bourgeoisie of de Noord-Afrikaanse slavenhandelaars. De Amerikaanse Wokers spreken uiteraard van ‘white people’ wat in Nederland vertaald werd als ‘witte mensen’. Daar bedoelen ze echter mee dat blanke mensen per definitie racisten zijn.
In de New York Times verscheen er dit over:
“In June 2018, in a New York Times piece, political commentator David Brooks argued that the goal of wokeness isn’t to solve the issues woke people are concerned about, but to maximize perceived injustices[33]:
There is no measure or moderation to wokeness. It’s always good to be more woke. It’s always good to see injustice in maximalist terms. To point to any mitigating factors in the environment is to be naïve, childish, a co-opted part of the status quo. […] The problem with wokeness is that it doesn’t inspire action; it freezes it. To be woke is first and foremost to put yourself on display. To make a problem seem massively intractable is to inspire separation — building a wall between you and the problem — not a solution.— David Brooks, The Problem with Wokeness, The New York Times”


De vroege geschiedenis van Zwarte Piet
Eén van de belangrijkste vragen i.v.m. Zwarte Piet is wanneer hij voor het eerst verscheen en of er toen eventueel racistische aspecten aan zijn verschijnen verbonden waren.
De beste geschiedenis van Zwarte Piet las ik op de geschiedenissite van Historiek.
De ontwikkeling van Zwarte Piet | Historiek Het artikel is geschreven door Inge Schuiten.
Zwarte Piet was er ook al vóór 1850
Zwarte Piet verschijnt vanaf 1850 regelmatig in boeken en vanaf die datum is zijn ontwikkeling dan ook te volgen. Dat wil echter niet zeggen dat hij in 1850 is bedacht, want ook voor die tijd zijn er afbeeldingen van hem. In 1850 heet hij overigens nog geen Zwarte Piet; dat komt pas later. Er zijn ook teksten die aangeven dat de zwarte helper van de Sint al vóór 1850 bestond, onder meer door de schrijver Josephus Albertus Alberdingk Thijm (1820-1889) die een Sinterklaasavond uit 1828 beschreef waarin Sinterklaas en zijn zwarte knecht op huisbezoek gaan.

Uiterlijk lag niet vast
Het uiterlijk van de knecht van Sint Nicolaas lag niet vast in de negentiende eeuw. De ene keer had hij rode lippen, de andere keer niet. De ene keer droeg hij een pietenpak, de andere keer niet. De ene keer droeg hij een baret met veer, de andere keer niet. Er is in de negentiende eeuw dus geen sprake van dat Zwarte Piet eruitzag zoals wij hem nu kennen: zijn uiterlijk veranderde steeds. Hoewel sommigen van mening zijn dat de kleding van Zwarte Piet gebaseerd is de kleding van een negerslaaf, is dat niet waar. Als Zwarte Piet namelijk van het begin af aan op een negerslaaf gebaseerd zou zijn, dan zou hij er a) steeds hetzelfde uit hebben gezien en b) er ook inderdaad uitzien als een negerslaaf.
(MV) De kleding van Zwarte Piet lijkt veeleer op die van een bediende van de adel en lijkt vaag op kleding van rond 1600. Hij was zeker beter gekleed dan de armen van die periode én beter dan arbeiders en boeren van rond 1850. Zo overdreven lang is armoedige kleding verleden tijd. Wie te jong is om zich de jaren 1945 – 1965 te herinneren kan eens luisteren naar ‘de broek van jantje’ van de Zangeres zonder naam uitgebracht in 1965, niet 1865.

“Hij ziet er echter niet constant hetzelfde uit; zijn kleding varieert en er is geen duidelijke lijn in te ontdekken. Zo heeft hij in 1850 geen baret, in 1868 wel, maar in 1886 niet. En zo draag hij soms oorringen maar meestal niet. Ook de rest van zijn kleding fluctueert.
Dat slaven soortgelijke kleding zouden hebben gedragen als Zwarte Piet is niet juist. Slaven droegen vaak geen kleding en als ze wel kleding hadden, dan was die gemaakt van de goedkoopste stof.”
(…)

“Op de eerste plaats is het zo dat gedurende de slavernij er één boek uitkwam waarin Zwarte Piet te zien is; het boek van Jan Schenkman ‘St. Nikolaas en zijn knecht’ en op de tweede plaats is het zo dat zowel in de boeken daarna als op de schilderijen waar zwarte pages op zijn afgebeeld, de kleding steeds varieert. Er was niet één stijl voor zwarte pages, net zo min als er één stijl was voor Zwarte Piet in de negentiende eeuw.

Oorringen
Er zijn mensen die zeggen dat Zwarte Piet geen oorringen meer mag dragen omdat dat een herinnering is aan de slavernijtijd. Maar slaven droegen geen oorringen. Slaven werden in Afrika al hun bezittingen ontnomen door de Afrikaners die hen gevangen hadden genomen en ze gingen naakt aan boord van de slavenschepen. Op de plantages werkten ze ook meestal naakt. Als ze kleding kregen, dan kregen ze meestal een lap stof om zelf kleding van te maken of ze kregen afdankertjes van hun meesters. Dat ze met gouden oorringen om zouden werken op het veld of in het huis van hun meester, is onzin. Als ze al nauwelijks kleding kregen, kregen ze zeker geen gouden oorringen.”

(210) zangeres zonder naam – het broekje van jantje – YouTube
Een smartlap uit 1965 die nog meer liedjes had die grauwe sociale situaties beschrijven.

Tussen 1958 en 1962 ging ik naar een parochieschool van de Gentse arbeiderswijk Brugse Poort. In elke klas zaten wel 2 of 3 jongens van Jongensstad Drongen, een weeshuis. Zij kwamen elke dag van kilometers ver te voet naar de school aan de Peerstraat in Gent. Ze waren armtierig gekleed, en allemaal op dezelfde manier gekapt. De korte broeken die ze droegen waren soms versteld. Zo overdreven lang geleden is dat niet.

“Overzicht
Zwarte Piet zoals wij hem kennen, ziet er pas zo uit na de Tweede Wereldoorlog. Daarvóór varieert het nogal hoe Zwarte Piet eruitziet, zoals uit het overzicht blijkt. Zwarte Piet ziet er in het boek van Jan Schenkman uit 1850 ook al niet uit zoals de huidige Zwarte Piet. Tegenstanders van Zwarte Piet zeggen dat Jan Schenkman in dat boek een negerslaaf opvoerde, maar het enige wat er te zien is, is een zwarte knecht zonder rode lippen, zonder oorringen en zonder pietenpak. Die knecht is dus niet gebaseerd op een negerslaaf. Sommigen stellen dan dat het woord ‘knecht’ synoniem is aan ‘slaaf’ maar de etymologie van het woord ‘knecht’ is ‘jongeman, dienaar, leerling, schildknaap’. De betekenis van ‘slaaf’ had het alleen in de middeleeuwen; daarna verdween die betekenis uit het Nederlands.

Ook in boeken van latere datum is er het probleem dat het lastig is rode lippen te ontdekken, laat staan grote. Ook gouden oorringen, of überhaupt oorringen, zijn niet zo makkelijk te ontdekken.

Geen negerslaaf
Alleen in 1885 kun je met moeite rode lippen zien in de knecht van Sinterklaas, en dan zijn ze zeker niet groot of dik, maar daarvoor en daarna heeft Zwarte Piet die niet. Het is pas in de twintigste eeuw dat rode lippen vaker voorkomen, maar ook dan nog niet altijd. Hetzelfde geldt voor de gouden oorringen. De Zwarte Piet in 1868 heeft oorringen, maar die zijn niet van goud. Daarna duurt het tot de twintigste eeuw voor Zwarte Piet oorringen krijgt, maar ook dan is het geen standaard ‘uitrusting’. Omdat ook het pietenpak, de baret en kraag nogal variëren is het duidelijk; het uiterlijk van Zwarte Piet stond niet vast in de negentiende eeuw en ook in het begin van de twintigste eeuw was er variatie in de kleding en het hoofddeksel.

Als Zwarte Piet gebaseerd zou zijn op negerslaven, dus negerslaven die een pietenpak droegen met een baret en kraag en die gouden oorringen droegen en grote, rode lippen hadden, dan zou Zwarte Piet meteen vanaf 1850 dat uiterlijk hebben gehad en dat uiterlijk zou dan niet veranderd zijn in de boeken daarna. Maar feit is dat Zwarte Piet in het boek uit 1850 in niets lijkt op de Zwarte Piet zoals wij hem nu kennen en dat ook daarna zijn uiterlijk steeds weer wijzigt. Dat bewijst dat Zwarte Piet niet gebaseerd is op een negerslaaf.”

Daar is de lelijkste zonde van allemaal weer: de erfzonde

Het is verbazingwekkend hoe een marginaal, niet gemotiveerd standpunt over ‘witte racisten’ zeer snel ingang vond. Ook in Vlaanderen wordt ze al enige tijd gedragen. Net in het minst door Bert Bultink, hoofdredacteur van Knack. Hij schreef op 28.8.2018:
Wie nog wil ontkennen dat racistische stereotypen diep in het Vlaamse DNA zijn ingebakken, is ziende blind en heeft een uitzonderlijk talent voor geheugenverlies’ in ‘Witte Vlamingen zijn bang voor een “remplacement” door niet-witte Vlamingen’ (Knack)
Een jaar vroeger, verscheen iets gelijkaardig. Elke De Cruyenaere, nummer twee van Groen Gent, liet -in naam van de stad- een video maken over racisme. In het filmpje wordt racisme aangeklaagd. Daar kan iedereen het mee eens zijn. De video legt jonge kinderen uitspraken in de mond waarvan sommige racistisch, andere te sterk veralgemenen. Dit is kindermisbruik. Het belangrijkste is echter de manier van denken van Groen die hier indirect wordt blootgesteld en dat is dat Vlamingen racisten zijn. Of een dergelijke filmpje ook maar één racist(e) van idee doet veranderen is maar de vraag. Groen staat nooit kritisch tgo. de praktijken van de islam, bv. gedwongen huwelijken geen halalvlees van onverdoofde schapen.
(207) Gentse kinderen lezen Racistische boodschappen voor – YouTube

Vlamingen zijn geen racisten. Toen in de jaren 1960 tot 1967 eens een zwarte man of vrouw in de Veldstraat in Gent liep keek men vooral uit nieuwsgierigheid. Wij hoorden nooit een racistische reacties.
In 1962 ging ik (° 1952) voor het eerst naar het Sint-Lievencollege in het centrum Gent. Na enkele weken kwam er een zwarte jongen in de klas. Iedereen wilde bevriend zijn met hem. Ik hoorde noot een racistische reactie.
Vanaf 1967 begon de strijd van de zwarten in de VS ook hier bekend te worden. Tijdens die zomer werd een mars voor de steun aan hun strijd gehouden die ging van Oostende tot Leuven. Een paar jaar later, ik zat toen op het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo werden in de klas de tekst van Martin Luther King ‘I have a dream’ besproken. Nee, Vlaanderen was niet racistisch, eerder het tegendeel. Zij die de collaboratie hadden gesteund waren een marginaal fenomeen in Vlaanderen in die periode. Bij de Volksunie kalfde hun steun af.
nuttige discussies en andere

(207) Toon Hermans – One Man Show 1974 – Snieklaas – YouTube
Toon Hermans – One Man Show 1974 – Snieklaas

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

wordt verder uitgewerkt

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kunst. Chiribiquete, Colombia. De langste kunstmuur van de wereld, 12,88 km lang, 12.500 jaar oud

De wereld van jagers en verzamelaars zorgde enkele dagen geleden voor een buitengewone, aangename, verrassing. In Zuid-Amerika werd een kunstwerk ontdekt dat zonder concurrentie het grootste van de wereld is. Mocht ik een kunstenaar zijn, het zou mij doen dromen.

De roteswand strekt zich uit over 12,88 km.

In Colombia werd in het Chiribiquete Nationaal Park een rotswand van 8 mijl lang gevonden die beschilderd werd ongeveer 12.500 jaar geleden. Dit werd pas ontdekt in 2019 en zeer recent, in november 2020, gecommuniceerd. Het grootste kunstwerk ter wereld is gesitueerd in het laaggebergte Serrania de la Lindosa dat ca. 300 km van de hoofdstad Bogota ligt. Vandaag is die regio tropisch regenwoud maar ze kan toen ook kenmerken van een savanne hebben gehad.

Veel geometrische patronen, dieren en mensen werden voorgesteld

Er staan afbeeldingen van dieren die  sedert lang uitgestorven zijn zoals de mastodon en de paleolama[1], een kameelachtige, van reuzenluiaards en paarden die tijdens de ijstijd in Amerika leefden. In die regio woonden mensen vanaf 17.000 jaar geleden.

Op de 12,88 km lange rotswand zijn tienduizenden schilderingen of tekeningen aangebracht. Veel van de tekeningen zijn geometrische patronen maar er werden ook veel handafdrukken gemaakt. Die handafdrukken komen wereldwijd voor over een zeer lange periode. De kans is groot dat ze eerst in Afrika zijn gemaakt en zich met Homo sapiens over de wereld verspreidden. . Met de informatie waar ik vandaag over beschik zijn de tekeningen waarschijnlijk gemaakt met een kleurstof op basis van okte (ijzerhematiet). Ok dat was een wereldwijs gebruik. Symbolisch was oker het symbool voor bloed en bloed het symbool voor leven, levenskracht.

paleolama

Dr. Marc Vermeersch   – marc.vermeersch@gmail.com

[1] Palaolama = oude (paleo in het Grieks) en lama. Waatschijnlijk een voorloper van de hedendaagse lama.

In mijn boeken besteedde ik veel aandacht aan kunst.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
-Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azië en de verspreiding er van naar Europa, West-Azië en Afrika. 35€-
te verschijnen Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea
te verschijnen Boek 5. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Amerika

Andere blogs over kunst
De spectaculaire constructies in de grot van Bruniquel (F), 176.500 BP
Kunst Olduvai 1,74 M BP, de bavianenkop
De oorsprong van esthetisch gevoel en kunst.
Schelpen en pluimen, nieuwe kunstobjecten van neanderthalers  
(waar Cueva de los Aviones aan bod komt)
De oudste door de mens bewerkte beeldjes

Het oudste liefdesbeeldje ter wereld.
Een virtueel bezoek aan de grot van Lascaux

Chauvet, grottenkunst in Europa tot 32.410 jaar oud

Der Löwenmensch, het oudst bekende beeldje met een combinatie mens-dier
 Het oudste Europees Venusbeeldje uit de Hohle Felsgrot (D)
Schelpen en pluimen, nieuwe kunstobjecten van neanderthalers
De oudste juwelen ter wereld

Nerja, oudste grottenkunst in Europa, meer dan 40.000 jaar oud
Vela Spila (Kroatië), keramiek 17.500 jaar geleden

Kunst. De denker en de zittende vrouw.
De Kalahari 70.000 jaar geleden: religie, totem, kunst en een python (a
) de neushoorngrot
De Kalahari 70.000 jaar geleden (b) de neushoorngrot de interpretatie

Geplaatst in Amerika, esthetisch gevoel, kunst | Tags: , , , | Een reactie plaatsen