Een korte geschiedenis van geweld (10) de Achuar

achuar-meisje-beschilderd

Achuarvrouw met beschilderd gelaat

Geweld van allen tegen allen, “een chronische staat van oorlogsvoering”

De Achuar (Oost-Ecuador), buren van de Jivaros of Shuar, die in een andere blog al kort aan bod kwamen, hadden eenvoudige landbouw maar die leverde door het telen van o.a. maniok hoge opbrengsten, voldoende voedsel. De meeste Zuid-Amerikaanse volkeren hadden hetzelfde type landbouw en globaal dezelfde hoge opbrengsten. Veroveren van grondgebied om meer voedsel te hebben was geen motief voor het desastreuze geweld tussen deze indianen. Hun dorpen waren slechts vlekje in het uitgestrekte regenwoud.
Een aantal van deze volkeren worden in deze, vorige en volgende blogs besproken. Zoals veel andere Zuid-Amerikaanse volkeren waren de Achuar onderling voortdurend in gewapende conflicten verwikkeld waarbij veel doden vielen.

achuar-blaaspijp-blow_gun_achuar

Achuarman met blaaspijp en beschilderd gelaat

 

Moorden
Bij onderlinge gevechten waren zelden veel krijgers betrokken. Tukupi, een chef, kon slechts rekenen op een zestal krijgers van zijn leeftijd en een tiental jonge krijgers! (Descola p. 202) Een vendetta spaarde niemand.

Pujupat was een grote man, met een woest karakter, die eigenhandig meer dan 20 mensen had vermoord, een zotte doder. Hij ontkleedde de vrouwen die hij gedood had en spreidde hun benen om hun geslacht te tonen. Hij aanvaardde contracten om hem onbekende mensen te vermoorden. Hij leefde later met zijn zonen in een versterkte plaats. (Descola p. 319-321)

achuar-shuar-kaart

kaart van het gebied waar Achuar en Shuar wonen in Ecuador

Jongeren en impulsief gebruik van geweld
Het bezoek van Tii bracht volgend nieuws: “Kawarunch was zojuist vermoord door Narankas en zijn broer Nurinksa. Er was geen twijfel over de identiteit van de moordenaars noch over de omstandigheden van het drama waarvan een vrouw nog eens het voorwendsel was. Geïrriteerd door het slechte karakter van haar echtgenoot Narankas, was Iyun enkele weken geleden eerder gevlucht naar haar vader Tuntuam, een doofstomme, net als de broer van Tukupi.” Woedend over deze verlating zocht Narankas steun om zijn schoonvader, die hij de schuld gaf van de het wegtrekken van zijn vrouw, te doden. (Descola, p. 295-296)

 

Geweld omwille van het geweld
De moorddadige conflicten waren er tussen bloedverwanten, tussen mensen van dezelfde stam, met dezelfde taal, vaak omwille van een vrouw. Conflicten tussen verwanten konden veel bloediger zijn dan die tussen stammen waarvan de leden niet verwant waren. Het geweld werd versterkt of verdubbeld door beschuldigingen van sjamanistische agressie. (Descola, p. 306-308)

Bij agressie tussen verschillende stammen was het doel vaak alleen koppen snellen. Men zocht de slachtoffers vaak ook op grote afstand van waar men woonde.

Niet alle Achuarmannen waren tuk op geweld. Sommigen gingen geïsoleerd leven om van de oorlogen afzijdig te kunnen blijven. (Descola, p. 241) Het tomeloos geweld had als gevolg dat sommige Achuar zich op een afgelegen plaats verschansten en langere tijd oncomfortabel in een versterkte vestiging leefden. (Descola, p. 308 e.v.)

Sjamanen
Men geloofde dat slechte sjamanen op afstand schade aan mensen konden veroorzaken. Deze sjamanen werden gehaat en werden soms vermoord. Geruchten over dergelijke praktijken waren voldoende om geweld te gebruiken tegen een sjamaan en hem te vermoorden. (Descola, p. 275-276, 319, 380)

Motieven
De motieven van de krijgers waren het zoeken naar eer en prestige. Wie veel vijanden had gedood was een held. Een tweede motief was het veroveren van vrouwen. Bij een aanval werden meestal alleen mannen vermoord. Vrouwen, zeker jonge vrouwen, werden geroofd, meegesleurd naar de woonplaats van de Achuar.
In een volgende reeks blogs (maar in deze reeks over geweld zijn we slechts ongeveer halfweg zal de onderdrukking van vrouwen, waaronder geweld tegen vrouwen, uitgebreid aan bod komen.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Bron: Pierre Descola, Les Lances du crépuscule : relations Jivaros. Haute-Amazonie, Paris, Plon, collection Terre humaine, 1993. Ik las de pocketeditie van 2006.

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars
Deel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalenDeel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen
Deel 10: de Achuar

Geplaatst in Achuar, Ecuador, geweld, Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

De onafwendbare militaire nederlaag van de Islamitische Staat

kaart-irak-syrie-2016

De grijze zone geeft aan welk gebied ISIS nog bezet. In het noordwesten geeft een tank en een vliegtuig aan dat Turkije daar binnen gevallen is. Het hoofddoel van Erdogan blijft de vernietiging van de Koerden. Momenteel wordt de belegering van Mosoel, Irak, voorbereid.

De afgelopen maanden leed de Islamitische Staat meerdere nederlagen. 12% van hun grondgebied werd verloren in 2016. De recente Turkse inval van massamoordenaar Erdogan verzwakt hen verder. Eén van de belangrijkste redenen dat zij vroeg of laat onvermijdelijk militair moeten verslagen worden is dat ze met niemand gelijk welk bondgenootschap kunnen aangaan. Sectair in hun geloof, onverbiddelijk voor de minste afwijking in eigen gelederen, tegen sjiieten, christenen en Yezidi. Vrouwen, kinder- en homomoordenaars. Martalaars. Enzovoort Bondgenootschappen sluiten is in de meeste langdurige oorlogen een noodzakelijke voorwaarde om een kans te maken om te winnen. Dat is niet enkel waar voor gewapende conflicten of voor b.v. de ooit oppermachtige Pablo Escobar die zichzelf totaal isoleerde tgo. al zijn vijanden die hem samen fataal verzwakten.

In januari 2014 namen soldaten van ISIS (Islamitische Staat in Irak en Syrië) de Irakese steden Fallujah en Ramadi in. Tussen 4 en 10 juni lanceerden ze een offensief tegen Mosoel, toen de tweede grootste stad van Irak met meer dan 1.800.000 inwoners. 1500 strijders van ISIS namen de stad aan de Tigris in die door 30.000 Irakese soldaten nauwelijks verdedigd werd. Op 29 juni 2014 proclameerde de leider van ISIS, Abu Bakr al-Baghdadi, dat de naam van de organisatie veranderd werd in Islamitische Staat (IS) en dat het voortaan een kalifaat was.

Om een langdurige militaire strijd te winnen moet een land, coalitie enz. sterk gemotiveerde soldaten hebben, technisch gevorderde wapens, zoveel mogelijk bondgenoten, een sterke economie en de morele steun van de bevolking. De islamitische staat scoort zwak op alle punten, behalve één.

Ideologische motivatie is het sterkste punt van de Islamitische Staat. De fanatieke overtuiging van zijn strijders is vergelijkbaar met die van Hitler’s SS. IS-soldaten zijn er van overtuigd dat hun opvattingen de enig juiste zijn én hen toelaat om iedereen die daar ook maar een klein beetje van afwijkt, te vermoorden. Veel strijders zijn bereid om zelfmoordmissies uit te voeren. Recent zijn er aanwijzingen dat men meer werkt met ‘Chinese’ vrijwilligers, d.w.z. die er niet voor kozen om zich op te blazen. Veel soldaten van de Islamitische Staat zijn teruggekeerd naar hun land van oorsprong i.p.v. totterdood te blijven vechten. Er zijn berichten van deserties en executies. In februari 2016 van 8 Nederlandse jihadisten.

Toch moet men er niet op rekenen dat de Islamitische Staat snel ideologisch in elkaar zal storten. Het geloof dat men een superieur geloof belijdt is zeer groot. In nazi-Duitsland bleef de SS de Duitsers controleren en opknopen tot aan de capitulatie.

Economie. Eén van de zwakke punten van de IS is de economie. Zo goed als alle inspanningen zijn gericht op de oorlogsvoering. Om aan geld en goederen te komen werden bedrijven en banken bestolen wat een quasi ineenstorting van de economie in de IS-gebied tot gevolg had. Niet goed voor een ondernemersklimaat. Ondernemers waren dan ook mensen die bij de eersten waren om te vluchten. Men had uiteraard aandacht voor productie van de petroleum die veel contant geld opdracht waarmee men o.a. de troepen en de werking van de staat kon betalen. Toch heeft het kalifaat ook eigen productie, van explosieven bijvoorbeeld. Explosieven vergen echter weinig technologische kennis. Daarnaast plaatsten zij stalen platen op voertuigen en maakten zij primitieve raketten. Veel heeft dat niet te betekenen. Zij hebben deze fundamentele zwakte in het verleden gecompenseerd door wapens, voertuigen en voorraden in blitzoffensieven te veroveren. Bij de verovering van Mosoel maakte het b.v. 2300 gepantserde Humvees buit, tanks, honderden andere voertuigen en veel wapens van het Iraakse leger. Elke wagen die vernietigd wordt, elk gesofisticeerd wapen dat gebruikt of uitgeschakeld wordt kan IS niet vervangen.

koerdische-vrouwelijke-strijders

Koerdische strijdsters. Geen enkele islamitische cultuur heeft ooit de gelijkheid van man en vrouw in principe en praktisch gekend. Behalve bij de Koerden. Een bewijs dat het anders en beter kan. Zij zouden door de EU moeten erkend worden.

Technologie.

De IS kan weliswaar technologie gebruiken maar dat betekent niet veel in vergelijking met wat de geallieerden kunnen inzetten aan satellieten, GPS, de controle over internet, vliegtuigen, tanks, helikopters, drones enz. Zowat alle informatie passeert vandaag over internet en GPS, ook telefoongesprekken. Alleen de VSA controleren internet. De Islamitische Staat kan daar niets tegenover stellen.

Geen bondgenootschappen voor de Islamitische Staat De politieke situatie in Syrië en Irak is bijzonder ingewikkeld door het groot aantal strijdende groepen en inmenging van meerdere landen. In een dergelijke complexe situatie is het sluiten van bondgenootschappen vaak doorslaggevend. Het grootste bondgenootschap kan de meeste economische en militaire bronnen inzetten. Op dit punt scoort de Islamitische Staat bijzonder slecht. Het heeft zelf zijn wortels in o.a. al Qaeda in Irak. In 2006 kon het met meerdere Iraakse groepen fusioneren, het enige bondgenootschap in zijn geschiedenis. Het naam de naam Islamitische Staat van Irak aan. In 2011 richtte het een afdeling in Syrië op maar de eenheid duurde niet lang. Al Qaeda gezinde eenheden, al Nusra, scheurden af en staan vijandig tegenover IS. In 2013 proclameerde al-Baghdadi de Islamitische Staat in Irak en Syrië.

koerdische-strijdsters

Koerdische strijdsters vechten ook reëel aan het front. Op de foto een scherpschutster die meer dan 100 bewezen islamisten definitief heeft uitgeschakeld.

De IS daarentegen sluit met niemand een bondgenootschap. Toen ze in het recente verleden veel voordelen hadden van hun relatie met Turkije belette dat sommige van hun soldaten niet om te dreigen Istanboel in te nemen. Erdogan heeft hen lang minstens indirect gesteund en heeft daar intussen een zware prijs voor betaald. De Islamitische Staat slaagt er m.a.w. in om objectieve bondgenoten af te stoten. In eigen gebied doet het er alles aan om zoveel mogelijk vijanden te maken: christenen, yezidi, sjiieten, alawieten, Koerden, homo’s, vrouwen, tabaksrokers, alcoholdrinkers zijn even vele doelwitten. Dat leidt er onvermijdelijk toe dat de steun in IS-gebied onvermijdelijk afneemt en veel mensen vluchten. De strijd tegen sjiieten heeft er toe geleid dat de Libanese Hezbollah, de Iraakse sjiieten en Iran militair strijden tegen de islamisten. Hun recente nederlagen in Irak zijn voor een groot deel te wijten aan de inzet van sjiieten.

De Islamitische Staat is door zijn extremistische ideologie niet in staat bondgenootschappen te sluiten. Dat is mee oorzaak van zijn nakende militaire nederlaag.

De onvermijdelijke militaire nederlaag

Om al deze redenen is de militaire nederlaag van de Islamistische Staat bijna zeker. Haar vijanden hebben zich gegroepeerd en werken systematisch aan haar ondergang. Haar sterkste punt, de ideologische motivatie van haar strijders was een machtig wapen voor blitzoffensieven maar is niet voldoende om tegen een overmacht van wapens en technologie. Het moeilijkste is de termijn te bepalen dat IS zal ten onder gaan maar dat die dag komt is vrijwel zeker.

Na de militaire nederlaag

Een militaire nederlaag betekent dat de Islamitische Staat zal verdwijnen. Het is de zwaarste klap die deze islamistische stroming kan toegebracht worden.

Een belangrijk punt van haar aantrekkingskracht waren de militaire overwinningen die ze boekte en het beeld van een paradijs op aarde. Binnenkort zullen ze het beeld van ‘losers’ meeslepen. Het aantal potentiële zelfmoordenaars zal afnemen. Waarschijnlijk vallen eerst de kleine criminelen, ‘losers’ in de Westerse maatschappij, weg. Zij leefden helemaal niet zoals het kalifaat dat verwachtte. Ze rookten, blowden en dronken. Geen aantrekkelijk beeld voor nieuwe rekruten.

Er kunnen nog tientallen jaren bomaanslagen gepleegd worden in het Westen. De geschiedenis van de ETA en de IRA leren dat steeds kleinere afsplitsingen de gewapende strijd bleven voeren. Tot ook zij met te weinig waren, hun ideaal er duidelijk nooit zou komen en de externe steun voor geweld totaal verschrompeld was.

Dr. Marc Vermeersch   –   Marc.Vermeersch@gmail.com

Zie ook:

Waarom IS zo wreedaardig is

http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/waarom-is-zo-wreedaardig-is/article-opinion-574453.html

Geplaatst in geweld, geweld door IS en historisch, Koerden, Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Toen indianen Europeanen overwonnen en verdreven. Jivaros, West-Ecuador 1599.

Jivaro_Warrior

Jivarokrijgers met blaaspijpen

De geschiedenis van de verovering van Amerika door de Europeanen lijkt wel één lange lijst van nederlagen van de indianen. De daar bestaande ontwikkelde culturen van Inca’s en Azteken waren kwetsbaarst. Zij werden op zeer korte tijd veroverd door kleine Spaanse legers die deze gecentraliseerde staten overnamen.

Natuurlijk was er indiaans verzet. De Tupi-indianen lieten zich niet zomaar onder de voet lopen door de Portugezen. De Irokezen brandden Montréal af. Het ontbrak de indianen zelden aan moed. Ze hadden in vergelijking met Europese soldaten ware doodsverachting. Boog en pijl waren geduchte wapens. Ze hadden weliswaar minder penetratiekracht op grote afstand dan geweren maar een man met pijl en boog kon veel pijlen afvuren terwijl een soldaat zijn geweer met poeder en lood moest herladen. Europeanen brachten echter ziektes mee naar Amerika die vaak duizenden jaren er voor de Europese bevolkingen hadden gedecimeerd waardoor zij er voor een groot deel immuun waren voor geworden. Ziektes als de mazelen waren vaak dodelijk voor indianen. Charles Mann legde in zijn boek ‘1491: New Revelations of the Americas Before Columbus’ uit 2005, uit hoe Europese ziektes misschien de hoofdrol speelden in de uiteindelijke overwinning van de Europese machten. Daar moet aan toegevoegd worden dat zich uit Zuidwest-Azië vanaf 11.500 jaar geleden een zeer productieve combinatie van landbouw en veeteelt had ontwikkeld die geen partij was voor de weliswaar hoog opbrengende Amerikaanse landbouw maar een zeer kleine veeteelt (kalkoenen, lama’s, alpaca’s). De indianen hadden ook geen dier als het paard of de ezel dat voor ploegen, transport en militair kon ingezet worden.

jivaros talen 2

In het geel-groene gebied woonden en wonen Jivaros (17) en ten westen van hen de Achuar (1) In de roze gebieden worden nog Quechea-dialecten, de taal van de Inca’s, gesproken.

Groot was mijn verrassing toen ik enkel dagen geleden las dat er toch indianen waren geweest die de Spanjaarden een zware nederlaag hadden toegediend en hen uit hun gebied verdreven.

De Jivaros waren koppensnellers die van de hoofde van hun slachtoffers tsantsas maakten. De huid van hoofd en hals werd over de schedel getrokken, intensief bewerkt om sterk verkleind over te blijven als trofee.
De eerste keer dat de Jivaros van West-Ecuador (weliswaar niet bij naam) vermeld werden is in een brief van Hernando de Benavente aan de koninklijke audiëntie van Spanje op 25 maar 1550. Hij schreef: “Et je dis en vérité à Vos Majestés que ces gens sont les plus insolents que j’aie jamais rencontrés depuis que je voyage aux Indes et que j’ai entrepris leur conquête.”  De Jivaros zouden zijn gelijk bewijzen. Ze leefden in het gebied waar beken en riviertjes van de oostelijke Andes in Ecuador naar het Amazonebekken vloeiden. Ze waren ook bekend onder de namen Jibaro, Shuar of Shuara. Waar het landschap vlakker werd en de waterlopen begonnen te meanderen, leefde een verwant volk, de Achuar, vijanden van de Jivaros. Zij verplaatsen zich vooral per kano. Het landschap was een factor die de Jivaros beschermde tegen verovering: bergachtig, vochtig, regenwoud, quasi ondoordringbaar.

In de 16de eeuw was het gebied ten westen van de Jivaros onder controle van de Inca’s. In 1527 had de grote Inca, Huayna Capac, geprobeerd de Jivaros te onderwerpen. De weerstand was echter zo groot dat hij zich moest terugtrekken in het hooggebergte van de Andes. Hij werd achtervolgd en gaf de Jivaros geschenken om hen te kalmeren.

De Spanjaarden probeerden voor het eerst in 1549 o.l.v. Hernando de Benavente de Jivaros te onderwerpen. Hij stootte op grote weerstand en moest zich terugtrekken.

De vicekoning van Peru zond een nieuwe expeditie naar Jivarogebied met soldaten en kolonisten. Zij dreven handel met de Jivaros en ontgonnen goud langs de rivieren Paute, Zamora, Upano en hun zijrivieren. Dat was rendabel en trok veel mensen aan. De Spanjaarden stichtten twee stadjes, Logroño en Sevilla de Oro. De Spanjaarden hadden een aantal Jivaros weten te overtuigen om met hen samen te werken bij de goudexploitatie maar de meerderheid bleef vijandig. Juan Aldrete schreef in 1582 “Het is een zeer vijandig volk met een sterk krijgersinstinct. Ze hebben een groot aantal Spanjaarden gedood en ze doden er nog elke dag.”

Toen de Spanjaarden het Jivarogebied hadden opgeëist, eisten ze een tribuut in goud waarvan ze het bedrag elk jaar verhoogden. In 1599 waren de Spaanse eisen buitensporig groot. Dat leidde tot de befaamde revolte van de Jivaros die door Juan de Velasco beschreven werd. De hebzucht van de laatste gouverneur van de Macas (zowel de naam van een stad als van een stam)  voor de kroning van Filips III van Spanje werd de directe aanleiding van de opstand. Hij weet de opstand o.a. aan het feit dat de meeste Jivaros niet echt onderworpen waren geweest. Ze waren b.v. niet bekeerd tot het christendom. De inwoners van Logroño stonden zeer vijandig tegenover de belastingen die ze moesten betalen. De gouverneur maakte van de feesten voor Filips III gebruik om een nieuwe zware belasting te heffen die zou dienen om een geschenk voor de koning te kopen. De Spaanse onderdanen weigerden die belasting te betalen en de gouverneur krabbelde terug: iedereen mocht geven wat hij wilde. Dat gold echter niet voor de indianen. De Macas- en Huamboyastammen plooiden. De Jivaros verenigden zich onder leiding van een buitengewone chef, Quirruba. Ze bereidden zich in het geheim voor waarbij ze zo veel mogelijk goud verzamelden om de indruk te wekken dat ze de belasting zouden betalen. Quirruba verenigde alle Jivaros. Dat was op zich een indrukwekkende prestatie want zij waren vooral bezig geweest met elkaar en leden van naburige stammen in raids te vermoorden. Hij zond ook gezanten naar de Macas en de Huamboya. Zij durfden niet meedoen maar zouden het geheim bewaren. Quirruba wilde dezelfde dag, op hetzelfde uur in opstand komen tegen het Spaanse gezag in de regio. Quirruba zou Logroño aanvallen en twee vertrouwelingen de steden Sevilla de Oro en Huamboya (naam voor de stam en de stad).

Toen de gouverneur in Longroño aankwam vielen de Jivaros daar en in Sevilla de Oro en Huamboya om middernacht aan. Naar verluid waren ze in Longroño met 2000. Quirruba zelf viel binnen in het huis van de gouverneur waar iedereen behalve de gouverneur zelf vermoord werd. De indianen hadden hun goud meegebracht en materiaal om het te smelten. Toe het goud gesmolten was deden ze zijn mond open met een bot, zogezegd om te kijken of er deze keer genoeg goud zou zijn. Ze goten stap voor stap gesmolten goud in zijn mond en gebruikten een ander bot om hem te doen slikken. Uiteindelijk barsten zijn ingewanden wat op gelach en geschreeuw werd onthaald. Geen enkele mannelijke bewoner overleefde de aanval. De huizen werden daarna één voor één in brand gestoken De Jivaros zonden een deel van hun manschappen naar de twee andere steden om er te helpen. Bij de vrouwen die ze gevangen hadden genomen werden de oudere vrouwen en de jongere die hen zouden gehinderd hebben vermoord. Ze hielden de andere voor “leur usage”. Daarbij waren bijna alle nonnen van een klooster dat een paar jaar er voor was gesticht. Longroño telde toen waarschijnlijk ongeveer 12.000 inwoners.

In Sevilla de Oro, een grote stad van 25.000 inwoners, hadden de Macas hun gelofte niet gehouden en de Spanjaarden niet aangevallen. Toen het bericht dat Longroño gevallen was het stadsbestuur bereikte, begon het met de verdediging. Een deel van de gevluchte bewoners van Huamboya kwamen daar ook aan. De Spanjaarden stelden zich op in een vlakte bij de stad. De Jivaros naderden en in de confrontatie werden velen van hen gedood. De Spanjaarden hadden echter te weinig kruit en het aantal geweerschoten verminderde. De Jivaros bleven aanvallen met hun speren en vochten bijna een hele dag. ’s Avonds namen ze bijna heel de stad in die ze in brand staken. Naar schatting zou slechts een kwart van de bevolking, voornamelijk vrouwen en kinderen, de verovering overleefd hebben. Velen verlieten de stad waar slechts een klein aantal overbleef nadat Spaanse versterking uit Quito was aangekomen.

De overwinning van de Jivaros was quasi totaal Tot 1870 was Macas (het stadje) de enige vestiging waar blanken woonden. Ze was slechts met een pad verbonden met een ander blank stadje, Riobamba. De afstand werd in acht dagen afgelegd, Macas was bijzonder afgelegen. Het isolement was naast de handel in machetes, bijlen, kleren, naalden en vuurwapens bijna compleet. Er was waarschijnlijk gedurende eeuwen vijandigheid en geweld tussen Macas en de Jivaros, zeker tot 1837. Daarna ontspanden de relaties zich een beetje, mogelijk omdat de onderlinge handel begon toe te nemen. De Jivaros hadden o.a. varkens en zout die ze konden ruilen. De Macabeos, inwoners van Macas, begonnen dan ook om tsantsas, gereduceerde hoofden te kopen. Als u zich ooit zou afgevraagd hebben waar de gereduceerde in Suske en Wiske, Nero en Kuifje vandaan komen: van de Jivaros.

Het voorbeeld van de Jivaros leidde tot onrust in andere delen van het oude Incarijk, b.v. bij de Popoyàn in Colombia.

Michael Harner sprak, meer dan 360 jaar later met een oude Jivaro die uit de overlevering enkel zaken wist te vertellen die waarschijnlijk teruggingen tot 1599. De ‘blanken’ waren gemaakt uit één bot van de schouder tot de knieën. Dit was waarschijnlijk een vervormde indruk van het harnas dat Spaanse soldaten droegen. Ze waren “wreed en zeer groot”.

Tot daar het verhaal van de enige indianen die in de beide Amerika’s een verpletterende overwinning behaalden op de Spanjaarden en zo hun vrijheid voor bijna vijf eeuwen veilig stelden. Dit liet antropologen als Michael Hamer en Philippe Descola in de jaren 1960 en 1970, bij de Jivaros en de Achuar onderzoek te doen. Waarschijnlijk was hun levenswijze nauwelijks veranderd. Geen vrolijke lectuur want de Jivaros toonden een zelden geëvenaarde wreedheid. Ze haalden de hoofden voor hun tsantas bij hun buren de Achuar. Ze zetten speciale moordexpedities op om ver van hun eigen woonplaatsen Achuar te overvallen, zo veel mogelijk koppen te snellen om zich dan naar eigen gebied terug te trekken. Het lijdt geen twijfel dat hun moed, oorlogszucht en meedogenloosheid onder een bekwame strateeg als Quirruba een noodzakelijke voorwaarde waren om de Spanjaarden voor vele eeuwen uit hun streek te verdrijven. Om een ander bekend stripverhaal te parafraseren: de Europeanen veroverden heel Amerika behalve een klein gebiedje in het Westen van Ecuador.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com

Voornaamste informatie uit: Michael J. Harner, Les Jivaros.-, Bibliothèque Payot. Uit het Engels vertaald. Eerste druk 1972.
Over de Achuar: Philippe Descola, Les lances du crépuscule, Avec les Indiens Jovaros de haute Amzonie. Ed. Terre Humaine Poche, Plon. 1993. De titel is een beetje misleiden. Op de achterkant van het boek staat “On les appelle Jivaros. Ils préfeèrebt se dénommer Achuar, les Gens du palmier d’eau”. In het boek van Harner zijn de Achuar de slachtoffers van de koppensnellerij van de Jivaros.
Ik ben mijn vrienden Christian Vandekerckhove, Jozef Schilderman en Wim Thienpont dankbaar voor volgende informatie. Stripverhalen waarin koppensnellers en/of tsantsas voorkomen.
Nero: De prinses van Wataboeng
Nero: De man met het gouden hoofd
Nero: Zonen van Dracula
Nero: de sprekende draak
Kuifje: Het gebroken oor
Suske en Wiske: De vogels der goden
en hieronder rechts: Natacha uit 1981

Suske en Wiske Het zoemende ei Jivaros 1971_comics_natacha_koppensnellers

Andere blogs over indianen en Amerika

Pocahontas in IJsland

Wanneer kwamen de eerste mensen in Amerika aan?

Indianen kwamen uit Siberië, verwant met Europeanen

Hans Staden en kannibalisme bij de Tupi-indianen

Slavernij bij de indianen van de Amerikaanse Noordwestkust

Indianen in Zuid-Amerika en de Aleoeten met genen van een ouder mensentype dan Homo sapiens

De oudste sites in Zuid-Amerika

 

Geplaatst in Achuar, Ecuador, Jivaros, Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (9) Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen

Tupi vrouwen dansen

Dansende Tupi-vrouwen. De mens liep wereldwijd naakt rond als de temperatuur het toeliet.

De Portugezen hadden met Alavarez Cabrai in 1500 de Braziliaanse kusten ontdekt waar ze vrij snel handel dreven. De Portugezen waren geïnteresseerd in Braziliaans hout en ruilden dat voor kralen en werktuigen. Ze legden vrij snel ook suikerrietplantages aan waar ze indiaanse slaven lieten op werken.

Tupi talen

Tupi-talen verspreidden zich waarschijnlijk vanaf 5000 jaar geleden over een zeer groot gebied in Zuid-Amerika, niet in het minst langs de kusten.

Fransen en Nederlanders hadden ook belangstelling voor Brazilië en voerden onderling aanvallen uit op elkaar. Men ruilde hout bomen, pluimen, apen en papegaaien voor messen en bijlen. Toen de Portugese suikerplantages begonnen draaien ruilde men ook maniokbloem. Men had die nodig om de slaven op de plantages te voeden.

Hans_Staden,_Tupinamba_portrayed_in_cannibalistic_feast

De Tupi-indianen aten hun gedode en vermoorde vijanden op. Zelfs de kinderen die ze met vrouwen van de eigen stam hadden. Houtgravure uit de oudste boeken van Hans Staden. Rechts is hij zelf afgebeeld.

Beide Europese landen hadden indiaanse bondgenoten. Kleine Portugese versterkingen werden soms door indianen aangevallen. Met wisselend resultaat, soms wonnen de Portugezen soms de indianen.

Hans Staden werd geboren in Homburg (Hessen). Hij was aangetrokken door de nieuwe wereld. Hij vertrok in 1547 in Kampen (NL) naar Portugal en van daar naar Brazilië waar hij in 1548 aankwam. Hij werkte er voor de Portugezen.[1] Hij had een eigen slaaf die voor hem werkte.

Hij werd er na een verblijf van meerdere jaren gevangen genomen door Tupi-indianen. Gedurende negen maanden werd hij voortdurend geconfronteerd met de dreiging dat ze op elk moment konden beslissen hem te vermoorden en op te eten. Hij was er als blanke Europeaan letterlijk en figuurlijk de slaaf van de indianen. In Europa waren er martelingen bij verhoren, heksenprocessen, na het opkomen van de hervorming brandstapels en godsdienstoorlogen. Europeanen voerden onderling oorlogen die zouden voortwoeden tot in de Nieuwe Wereld.

Na zijn terugkeer naar Duitsland in 1557 schreef hij een boek, met illustraties, over zijn belevenissen bij de indianen. Zijn boek werden in meerdere talen vertaald. Het had een grote invloed in Europa, vooral in het Nederlands en Duits taalgebied. Er werden tot 70 edities van gedrukt.

De Tupi-indianen

Tupi mannen beschilderd

De kans is groot dat de Tupi uit het noorden van Zuid-Amerika ca. 3000 VOT (Voor onze tijd) zich traag maar zeker verspreid hebben naar het zuiden, over heel Brazilië, tot in Uruguay en het noorden van Argentinië. Ze hadden een groot voordeel op de jagers en verzamelaars die toen in Zuid-Amerika woonden: een eenvoudige hoog opbrengende landbouw die gebaseerd was op knollen en wortels, vooral maniok. Huisdieren, behalve de hond, hadden ze niet. Vlees verkregen ze door de jacht op pecari’s, een soort varken, tapirs[2], apen en vogels. Toen de Portugezen Brazilië bereikten waren de Tupi er de grootste groep, die bijna overal aan de kusten voorkwam.

Oorlog tussen de indianen

De Tupi voerden voortdurend onderling oorlog. Alle dorpen hadden één of twee omheiningen tegen aanvallen van vijanden. Dat was nuttig als ze aangevallen werden. Ze bestookten elkaar met pijlen en gebruikten brandend katoen aan pijlen gehecht met als doel de hutten af te branden. Bij een aanval was één van de doelen tegenstanders levend gevangen nemen. Wie het eerst een vijand had aangeraakt, zelfs voor hij overmeesterd werd, bezat hem. De krijgers hadden altijd koorden mee die gebruikt werden om de gevangen vast te binden. Dan werd een aantal direct vermoord, in stukken gesneden, geroosterd en opgegeten. Portugezen werden niet gespaard, ook niet om geruild te worden.

Hans Staden theodore-de-bry-dritte-buch-americae-a-partir-de-hans-staden-frankfurt-m-1593

De krijgsknuppel werd gebruikt om de gevangene te vermoorden. De vrouwen roosterden het vlees. Iedereen was in feeststemming. Kopergravure van de tweede geïllustreerde versie van het Boek van Hans Staden. Gravures van de Luikenaar Theodore de Bry.

Gevangenen werden naar het eigen dorp gebracht waar ze bij aankomst geslagen werden door de vrouwen. Ze konden direct daarna vermoord en opgegeten worden of gedurende een tijd, van enkele dagen tot 15 à 20 jaar als slaaf gehouden. De gevangene werd voortdurend bedreigd. Aan het einde wachtte hen moord en kannibalisme. Jongens werden van klein af aan gehard. Hans Staden zag dat een chef ’s morgens alle hutten binnen ging om met een scherpe vistand elke jongen een snede in zijn been te maken. Zij moesten leren lijden zonder klagen.

Slavernij

Zowel de Portugezen als de indianen hadden slaven. Hans Staden was bij de Tupi ook de slaaf van zijn meester. Zijn perspectief was dat hij vroeg of laat zou vermoord worden en daarna opgegeten. Indiaanse slaven die bij de Portugezen ontsnapten en bij een andere dan hun eigen stam terecht kwamen bleven slaaf werden niet opgegeten, ze hadden niet gevochten, maar werden wel als slaaf gehouden. Ze moesten meewerken wat o.a. vissen en jagen inhield.

Hans Staden gevangen

Toen Hans Staden op zekere dag een tocht ondernam werd hij door leden van de stam Tuppin-Ikin gevangen genomen. Hij werd zoals de meeste gevangenen meegevoerd naar het dorp van de overwinnaars en werd bij aankomst verplicht te roepen dat hij voedsel was (voor de overwinnaars) dat aankwam. De vrouwen van het dorp zongen een lied dat ze de gevangene wilden opeten. Dan sloegen ze hem, een lot dat alle gevangenen beschoren was. Ze deden dat uit wraak voor hun mannen die vroeger gedood waren door de Portugezen en door hun indiaanse bondgenoten.

Zijn twee meesters, wiens vader door de Portugezen was gedood, gaven hem aan hun oom om een oude verplichting in te lossen. De vrouwen van het dorp kregen hem onder hun hoede. Zijn wenkbrauwen werden afgeschoren, een gewoonte onder de Tupi. Zij wilden ook zijn baard scheren maar hij verzette zich daartegen en mocht hem houden tot zij hem een paar dagen later toch knipten met scharen die ze door ruil van Europeanen hadden verkregen.

Konyan Bebe, was de koning (schreef Hans Staden, in feite was hij hoofd van een aantal dorpen). Rond zijn huis had bij 15 schedels van vijanden op palen laten zetten. Hij ging er prat op dat hij al 5 Portugezen had opgegeten. Wie een vijand had kunnen gevangen nemen had veel prestige en nam een bijkomende naam aan bij elke gedode vijand. Dat bracht veel prestige mee.

Kannibalisme was algemeen

Hans Staden kannibalisme 2 de Bry

De lijken van de gevangen werden versneden. De romp kreeg een prop in de anus, kwestie van niets sappigs te verspillen.

Lang voor ze vermoord werden kregen de gevangenen voldoende voedsel. Op de dag van hun executie werden ze beschilderd. De moordenaars gaven een feest waarop verwanten en vrienden van naburige dorpen uitgenodigd werden. De stam Tupin-Inbas had recent een dorp bijna volledig uitgemoord en alle lijken opgegeten. Enkele overlevende jongeren werden aan de Portugezen geleverd. Eén van hen werd de slaaf van een Galiciër. Hij kende Staden zeer goed.

Alle dorpen hadden één of twee omheiningen tegen aanvallen van vijanden.

Een ter dood veroordeelde kon lachen met zijn lot en praatte met zijn toekomstige beul. Deze indianen waren er mentaal op voorbereid dat ze ooit in een dergelijke positie zouden terecht komen. Gelijkaardige praktijken bestonden bij de Azteken. Ze moesten hun lot dan waardig dragen. Ze konden soms ontsnappen maar werden daarom niet goed onthaald in hun eigen dorp. Minachting was hun deel en men vond de schande soms zo groot dat ze door hun eigen dorpsgenoten vermoord werden.

Het doden van vijanden stoorde Hans Staden niet. Dat was consequent want dat deden de Portugezen ook, enkel het opeten van de lijken was een probleem.

Het motief voor het opeten van de gevangenen werd tegen hen uitgesproken voor zij met een krijgsknuppel doodgeslagen werden. Het was wraak voor de doden die de vijanden veroorzaakt hadden. De terdoodveroordeelde mocht antwoorden. Hij zei dat zijn verwanten hem zouden wreken. Zo werd een oneindige spiraal van geweld in stand gehouden. De ene moord leidde tot de andere. Het zelfde geweld zag en ziet men bij alle soorten maffia tot vandaag. Er was geen staat die het geweld kon beteugelen maar ook als er een staat is zoals in Italië, Mexico, Zuid-Amerika enz. kan het zijn dat die machteloos staat tegenover het tomeloos geweld van b.v. de Mexicaanse drugbendes.

De gevangene werd op het hoofd geslagen tot de hersenen er uit spatten en bij dood was. Direct daarna sneed men zijn lijk in stukken. De vrouwen waren verantwoordelijk voor het roosteren van het vlees en liepen met lichaamsdelen rond terwijl ze kreten van vreugde uitten. In de anus van de romp werd een prop gestoken opdat niets uit het lichaam zou lopen. Niets ging verloren van het precieuze vlees. Wie welk lichaamsdeel kreeg lag op voorhand vast.

Ongemene wreedheid tegenover kinderen

Sommige gevangenen werden 15 tot 20 jaar gehouden voor ze vermoord werden. Ze konden een vrouw hebben. Unies waaruit kinderen geboren werden. Die kinderen werden net als de andere van het dorp opgevoed maar als men er zin in had werden ze vermoord en opgegeten. De Fransman André Thevet was aalmoezenier op een Frans schip en bezocht in de winter van 1555-1556 de baai van Rio de Janeiro. Niet ver van de plaats waar Hans Staden toen ook verbleef. Hij schreef zijn ervaringen op. Zij bevestigen het manuscript van Hans Staden en vullen het aan.[3] Thevet was getuige van de bijzondere wreedheid van een oude vrouw “En notre présence fut commis un acte par une vieille femme, le plus horrible, et le plus cruel, duquel on ait ouï parlé. Laquelle avait mieux mérité le nom de chienne que de femme. Car il faut que vous entendiez qu’aussitôt que l’un des petits enfants, n’ayant que sept ans, enfant de l’une des filles mariées au prisonnier exécuté, aussitôt dis-je qu’il  fut mort, elle lui coupa la tête, et par le trou lui  suça toute la cervelle, et le sang n’eut le loisir de le cuire. La fille avait six ans et le fils sept, lesquels furent tués en la présence de leur père.” Samengevat: Een gevangene zou geëxecuteerd worden. Hij had een zoontje van zeven en een meisje van zes samen met een jonge vrouw van het dorp. De kinderen werden voor zijn ogen vermoord. Een oude vrouw die volgens Thevet beter de naam van teef dan die van vrouw verdiende sneed het hoofd van de jongen af, en zoog zijn hersenen op. We mogen veronderstellen dat de moeder van de kinderen de wrede moord op haar kinderen moest zien.

Terugkeer en onderlinge Europese vijandigheid

Toen een Frans schip aanlegde om handel te drijven hoopte Hans Staden dat hij met dat schip zou kunnen meevaren maar de Fransman zei tegen zijn indiaanse eigenaars dat hij een Portugees was en dat ze hem mochten opeten. Solidariteit tussen Europeanen, tussen christenen, kwam na de onderlinge vijandigheid. In oktober 1548 is Hans Staden weer in Portugal. In 1549 op de Azoren en vandaar terug naar Europa waar hij o.a. Londen en Antwerpen aandeed.

Twee belangrijke edities

De eerste editie van zijn boek verscheen in Marburg in 1557. In 1592 kwam een editie uit waar de van Luik afkomstige Theodore de Bry de grove illustraties van 1557 opwerkte in koperplaten die letterlijk en figuurlijk verfijnd zijn.

Dr. Marc Vermeersch – marc.vermeersch@gmail.com

[1] Blog op basis van het boek van Hans Staden: Hans Staden, Nus, féroces et anthropophages, Editions Métailié, Paris 2005.
[2] Tapirs (Tapiridae) zijn een familie van de onevenhoevigen die tegenwoordig alleen nog voorkomt in Zuidoost-Azië en Zuid- en Midden-Amerika. Ze hebben een korte slurf. Het zijn planteneters.
[3] Histoire d’André Thevet Angoumoisin, Cosmographe du Roy, de deux voyages par luy faits aux Indes Australes, et Occidentales, Édité par Jean-Claude LABORIE, Frank LESTRINGANT

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken?
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars
Deel 9: Hans Staden en de Braziliaanse kannibalen
Deel 10: de Achuar

 

Geplaatst in Brazilië, Hans Staden, kannibalisme, Tupi-indianen, Uncategorized | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

een korte geschiedenis van geweld (8) Slaven bij jagers en verzamelaars

Geweld en slavernij bij jagers en verzamelaars aan de Noordwestkust van Amerika

Noordwestkust Amerika slaaf draagt meester

Cover van het boek van Leland Donald. Het beeld is veelzeggend: een slaaf draagt zijn meester.

Bij jagers en verzamelaars was gelijkheid tussen mannen de regel. Dat sloot ongelijkheid tussen man en vrouw niet uit. In sommige groepen werden vrouwen zeer hard onderdrukt (we komen er op terug) in andere minder en in sommige groepen was er quasi gelijkheid. In zo goed als alle groepen van jagers en verzamelaars waren er geen sociale klassen maar aan de noordwestkust van Amerika (hedendaags Alaska, Canada, Washington) bestond er toch een klassenmaatschappij met heren, vrijen en slaven. Geweld was onmisbaar geweest om die tot stand te brengen.

Links totempalen van de indianen van de Noordwestkust. Rechts: deze culturen hadden een hoge productiviteit o.a. door houtbewerking. Zij konden boten maken met plaats voor 40 mensen.
Geweld was de basis voor de slavernij
De slaven van de noordwestkust werden in raids gevangen. Dorpen organiseerden ze regelmatig met als doel: mensen meevoeren uit andere (ook naburige) dorpen ook al hadden ze daarmee altijd vreedzame betrekkingen gehad. De voorkeur ging uit naar vrouwen en kinderen. Sommige gevangenen waren reeds slaaf en gingen over van een oude naar een nieuwe meester maar er waren ook slavenhouders die als slaaf eindigden. Zoals overal elders in maatschappijen waar slaven voorkwamen was de slavernij in eerste en in laatste instantie gebaseerd op geweld.
“(…) geweld tussen groepen was wijd verspreid en gewoon aan de noordwestkust. Uitgebreide lectuur van de historische en etnografische literatuur geeft de indruk dat als leden van meer dan een groep samen waren er altijd gevaar was dat gevochten werd. Dergelijke feesten en ceremonies werden verondersteld om vrij van fysieke strijd te zijn, een vreedzame tijd, als andere types van relaties tussen groepen doorwogen. Maar dit was niet altijd het geval. Bijvoorbeeld, bij een gelegenheid doodden Kwakwaka’wakw de potlatchboodschappers(487) van de Heiltsukstam alhoewel ze verondersteld werden onder een universele veilige begeleiding te zijn. (…) Leden van een groep vielen een andere groep aan voor een verscheidenheid aan redenen en met verschillende motivaties. Zowel de etnografische en historische verslagen bevatten talrijke beschrijvingen van specifieke incidenten zowel als meer algemene tradities van strijd. Een zeer algemene uitslag van strijd was het nemen van gevangenen. Het lot van gevangenen was dat ze bijna altijd slaven werden, ofwel als dusdanig gehouden door hun overmeesteraars, of geruild met andere groepen waar ze als slaven gehouden werden. Overmeestering in gevechten tussen groepen was het belangrijkste middel van slavenproductie.”
De expedities naar andere dorpen waren verrassingsovervallen waarbij naar hartenlust gemoord en geplunderd werd. Ze werden gevolgd door een snelle terugtocht want de overlevenden van het aangevallen dorp konden een wraaktocht inzetten. De redenen die opgegeven waren voor de aanvallen waren vaak het wreken van de dood van een dorpsgenoot en het veroveren van nieuwe gronden. Het resultaat was dat gevangenen meegevoerd werden als slaaf. Slaven die zelf slavenhouder waren geweest en die dus geld hadden konden soms door hun families afgekocht worden. Ze kostten drie tot vijf maal de prijs van een gewone slaaf. Gewone slaven werden ook gekocht en verkocht. Kinderen van slaven werd als slaaf geboren. Slaven werden bij ceremonies regelmatig vermoord, bijvoorbeeld bij begrafenissen. Daarmee werd het belang van de dode slavenhouder aangegeven. De geofferde slaven moesten als dienaars de dode heer in het hiernamaals vergezellen. Deze praktijken hielden pas op na 1870. De meeste slavenhouders hadden slechts één of twee slaven maar Maquinna, de leider van de Mowachahtstam had er ongeveer vijftig. Het percentage slaven in een gemeenschap bedroeg soms slechts 1 of 2 percent van de bevolking, vaak tussen 15 en 25 percent, soms 30 percent. Slaven moesten hun meesters ronddragen of dienden als pijler voor een platform waarop hun heer stond. Toen Europeanen aan het einde van de achttiende eeuw in contact kwamen met deze maatschappijen veranderde de situatie snel maar enkele Europeanen eindigden ook als slaaf van deze indiaanse slavenhouders. Deze elite onderhield onderling uitgebreide netwerken in het Noordwesten en domineerde ook de vrijen. Het sociaal belang van een individu werd in deze maatschappijen afgemeten aan zijn rijkdom en hoeveel hij daarvan kon weggeven. De adel organiseerde regelmatige een groot feest, de potlatch, waarbij het er op aankwam zo veel mogelijk goederen, met inbegrip van slaven, weg te geven. Het waren rijke gemeenschappen voor de heersers die niet zoals elders, bijvoorbeeld Maya’s en Azteken, een regering hadden. Men kan ze met recht slavenhoudersmaatschappijen noemen.
Slavenhouders hadden de leiding en het grootste bezit aan productiemiddelen in deze gemeenschappen. Ze leefden van de slavenarbeid en hielden de slaven met geweld onderdrukt. Het bleven nochtans maatschappijen waar de economische activiteit er één was van jagers en verzamelaars.(488) De productiviteit van de zalmvangers was door de buitengewone omstandigheden zeer groot, eerder vergelijkbaar met landbouwmaatschappijen. Er was accumulatie van gedroogde en gerookte zalm mogelijk. Gevangenen konden met geweld aan het werk gezet worden. Privaat bezit en geweld verklaren zeker het ontstaan van een klassenmaatschappij bij de bewoners van de Noordwestkust, net als –op een bescheidener schaal- bij de Irokezen.

Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com
Uit:  
Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens. Deel I jagers en verzamelaars Boek 2 de maatschappij, p. 326-329.

Noordwestkust houten huizen

Zij bouwden grote houten huizen.

Noordwestkust 1790 1840

De noordwestkust van Amerika 1790-1840 toen de contacten tussen Russen, blanke Amerikanen en de indianen van het gebied nog niet sterk ontwikkeld waren. Alaska was Russisch.

Voetnoten lezen en tegelijk het project over de ‘geschiedenis van de mens’ steunen? Koop deze boeken?

 

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

Geplaatst in geweld, Noordwestkust Amerika, slavernij, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (7) Geweld bij de Irokezen

Geweld bij de Irokezen, Noordoost-Amerika

Irokezen 3 oorlof Algonquian Samuel de Champlain

tekening uit “Les voyages du sieur de Champlain” Champlain getuigde van een veldslag tussen Irokezen en Algonquin in 1609.

De Irokezen waren om meer dan één reden een merkwaardig volk. Zij waren een democratische bond van stammen met een formele regering. De positie van de vrouw was er zeer goed en homoseksuelen hadden er zoals bij veel stammen in Noordwest-Amerika, een betere positie dan in bijna alle andere maatschappijen elders in de wereld.

Iroquois 4 women-corn-Seneca-New York

De positie van de vrouw was zeer goed bij de Irokezen. Zij deden aan landbouw die door mais, pompoenen en bonen veel opbracht. Er was matrilineaire afstamming. Vrouwen leidden de dorpen. Mannen waren jagers en krijgers.

 

De Irokezen waren bijzonder efficiënte krijgers. Ze breidden hun territorium uit en onderwierpen andere stammen. Ze waren lang in oorlog met de Fransen die er nooit in slaagden hen te onderwerpen. Ze brachten hen in Montréal in juli 1689 een militaire nederlaag toe die de Fransen nooit zouden verteren. Een groot deel van de stad werd afgebrand. De Irokezen waren de bondgenoten van de Britten. Toen de Amerikaanse staten de burgeroorlog voor onafhanekelijkheid begonnen bleven de Irokezen de Britten trouw. Dat was het begin van hun ondergang. Op korte tijd verloren ze bijna al hun grondgebied en werd hun unieke constellatie in Amerika teruggedrongen in reservaten.

Krijgers die de tomahawk en de knuppel (rechts) als traditionele wapens gebruikten maar snel het geweer van de Engelsen vernamen.
Sociale klassen. De behandeling van gevangenen en slaven
De Irokese maatschappij was een klassenmaatschappij. De overgrote meerderheid van de Irokezen was vrij en gelijk, maar krijgsgevangenen werden vaak als slaaf gebruikt. Zij werden soms vermoord, vaak na gruwelijke martelingen, en soms als slaaf gehouden voor hun arbeid. De opbrengst ging uiteraard naar de Irokese slavenhouders. Dat de grote meerderheid van de Irokezen vrije mensen waren die op basis van gelijkheid arbeidden verandert niets aan het feit dat het een klassenmaatschappijen was. Zo had in elke Irokese stam een deel van de mensen geen stemrecht en was niet iedereen een volwaardig clanlid. Slaven konden na een tijd soms volwaardige clanleden worden. In 1680 werden 1300 gevangenen aangevoerd van naburige stammen. De meerderheid die opgenomen werd bij de Irokezen waren jongens, jonge vrouwen en meisjes. Ze werden aan clans gegeven die hun aantal wensten te vergroten. Ze zouden in de toekomst als slaven worden beschouwd. Hun clan zou hen wel beschermen tegen buitenstaanders, maar binnen de clan was er “absoluut niets dat hun veiligheid waarborgde”. Ze moesten voortdurend werken in de landbouw en kregen in ruil voedsel en onderdak zolang ze geschikt, gezond en gehoorzaam waren. Een zieke slaaf werd vaak achtergelaten of vermoord. De minste irritatie leidde tot de doodstraf. Jonge slavinnen werden voortdurend bloot gesteld aan brutaal seksueel misbruik door hun meesters en de wreedheid van meesteressen en meesters. Als ze deze gevaren overleefden kon een jonge vrouw wel een huwelijk aangaan met een Irokees waarna ze de gelijke werd van andere Irokese vrouwen. Een mannelijke gevangene kon na de dood van zijn eigenaars een vrije man worden, huwen en kinderen hebben en als hij zeer bekwaam was kon hij zelfs een leider worden in de gemeenschap. Het aantal slaven dat nooit stemrecht kreeg “moet in vergelijking zeer groot geweest zijn.”

Slaven mochten vissen. Visgerei kon niet als wapen tegen hun meesters gebruikt worden. Doordat sommige families meer slaven hadden waren ze ook rijker v.w.b. voedselopslag, dekens enz. Daarenboven, hoe meer slaven een man had, des te meer vrouwen, aangezien het meerproduct van de slavenarbeid kon gebruikt worden om deze vrouwen te onderhouden. Slaven begon men daardoor te zien als een soort waardestandaard waaraan de rijkdom van een man ook gemeten werd.

“(…) Er was een andere klasse producenten die in elk Irokees dorp aangetroffen werd. Dit element van de bevolking was samengesteld uit gevangenen –de Jezuïeten noemden hen slaven– en andere personen met een serviele status. Slavenarbeid werd in een gewijzigde vorm zowel door leden van mannelijke als vrouwelijke clans[1] gebruikt. Slaven deden het hardste en minderwaardigste werk in elke productielijn, en in jagen en vissen, in landbouw en in huiswerk. ‘Het was een Irokees gebruik’ zegt Mr. Carr, ‘gevangenen te gebruiken om hun vrouwen bij te staan bij het werk op het veld, bij het dragen van lasten en in het doen van minderwaardig werk.’ Zo horen we van een zekere meesteres van twintig slaven die ‘niet wist wat het was naar het bos te gaan om hout te halen, noch naar de rivier om water te dragen.’ Verdienstelijke gevangenen werden eventueel toegelaten tot het clanlidmaatschap. Desalniettemin waren er op gelijk welk moment bij de Irokese bevolking aan de ene kant de vrije producenten (en aan de andere kant, MV) een aggregatie van individuen die compleet in de handen van hun veroveraars waren.” Volgens de ‘Jesuit Relations’ ontvingen de slaven voedsel en onderdak in ruil voor eindeloos werk. Behalve hun bestaan hadden ze geen rechten. Als ze vluchtten en terug gevangen werden volgden vaak wrede martelingen en de dood.[2]
Zoals veel Indiaanse stammen martelden de Irokezen gevangenen. “Soms werden ze op de terugweg naar het kamp al gemarteld, bijvoorbeeld bij de Irokezen (Noord-Amerika). Overleefden ze dit dan werden ze bij terugkomst verdeeld onder de families die doden hadden te betreuren. Ze werden dan gedurende meerdere dagen gemarteld tot ze stierven. Bij de eveneens Noord-Amerikaanse Pawnee liet men degenen die de martelingen goed hadden doorstaan soms in leven en wees men ze toe aan families die iemand nodig hadden om een gestorven familielid te vervangen.” (Uit: Marc Vermeersch, Boek 1, p.347)
Een tijdelijke slaaf was b.v. een gokker die alles had verwed en enkel zijn vrijdom nog kon inzetten. Bij verlies verloor hij zijn vrijheid en moest hij de winnaar twee of drie jaar dienen. Een dergelijke slaaf werd beter behandeld dan slaven die krijgsgevangen waren genomen.

Aan de hand van het voorbeeld van de Irokezen zien we dat een maatschappij van jagers en boerinnen wel een democratische organisatie konden hebben maar dat dit, weliswaar beperkte, slavernij niet uitsloot.
Dr. Marc Vermeersch   –   marc.vermeersch@gmail.com
Uittreksel uit het in 1917 te verschijnen boek:
Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers.
Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€

[1] Clan moet hier begrepen worden als groep.
[2] Stites, 1905, p.78.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld

Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

Geplaatst in geweld, Irokezen, Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een korte geschiedenis van geweld (6) Geweld in de eskimomaatschappij

eskimo Martin Frobisher 1576 1578

Tekening van één van de aller eerste Westerse, Britse, expedities van Martin Frobisher tussen 1576 en 1578 voor een noordelijke passage naar de Stille Oceaan. Eskimodorp.

De relaties tussen eskimo’s en indianen waren soms vreedzaam, ze dreven vaak handel, maar vaak ook gewelddadig. Ook tussen de Inuitgroepen, zeker als ze wat groterwaren, zag men vaak gewapende conflicten. In de MacKenziedelta van Alaska woondenbijvoorbeeld meer Inuit die vaker oorlog voerden dan de eskimo’s aan de noordpoolcirkel.
Indien de honger te groot was deinsde men er niet voor terug om te gaan stelen bij andere groepen. Bij zo’n raid vielen soms doden waarop de getroffen groep ook een raid hield om een gedood familielid te wreken. Gewapende conflicten waren er ook vaak omwille van vrouwen. Sommige groepsleden van de Inuit waren daardoor bekende moordenaars maar dat kon op minder afkeuring rekenen dan sociale misdaden als neerlijkheid, luiheid, gierigheid en bazigheid binnen de groep. De groep of clan was dé basiseenheid. Moorden bij andere groepen was niet het zwaarste misdrijf. De ouderen hadden de leiding in de eskimomaatschappij maar in extreem strenge winters kon het gebeuren dat ze werden achter gelaten als ze niet meer verder konden trekken met de groep. Dit gebeurde uiterst zelden en alleen onder extreme omstandigheden.

eskimo kaart

Waar de Inuit leefden en leve,

 

Het waren vaak de ouderen zelf die voorstelden dat men hen zou achter laten. Soms hingen de ouderen zich op omdat ze de groep niet ten laste wilden zijn. Daarbij konden ze bijgestaan worden door hun favoriet kind. In wanhopige situaties kwam het meer voor dat kleine kinderen werden gedood of achtergelaten in de hoop dat iemand hen alsnog zou vinden en zou kunnen helpen. Meisjes waren daarbij vaker het slachtoffer dan jongens omdat van mannen gedacht werd dat ze meer bijdroegen tot het welzijn dan vrouwen. Infanticide kwam regelmatig voor als baby’s gehandicapt of misvormd waren.

Als de vader of de moeder van een familie stierven viel de nucleaire familie uiteen. Kinderen konden geadopteerd worden door een andere familie maar werden soms gedood indien ze geen onderdak vonden. De eskimo’s hadden net als het Westen recent nucleaire families. Dit kwam omdat men in de zomermaanden moeilijk voedsel vond met groepjes die groter waren dan een paar mensen. De winter was de beste tijd als men op zeezoogdieren kon jagen en grotere groepen verwanten konden aaneen sluiten. De positie van de vrouwen was niet slecht bij de eskimo’s. Mannen hadden de leiding maar geweld tegen een vrouw gebruiken kon als gevolg hebben dat ze haar man verliet.(411)

Dr. Marc Vermeersch   – marc.Vermeersch@gmail.com

Marc Vermeersch, geschiedenis van de mens. Deel I jagers en verzamelaars Boek 2 de maatschappij van jagers en verzamelaars, p. 263-265.

Inuit of eskimo: welke naam? door Lawrence Kaplan

Although the name “Eskimo” is commonly used in Alaska to refer to all Inuit and Yupik people of the world, this name is considered derogatory in many other places because it was given by non-Inuit people and was said to mean “eater of raw meat.”

Linguists now believe that “Eskimo” is derived from an Ojibwa word meaning “to net snowshoes.” However, the people of Canada and Greenland prefer other names. “Inuit,” meaning “people,” is used in most of Canada, and the language is called “Inuktitut” in eastern Canada although other local designations are used also. The Inuit people of Greenland refer to themselves as “Greenlanders” or “Kalaallit” in their language, which they call “Greenlandic” or “Kalaallisut.”

Most Alaskans continue to accept the name “Eskimo,” particularly because “Inuit” refers only to the Inupiat of northern Alaska, the Inuit of Canada, and the Kalaallit of Greenland, and it is not a word in the Yupik languages of Alaska and Siberia.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel I. Jagers en verzamelaars.
– Boek 1, van Pan tot Homo sapiens. (2de uitgebreide druk 2014). 35€
– Boek 2, de maatschappij van -jagers en verzamelaars. (2de uitgebreide druk 2014) 35€. In dit boek wordt de maatschappij van de Australische en Tasmaanse Aboriginals besproken tussen p. 12 en p. 100.

Marc Vermeersch. De geschiedenis van de mens. Deel II. Landbouwers en veetelers. – Boek 3, Het ontstaan van landbouw en veeteelt in Zuidwest-Azie en de verspreiding er van naar Europa, West-Azie en Afrika. 35€
– Boek 4. Het ontstaan van landbouw en veeteelt in China, Nieuw-Guinea en Amerika. 35€. Wordt verwacht in 2017.
Ik plaats de tekst in het publiek domein. Dat wil zeggen hij mag onveranderd gekopieerd en verspreid worden. Geplaatst op sites, gedrukt in een blad enz.
Als je één van deze mogelijkheden gebruikt: geef mij een seintje, ik blijf graag op de hoogte.
Ik kan de tekst ook mailen in Word-formaat. Mail mij daarvoor.

Korte Geschiedenis van geweld
Deel 1: geweld bij chimpansees, bonobo’s en de mens 
Deel 2:
het moordinstinct
Deel 3:
in de prehistorie
Deel 4: het neolithicum
Deel 5: bij de Australische Aboriginals
Deel 6: Geweld in de eskimomaatschappij
Deel 7: Geweld bij de Irokezen
Deel 8: Slaven bij jagers en verzamelaars

 

Geplaatst in eskimo, eskimo/Inuit, geweld, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen